Kamerstuk 19637-1301

Verslag van een algemeen overleg

Vreemdelingenbeleid; Verslag algemeen overleg op 2 juli 2009 over o.a. ontwikkelingen in opvangcapaciteit asiel

Gepubliceerd: 23 september 2009
Indiener(s): Nebahat Albayrak (staatssecretaris justitie) (PvdA)
Onderwerpen:
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-19637-1301.html
ID: 19637-1301

19 637
Vreemdelingenbeleid

nr. 1301
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 22 september 2009

De vaste commissie voor Justitie1 heeft op 2 juli 2009 overleg gevoerd met staatssecretaris Albayrak van Justitie over:

– de brief van de staatssecretaris van Justitie d.d. 27 maart 2009 over de voorgenomen verruiming van de bevoegdheden in het kader van het vreemdelingentoezicht (19 637, nr. 1260);

– de brief van de staatssecretaris van Justitie d.d. 14 april 2009 over de stand van zaken maatregelen terugkeer en reactie op jaarverslag 2008 van de Commissie Integraal Toezicht Terugkeer (CITT) (19 637, nr. 1263);

– de brief van de staatssecretaris van Justitie d.d. 25 mei 2009 over de ontwikkelingen in de opvangcapaciteit asiel (19 637, nr. 1278);

– de brief van de staatssecretaris van Justitie d.d. 8 juni 2009 over de regeling eigen bijdrage asielzoekers met inkomen en vermogen en gesprek COA/COC (31 018, nr. 50);

– de brief van de staatssecretaris van Justitie d.d. 15 juni 2009 over extra opvangcapaciteit in Oude Pekela (19 637, nr. 1284);

– de brief van de staatssecretaris van Justitie d.d. 22 juni 2009 houdende een reactie op aanbevelingen evaluatie gendergerelateerd vreemdelingenbeleid (19 637, nr. 1287);

– de brief van de minister van Justitie d.d. 23 juni 2009 over het asielbeleid in Griekenland (22 112, nr. 881);

– de brief van de staatssecretaris van Justitie d.d. 30 juni 2009 over diverse toezeggingen inzake het vreemdelingenbeleid (30 573, nr. 45);

– de brief van de staatssecretaris van Justitie d.d. 1 juli 2009 over Sri Lanka (19 637, nr. 1296);

Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie,

De Pater-van der Meer

De griffier van de vaste commissie voor Justitie,

Nava

Voorzitter: De Pater-van der Meer

Griffier: Van Doorn

Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Anker, Azough, Fritsma, De Krom, De Pater-van der Meer, Spekman, Van Toorenburg, Van Velzen en Verdonk,

en staatssecretaris Albayrak van Justitie, die vergezeld is van enkele ambtenaren van haar ministerie.

De voorzitter: Ik heet iedereen van harte welkom. De spreektijd in eerste termijn is ongeveer zeven minuten. Ik zal de sprekers daaraan houden, gezien het aantal deelnemers aan dit debat.

De heer Fritsma (PVV): Voorzitter. Ik wil dit laatste algemeen overleg over vreemdelingenzaken graag beginnen met de opmerking dat ik het storend vind dat het kabinet heel veel belangrijke zaken op het gebied van het vreemdelingenbeleid over het zomerreces heen tilt. Het onderzoek naar de aanscherping van de glijdende schaal, het heffen van leges bij het vervangen van verloren verblijfsdocumenten en het onderzoek naar de Europaroute zijn allemaal op de lange baan geschoven. Gedane toezeggingen worden daarmee niet nagekomen. Het kabinet doet mij een beetje denken aan een voetbalelftal dat zo slecht speelt dat het zijn toevlucht moet nemen tot flauw tijdrekken.

In de brief van 30 juni wordt onder meer ingegaan op de Europaroute. Het bestaan van een duurzame relatie dient in het vervolg te worden aangetoond met een bewijs van samenwoning gedurende zes maanden of met het hebben van een kind. Als het kabinet denkt dat het gebruik en misbruik van de Europaroute daarmee is opgelost, heeft het de ernst van het probleem echt niet in de gaten. Gezinsmigranten die via de Europaroute verblijfsrecht regelen, hoeven verder immers helemaal nergens aan te voldoen. Zo vervalt bijvoorbeeld de gangbare inkomenseis en hoeft men niet eens in te burgeren. Men hoeft niet aan de gangbare leeftijdseis te voldoen en hoeft geen machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) te hebben. Zelfs de gangbare eis om mee te werken aan een tbc-onderzoek vervalt. Criminelen zijn ook geholpen met de Europaroute, want ook het gangbare openbareordebeleid vervalt natuurlijk.

Het is dus overduidelijk dat de gangbare toelatingsvoorwaarden veel te gemakkelijk kunnen worden omzeild en dat de Europaroute misbruik in de hand werkt. Ik roep de staatssecretaris op om er zorg voor te dragen dat wij helemaal van die Europaroute afkomen. Het is belachelijk dat het verblijfsrecht voor EU-onderdanen ook automatisch geldt voor de partners van die EU-onderdanen die zelf geen EU-nationaliteit hebben. Daarbij vind ik het belangrijk om op te merken dat ook de minister voor WWI zich onlangs heeft beklaagd over de Europaroute. In dat kader roep ik nogmaals op tot actie. Dat impliceerde het interview met de genoemde minister ook.

Een ander belangrijk punt uit de brief van 30 juni is dat de aangenomen motie-Van de Camp inzake het ouderenbeleid, die ook door de PVV is gesteund, niet wordt uitgevoerd. Dat is een slechte zaak. Het kabinet wijst op de periode van drie jaar waarna gezinsmigranten niet meer afhankelijk zijn van de verblijfsgever en een zelfstandige verblijfsvergunning kunnen krijgen. Na die drie jaar kan je geen eisen meer stellen op bijvoorbeeld het gebied van inkomen en een intacte gezinsband. De PVV vindt, zoals bekend, die periode van drie jaar veel te kort. De noodzaak tot het verlengen van die termijn, wordt weer eens duidelijk nu het kabinet zich achter die periode van drie jaar verschuilt om noodzakelijke aanscherpingen van het vreemdelingenbeleid tegen te houden. Dat hebben wij gezien met het niet uitvoeren van de motie-Van de Camp. Ik roep het kabinet op om voor alle gezinsmigranten niet na drie jaar, maar pas na tien jaar zelfstandig verblijfsrecht mogelijk te maken. Gezinsmigratie is nog steeds massa-immigratie en dat komt ook doordat relaties vaak kort duren waarna beide partners vaak weer nieuwe partners uit het land van herkomst halen. Dit sneeuwbaleffect van gezinsmigratie moet worden tegengegaan. Dat kan heel goed door de termijn waarna zelfstandig verblijfsrecht mogelijk is op te rekken van drie jaar na tien jaar.

Ik kom nu op de brief over terugkeer van 14 april. Ik kan het naar aanleiding van die brief toch weer niet laten om weer het megaprobleem van het procedurestapelen aan de orde te stellen. Het kabinet wil dit tegengaan door de vreemdeling alles mede te delen omtrent een mogelijke verblijfsaanvraag. Wanneer de vreemdeling dat nalaat en nadien alsnog een reguliere verblijfsaanvraag indient, zo lezen wij, zal die in beginsel worden afgewezen. Dit is een veel te zwak plan waaruit blijkt hoe naïef het kabinet ook tegen dit probleem aankijkt. De staatssecretaris kent toch ook de telefoonboekdikke dossiers van vreemdelingen die letterlijk aan de gang blijven met het steeds weer opnieuw indienen van verblijfsaanvragen? Vaak zitten er in één dossier verschillende verblijfsaanvragen op medische gronden. Elke keer als er gezondheidsklachten worden aangevoerd, wordt er weer een ellenlange procedure in gang gezet. Die gaat nooit snel, want de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) moet steeds een medisch adviseur onderzoek laten doen. Ook als het allemaal wel meevalt met de gezondheid van de vreemdeling, weet je dat pas maanden later.

Er worden ook aan de lopende band procedures opgestart op grond van hier geboren kinderen, hier gevonden partners, bijzondere individuele omstandigheden en ga zo maar door. Ook het voorbeeld waarmee de heer De Krom in de media kwam, illustreert dit. Dat is terecht aangekaart. Als ergens een verblijfsaanvraag op valt te beginnen, of het nu op grond van mensenhandel is of op grond van medische omstandigheden, zullen vreemdelingen en vooral hun advocaten het niet nalaten om de zaak weer te traineren en op te rekken met het procedurestapelen. Erken dat nu eens, zou ik de staatssecretaris willen vragen, en zorg ervoor dat het procedurestapelen eindelijk afloopt.

Ik kom nu op het voornemen van het kabinet op criminelen vast te zetten of uit te zetten. Dit klinkt natuurlijk mooi, maar het kabinet kan het nooit waarmaken doordat de regels nu zo zijn dat die criminelen helaas niet erg lang in vreemdelingenbewaring kunnen worden gehouden. De staatssecretaris heeft zelf aangegeven dat 85% van de vreemdelingen die in 2008 in bewaring zijn gesteld weer op vrije voeten moest worden gesteld. Ook hier wreekt het procedurestapelen zich weer. Als je een nieuwe verblijfsaanvraag indient, heb je immers weer verblijfsrecht. Dan kun je weer uit vreemdelingenbewaring en je verblijfsaanvraag hier afwachten. Ook hier komt dat vervelende procedurestapelen weer terug. Hoe ziet de staatssecretaris de tegenstrijdigheid dat je niet iedereen vast kunt houden, dat je niet iedereen lang in vreemdelingenbewaring kunt houden?

De heer De Krom (VVD): Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris hartelijk voor haar brief van 1 juli waarin wordt ingegaan op de cijfers uit het migratiefactsheet dat ik haar in debat van 13 mei heb geleverd. Ik vind het een prestatie dat het ministerie anderhalve maand nodig heeft om één A4’tje met een paar getalletjes te verifiëren en te bekijken of dat al dan niet klopt. Dat is al indrukwekkend. De reactie is precies zoals ik had verwacht dat die zou zijn, namelijk dat het gaat over de beeldvorming en niet zozeer over de cijfers. Die cijfers kloppen eigenlijk allemaal wel, op twee na. De staatssecretaris probeert uit alle macht – ik heb dat het halfjaar dat ik deze portefeuille doe niet anders meegemaakt – het beeld bij te draaien door te zeggen dat het allemaal wel meevalt met de stijging van het aantal asielzoekers en met de immigratie. Dat kan je hardnekkig proberen, ondanks een collega in het kabinet die wel heel hard aan de bel trekt. Minister Van der Laan zegt dat de gezinsmigratie echt uit de hand loopt en dat er een stop moet worden gezet op de import van bruiden. Dat heb ik hem heel duidelijk horen zeggen. Er is dus in elk geval één bewindspersoon in het kabinet die kennelijk wel gevoel heeft voor de problematiek waar wij vandaag de dag mee kampen. Bij deze staatssecretaris zie ik daar echter nog geen spoor van terug. Ondertussen worden asielzoekers weer opgevangen in tenten en komt er een asielboot in Den Haag. Wellicht kan de staatssecretaris dat bericht even bevestigen. Wij zitten ook nog steeds met grootschalige fraude, grootschalig bedrog, grootschalige illegaliteit, et cetera.

Ik loop even kort een paar puntjes uit die brief langs. De staatssecretaris schrijft op bladzijde 1 dat het beleid selectief is omdat het alleen is gericht op migranten die een bijdrage kunnen leveren aan de economische ontwikkeling. Dat is gewoon onjuist. Dat begint al met het generaal pardon. Dat had een heel andere doelstelling. Dat was daar helemaal niet op gericht. Vorig jaar waren er 4000 ingewilligde MVV-aanvragen meer dan het jaar daarvoor. Het aantal eerste asielaanvragen is sinds vorig jaar gestegen met ongeveer 7000. Wat zij daar schrijft, klopt gewoon niet. Het is feitelijk gewoon onjuist.

De staatssecretaris schrijft eigenlijk ook op bladzijde 1 van die brief dat die cijfers eigenlijk wel kloppen. Zij schrijft dat zij de juistheid van de cijfers van CBS of die van het ministerie van Justitie niet betwist. Daar heb ik uitsluitend gebruik van gemaakt. Er is een paragraafje over het migratiesaldo. Daar staat ook niets in waaruit blijkt dat de cijfers niet zouden kloppen. Zij doet alsof wij conclusies hadden verbonden aan de cijfers op dat factsheet. Dat hebben wij helemaal niet gedaan. Wij hebben die cijfers alleen maar geconstateerd. Zij heeft een heel betoog opgeschreven over dingen waarover ik helemaal niets heb gezegd. Ook de cijfers onder het kopje «niet-westerse immigranten» kloppen gewoon. De staatssecretaris betwist dat ook niet en doet daar dus niet veel aan af.

Op bladzijde 4 heeft zij een punt. Er staat dat het totaal aantal asielverzoeken in 2006 geen 10 000 maar 14 500 betrof. 2006 had 2007 moeten zijn. Dat was een typefout. Daar heeft zij gelijk in. Dat geef ik ruiterlijk toe. Het puntje daarop klopt ook. Op mijn factsheet had moeten staan «verdubbeling van het aantal eerste asielaanvragen». Dat is dan uit de wereld. De rest van dat factsheet klopte dus gewoon.

De heer Fritsma (PVV): Ik heb één vraag aan de VVD-fractie over die cijfers. Het is inderdaad triest dat alle immigratierecords worden gebroken, op alle fronten. Erkent u dat dit mede door de VVD komt, mijnheer De Krom? De VVD-fractie heeft immers ingestemd met de openstelling van de Nederlandse arbeidsmarkt voor bijvoorbeeld Polen. Dat heeft een stortvloed van Polen opgeleverd die in deze zware economische tijden met onze bouwvakkers moeten concurreren. Erkent u dat de VVD-fractie debet is aan de toegenomen migratie doordat hier tienduizenden Oost-Europeanen naartoe komen?

De heer De Krom (VVD): De VVD kan zich heel goed herinneren dat onder de kabinetten-Balkenende I, II en III voor het eerst sinds jaren een trendbreuk is gerealiseerd met betrekking tot asiel en migratie. Dat is gewoon terug te vinden. Uw collega Wilders zal zich dat goed kunnen herinneren, want hij zat doen nog in onze fractie. Uw stelling dat Polen concurreren om baantjes houdt geen stand. U had er gisteren bij moeten zijn, toen een uitstekend onderzoek van Forum werd aangeboden waarin precies staat wat de stand van zaken met betrekking tot de Polen is. Uit dat onderzoek blijkt in elk geval niet dat er sprake is van concurrentie. De reden dat Polen hier zijn, is dat werkgevers geen andere mensen kunnen krijgen of mensen die niet willen of kunnen werken. Daarom zijn zij hier. Ik vind dat wij moeten ophouden met Polenbashing.

Ik zeg overigens niet dat er geen problemen zijn, want die zijn er wel. Wij hebben voorstellen gedaan op dat terrein, bijvoorbeeld het invoeren van een ingroeimodel sociale zekerheid, het verplicht stellen van het volgen van inburgeringscursussen en het aanpakken van illegaliteit. Er zijn reële problemen en wij vinden dat daar iets aan moet worden gedaan. Ik roep het kabinet op dat te doen. Wij zullen het kabinet in de procedurevergadering van de commissie voor WWI om een reactie op het rapport over Polen vragen. Minister Donner heeft tot nu toe dat de Kamer niet anders geïnformeerd dan dat de Polen niet blijven, maar 20% blijft wel. Ik hoor net dat dit verzoek al is gedaan.

De heer Fritsma (PVV): Wat u zegt, vind ik een beetje vreemd. Tienduizenden Nederlandse bouwvakkers verliezen hun baan. Die cijfers zijn bekend. Op hetzelfde moment hebben wij hier tienduizenden Polen in de bouwsector. Natuurlijk is er sprake van verdringing op de arbeidsmarkt. Dat kunt u toch niet ontkennen?

De voorzitter: Wacht even, wij gaan nu niet over de arbeidsmarkt discussiëren. Uw vraag in eerste instantie was een andere.

De heer Fritsma (PVV): Dan houd ik mij vast aan mijn beginvraag, waar ik nog geen helder antwoord heb gekregen. Heeft de VVD-fractie geen spijt dat zij heeft ingestemd met de openstelling van de arbeidsmarkt, mede waardoor wij nu die gigantische instroom hebben en de immigratierecords worden gebroken? Dat geldt ook voor Roemenië en Bulgarije. De VVD-fractie heeft ingestemd met de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de EU waardoor ook mensen uit die landen straks op de arbeidsmarkt komen. Dat hebben wij ook aan de VVD te danken. Heeft de VVD-fractie daar niet een beetje spijt van?

De heer De Krom (VVD): Mijn linkerbuurvrouw begint het leuk te vinden. Dan gaat het debat niet de goede kant uit.

De voorzitter: Het ging over de vraag van de heer Fritsma in eerste instantie.

De heer De Krom (VVD): Ik doe aan dit verhaal niet mee. Ik vind het onjuist om te stellen dat de werkloosheid in Nederland aan buitenlanders te wijten is. Dat is ook niet aantoonbaar. Wat de PVV stelt is te simpel, te gemakkelijk en te kort door de bocht. Die conclusie kan ook op basis van dit onderzoek gewoon niet worden getrokken. Ik raad u aan dat onderzoek toch even door te lezen, mijnheer Fritsma.

Ik sla de rest van de brief over en kom op de conclusies.

De heer Spekman (PvdA): Ik dacht dat er nog iets over de cijfers kwam, daarom wilde ik u laten uitpraten. Een hoop van de zaken en cijfers die wij nu zien betreffen consequenties van keuzes die in verleden zijn gemaakt. Los van de discussie tussen u en de heer Fritsma, ben ik wel gefascineerd door uw fascinatie voor cijfers. U zegt dat de cijfers over het migratiesaldo allemaal correct zijn. Daarin staat ook dat de cijfers worden beïnvloed door het aantal Nederlanders dat ervoor kiest om Nederland te verlaten. Houdt u er nu een pleidooi voor dat meer Nederlanders uit Nederland moeten vertrekken? Dan zijn de cijfers immers goed en is het probleem opgelost. Dat is toch een beetje de toon van uw betoog?

De heer De Krom (VVD): Ik vind het wel schattig als partijgenoten het voor hun bewindspersoon opnemen. Dat is een aandoenlijk gezicht. U doet dat met verve, mijnheer Spekman. Maar poetst u de zaken nu gewoon niet onder tafel. De immigratie en de asielverzoeken lopen op. Waarom hebben wij anders die tenten nodig en zegt minister Van der Laan dat het uit de hand loopt? Dat is ook een partijgenoot van u. Waar bent u nu toch mee bezig? U blijft elke keer maar die punten wegpoetsen. Ik vind dat echt onvoorstelbaar. Het is precies wat deze partijgenoot, de staatssecretaris, ook doet.

De heer Spekman (PvdA): Het valt mij gewoon op dat u geen antwoord geeft op de vragen over de keuzes die in het verleden zijn gemaakt, ook onder de verantwoordelijkheid van de VVD. Die keuzes hebben consequenties voor de instroom nu. Dat is onder andere het betoog van de heer Fritsma. Ik sta er nog steeds achter, maar ik loop er ook niet van weg. U bent gefascineerd door cijfers. U bent blijkbaar niet geïnteresseerd in de vraag om wie het gaat. Het gaat er alleen maar om dat de getalletjes deugen. Ik zeg dat onderdeel van de getalletjes het feit is dat er nu minder Nederlanders vertrekken naar het buitenland. Daar reageert u niet op.

De heer De Krom (VVD): Heb ik dat ooit bestreden dan?

De heer Spekman (PvdA): Jawel.

De heer De Krom (VVD): Nee, dat heb ik nooit bestreden. Het staat zelfs in mijn eigen factsheet. Het staat er gewoon in. U probeert het beeld maar weg te draaien dat het uit de hand aan het lopen is. Uw eigen minister Van der Laan doet dat niet. Maar in deze commissie gebeurt dat elke keer wel. Ik begrijp gewoon niet waarom u dat doet.

De voorzitter: En ik denk dat u nu doorgaat met uw betoog, mijnheer De Krom.

De heer Spekman (PvdA): Voorzitter, dit was een tegenvraag.

De voorzitter: Daar mag u straks op reageren. Daar krijgt u de ruimte voor.

De heer De Krom (VVD): Wij hebben gebruik gemaakt van de cijfers die zijn geleverd door het CBS en door het ministerie van Justitie zelf. Dan komt er weer zo’n beeldvervormend verhaal dat het allemaal niet in de context staat en dit en dat. Cijfers liegen niet, mevrouw de staatssecretaris. U hebt gewoon een probleem en dat wordt in de eerste plaats onderkend door uw eigen partijgenoot en collega, minister Van der Laan. Die heeft daar wel oog voor. De vraag is nu of het kabinet daar nog iets mee gaat doen. Mijn conclusie is dat ik alles handhaaf wat ik over die cijfers heb gezegd. Ik zie geen enkele reden, niet in de brief en ook niet in de cijfers, om waar dan ook op terug te komen. Bovendien worden die cijfers ook gesteund en gestaafd door het kostenplaatje dat op tafel ligt. Daar ben ik de vorige keer ook al op ingegaan. Alle kosten gaan omhoog, behalve die voor het uitzetbeleid want daar wordt op bezuinigd. Als u dat niet gelooft, mijnheer Spekman, heb ik een staatje voor u. Leve minister Van der Laan, zou ik tegen de staatssecretaris willen zeggen.

Nu boter bij de vis. Wat gaat het kabinet nu doen om dit probleem op te lossen? De staatssecretaris kan wel blijven hangen in gezeur over beeldvorming, maar daarbuiten zijn problemen die zij moet aanpakken. Daar wachten wij nog steeds op. Tot nu toe hebben wij alleen maar gezien dat alle voorstellen die onder andere de VVD-fractie op tafel heeft gelegd, eraf worden geveegd.

Ik wil nog een korte opmerking maken over de asielzoekerscentra (azc’s). Ik heb gesproken met een aantal mensen in de gemeente Grave, onder wie de politie. Het aantal geweldsincidenten binnen het azc in Grave – dat is geloof ik niet het enige, want in Vught en Middelburg speelt hetzelfde – neemt toe. Dat heeft een heleboel oorzaken, maar de conclusie is dat de beveiliging volstrekt onvoldoende is. Is dit bij de staatssecretaris bekend? Wat denkt zij hieraan te gaan doen? Volgens mijn informatie wordt er nauwelijks opgespoord, vervolgd en veroordeeld, laat staan ongewenst verklaard en uitgezet. Hoeveel geweldsincidenten zijn er per jaar in azc’s? De gemeente Grave, een gemeente van 13 000 inwoners, heeft berekend dat zij uit gemeentelijke budgetten ongeveer € 250 000 per jaar kwijt is. Dat is een hoop geld. Dat gaat bijvoorbeeld naar het inschrijven bij de gemeente van inwoners van het azc. Dat kost veel meer tijd dan normaal. Er moeten tolken worden ingehuurd en er moet onderwijs aan kinderen worden verzorgd. Daarnaast zijn er kosten voor beveiliging. De totale kosten zijn ongeveer € 250 000. Dat is een hoop geld voor een kleine gemeente. Hoeveel kosten die zijn verbonden aan een azc worden op de gemeenten afgewenteld? De staatssecretaris heeft nu een tekort aan opvangplaatsen. Dat is natuurlijk geen wonder nu de aantallen zo oplopen. Als zij niet alle kosten voor haar rekening neemt, kan zij er verzekerd van zijn dat gemeenten er helemaal geen zin in hebben.

Ik ben nog lang niet klaar voorzitter.

De voorzitter: Dat is jammer, want uw tijd is bijna om.

De heer De Krom (VVD): Dan ga ik nog even gezellig door.

De voorzitter: Nee, want ik heb aan het begin gezegd dat ik iedereen aan zijn tijd zou houden, gelet op het aantal sprekers dat zich heeft gemeld.

De heer De Krom (VVD): U hebt gelijk voorzitter. Ik zal het kort houden. Een nieuw generaal pardon komt eraan. Burgemeesters worden nu alweer geconfronteerd met protesten en demonstraties voor het blijven van uitgeprocedeerde asielzoekers. Je kunt op de vingers natellen dat dit vroeger of later weer deze kant uitkomt. Kan de staatssecretaris garanderen dat er geen enkele vorm van een generaal pardon meer komt? Dan kunnen wij daar namelijk duidelijk over zijn.

Mijn slotopmerking betreft de B9-regeling. Ons heeft informatie bereikt dat er inmiddels op grote schaal misbruik wordt gemaakt van deze regeling. De B9-regeling is een belangrijke regeling. Dat vinden wij ook en wij staan er daarom achter. Het aantal gevallen en aangiften neemt echter hand over hand toe. Er zijn zelfs, zo heb ik uit betrouwbare bron vernomen, mensen die uitgeprocedeerd zijn en al jaren in Nederland wonen die nog een keer aangifte doen. Dat is aantrekkelijk. Als je aangifte doet, krijg je immers een tijdelijk pasje en huisvesting. Als het onderzoek langer dan drie jaar duurt, mag je bovendien blijven.

Staatssecretaris Albayrak: Wat is de bron van die informatie?

De voorzitter: Dat is een brief die niet geagendeerd is voor dit overleg.

De heer De Krom (VVD): Ik zal u dat in vertrouwen melden, staatssecretaris.

De voorzitter: Nee. Hierover is een brief toegezegd aan de Kamer, maar die is niet geagendeerd. De griffier zal het even nakijken.

Mevrouw Van Velzen (SP): U spreekt over misbruik van de B9-regeling op grote schaal, mijnheer De Krom. Als dat het geval is, kan de staatssecretaris die mensen toch gewoon laten oppakken en uitzetten? Je gaat dan niet drie jaar in Nederland op een onderzoek zitten wachten. Als er sprake is van misbruik of fraude, heb ten onrechte gebruik gemaakt van die regeling en geldt de regel «uitzetten».

De heer De Krom (VVD): Dat is ook het argument dat ik hoor. Ik heb mijzelf ook afgevraagd hoe dat mogelijk is. Als je een valse aangifte doet, wordt de procedure afgebroken en dan ga je eruit. Zo simpel zou het moeten zijn. Het punt is echter dat het heel moeilijk is om te bewijzen dat een aangifte vals is, misschien wel net zo moeilijk als het bewijzen dat de aangifte niet vals is. In de praktijk leidt dit tot een nieuwe stapeling en een nieuwe ontsnappingsroute om te voorkomen dat je het land moet verlaten.

Mevrouw Van Velzen (SP): Als het dan zo moeilijk is om misbruik aan te tonen, hoe weet u dan zo zeker dat er op grote schaal misbruik wordt gemaakt? U wilt hier uw bronnen niet kenbaar maken, maar ik vraag mij dan wel af waar het verhaal vandaan komt.

De heer De Krom (VVD): Ik ga hier niet vertellen waar het verhaal vandaan komt. Ik wil het de staatssecretaris in vertrouwen vertellen, maar ik zeg het niet hier aan tafel.

De voorzitter: Dat kan zo niet. Wij kunnen niet hier in een openbaar debat dit soort opmerkingen maken. Er is een brief over de B9-regeling of die is in elk geval toegezegd. Die is niet geagendeerd. En wij gaan al helemaal geen zaken op tafel leggen afkomstig uit vertrouwelijke bronnen die u alleen in vertrouwen aan de staatssecretaris wilt melden. Daar gaan wij dan niet over debatteren.

De heer De Krom (VVD): Dan doe ik het anders, dan wil ik een paar vragen stellen aan de staatssecretaris. Dat mag wel.

De voorzitter: Dat kunt u sowieso doen, schriftelijk.

De heer De Krom (VVD): Dat mag hier ook, toch?

De voorzitter: Ja. U mag dat hier wel doen, maar dan moet u wel uw bronnen melden.

De heer De Krom (VVD): Ik beperk mij nu tot vragen. In hoeveel gevallen bestaat er een vermoeden van fraude met de B9-regeling? Kan de staatssecretaris de Kamer informeren over het profiel van de mensen die aangifte doen? Hoeveel aangiften eindigen in een verblijfsvergunning, et cetera? De VVD-fractie wil graag het naadje van de kous weten.

De heer Anker (ChristenUnie): Ik heb twee vragen. De eerste betreft de gemeenten en de azc’s. Ik weet best dat niet altijd makkelijk is voor een gemeente om draagvlak te vinden voor vestiging van een azc. Ik ken echter ook gemeenten die het heel graag willen vanwege de werkgelegenheid die een azc oplevert. Bent u bereid om de staatssecretaris de extra kosten die een gemeente maakt in relatie te brengen tot de opbrengst die het centrum heeft voor de inwoners in de vorm van werkgelegenheid?

Ik vind het heel vervelend dat u nu met dat B9-verhaal komt. Wij hebben ongeveer een maand geleden een uitgebreid algemeen overleg gevoerd over de B9-regeling. Het punt daar was dat wij mensenhandel een groot probleem vinden en de aangiftebereidheid omhoog willen hebben. De Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) stelde in een advies dat daartoe het tijdelijk verblijf moet worden opgerekt. De staatssecretaris heeft dat niet gedaan. Op dat moment heb ik helemaal niets van u gehoord, wel van uw collega Teeven. Ik heb echter niets gehoord over de verhalen die u nu uit de lucht grijpt uit bronnen waarover wij niet kunnen beschikken. Als je nu zo laat als spuit elf komt aanzetten, moet je ook man en paard noemen want dit wordt gewoon heel vervelend.

De heer De Krom (VVD): Het antwoord op uw eerste vraag is nee. Vraagt u dat zelf maar. Het antwoord op uw tweede vraag is: die informatie hadden wij toen nog niet.

De voorzitter: Wij gaan hier nu niet over door, mijnheer Anker.

De heer Anker (ChristenUnie): Een maand geleden was het probleem dat wij te weinig aangiften hadden en nu komt de heer De Krom met het verhaal dat er ontzaglijk veel misbruik wordt gemaakt van de regeling. Dan wil ik wel dat hij zijn werk goed doet en met een volledig verhaal komt.

De voorzitter: Wij zoeken het uit.

De heer De Krom (VVD): Het zou helpen als de staatssecretaris de vragen zou beantwoorden.

De voorzitter: Het zou ook helpen als wij ons nu gingen beperken. Ik geef het woord aan mevrouw Van Velzen voor haar bijdrage in eerste termijn.

Mevrouw Van Velzen (SP): Voorzitter. Ik heb gisterenavond een hele berg brieven van de staatssecretaris mogen ontvangen die vandaag op de agenda staan. Ik wil haar daarvoor danken. Ik had eigenlijk niets te doen, dus het kwam goed uit. Dit is ook bedoeld als steun aan de heer Anker. Ik weet dat hij straks ook zijn ongenoegen zal uiten over het feit dat wij weer zo laat stukken hebben gekregen.

Een van de stukken vond ik verbazingwekkend, namelijk het rapport van de Commissie Integraal Toezicht Terugkeer (CITT) over 2008. Zij zegt dat ambtelijk een «sense of urgency» ten aanzien van terugkeer ontbreekt. Tegelijkertijd lees ik in alle stukken van de staatssecretaris dat de terugkeer van vreemdelingen de hoogste prioriteit heeft. Een van beide is dus verkeerd geïnformeerd. Kan de staatssecretaris aangeven wat de commissie verkeerd ziet als zij met zo’n harde conclusie komt?

De staatssecretaris komt met een hele lijst met voorgenomen uitbreidingen van bevoegdheden wat betreft identiteitsvaststelling. Die is heel interessant. Op een heleboel punten moet de wet worden gewijzigd. Ik ben benieuwd wanneer zij met die wetswijzigingen gaat komen.

Wat betreft terugkeer lijkt het beeld te ontstaan dat geannuleerde vluchten vooral ontstaan doordat vreemdelingen nog een nieuwe aanvraag doen als zij al op de vliegtuigtrap staan. Dat gebeurt ook. Ik zie echter ook dat ambassades op het laatste moment weigeren om reisdocumenten te verstrekken of, wat ik nog ernstiger vind, dat pas op de vliegtuigtrap blijkt dat de vreemdeling in kwestie dagen eerder een voorlopige voorziening heeft gekregen. Dat laatste slaat terug op de wijze waarop de overheid werkt. Er is dan dus sprake van een administratie die niet op orde is, chaos, en daarmee onnodig geannuleerde vluchten. Dat concludeert de commissie ook in haar bewoordingen. Zij stelt een nader onderzoek in. Ik wil graag de uitkomsten daarvan ontvangen van de staatssecretaris.

Wij hebben eerder gesproken over de tentenkampen van staatssecretaris Albayrak. Nu blijkt dat ook in Laren, naast Gilze en Oude Pekela, dit soort tentenkampen wordt opgericht. Ik begrijp het nog steeds niet. De prognoses voor de instroom waren hoger dan wat nu is binnengekomen. Wat is er nu misgegaan? Ik wil nog steeds graag een goede analyse horen voor de noodzaak om die tenten te plaatsen en de wijze waarop dat in de toekomst kan worden voorkomen. De staatssecretaris heeft beloofd dat de tentenkampen tijdelijk zijn, voor een periode van acht maanden. Ik heb echter de vergunningaanvragen gezien. In Oude Pekela is een aanvraag gedaan voor een tentenkamp voor de periode van een jaar. Is dat nu gewoon ambtelijke stroefheid? Als een vergunning voor een jaar is afgegeven, is die termijn van acht maanden dan wel hard? Gaat de staatssecretaris zich daaraan houden? Hoe gaat zij in de tussentijd zorgen voor structurele opvanglocaties zodat dit soort noodoplossingen tot het verleden kan gaan behoren? Ik herinner haar aan de uitspraak van de hoogste baas van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), mevrouw Nurten Albayrak, van twee jaar geleden, toen de gemeente Laren besloot om het asielzoekerscentrum Crailo te heropenen. In een persbericht van het COA is te lezen: «Maar de raad heeft ingezien dat ons verzoek om heropening niet alleen een zakelijke vraag was, maar ook een humane. We kunnen asielzoekers tenslotte niet op straat laten of in tenten onderbrengen», aldus een verheugde algemeen directeur van het COA. Wat is er nu gebeurd? Kan de staatssecretaris reageren op deze uitspraak van de andere mevrouw Albayrak? Ik ga volgende week overigens een bezoek brengen aan een van die tentenparadijzen, dat in Oude Pekela. Ik dank haar voor de uitnodiging.

Mijn volgende punt is het asielbeleid van Griekenland. De staatssecretaris is daar op bezoek geweest. Wij zouden een verslag met foto’s krijgen. Dat verslag is inmiddels binnen, maar het is erg summier. De foto’s kon ik wel missen, maar de inhoud is beperkt: zaken als afspraken, waarborgen en toezicht staan er niet in. Wat zijn de waarborgen dat Griekenland zich gaat houden aan de afspraken die het met de staatssecretaris heeft gemaakt? Hoe gaat zij daar toezicht op houden? Wat gebeurt er bijvoorbeeld met vluchtelingen die nu, volgens haar verslag, op het vliegveld een asielaanvraag hebben gedaan nadat zij de luchthaven hebben verlaten? Worden zij dan op straat geschopt of komen zij onder onacceptabele detentieomstandigheden te verblijven? Hoe garandeert de staatssecretaris dat de asielaanvragen nu wel zorgvuldig afgehandeld gaan worden? Wat is de stand van zaken wat betreft het Griekse voornemen om het hoger beroep voor asielaanvragen af te schaffen?

Wij hebben gisterenavond een berg stukken ontvangen, onder andere over Griekenland, waaronder antwoorden op Kamervragen. Die zijn allemaal heel actueel, tot 30 juni aan toe. Dat is prachtig. Het valt mij echter wel op dat aan een zeer belangwekkend rapport, namelijk dat van het Comité ter Preventie van Foltering van de Raad van Europa (Antifolter Comité), helemaal geen woord wordt gewijd. Dat rapport, waarvan de inkt alweer lang en breed is opgedroogd, liegt er niet om. Er wordt in gesteld dat personen die in Griekenland in detentie belanden een aanzienlijk risico lopen op mishandeling, dat er nog steeds geen sprake is van een structurele of systematische aanpak van de problemen door de Griekse autoriteiten, dat de detentieomstandigheden onverminderd onacceptabel zijn en dat de Griekse autoriteiten al sinds 1997 alle aanbevelingen van het comité negeren. Naar deze situatie wil deze staatssecretaris 1100 vreemdelingen terugsturen. Zij schermt tijdens haar rondreis door andere Griekenland met het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Als dit soort conclusies van het Antifolter Comité niet alleen door Griekenland, maar ook door haar worden genegeerd, heb ik daar geen vertrouwen in. VluchtelingenWerk Nederland stelt op basis van de informatie die Griekenland aan het Verenigd Koninkrijk heeft gegeven – er loopt een zaak bij het Europees Hof voor de Rechten van Mens – dat blijkt dat ook na de door Griekenland ingevoerde nieuwe wetgeving, Griekenland niet voldoet aan de minimumnormen die in de Procedurerichtlijn en de Kwalificatierichtlijn worden gegeven. Ik hoor daar graag een reactie op. Ik vraag de staatssecretaris om haar ogen open te doen voor de asielpraktijk. De asielpraktijk in Griekenland deugt niet. Met haar opstelling helpt zij niemand anders dan zichzelf. Wat de SP betreft is er nu meer dan ooit reden om het overdragen van vreemdelingen aan Griekenland op te schorten, zoals ook de Europese Commissie voorstelt.

Iedereen heeft de beelden over Sri Lanka op de televisie gezien. Het mag duidelijk zijn dat daar sprake is van een humanitaire noodsituatie. De VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR luidt de noodklok op een niet mis te verstane wijze. De staatssecretaris reageert daar als volgt op: «Ik heb onvoldoende andere informatie die de berichtgeving van de UNHCR bevestigt.» Dit is niet de eerste keer dat zij de berichten van de UNHCR niet serieus neemt en daar heb ik moeite mee. Het is niet zomaar een of ander actieclubje dat wat beweert. Ik wil – ik neem aan dat de staatssecretaris dat kan toezeggen – dat de mensen die mogelijk gevaar lopen niet worden teruggestuurd. Bovendien wil ik dat zij gaat voorzien in specifieke criteria zodat er een extra zorgvuldige toets voor asielverzoeken van Tamils uit Sri Lanka komt, dat zij de Kamer daarover bericht en dat zij tot die tijd afziet van onomkeerbare beslissingen wat betreft deze specifieke groep asielzoekers.

Wij betreuren het dat de herijking wat betreft kinderen in het vreemdelingenbeleid pas in het najaar komt. Die had er nu moeten zijn. De nood is hoog en ik heb zelfs de indruk dat de situatie voor minderjarigen in de opvang aan het verslechteren is.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Voorzitter. Ik heb deze staatssecretaris al eens eerder aangeboden om haar te adviseren. Ik herhaal dat aanbod vandaag. Zij is nu twee jaar en vier maanden in functie en dan kunnen bepaalde dingen gewoon niet meer. Dan moet je de eerste concrete resultaten kunnen zien van het werk dat zij heeft gedaan. Daarnaast moet duidelijk zijn wanneer eventuele wetswijzigingen die in de planning staan voor het komende jaar en acht maanden op de agenda van de Kamer komen. Anders wordt het helemaal niets. Om te voorkomen dat aan het eind van deze kabinetsperiode de ambtsperiode van de staatssecretaris te boek komt te staan als mislukt, doe ik haar vandaag een aantal adviezen aan de hand. De belangrijkste boodschap is: concrete resultaten. De concrete resultaten van de eerste 2,5 jaar willen wij nu zien en wij willen weten wat er de komende periode nog staat te gebeuren, wat wanneer op de planning staat. En staatssecretaris, terugverwijzen naar een vorige kabinetsperiode of de periode daarvoor of daarvoor is echt achter de terug. Twee jaar en vier maanden, dat is de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris voor wat er nu allemaal wel en – dat kan ik beter zeggen – niet gebeurt.

In de eerste brief staat dat de staatssecretaris een aantal wetswijzigingen wil doorvoeren. Zij gaat de Kamer informeren over de voorgenomen wetswijzigingen. Ik wil graag weten wanneer die op de agenda van de Kamer staan.

De tweede brief betreft het rapport van de CITT. Daarin staat op pagina 1 dat er een toename is van het aantal personen dat aantoonbaar uit Nederland vertrekt via de vertrekprocedure van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V). Ik dacht: weet je wat, ik pak de Rapportage Vreemdelingenketen er eens bij en ik ga daar eens even in kijken. Ik verzoek de staatssecretaris te kijken naar pagina 28, in het bijzonder naar grafiek 4.4, en eens te vertellen waarom daar heel duidelijk een afname staat van het aantal teruggekeerden via DT&V, van het aantoonbaar vertrek vanuit Nederland. Ik zie daar een daling van ongeveer 20%. Ik hoor graag een uitleg van de staatssecretaris.

Ik heb de bijlage bij de brief voor mij. In de bijlage over het overzicht van terugkeermaatregelen staat een heleboel terugkeermaatregelen. Bij punt 1 staat dat er een bestuursakkoord is. Wat staat daarin en wat zijn de concrete resultaten ervan? Vergroting van herintegratieondersteuning bij terugkeer wordt uitgebreid. Wij gaan punt 3 bespreken en punt 4 zijn er sinds 2006 onderhandelingsmandaten verstrekt.

Staatssecretaris Albayrak: Sorry, ik kan het niet meer volgen. Om welk bestuursakkoord gaat het?

De voorzitter: Kunt u even aangeven op welke brief u doelt, mevrouw Verdonk?

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Het gaat om de bijlage bij de brief van ministerie van Justitie waarin het Directoraat-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken ...

De voorzitter: Het nummer van die brief is handig, mevrouw Verdonk.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Dat is 5597444/09.

De voorzitter: Gaat u door.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Dan kom ik bij punt 5. De rol van de minister van Buitenlandse Zaken wordt versterkt. Ook een heel sterk punt. Bij punt 6 wordt er een procedure vormgegeven en bij punt 7 wou ik graag weten – ik pak alleen even de eerste pagina – wat nu de concrete resultaten zijn. Er staat namelijk werkelijk helemaal niets in.

Ik ga nog even terug naar het rapport van de CITT. Wat staat er op pagina 17 van dat rapport? Dat is vreemd. Wij hebben een bijna lege inrichting voor vreemdelingendetentie in Alphen aan de Rijn staan. Wat staat erin? Het blijkt dat heel vreemdelingen in een andere penitentiaire inrichting zitten. Dat levert allerlei problemen op als mensen terugmoeten, want dan moeten zij eerst worden gezocht. Dan krijg je inderdaad situaties dat mensen op de trap van het vliegtuig staan en hun papieren niet in orde blijken te zijn. Dat is heel logisch. Waarom zitten die mensen met een straf van korter van vier maanden niet gewoon in Alphen aan de Rijn? Waarom is dat? Zij horen daar te zitten, zegt het Procesprotocol Vreemdelingen in de strafketen (VRIS) volgens de CITT op pagina 17 bovenaan.

Mevrouw Van Velzen (SP): Zij kunnen daar niet zitten, want het lekt daar.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Het lekt daar. Nou als alle cellen in gebruik worden genomen die niet lekken, schieten wij al op.

De derde brief betreft een zeer nietszeggende notitie van de staatssecretaris. Ongelofelijk. En dan hebben wij het over zo’n belangrijk onderwerp als de asielinstroom. Ik heb ook eens wat cijfers verzameld. Ik zou graag wat concrete antwoorden willen. In 2009 komt de instroom ongeveer uit op 16 900 eerste asielaanvragen. In 2004 was de totale instroom eerste en tweede asielaanvragen 9800 en in 2005 was de asielinstroom van eerste en tweede aanvragen – die konden wij namelijk toen nog niet scheiden, dat kon pas per 1 januari 2007 – net iets meer dan 12 000. Graag een reactie op deze cijfers, want Nederland stroomt weer vol. Geen windowdressing vandaag, maar concrete cijfers. Klopt het dat er dit jaar tot en met mei een inwilligingspercentage is van bijna 42%, namelijk 41,6%, terwijl dat in 2006 of 2007 nog op 13% lag?

Ik heb het net al even over de terugkeer gehad. Ik kom, gezien de cijfers van aantoonbaar vertrek door de DT&V, tot een teruggang in de cijfers, helemaal niet tot een toename. Ik heb net al een grafiek genoemd. Ik zou graag horen wat er nog meer aan cijfers bekend is over deze teruggang.

Volgens het VRIS zijn er in 2008 440 criminele vreemdelingen uitgezet. De aantoonbare uitstroom van criminele vreemdelingen is 308. Wat is er met de overige 30% gebeurd? Lopen die allemaal op straat? Ik hoor graag concrete antwoorden en concrete cijfers.Ik kom nu op onze positie in Europa. Ik heb begrepen dat de asielinstroom in Europa weer terug is op het niveau van 2003. Ik heb begrepen dat wij vroeger een van de landen waren met de laagste instroom en dat wij nu zijn gedaald, wat mij betreft, tot een plaats ergens aan de ondergrond, dus met ongeveer de hoogste asielstroom van Europa. Het zelfde geldt voor de gezinsvorming. Die is onder een vorig kabinet gedaald met maar liefst 65% en is nu gestegen met meer dan 40%. Ook op die Europese lijstjes zijn wij enorm gezakt, als je ervan uitgaat dat hoe lager de instroom is hoe hoger je staat. Daar hoor ik graag een reactie op.

Dan is er nog een mooie overzichtsbrief. Dat is altijd makkelijk, zeker voor eenpersoonsfracties. Dan heb je alles lekker bij elkaar. Wat lees ik daarin: de Belgiëroute. Ongelofelijk. De concrete resultaten van de aanpak daarvan zijn 0,0. Wij hebben besloten om de vreemdelingendiensten van België en Nederland op dit punt nauwer te laten samenwerken in de verwachting dat de andere lidstaten zullen volgen. Ha, ha, ha, staatssecretaris, droom lekker verder. Dat gaan zij helemaal niet doen. Laat zij ervoor zorgen dat zij gewoon voor Nederland de zaken op orde heeft. Ik ben heel benieuwd voor hoeveel concrete gevallen die aanpak al tot resultaat heeft geleid. Ik hoor sowieso graag in het algemeen cijfers over dit gebeuren en niet meer alleen maar tekst. Die tijd is echt voorbij.

De heer Fritsma sprak net al over de motie-Van de Camp. Het is schandalig dat die motie zomaar aan de kant wordt geschoven terwijl het dictum is: «verzoekt de regering de regelgeving zodanig aan te passen dat in het ouderenbeleid de garantstelling door kinderen geldt voor de volledige periode van verblijf van de ouder» De staatssecretaris zegt gewoon: dat doen wij niet, het gaat maar om beperkte kosten. Tegen iedereen die dit hoort, zou ik willen zeggen: nodig je ouders uit, want die kunnen hier in Nederland gewoon leven op kosten van de belastingbetaler omdat wij alles betalen.

Ik vind het echt schandalig wat de staatssecretaris heeft bereikt tot nu toe. Het is een lege huls, dit beleid. Ik wil graag concrete cijfers en ik neem vandaag echt geen genoegen met weer een verhaal met alleen maar tekst over wat er allemaal wel goed gaat, waarschijnlijk over 25 jaar. Dat is echt voorbij. Concrete cijfers vandaag. Wat dat betreft ben ik dezelfde mening toegedaan als de heer De Krom: het enige waar wij echt de waarheid uit kunnen halen, zijn de cijfers en niet de blokken tekst.

De heer Spekman (PvdA): Voorzitter. Gelukkig was vroeger alles beter, dat toen de Europaroute geniaal is aangepakt en de criminele illegale standvastig werden uitgezet. De wereld was vroeger toch mooier. Volgens mij wijzen de cijfers ook uit dat het anders was en was in de vorige periode de Europaroute ook open en werden criminele illegalen niet uitgezet.

In de terugkeerbrief staan goede maatregelen om de terugkeer beter aan te pakken. Wij zijn het er zeer mee eens om iets te doen dat met het nuchtere verstand al 100 jaar geregeld kon worden, namelijk de illegaliteitscontrole en daarmee te identiteitscontrole strakker uit te voeren, en ook meer bevoegdheden te geven aan de uitvoerende organisaties. Wij zetten wel vraagtekens bij het doorgeven van criminele antecedenten aan landen van herkomst. Wij vragen ons echt af wat de staatssecretaris daarmee beoogt. Hard, harder, hardst is soms in de mode, maar wij willen wel weten of dat echt iets oplevert. Wat moet het opleveren wat betreft de terugkeer? Hoewel hard, harder, hardst in de mode is, vinden wij nog steeds dat wij garanties moeten geven als Nederland dat deze mensen niet twee keer gestraft worden. Dat is namelijk gewoon verboden. Wij zijn daar echt een beetje beducht voor, ook voor de eventuele nadelen die het heeft.

Ik kom op de opvangcapaciteit. Wij hebben grote twijfels over het functioneren over het zelfstandig bestuursorgaan COA.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ik heb nog een vraag over de illegalen. Ik vind ook dat er een stevig beleid moet staan, maar dat er wel waarborgen moeten zijn. Als de staatssecretaris nu zegt dat drie wetswijzigingen noodzakelijk zijn en dat zij daar even over gaat denken, vindt u dat dan voldoende?

De heer Spekman (PvdA): Ik heb in het algemeen overleg over illegalen voorgesteld om huizen te kunnen binnenvallen als er moet worden gezocht naar een paspoort. Dat vind ik cruciaal omdat het niet hebben van een identiteit een van de belangrijkste belemmeringen is voor terugkeer. Daar ben ik dus zeer voor. Ik heb twijfels bij het doorgeven van de antecedenten. Is het voldoende? Nee, dat is niet het geval. Heeft een van ons het antwoord? Dat is volgens mij ook niet het geval. De staatssecretaris heeft in samenwerking in maatschappelijke organisaties toegezegd om eerder te beoordelen en eerder in te grijpen als iemand illegaal is. Hem moet duidelijk worden gemaakt dat hij terug moet keren naar het land van herkomst of hier zijn leven met perspectief moet doorbrengen. Daar verwacht ik eigenlijk meer van. Het illegalenprobleem is heel oud in Nederland en alleen maar genegeerd. Het is niet opgelost, ook niet door u.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ik stelde een heel concrete vraag. De staatssecretaris geeft aan dat drie wetswijzigingen noodzakelijk zijn. Bent u net als ik heel benieuwd wanneer die op de agenda van de Kamer staan? Daarna gaan wij immers pas wat invoeren.

De heer Spekman (PvdA): Natuurlijk, dat zal ik straks van de staatssecretaris horen. Ik ben ervoor om dit voortvarend aan te pakken.

Ik sprak over het COA. Wij zijn echt kritisch op dit moment over de wijze waarop de opvang wordt georganiseerd. Wij zien dat de druk op het COA groot is. Het is echter belangrijk dat wij meer grip krijgen op de opvang en de wijze waarop die is georganiseerd. Wat zijn de kosten en wat zijn wij daar aan het doen? Wij horen te veel rare geluiden. Ik heb allemaal voorbeelden gekregen van mensen die in twee jaar en twee maanden tijd op zeven locaties hebben gewoond. Ik heb er een hele waslijst van. Mensen die in zeven maanden op een aantal locaties hebben gewoond. Dat brengt allemaal kosten met zich mee. Het zijn geen verschillende locaties, naar aard van de opvang. Er wordt wat afverhuisd. Wij zien ook dat er wordt gevochten om het geld wat betreft de diensten die worden ingekocht door het COA, zoals tolkendiensten. Er komt druk op de opvang van alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama’s) en de kwaliteit daarvan lijkt achteruit te schieten. Er is dus druk op het COA. Wij vinden dat de Kamer meer grip moet hebben op de kosten en de wijze waarop zaken worden georganiseerd bij het COA. Ik vraag om een onderzoek bij het COA. Ik vind het prima als de staatssecretaris dat doet. Ik wil worden geïnformeerd over de precieze kosten per persoon en de reden dat bepaalde keuzes zijn gemaakt om ons echt meer inzicht te bieden. Anders loopt het vast. Ook VluchtelingenWerk Nederland heeft gepleit voor een onderzoek naar de opvangcapaciteit. Ik kan mij aansluiten bij de onderzoeksopdracht die VluchtelingenWerk Nederland in haar brief heeft voorgesteld.

Het uitgangspunt van de Regeling eigen bijdrage asielzoekers met inkomen en vermogen (Reba) is dat werken lonend moet zijn voor deze mensen. Als werken niet lonend is – dat is net als in de sociale zekerheid – loopt het vast. Wij twijfelen er nog steeds aan of met de regeling die nu wordt voorgesteld werken lonend is. Er moet een prikkel zijn om te gaan werken. Dat heeft overigens ook een samenhang met de opvangkosten, die wel heel hoog zijn geworden in de loop der jaren.

Wat betreft het asielbeleid in Griekenland sta ik voor het zelfde dilemma als mevrouw Van Velzen. Ik vind het alleen niet op de weg liggen dat Nederland, als enige land in Europa, deze mensen niet meer terugstuurt naar Griekenland. Ik vind het een waardeloos dilemma. Ik baal er stevig van dat Griekenland het zo doet, maar het leven is kiezen. Ik vond het wel interessant dat VluchtelingenWerk Nederland nog een andere optie noemde. Ik hoor graag de reactie van de staatssecretaris op die optie, namelijk om op basis van artikel 227 van het EG-verdrag het Hof te wijzen op schending door Griekenland van het EG-verdrag. Ik vind dat ondertussen wel op zijn plaats. Ik heb geen zin om er hier moedeloos bij te zitten en constant voor het zelfde dilemma te staan: wanneer houdt het op en nemen wij onze eigen verantwoordelijkheid, als Nederland? Als Nederland zijn eigen verantwoordelijkheid neemt en dat als enige doet, zijn de consequenties heel negatief. Dat snap ik ook wel. Ik wil dat ook liever niet. Ik ben het ook zat dat Griekenland hier maar mee blijft wegkomen. Ik wil weten wat de staatssecretaris vindt van het idee van VluchtelingenWerk Nederland om als Nederland het Hof te wijzen op de schending van het EG-verdrag door Griekenland. Dat lijkt een betrekkelijk aantrekkelijke tussenweg.

Ik kom nu op de B9-regeling. Ik heb de indruk dat de heer De Krom liever de boeven laat lopen dan vrouwen onterecht hier laat. Ik denk zelf dat wij de keuze moeten maken dat liever hier een, twee of tien vrouwen onterecht blijven dan dat wij de mensenhandelaren daarboven niet aanpakken doordat wij de regeling zo streng en strak hebben gemaakt dat niemand uit de kast durft te komen en aangifte durft te doen. Volgens mij is internationaal vastgesteld en bewezen dat het ontzettend ingewikkeld is om het vertrouwen te winnen van vrouwen die zo’n vreselijke ervaring hebben gehad. Het kan soms, niet altijd, jaren duren voordat zij de moed opbrengen om aangifte te doen van zo’n serieuze schending van hun eigen leven.

De voorzitter: Dat wordt niet betwist. Ik heb net echter gezegd dat hierover vandaag geen brief op de agenda staat. Wij hebben hier een paar weken geleden over gesproken. De griffier heeft net uitgezocht dat hier toen een toezegging over is gedaan. Ik wil het graag even helder houden hier.

De heer Spekman (PvdA): Daar hebt u gelijk in. Ik laat het bij de afrondende zin dat ik het fout vind om deze vrouwen die veel voor hun kiezen hebben gehad en die terecht gebruik hebben gemaakt van de regeling weg te zetten in een interview in de krant als een groep bij wie per definitie betwist moet worden of zij de zaak niet hebben belazerd.

De heer De Krom (VVD): Ik wil toch nog even een korte opmerking maken over de B9-regeling, want de heer Spekman spreekt mij daarop aan. De bezorgdheid komt voort uit het feit dat men nu kennelijk meer bezig is met het opnemen en uitwerken van aangiftes, dat het beslag op de capaciteit daarvoor zo groot, dat men aan het doen van onderzoek naar daadwerkelijke misstanden niet meer toekomt.

De voorzitter: Daar sluiten wij dit mee af.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Bent u het met mij eens dat de asielinstroom op dit moment toeneemt, mijnheer Spekman?

De heer Spekman (PvdA): Op dit moment neemt de asielinstroom weer af omdat het categoriale beleid voor Somalië en Irak is gestopt. De instroom bevindt zich ongeveer weer op een oud niveau. Volgens mij is het veel lager dan in 2001 en nog ietsje hoger dan in 2006.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Dat vind ik heel leuk om te horen. Ik was bij het debat over de Voorjaarsnota. Dat is ook altijd een heel interessant debat, want dan kun je zien waar echt het geld aan is uitgegeven. Daarin staat: «De asielinstroom is hoger dan geraamd. Daarbij is er sprake van een lagere uitstroom omdat de terugkeer van asielzoekers nog steeds moeilijk verloopt. Hierdoor stijgt de gemiddelde bezetting van het COA.» Dit is een uitlating in de Voorjaarsnota van de minister van Financiën. Ik wil graag een commentaar op dit citaat.

De heer Spekman (PvdA): Ik vind het wel grappig altijd. Eerst geef ik antwoord op de vraag, want die betrof nu. Ik geef het antwoord over wat er volgens mij nu aan de hand is. De Voorjaarsnota – u weet hoe het hier werkt – is niet van nu, maar van gisteren. Gisteren nam het nog toe, want toen was het categoriale beleid er nog. Nu neemt het af, want het categoriale beleid is gestopt.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): De Voorjaarsnota is van nu, van 29 mei 2009. Er is eergisteren een debat over geweest met de minister van Financiën.

De heer Spekman (PvdA): Dat ging over verklaring van de cijfers.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ik kan u zeggen dat de minister totaal geen afstand heeft genomen van dit gegeven. Geeft u mij dus gewoon antwoord. De minister van Financiën zegt dat de asielinstroom stijgt en u blijft het houden bij sprookjes. Mijnheer Spekman, schaam u.

De heer Spekman (PvdA): Ik zou het prettig vinden u dan zegt dat u een onduidelijke, onheldere en foute vraag heeft gesteld, mevrouw Verdonk. U vroeg naar het nu. Ik geef antwoord op nu. Wij leven niet in de tijd dat de tekst van de Voorjaarsnota is opgeschreven.

De voorzitter: Ik geloof niet dat wij hier met elkaar gaan bespreken over welke periode de Voorjaarsnota gaat. Dat lijkt mij bij de behandeling van de Voorjaarsnota voldoende aan de orde geweest.

De heer De Krom (VVD): Klopt het volgens u dat het aantal MVV-aanvragen voor gezinshereniging van 2007 op 2008 met 32% is gestegen, mijnheer Spekman? Klopt het volgens u dat het aantal verleende vergunningen voor bepaalde tijd in dezelfde periode met 26% is gestegen?

De heer Spekman (PvdA): Ja.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Voorzitter. Ik wil graag de agendapunten langslopen. Ik kom als eerste op de verruiming van de bevoegdheden voor vreemdelingentoezicht. Vooropgesteld dat de terugkeer staat en valt bij medewerking van de betreffende vreemdeling, moet er soms wel wat medewerking worden geforceerd. Wij zijn heel erg blij met de voorstellen om de bevoegdheden van de Vreemdelingenpolitie en de Koninklijke Marechaussee wat uit te breiden. Wij wachten het wetsvoorstel af.

Het volgende punt is het CITT-rapport. Bij de behandeling van de begroting van Justitie hebben wij voorstellen gedaan om het terugkeerbeleid effectiever te maken. Hoe staat het met de uitvoering van de ingediende amendementen die bij de behandeling van begrotingen van Justitie en Ontwikkelingssamenwerking zijn aangenomen? Hoe staat het bijvoorbeeld met het Platform Duurzame Terugkeer, Kerk in Actie en IntEnt? Gaan nu concrete projecten en activiteiten van start? Kan er een combinatie worden gemaakt met de projectmatige aanpak voor vrijwillig vertrek uit vreemdelingenbewaring de Internationale Organisatie voor Migratie in Nederland (IOM Nederland)? In de recente gegevens zien wij een lichte tendens tot verbetering van de terugkeerresultaten. De vraag is of die tendens zich voortzet. De CDA-fractie vindt dat het aantal vertrekken met onbekende bestemming (MOB’s) nog veel en veel te hoog is. Wat zijn de meest recente cijfers? Is daarin de toename te zien die wij vrezen?

In de brief staat, overigens terecht, dat de effectiviteit van het terugkeerbeleid voor een belangrijk deel wordt bepaald door het maatschappelijk draagvlak voor de terugkeer. Hoe staat het op dit moment, dus vandaag en niet eergisteren, met de afbouw van de gemeentelijke noodopvang? Het rapport schetst een aantal problemen bij het terugkeerproces, zoals annuleringen van vluchten, problemen met aanvraagprocedures voor een laissez passer, de niet-optimale samenwerking van de ketenpartners en ook de geringe rol van Buitenlandse Zaken. Daar wordt een kritische opmerking over gemaakt en die wordt eigenlijk wat gemakkelijk weggewuifd. Hoe zit dat nu eigenlijk? Van ambtenaren van Buitenlandse Zaken horen wij dat zij liever praten over economische belangen dan over daadwerkelijke terugkeer. Dat kan een heel groot probleem zijn. Wij willen graag dat de staatssecretaris daarop ingaat.

Een zeer ergerlijk punt waarover ook het CITT spreekt is de aanvraagprocedure voor laissez passers. De behandelduur, bijvoorbeeld bij Marokko en Algerije, loopt op tot meer dan zes maanden. Dat is veel te lang. Het aantal intrekkingen is erg hoog en het aantal gehonoreerde aanvragen te laag. Onderhandelingen op Europees niveau over terugname en overnameovereenkomsten lukken niet, maar toch zijn er onderhandelingsposities. Nederland heeft een sterke onderhandelingspositie. Wij hebben samen economische belangen, handelsbelangen en landbouwbelangen. Er zijn allerlei samenwerkingsrelaties. Hoe kan het toch dat iedere keer daar onwil blijft bestaan terwijl wij, in ieder geval wat de CDA-fractie betreft, toch duidelijk drukmiddelen hebben? Hoe kunnen wij daar nu een en ander vlottrekken? Kan de staatssecretaris daarop reageren?

Het starten van nieuwe en herhaalde procedures moet met kracht worden tegengegaan. Daar zijn velen hier aan tafel het volgens mij over eens. Er zijn maatregelen genomen, maar wat leveren die nu op? Het blijft heel ergerlijk dat het starten van nieuwe procedures op het allerlaatste moment kan leiden tot het niet doorgaan van een uitzetting, bij wijze van spreken op de vliegtuigtrap. Dat lezen wij ook. Dat kan niet zo zijn. Wat gaat de staatssecretaris daar verder nog aan doen?

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ik ben benieuwd waar de CDA-fractie nu ziet dat de terugkeer is gestegen, dat er meer mensen teruggaan. Wat is de bron daarvan? Ik ben het eens met de afbouw van noodopvangen. Dat willen wij nu wel eens een keer zien. Vraagt u nu aan de staatssecretaris om concrete cijfers wat betreft de afbouw van de noodopvang, van wat nu nog in werking is bij welke gemeente met hoeveel plaatsen?

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Die laatste vraag zou uw vraag kunnen zijn. Ik heb gevraagd hoe het staat met de gemeentelijke noodopvang en de afbouw daarvan. Dat wil ik gewoon van de staatssecretaris horen.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): In cijfers of in letters?

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): U stelt uw vraag en ik stel mijn vraag. Verder hebben wij ook de cijfers geanalyseerd. Wij zien een recente teruggang. Daar kom ik zo nog op, want een ander probleem is een duidelijke toename.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ik vroeg waar die cijfers staan, waar die cijfers vandaan zijn gehaald.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Die staan in het pakket dat ik hier voor mij heb liggen, het pakket dat u ook hebt.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ja, ja, in het pakket. Ik wil graag een bladzijde. Dit is natuurlijk flauwekul.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Die bladzijde kunt u zelf opzoeken, daar heb ik nu absoluut geen behoefte aan.

De voorzitter: Gaat u door, mevrouw Van Toorenburg.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): De noodopvang baart ons erg grote zorgen. Wij hebben recent een programma gezien waaruit bleek dat deze opvang mede te danken is aan het slechte relatiebeheer van het COA met gemeenten om ervoor te zorgen dat er draagvlak in gemeenten blijft om goede noodopvang te regelen. Wij zien nu dat er ineens tenten moetenworden geplaatst. Er zijn er nu volgens mij 750. Waar komen die andere dan te staan? Komen die daarbij? Wij zien tegelijkertijd – dat is ook een grote zorg van de CDA-fractie – dat het met de alleenstaande minderjarige asielzoekers gewoon niet goed gaat. Wij willen best een heel hard kritisch beleid voeren. Daar staan wij voor. Het kan echter niet zo zijn dat kinderen daarvan de rekening krijgen. Wij willen dat de staatssecretaris daar extra zorg en aandacht voor heeft.

Mevrouw Van Velzen (SP): Dat is heel mooi, dat u zorgen hebt over ama’s. Wat verwacht u nu concreet van de staatssecretaris? Wij weten precies wat zij aan het doen is. Wij krijgen nog een notitie, ergens in het najaar. In de tussentijd blijft alles zoals het is, dus uw zorgen ook. Wat vraagt u nu concreet aan de staatssecretaris?

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Het is inderdaad erg teleurstellend dat die zorg misschien niet de eerste prioriteit heeft, want die zou zij wel moeten hebben. Ik vind het ook teleurstellend dat wij moeten wachten op de maatregelen, maar ik ga ervan uit dat zij zullen komen en dat het met die zorg beter gaat. Wij hebben recentelijk een aantal rapporten gepresenteerd gekregen waaruit blijkt dat Nederland zich eigenlijk een beetje moet schamen waar het gaat om het Haags Verdrag voor de rechten van het kind. Dat wil mijn fractie niet. Wij willen best kritisch en stevig zijn, maar het kan niet zo zijn dat kinderen daar de rekening van gepresenteerd krijgen. De staatssecretaris zal dat heel serieus moeten aanpakken.

Mevrouw Van Velzen (SP): Ik ben het helemaal met u eens, maar ik vraag nu of u concreet kunt aangeven welke maatregelen de staatssecretaris wat uw fractie betreft zou moeten nemen. Dat wij ons moeten schamen en dat het betreurenswaardig is, akkoord. Maar nu concreet: welke maatregelen stelt u voor?

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Ik stel voor dat de staatssecretaris een en ander zo inricht dat kinderen veilig kunnen verblijven in een kindvriendelijke omgeving. Zij moeten niet, misschien uit nood, maar een half uurtje les krijgen omdat wij van gekkigheid niet meer weten wat wij met die kinderen moeten. Dat kan niet zo zijn. Dat moet beter worden ingericht en dat willen wij van de staatssecretaris horen.

De heer De Krom (VVD): Hoe bezorgd is de CDA-fractie over de oplopende gezinsmigratie?

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Ik ga verder met mijn betoog, want bij dat punt was ik aangeland. Wij zijn natuurlijk zeer bezorgd.

De voorzitter: U vroeg naar de gezinsmigratie, mijnheer de Krom. Daar ging mevrouw Van Toorenburg aan beginnen. Ik denk dat het goed is dat zij dat eerst doet.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Dat zou ik graag willen.

De heer De Krom (VVD): Ik heb het antwoord al.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Ah, u hebt het antwoord al. Dan hoef ik misschien de vraag niet te beantwoorden. Dan ga ik gewoon verder met mijn eigen betoog. Wij hebben niet voor niets de motie-Van Toorenburg/Dijsselbloem ingediend. Wij hebben heel grote zorgen over de toegenomen gezinsmigratie. Wij willen dat er een stevige aanpak komt en vinden het teleurstellend dat die er nog niet is. Wij verwachten na het reces absoluut een voorstel voor een integraal beleid, want de gezinsmigratie en de huwelijksmigratie moeten drastisch naar beneden. Die neemt toe. De minister voor WWI heeft dat ook aangegeven in een andere commissie waar ik deel van uitmaak. Het hele integratiebeleid gaat eronder gebukt. Dat kan niet zo zijn. Daarom hebben wij volgens mij zeven items genoemd waar wij specifieke aandacht voor willen hebben. Wij willen niet vandaag een beetje dit en morgen een beetje dat, wij willen een integraal beleid.

Wij zijn er absoluut ontevreden over dat de motie-Van de Camp niet zal worden uitgevoerd. Het kan niet zo zijn dat wij in Nederland, dat gebukt gaat onder vergrijzing, alle deuren open zetten door te stellen dat alle 65-plussers die relaties hebben in Nederland hier naartoe kunnen komen. Kinderen moeten ze nu een korte periode kunnen onderhouden, maar daarna is het aan de Staat. Het kan niet zo zijn dat wij dat blijven volhouden. Wij hebben daarvoor een suggestie gedaan in de motie, die motie is aangenomen en die wordt nu niet uitgevoerd. Ook dat kan niet zo zijn. Wij gaan dat niet vandaag op de allerlaatste dag voor het reces op de spits drijven, maar wij willen wel iets anders. Wij willen dat als de staatssecretaris na het reces komt met haar integrale beleid ten aanzien van huwelijksmigratie, zij daarin de ouderenmigratie meeneemt. Daar willen wij direct na het reces over kunnen debatteren. Wij kunnen niet volstaan met de mededeling dat de motie niet wordt uitgevoerd. Daarom heb ik ook een VAO aangevraagd voor vanavond. Ik wil ervoor zorgen dat dit in elk geval is geborgd. Wij willen een serieuze analyse, een aanpak en uiteindelijk ook een teruggang van de ouderenmigratie naar Nederland. Het kan niet zo zijn dat wij hier in Nederland helemaal niet meer weten wat voor maatregelen wij moeten treffen om de vergrijzing op te vangen en dat wij vervolgens de deuren openzetten voor iedereen die in nood is. Ik kijk ook televisie. Ik zie heel veel mensen in nood in de wereld. Wij kunnen niet alle 65-plussers die het moeilijk hebben naar Nederland laten komen, naar onze verzorgings- en verpleeghuizen. Dat kan niet gebeuren.

Voor het overige sluit ik mij aan bij opmerkingen die zijn gemaakt.

Mevrouw Azough (GroenLinks): Ik heb nog een vraag over uw eerdere opmerking over de noodcapaciteit en de tenten. Wat is uw voorstel aan de staatssecretaris? Moet zij hier niet, zoals wij vinden, direct mee stoppen?

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Ik weet niet of zij er vandaag mee moet stoppen, want dan hebben wij niets. Ik weet niet of dat een goed idee is. Ik heb wel aangegeven dat er justitie-instellingen leegstaan. Er zijn ook justitie-instellingen bij, zoals Maashegge, die daar prima geschikt voor kunnen worden gemaakt zodat mensen op een betere manier kunnen worden ondergebracht dan in een tentenkamp. Ik vind het veel erger dat het zover is gekomen. Ik vind veel erger dat wij van ambtenaren en het COA horen dat wij eigenlijk door onvoldoende relatiebeheer met gemeenten misschien zaken hebben verspeeld, dat wij daardoor mogelijk te weinig ruimte krijgen in gemeenten, dat er te snel is afgebouwd en dat onvoldoende is gezien dat er nog een behoorlijke beweging is in dat dossier. Dat is teleurstellend. Het had nooit zover mogen komen. Ik zeg niet dat die tentenkampen nu dicht moeten, want dan hebben wij niets en staan de mensen op straat.

Mevrouw Azough (GroenLinks): Ik ben het volledig met u eens dat er zo snel mogelijk iets aan moet worden gedaan en ook dat er onvoldoende is geanticipeerd op deze problemen. De staatssecretaris kan er in elk geval in samenwerking met het COA voor zorgen dat de locaties die nu dreigen te worden gesloten alsnog niet worden gesloten. Wilt u met mij de staatssecretaris oproepen om daar zo veel mogelijk werk van te maken?

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Zij moet daar zeker zo veel mogelijk werk van maken. Wij realiseren ons echter ook dat dit op een bepaald moment de bevoegdheid is van de gemeente of dat toe te staan of niet. Dat het uiterste moet worden gedaan, onderschrijf ik absoluut.

De heer De Krom (VVD): Ik begin een beetje genoeg te krijgen van de huilverhalen van de CDA-fractie over waar zij allemaal ontevreden over is. Als het puntje bij paaltje komt, is de CDA-fractie nooit thuis. Het begon natuurlijk met de instemming met het generaal pardon, waar de fractie eerst zo tegen was. Vervolgens heb u 2,5 jaar lang consequent gestemd tegen alle voorstellen die zijn ingediend om de migratie- en asielstromen weer in te dammen. Dat hebt u consequent gedaan, tot vorige week nog. Toen hebt u tegen de motie gestemd om het aantal importbruiden, waar minister Van der Laan zo bezorgd over is, te beperken. Daar hebt u ook nog tegen gestemd. Wat kunnen wij eigenlijk nog concreet van de CDA-fractie verwachten? U hebt een heleboel punten, maar er komt nooit wat van u, U laat het ook allemaal gebeuren.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Dat zijn bijzondere kwalificaties. Wij hebben aangegeven dat wij willen dat de wetten die wij maken, uitvoerbaar zijn. Wij kunnen nu wel roepen: stop dit! Dan weten wij echter ook dat wij de hele samenleving en iedereen die zit te kijken voor de gek houden, omdat wij iets roepen dat niet uitvoerbaar is. Wij weten dat wij gebonden zijn aan bepaalde internationale verdragen. Wij laten ons daar absoluut niet lam door slaan. Wij gaan dat echter wel in een integraal beleid doen, een integraal beleid dat ook in Europa is uit te leggen zodat wij ook in Europa kunnen aangeven dat wij zo niet verder willen. Langs die lijn kan het. Wij zijn voor het uitvoeren van goed en gedegen beleid en niet vandaag iets te roepen, morgen iets te roepen en overmorgen weer iets te roepen. Daarom hebben wij zeven onderwerpen, of zelfs negen, genoemd die wij wat betreft de huwelijksmigratie aangepakt willen zien. Niet morgen dit en overmorgen dat, maar integraal zodat het haalbaar is en wij daadwerkelijk de maatregelen kunnen nemen die genomen moeten worden. Wij gaan niet een beetje met losse flodders knallen waarvan wij bij voorbaat al weten dat zij niet uitvoerbaar zijn – de VVD-fractie is daar meester in – maar wel lekker stoer klinken: morgen op de voorpagina van De Telegraaf. Dat is super. Laten wij echter iets doen wat wel haalbaar is, want daar staan wij voor.

De heer Fritsma (PVV): De motie-Van de Camp was een van de weinige zinnige dingen die wel van de kant van de CDA-fractie op ons is afgekomen. Die gaat over de aanscherping van het ouderenbeleid. U zegt nu: laten wij dat voor het zomerreces maar niet meer op de spits drijven. Wat een onbegrijpelijke reactie! U moet met uw vuist op tafel slaan. U moet tegen de staatssecretaris zeggen dat die motie potverdorie moet worden uitgevoerd. Waarom zegt u dat niet?

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Precies om de reden die ik net noemde. Als de staatssecretaris alleen redenen noemt waarom die motie nu niet kan worden uitgevoerd, nemen wij daar geen genoegen mee. Wij willen weten hoe zij wel kan worden uitgevoerd. Dat willen wij van de staatssecretaris weten. Wij willen dat zij vervolgens met een integraal pakket komt. Dat zal na het reces zijn. Daarom willen wij dat op deze manier. Wij gaan over onze eigen moties. Wij accepteren niet dat deze motie niet wordt uitgevoerd. Wij hebben vorig jaar zomer een paar keer gehad dat een rechter zei dat een bepaald beleid niet kon worden uitgevoerd. Daar heeft de CDA-fractie geen zin in. Wij willen regels die uitvoerbaar zijn en die niet bij de eerste beste rechtszaak omvallen. Dat willen wij gewoon niet hebben.

De heer Fritsma (PVV): Het is in elk geval goed om te horen dat de CDA-fractie niet accepteert dat deze motie niet wordt uitgevoerd. De staatssecretaris heeft aangegeven dat de termijn waarbinnen mensen afhankelijk verblijfsrecht houden drie jaar is. Daarna kan je eigenlijk bijna niets meer tegenwerpen. Vindt de CDA-fractie het niet ook tijd om de afhankelijke verblijfstermijn op te rekken? Die blokkeert nu immers ook de uitvoering van de motie-Van de Camp.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Dat is een mooi punt om mee te nemen. Ik vraag de staatssecretaris dat mee te nemen als zij met haar integraal beleid komt.

De heer Fritsma (PVV): Maar wat is uw mening? Wat is de mening van de CDA-fractie? Die termijn van een afhankelijk verblijfsrecht van drie jaar is een heel groot probleem. Dat geldt ook voor de partner en andere gezinsmigranten. Vaak duurt de relatie niet meer dan drie jaar, is die afgelopen en laten beide partners weer nieuwe partners uit het land van herkomst komen. Dit is het sneeuwbaleffect van de gezinsmigratie dat al decennia lang doorgaat. Dat kan vertraagd worden met het oprekken van die termijn voor afhankelijk verblijf. Het zou goed zijn als de CDA-fractie zich daar eens over uitsprak.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): U hebt ongetwijfeld de minister van Justitie daar al een paar keer over gehoord. Hij is daar op onderdelen zeker mee bezig. Dat is een heel goede lijn. Je zou verder inderdaad kunnen kijken waar die moet worden opgerekt en waar niet. Wij willen dat mensen op eigen benen staan, dus dan maakt het niet zo erg veel verschil. Er zit zeker een kwetsbaarheid in en daar willen wij wel een reactie op.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ik wil het nog even hebben over de motie-Van de Camp. U wilt graag zeker weten dat er geen proces komt. Ik vind wel dat u de kennis van de heer Van de Camp over dit dossier erg tekortdoet. Hij heeft bij zijn motie, die heel zorgvuldig is opgesteld, heel goed overwogen dat zij gewoon uitvoerbaar is. De staatssecretaris wil haar echter niet uitvoeren en heeft in haar brief, die wij pas 30 juni hebben ontvangen, ongeveer drie kantjes nodig om te vertellen waarom de motie niet kan worden uitgevoerd. Volgens mij kan deze motie meteen worden uitgevoerd, zeker gezien de dossierkennis van de heer Van de Camp. Bent u dat met mij eens?

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Ja, maar dan zijn er dus drie juristen in gesprek. Wij weten dat er altijd divers wordt gekeken naar dit soort problematiek. De staatssecretaris zegt dat zij de motie niet uit kan voeren en wij denken dat dit wel mogelijk is. Daarom willen wij een nieuwe analyse van de staatssecretaris over de wijze waarop dat wel mogelijk kan worden gemaakt. Wij accepteren niet dat wij, nu wij gebukt gaan onder vergrijzing, de deuren openzetten. Dat is de strekking van onze motie. Wat eraan moet worden gedaan, moet eraan worden gedaan. Daar willen wij graag een aparte notitie over ontvangen van de staatssecretaris, die zij mag voegen bij de notitie over ons verzoek om aanscherping van de regels voor huwelijksmigratie.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): De motie is van 10 december 2008. De brief erover kwam 30 juni 2009. U gaat dus eerst al akkoord met het feit dat er al zes maanden lang geen uitvoering wordt gegeven aan deze motie, al zeven maanden zelfs. Ik zou de staatssecretaris ervan kunnen verdenken dat zij de brief juist op 30 juni naar de Kamer heeft gestuurd, want zij weet heel goed dat de coalitiepartner CDA haar voor het reces niet laat struikelen over deze bananenschil. Bent u het met die analyse eens?

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Misschien voor een belangrijk deel wel. Het is natuurlijk teleurstellend dat het lang heeft geduurd en dat wij op 8 december de motie-Van Toorenburg/Dijsselbloem hebben ingediend, dat die aangenomen is en dat wij nog wachten op het beleid. Laat het een heel goed beleid zijn, dat wij na het reces krijgen, waar wij daadwerkelijk mee uit de voeten kunnen. Wij willen geen proefballonnetjes, van een beetje hier en een beetje daar. Wij hebben natuurlijk vorige zomer twee van de Verdonkwetten zien sneuvelen bij de rechter. Daar hebben wij geen zin in. Wij willen gewoon dat de staatssecretaris haar werk zo doet dat wij dat niet meer meemaken.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Wanneer wilt u de concrete plannen van de staatssecretaris hebben?

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): De dag dat ik van het reces terugkeer.

Mevrouw Azough (GroenLinks): Voorzitter. Ook mij moet van het hart dat het heel vreemd is dat wij de stukken voor het algemeen overleg laat, of in elk geval heel kort van te voren, hebben ontvangen terwijl dit algemeen overleg al veel langer gepland stond. Het gaat om belangrijke onderwerpen. Ik denk dat ook de staatssecretaris is gebaat bij een zorgvuldige discussie. Die discussie kan alleen maar zorgvuldig worden gevoerd als men de stukken goed heeft kunnen bestuderen. Het spijt mij en ik hoop dat het de staatssecretaris ook spijt, in elk geval genoeg om te voorkomen dat zij dat weer doet. Dit is namelijk niet de eerste keer.

De eerste brief gaat over de verruiming van de bevoegdheden rond vreemdelingentoezicht. Wij wachten de wetsvoorstellen af. Ik zie in eerste instantie niet heel veel kwaad in de voorstellen, maar ik kan daar pas dieper op ingaan als ik de wetsvoorstellen heb.

De brief over het rapport van de CITT bevat wel een probleem. Dat betreft specifiek het feit dat wordt overwogen om eventuele criminele antecedenten van de betrokken vreemdelingen door te geven aan de herkomstlanden. Wat is daar nu precies het nut van? Daarop wordt niet ingegaan in de brief. Wat is het nut voor de Nederlandse overheid en wat is het nut waar het gaat om het bevorderen van het vertrek? Kan het zijn dat er ook impliciet asielgerelateerde informatie wordt meegegeven? Hoe garandeert de staatssecretaris dat dit niet gebeurt? Gaat het om alle soorten criminele antecedenten? Ik wil graag dat de staatssecretaris hierop ingaat omdat ik mij afvraag wat het nut ervan is en ook of zij voldoende toezicht houdt op mogelijke gevolgen en eventuele reacties op het verstrekken van deze informatie.

Dat terugkeer een zeer kwetsbaar onderdeel is van de vreemdelingenprocedure, is niet alleen bij dit kabinet bekend. Dat is al langer bekend. Een groot probleem bij terugkeer is de administratie van de IND, die op orde moet zijn. Ook in het rapport van de CITT wordt duidelijk gemaakt dat zolang die administratie niet op orde is, er veel problemen blijven ontstaan en dat een vicieuze cirkel ontstaat waardoor wij hier voortdurend praten over problemen die hadden kunnen worden voorkomen. Kan de staatssecretaris aangeven hoe zij ervoor gaat zorgen dat dit probleem op korte termijn wordt opgelost? Ook uit vragen die kort geleden zijn gesteld, blijkt dat dit problematisch is. Ik vraag mij af in hoeverre deze staatssecretaris – wij hebben hier een eerder bewindspersoon aan de tafel zitten – ervoor kan zorgen dat de IND zijn werk toch beter gaat doen.

Bij de opvangcapaciteit speelt de IND ook een rol. Het gaat niet alleen over het COA, maar ook over de IND. Het is bizar dat dit probleem is ontstaan. Ik herinner mij dat er niet zo lang geleden, hooguit een jaar, gesprekken werden gevoerd met belangenbehartigers en met vertegenwoordigers van het COA waarin werd aangegeven dat er absoluut geen problemen waren, dat er voldoende buffercapaciteit was en dat de prognoses voor de toekomst heel goed waren. Vervolgens worden wij weer geconfronteerd met grote problemen met de opvangcapaciteit en met oplossingen die wat de fractie van GroenLinks betreft echt niet kunnen, zeker niet structureel. De vraag is in hoeverre deze tenten toch een structurele oplossing moeten worden. Er worden veel investeringen gedaan: er worden wegen geasfalteerd en er worden waterleidingen aangelegd. Dat kan voor die acht maanden. Ik vraag mij echter af of het bij die acht maanden blijft. Kan de staatssecretaris garanderen dat dit een tijdelijke oplossing is en dat die tentenkampen niet worden uitgebreid?

Wat betreft de alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) sluit ik mij aan bij de hartenkreet van mevrouw Van Toorenburg. Ook mijn fractie heeft heel veel zorgen over de opvang voor deze jongeren. Het zijn kwetsbare jongeren die grote risico’s lopen. Het feit dat daar onvoldoende oog voor is en onvoldoende prioriteit aan wordt gesteld vanuit het kabinet, baart mij grote zorgen. Ik vind het ook zorgelijk dat wij nog steeds die herijking niet hebben ontvangen, terwijl wij daar al zo lang over spreken. De coalitiepartijen geven nota bene ook aan dat dit prioriteit moet hebben. Wanneer krijgen wij die herijking en kunnen wij erover praten? Voordat wij die hebben en voordat de maatregelen zijn doorgevoerd, zijn wij weer een jaar of twee verder.

Ik heb gisteren in de procedurevergadering gevraagd om extra informatie over Sri Lanka omdat de situatie daar bijzonder ernstig is. Wij hebben allemaal de beelden kunnen zien van een aantal weken geleden. De situatie in de vluchtelingenkampen is nog steeds zeer zorgelijk. Honderdduizenden Tamils zitten opgesloten in kampen waarin het aan van alles ontbreekt, familieleden zijn elkaar verloren, potentiële verdachten worden zonder omhaal van woorden gearresteerd, de gezondheidstoestand is zeer ernstig en er zijn berichten over verkrachtingen en verdwijningen. Gisteren hebben wij een brief ontvangen van de staatssecretaris. Ik moet zeggen dat in die brief wat mij betreft volstrekt onvoldoende wordt ingegaan op de ernst van de situatie. De staatssecretaris geeft aan dat zij het nieuwe ambtsbericht van juli afwacht. Er ligt een rapport van de UNHCR, maar daar staat volgens haar onvoldoende informatie in om de conclusies die de UNHCR trekt te bevestigen. Dat verhaal horen wij wel vaker waar het gaat over ambtsberichten. Het kabinet gaat uit van zijn eigen ambtsbericht en zo lang er geen dwang plaatsvindt om ervoor te zorgen dat het ander beleid gaat voeren, wordt eigenlijk gezegd: de UNHCR of Human Rights Watch zeggen wel van alles, maar daar gaan wij niet naar luisteren. Wie de laatste berichten over Tamils in Sri Lanka leest, kan niet aan de gedachte ontkomen dat er feitelijk geen binnenlands vestigingsalternatief voor hen is. Kan de staatssecretaris daar nader op ingaan en kan zij toelichten waarom zij geen nadere maatregelen neemt? Wij bereiden hierover een motie voor, want de situatie is zeer zorgelijk.

Vanaf het moment dat deze staatssecretaris in functie was, hebben wij gesproken over de situatie in Griekenland. Eigenlijk is het elke keer hetzelfde verhaal. Er is sprake van interstatelijk vertrouwen en daar moeten wij maar van uit blijven gaan. Er zijn vanaf het begin signalen gekomen dat de situatie zeer ernstig is, dat de detentieomstandigheden zeer zorgelijk zijn, dat er eigenlijk geen sprake is van een zorgvuldige asielprocedure en dat er niet wordt voldaan aan basale normen wat betreft de terugkeerrichtlijn en de Procedurerichtlijn. Ik vraag mij dan toch af hoe de staatssecretaris uit kan blijven gaan van het interstatelijk vertrouwen. Volgens mij vindt zij dat wel makkelijk. Zolang zij niet wordt gedwongen wordt om uit te gaan van het tegendeel, hoeveel kritiek er ook komt van verschillende organisaties als Human Rights Watch, de UNHCR en het Antifolter Comité, maakt het haar niet uit. Haar mening staat vast en zij wijkt daar niet van af. Het feit dat 1100 mensen op het punt staan overdragen te worden, is wat mijn fractie betreft volstrekt onacceptabel. Wij zullen daar opnieuw een motie over indienen. Helaas moet dat opnieuw, want ik zou willen dat het een keer op een andere manier werd bekeken. Waarschijnlijk krijgen wij echter ook dit keer weer hetzelfde antwoord.

De heer Anker (ChristenUnie): Voorzitter. Ik heb eerder deze week al een keer geklaagd over late verzending van stukken door het ministerie van Justitie en dat wil ik eigenlijk niet weer doen. Ik heb echter wel weer een extra argument. De brieven die de staatssecretaris stuurt, worden vaak gevolgd door een briefje van een aantal organisaties. Ik heb die organisaties wel eens verzocht om gewoon één brief in één keer te sturen voor het algemeen overleg in plaats van drie. Dan lachen wij daar een beetje over, want ik lees die brieven natuurlijk met veel plezier. De staatssecretaris moet echter wel weten dat zij mij altijd een tweetrapsraket aanreikt als zij de brieven zo laat stuurt, omdat ik dan ook op het laatste moment weer briefjes van die organisaties krijg.

Ik sluit mij van harte aan bij de woorden van de heer Spekman over Griekenland. Ik vind dat wij voor een ontzaglijk beroerd dilemma worden geplaatst. Er is een verdrag overeengekomen, uitgaande van het idee dat iedereen op een goede manier zijn verantwoordelijkheid neemt en je krijgt sterkere twijfels of een van de verdragpartners die verantwoordelijkheid wel goed neemt. Ik zie wel dat de staatssecretaris veel doet aan Griekenland. Zij stuurt mensen uit de Nederlandse praktijk daarheen – het COA heeft dat wel vaker gedaan, ook op Cyprus en Malta – om uit te leggen hoe je opvang kunt organiseren. Zij heeft dat ongetwijfeld ook met andere organisaties gedaan. Zij gebruikt in haar brief een brede term, ik meen «een groep functionarissen». Ik wil weten wat die precies doen. Zij stuurt ook mensen mee met de mensen die worden teruggezonden zodat wordt toegezien op een goede overdracht. Het ziet er een beetje naar uit dat dit het is.

VluchtelingenWerk Nederland heeft de suggestie gedaan om een manier te vinden om ervoor te zorgen dat Griekenland wordt aangesproken op wat het doet door het Europees Hof. Begrijp ik goed dat de staatssecretaris zich aan het voorbereiden is op dergelijke acties? Als wij het verdrag niet eenzijdig kunnen opzeggen, is zij dan wel van plan om zo veel mogelijk zichtbaar maken dat hetgeen Griekenland doet gewoon niet deugt? Heb ik dat goed begrepen? Als zij dat op dit moment nog niet doet, wat vindt zij dan van die gedachtegang? Kan zij daarin meegaan en kan zij daarover meedenken?

Staatssecretaris Albayrak: Zij, dat ben ik?

De heer Anker (ChristenUnie): Ja, staatssecretaris. Ik moet via de voorzitter spreken, dus dan bent u automatisch de derde persoon.

Ik heb indertijd een motie van de heer Spekman ondertekend over de Reba. Wij vroegen om de regeling zo aan te passen voor statushouders die nog door het COA worden opgevangen dat zij meer van hun inkomen uit werk mogen behouden. Het is belangrijk dat zij zo snel mogelijk worden geactiveerd zodat zij ook snel uit het asielzoekerscentrum aan het werk kunnen. De regeling is nu gewijzigd, maar in de praktijk leidt wijziging in een aantal gevallen tot een duidelijke verslechtering van de positie van asielzoekers en statushouders. Voor de oude groep voert de staatssecretaris een eerbiedigingsbeleid. Een feit blijft dat de nieuwe regeling voor de kleinverdieners – het zijn helemaal geen heel grote verdieners – niet bepaald stimulerend of motiverend werkt. Ik zou toch graag van de staatssecretaris willen horen hoe zij de toekomst van deze regeling voor zich ziet, met ook echt die stimulans en die motivering erin. Ik wil eigenlijk even wegblijven bij een discussie over percentages. Mijn vraag is hoe een stimulans in de regeling kan worden opgenomen waardoor mensen inderdaad aan het werk gaan en zich ook al tijdens hun verblijf in het asielzoekerscentrum voorbereiden op de arbeidsmarkt.

Ik begrijp het ongeduld van mevrouw Azough over Sri Lanka ergens wel. Wij hebben in het vorige algemeen overleg over vreemdelingenbeleid gevraagd om een nieuw ambtsbericht. Dat was nog voor de grote omwenteling die daar de afgelopen maand heeft plaatsgevonden. Ik zou het liefst vandaag precies weten waar wij mee aan de gang moeten gaan. Wanneer is het ambtsbericht beschikbaar? Ik dacht dat dit in juli zou zijn. Dat heeft zij ook geschreven. Het moet echt snel komen. Ik wil ook weten op welke termijn de staatssecretaris met haar beleidsreactie daarop komt.

Mevrouw Van Velzen (SP): Vindt u het een fijn plan om die ambtsberichten en nadere regels af te wachten en in de tussentijd geen mensen uit te zetten naar Sri Lanka als er een gerede kans is dat zij daar risico lopen? Bent u dat met mij eens?

De heer Anker (ChristenUnie): Als het goed is werkt ons asielbeleid op zo’n manier dat dit wordt bekeken. Het is niet de bedoeling dat wij mensen terugsturen als er een groot gevaar is. Zo moet asielbescherming werken. Het ambtsbericht komt als het goed is met een week. Ik ga ervan uit dat wij in de tussentijd met wijsheid omgaan met het beleid ten aanzien van Tamils. Ik ben er niet voor om direct weer vanuit de Kamer een moratorium in te stellen. Dat heeft namelijk ook een heleboel juridische consequenties. Daar hebben wij vaker over gesproken.

Ik denk dat het goed is dat de staatssecretaris op een rijtje heeft gezet wat zij allemaal aan het doen is ten aanzien van terugkeer, ook in reactie op het rapport van de CITT. Ik begrijp dat mensen zeggen dat het wel heel erg veel diplomatie is. Dat is het natuurlijk voor een groot gedeelte wel. Wij zijn erg afhankelijk van andere partners, zoals de Chinese overheid. Ik zou wat meer willen horen over de inzet van de minister van Buitenlandse Zaken. Wij hebben daar een tijdje geleden op ingezet. Wij hebben zelfs een keer – de heer Van de Camp heeft dat nog manhaftig ingezet – een gesprek met de Chinese ambassadeur aangevraagd. Het is duidelijk dat China zich niet zo gek veel aantrekt van wat wij vinden. Het zegt zelfs een Tweede Kamerdelegatie de wacht aan. Desalniettemin moeten wij daar fel op blijven. Dit is echt een onderwerp dat er, naast alle mensenrechtenthema’s die spelen, bij moet worden gehouden.

Ik heb nog enkele praktische vragen. Er komt een terugkeerfunctionaris. Hoe gaat zijn rol precies uitzien, zeker in relatie met het Platform Duurzame Terugkeer? Dat platform heeft zelfs ooit een heel mooie tekening gemaakt, een soort cirkeldiagram, waarin het heeft aangegeven wat zijn rol is en wat de rol is van bijvoorbeeld de IND. Er zijn overdrachtsmomenten of momenten waarop gezamenlijke verantwoordelijkheden zijn. Ik denk dat het goed is om duidelijk te maken wat de positie van die terugkeerfunctionaris wordt. Wij krijgen ook regelmatig te horen dat er binnen de vreemdelingenketen, bijvoorbeeld tussen de IND en de DT&V, een moeizame communicatie is over de overdracht van dossiers en dat soort zaken. Hoe staat het daarmee? Men vindt van alles en nog wat over de IND, maar dit is wel een heel belangrijk punt, zeker waar het gaat om het bevorderen van terugkeer.

Er is ook gesproken over leges. Daar hebben wij een algemeen overleg over gehad. Ik kreeg het idee dat zo langzamerhand ook het bedrijfsrestaurant en de vuilnisophaaldienst werden verrekend in de leges die de IND berekende. Er komt een nader onderzoek. Hoe ziet het er concreet uit? Er wordt aangegeven dat er iets van Ernst & Young is. Er wordt opnieuw gekeken naar de kostprijssystematiek. Het is allemaal wel erg voorzichtig. Wanneer krijgen wij de resultaten en wat verwacht de staatssecretaris ervan?

Wat betreft de COA-capaciteit sluit ik mij van harte aan bij de klachten die door anderen zijn geuit. Natuurlijk is het ontzettend lastig dat het COA telkens weer de discussie en het gevecht aanmoet met lokale overheden om een plek te krijgen en een tijdelijke of een vaste vergunning voor zaken, maar is er nu niet meer aan te doen om vanuit de rijksoverheid het COA meer te ondersteunen? Het COA komt vaak met de vraag om een buffercapaciteit te mogen aanhouden. Ik vind dat altijd een beetje lastig. Het is een zelfstandig bestuursorgaan, dus het moet ook een beetje zijn eigen boontjes doppen. Hoe gaat de staatssecretaris het gesprek aan met het COA over hoe het omgaat met schommelingen? Soms heb je een bijzonder moment waarop er een vakantiepark moet worden platgelegd als ineens 700 Chinezen zich melden. Dat zijn uitzonderingen, daar wil ik mij niet op richten. Wij krijgen nu wel te veel alternatieve huisvestingsvormen achter elkaar en dat kan toch niet de bedoeling zijn.

Mijn laatste vraag betreft de Belgiëroute. In de brief schrijft de staatssecretaris dat zij een pilotonderzoek doet naar schijnrelaties. Als mensen op basis van een relatie iemand over laten komen, wordt wel een beetje gecontroleerd die relatie nog steeds bestaat. Ik heb al eerder gevraagd of wij dat niet kunnen combineren met de Belgiëroute, zeker als er meermalen een vrouw uit bijvoorbeeld Marokko wordt gehaald. De staatssecretaris zegt dat dit twee verschillende onderzoeken zijn. Ik wil daar toch graag even wat meer over horen. Ik wil weten waarom dat wel of niet werkt. Als iemand meermalen een bruid laat overkomen, is dat toch ook een indicatie dat er iets niet deugt? Kan er nu echt geen combinatie worden gemaakt met het checken van de echtheid van relatie?

De voorzitter: Wij zijn aan het eind gekomen aan de eerste termijn van de Kamer. De staatssecretaris wil gelijk antwoorden. Voordat zij dat doet, zal ik de Kamer nog even informeren over de B9-regeling en het mogelijke misbruik daarvan. Wij hebben een brief gekregen op 9 juni voor het debat van 10 juni over mensenhandel en de B9-regeling. In die brief is de minister van Justitie ingegaan op berichten in de media, RTL en het Algemeen Dagblad, over valse aangiften ter zake van mensenhandel en het verkrijgen van een zogeheten B9-vergunning. Behalve inhoudelijke argumenten met betrekking tot stafbare feiten et cetera, is aan het eind van die brief gesteld dat de signalen, zowel van de zijde van de politie als die van de hulpverlening, de nationaal rapporteur mensenhandel hebben doen besluiten nader onderzoek naar deze problematiek te verrichten alsmede een expertmeeting te organiseren over dit onderwerp. Het Bureau Nationaal rapporteur mensenhandel komt in zijn zevende rapportage hier uitgebreid op terug. Daar is de commissie op 10 juni mee akkoord gegaan. Daarmee zou ik dit onderwerp vandaag verder niet aan de orde willen stellen.

De heer De Krom (VVD): Ik heb wel een paar vragen gesteld. Worden die daarin meegenomen?

De voorzitter: Dat lijkt mij wel.

De voorzitter: Voor ik het woord geef aan de staatssecretaris voor haar beantwoording in eerste termijn, hebben mij wat berichten bereikt dat een aantal leden nu al inziet geen behoefte te hebben aan een tweede termijn. Dat is een goed inzicht volgens mij, want gezien de tijd zullen wij daar nauwelijks aan toekomen. Ik stel de Kamer voor om deze bijeenkomst toch om 17.30 uur te beëindigen. Er is door de Kamer ruim tijd genomen om vragen te stellen, maar ook om elkaar te interrumperen. In de termijn van de staatssecretaris zal ik de Kamer wat betreft interrupties iets korter houden dan in de eerste termijn van de Kamer. Ik doe dat het met het oog op het feit dat ik deze vergadering om 17.30 uur wil beëindigen en dat er al een VAO is aangevraagd.

De heer Anker (ChristenUnie): Ik weet nog niet of ik behoefte heb aan een tweede termijn. Ik ben niet van plan om die van te voren uit te sluiten. De staatssecretaris kan heel goed antwoorden, maar het zou toch fijn als er een kwartiertje overschiet aan het eind.

De voorzitter: Ik heb van een aantal van uw collega’s begrepen dat zij 17.30 uur een mooie eindtijd vinden. Als wij die hebben afgesproken, is het volgens mij goed om daar zo veel mogelijk naar te streven. Ik geef het woord aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Albayrak: Voorzitter. Ik wil de beantwoording doen in de volgorde van de sprekers, want de woordvoerders hebben in hun inbreng een selectie gemaakt van de vele brieven. Ik denk dat het goed is dat ik nu, ook gelet op het feit dat er zo veel sprekers zijn, iedereen probeer recht te doen, zoals de Kamer van mij gewend is, in het laatste debat voor het zomerreces over asiel- en migratiebeleid.

De heer Fritsma sprak zijn teleurstelling uit over het feit dat er zoveel over het zomerreces heen is getild. Dat komt doordat wij voor een aantal zaken meer tijd nodig hadden, maar ook doordat een aantal zaken een soort zwaan-kleef-aan zijn geworden door spoeddebatten en publiciteit waardoor zaken die wij hadden toegezegd steeds groter zijn geworden. De brief over de huwelijksmigratie is daar een voorbeeld van. Ik zal daar straks inhoudelijk nog veel meer over zeggen. Bovendien werken wij met beperkte capaciteit. Als ik terugblik en zie hoeveel wij wel hebben gedaan, welke brieven de Kamer wel heeft gehad en welke maatregelen en wetten zijn voorbereid en ingediend, is dat echt een prestatie van jewelste. Er wordt hard gewerkt op het ministerie van Justitie.

Dat er zaken na de zomer komen, vind ik niet zo heel erg dramatisch. Ik vind het juist goed dat wij een aantal van de wat grotere, principiële thema’s na de zomer, goed voorbereid, met de Kamer bespreken. Ik noem er een paar: huwelijksmigratie, de Europaroute en de minderjarigen. Ik denk dat een fundamenteel debat over hoe wij in Nederland omgaan met alleenstaande minderjarige vreemdelingen inmiddels echt nodig is. Ik heb naar aanleiding van de toezegging een paar keer een voorstel gezien waarin steeds op een paar punten zaken werden gewijzigd, maar ik was daar steeds niet tevreden over. Ik denk dat inmiddels de vraag is of wij het amv-beleid, het specifieke beleid voor alleenstaande minderjarigen, niet moeten inruilen voor een ander type beleid en een ander type bescherming van de minderjarigen binnen het algemene beleid. Ik denk dat dit veel meer recht doet aan de positie van het kind en de zorgen van de heer Spekman. Hij zegt: wij zetten ze drie jaar in de marge van de samenleving en als zij achttien zijn, zetten wij ze op straat en vallen zij in handen van mensenhandelaren et cetera. Dat onderwerp heb ik zelf groter gemaakt, omdat ik vind dat het een fundamenteel debat waard is.

Een ander thema dat na de zomer aan de orde komt, is het categoriaal beschermingsbeleid, omdat het over de toekomst gaat van het concept «bescherming in Nederland». Dat is een debat dat goed wordt voorbereid en dat ik met de Kamer wil voeren. Het klopt dus niet helemaal dat alles over het zomerreces is getild. Wij hebben al veel gedaan. Er komt nog veel meer aan. Dit kabinet heeft nog bijna twee jaar om met de Kamer over al deze zaken, die vooral gaan over de periode na deze kabinetsperiode en de toekomst van het toelatingsbeleid in Nederland, van gedachten te wisselen. De heer Fritsma zegt dat het een beetje op flauw voetbal lijkt omdat als mensen een beetje flauw hebben gevoetbald, zij tijd gaan rekken omdat zij aan het verliezen zijn. Volgens mij hoef je maar één voetbalwedstrijd gezien te hebben om te weten dat de winnaars tijd rekken, degenen die absoluut voor staan. Winnende voetbalteams rekken de tijd om ervoor te zorgen dat het goed komt. Wij rekken geen tijd. Dit gaat allemaal komen. Ik zal daar met veel plezier met de Kamer over van gedachten wisselen.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): U zegt dat u vooral bezig bent met zaken voor na deze kabinetsperiode, staatssecretaris. Dat lijkt mij toch niet echt de bedoeling van een staatssecretarisschap, dan moet je dingen regelen in je eigen kabinetsperiode. Wij zijn nu weer vijf minuten kwijt aan een inleiding die nergens over gaat. Ik hoor graag concrete antwoorden. U zou beginnen met de eerste spreker, dus graag concrete antwoorden.

Staatssecretaris Albayrak: Ik ben antwoord aan het geven. Ik heb niet gezegd dat ik met maatregelen wacht op volgende kabinetten, ik heb gezegd dat ik erover nadenk hoe het migratie-instrument mede kan bepalen hoe Nederland eruit ziet in de toekomst. Als wij nu nadenken over hoe Nederland er over twintig jaar uitziet, moeten wij nu maatregelen nemen in het immigratiebeleid. Dat is wat ik heb gezegd.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Als u nu geen maatregelen neemt, is Nederland intussen overstroomd met allerlei asielzoekers en importbruiden.

Staatssecretaris Albayrak: Wij zijn het met elkaar eens.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ja, dat zijn wij met elkaar eens, maar u kunt er iets aan doen. Doe dat dan ook.

Staatssecretaris Albayrak: Dat doe ik ook. Daar gaan al die concrete vragen over en daar geef ik ook met veel plezier antwoord op.

De heer Spekman (PvdA): Ik heb er moeite mee dat termen als «overstroomd» worden gebruikt, want dat is feitelijk ook weer niet waar. Wij kunnen allemaal in overdrijving vervallen en proberen tegen elkaar op te bieden ...

De voorzitter: Ieder kiest zijn eigen woorden, mijnheer Spekman. De staatssecretaris heeft nu het woord.

Staatssecretaris Albayrak: Ik kom op de Europaroute. Nog voordat de Kamer dit thema agendeerde, ben ik zelf al aan de slag gegaan, zowel in Europa als nationaal, om te kijken wat er aan de hand is. Het stoorde mij enorm dat wij er op geen enkele manier achter kunnen komen hoe veel mensen uit Nederland zich in België vestigen. Daarom is de registratie ter hand genomen. Europeanen hoeven zich niet te registeren. Als een Belg hier komt wonen, hoeft hij niet naar de IND. Als een Belg hier een aanvraag indient voor toelating van een partner uit een niet-EU-land, wordt dat natuurlijk wel ergens geregistreerd. Dat was voor mij een aanknopingspunt om België te vragen of wij kunnen samenwerken om daar zicht op te krijgen. Ik kan dat Europees regelen. Sterker nog, bij de evaluatie van de gezinsherenigingsrichtlijn is dit ook precies mijn inzet. Niet alleen Nederland maakt zich zorgen over dit fenomeen, maar ook andere landen als Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Zij brengen dit ook in. Wij gaan daar met vereende krachten mee door.

Ik heb al gezegd dat wij nationaal al ontzettend veel hebben gedaan. De aanscherping van het aantonen van een duurzame relatie is er zo een. Dat is een heel recente aanscherping. Ik heb gezegd dat niet moet worden gewacht op de onderzoeken die lopen. Ik kan ook nu al maatregelen nemen. Samenwonende partners kunnen ook gebruikmaken van het Europees recht. Ik heb gezegd dat ik daar een aanknopingspunt heb om uit te mogen gaan van de duurzaamheid van de relatie. Dat is inmiddels gewijzigd.

We hebben hier een pilot, omdat ik de aantallen niet-Europeanen die door middel van Europeanen naar Nederland komen – dus niet de Europaroute, maar de Nederlandroute – nogal fors vond. Na onderzoek liet de pilot Haaglanden zien dat er misschien rare dingen gebeuren. Dat was voor mij de reden om dat te koppelen aan een veel groter onderzoek waar de IND en ook het WODC al mee bezig waren. U hebt al enkele keren van mij vernomen dat de resultaten daarvan in het najaar zullen komen, waarschijnlijk in september. Dat is niet alleen een kwantitatief onderzoek, maar ook kwalitatief; welke nationaliteiten zijn het, hoe lang hebben ze in dat andere land, bijvoorbeeld België of Duitsland gewoond voordat ze hier naartoe kwamen? Ik blijf zeggen dat ik natuurlijk helemaal achter het principe van vrij verkeer in Europa sta, een van de fundamenten van de Europese samenwerking. Dat is ook wat Europa Europa heeft gemaakt, dat levert duurzame vooruitgang op en veiligheid in Europa. Wij hebben afgesproken dat als een Pool in Nederland wil komen werken of een Portugees bij Europol hier, de partner mee mag komen en dat als die partner al in dat andere land woont of sprake is van gezinsvorming, niet de nationale toelatingsregels gelden maar de Europese. Het gebruik van die Europaroute is ook helemaal niet erg en is ook bedoeld om te zorgen voor meer mobiliteit van werknemers. Zodra er echter sprake van misbruik of van fraude is, bijvoorbeeld als mensen alleen maar in een ander land gaan wonen om de nationale regels te omzeilen of als tegen betaling niet bestaande huwelijken worden opgevoerd om iemand hier naartoe te kunnen halen, treden wij op. Dat is waar mijn aandacht zich in Nederland en in Europa op richt. Er zijn dus twee routes; de evaluatie van de richtlijn gezinshereniging en de evaluatie van de richtlijn vrij verkeer. Beide zijn aanknopingspunten om dit aan te dragen. Wat betreft de richtlijn vrij verkeer hebben wij de Commissie gevraagd om met aandacht voor dit punt richtsnoeren op te stellen om fraude en misbruik te voorkomen. Volgens mijn laatste informatie zullen die richtsnoeren vandaag of in ieder geval een dezer dagen verschijnen.

De heer Fritsma (PVV): Voor sommige zaken heb je geen onderzoek nodig om te weten dat het zo krom is als een hoepel. De Europaroute is daar een voorbeeld van. Als een gezinsmigrant uit bijvoorbeeld Marokko naar Nederland komt onder het beleid van die Europaroute, vervallen gewoon alle voorwaarden; de inkomenseis zoals wij die kennen, een machtiging tot voorlopig verblijf, voorheen de samenwoningseis waar wij nu zes maanden van maken, wat natuurlijk niets voorstelt, het openbareordebeleid, zoals wij dat binnen ons nationale beleid kennen, de Wet inburgering in het buitenland. Alles vervalt en dat kan toch niet? Dat kunt u toch niet goed vinden? Ik heb het interview in De Telegraaf met minister Van der Laan gelezen waarin hij zich beklaagt over het bestaan van die Europaroute, maar u laat die route gewoon intact en wil alleen misbruik aanpakken. Ik vind die woorden van minister Van der Laan met terugwerkende kracht dus superongeloofwaardig, want als puntje bij paaltje komt, doet het kabinet helemaal niets. Het is alleen stoere praat voor de bühne. Dat toont dit probleem van die Europaroute maar weer eens perfect aan.

De voorzitter: Ik vind dat interrupties echt wel wat korter mogen.

Staatssecretaris Albayrak: Ik heb inmiddels helemaal geen illusie meer dat ik de heer Fritsma zal kunnen overtuigen die überhaupt afschaffing van de Europese Unie wil, in ieder geval als het gaat om de Europese samenwerking op het terrein van asiel en migratie. Ik laat het dus maar even bij de argumenten die ik net noemde. Overigens zijn de zorgen van de heer Van der Laan ook helemaal de mijne. Daarom treden wij ook zo hard op, hebben wij niet gewacht tot de uitkomst van het onderzoek en hebben wij al maatregelen genomen. De heer Van der Laan heeft overigens ook nog aangekondigd dat hij vanuit zijn verantwoordelijkheid voor inburgering gaat onderzoeken of het mogelijk is dat ook Europeanen onder die inburgeringsplicht kunnen vallen. Nu kan dat alleen op vrijwillige basis.

De heer Fritsma (PVV): Als iemand uit bijvoorbeeld Marokko naar Nederland wil komen met gebruikmaking van die Europaroute, is hij niet inburgeringsplichtig. U zegt zelf dat inburgering dan vrijwillig is. Maar hoe beoordeelt u het nu dat deze mensen niet hoeven in te burgeren, dat zij compleet onvoorbereid zonder ook maar een paar woordjes van die Wet inburgering buitenland te kennen in de Nederlandse samenleving komen?

Mijn tweede concrete vraag...

De voorzitter: Dat zijn dan alweer twee wat langere vragen!

De heer Fritsma (PVV): Het gaat nog om een concreet punt namelijk criminelen. Ook zij hebben voordeel bij die Europaroute. Erkent u dat? Het openbareordebeleid voor EU-onderdanen, dus ook voor hun partners, is veel zwakker dan het gangbare openbareordebeleid. Hoe kunt u nu zeggen dat u misdadigers aanpakt als die weer voordeel hebben van die Europaroute die u intact laat?

De voorzitter: Mijnheer Fritsma, u moet u niet steeds herhalen als ik u de gelegenheid geef om een korte aanvullende vraag te stellen.

Staatssecretaris Albayrak: De heer Fritsma weet dat ik dat erken. Sterker nog, ik heb in de laatste debatten die wij hierover hebben gehad ook gezegd wat ik met de aspecten van de openbare orde van Europeanen doe. Dat is vooral zoeken naar een manier waarop wij ervoor kunnen zorgen dat niet alleen de allerergste criminelen geweerd kunnen worden – wij hebben immers nu al de bevoegdheid om Europeanen op basis van openbare orde te weigeren – maar ook de minder erge criminelen, bijvoorbeeld veelplegers die echt een overlast zijn voor de samenleving. Dat moet in Europa geregeld worden bij de evaluatie van de richtlijn vrij verkeer. Daar blijven wij ook op inzetten.

De heer Fritsma gaf het voorbeeld van een Marokkaan die zonder inburgering komt. Ik treed niet alleen op tegen fraude, schijnhuwelijken et cetera, maar ook tegen oneigenlijk gebruik van die Europese regels. Als die worden gebruikt om nationale regels te omzeilen, is dat per definitie niet goed en kunnen wij ook optreden. Ik heb nog op mijn netvlies die NOVA-documentaire waarin een Nederlander met zijn jonge Chinese vriendin uitgebreid en trots vertelde dat hij naar België was verhuisd om zijn partner te kunnen laten komen, omdat daar een verblijfsvergunning maar € 8 kost en hier bijna € 830. Als mensen zoiets dan nog eens klip en klaar vertellen, dan moeten wij daar ook tegen kunnen optreden.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): In 2006 liepen er al gesprekken met de Belgische overheid over die Europaroute. Op 27 januari 2009 geeft u aan dat er een onderzoek begint dat voor de zomer klaar zou zijn, maar dat blijkt nu na de zomer te worden. Handmatig zouden er zo’n 400 dossiers worden doorgelicht. Hoe veel daarvan zijn er nu al doorgelicht?

Staatssecretaris Albayrak: Er worden op dit moment inderdaad zo’n 400 dossiers handmatig bekeken, maar ik weet niet hoe ver men daarmee is.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): In de brief staat «zullen handmatig doorgenomen worden». Ik begrijp daaruit dat op dit moment nog geen enkel dossier is doorgenomen.

De voorzitter: Ik heb u gezegd dat dit onderzoek in september klaar is. Dan krijgt u echt alle feiten en mijn beleidsreactie daarop.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Maar september...

De voorzitter: Dit kan echt niet zo. Zo komen wij echt niet verder dan de beantwoording van twee sprekers. Als de staatssecretaris toezegt dat wij het in september krijgen, dan moeten wij het daar maar even bij houden.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): In de commissie WWI hebben herhaaldelijk aangedrongen op inburgering van ook Europeanen. Zou de staatssecretaris dit mee willen nemen, want dat zou uiteindelijk wel eens de oplossing kunnen zijn?

Staatssecretaris Albayrak: Met de minister voor WWI zijn wij bezig met die integrale visie op huwelijksmigratie. Daar zou dit ook prima bij passen. Hij heeft al toegezegd dat onderzoek naar de mogelijkheden om inburgering aan Europeanen op te leggen. Ik ga ervan uit dat dit ook in die integrale visie terugkomt, inclusief de beleidsreactie en de maatregelen.

Toen mij werd gevraagd of wij die visie pas naar de Kamer zouden sturen als ook alle onderzoeken naar de Europaroute klaar zijn, zei ik dat ik dat te laat vond. U zou het voor de zomer krijgen. Om een aantal redenen is dat niet gelukt en wordt het na de zomer. Omdat dat gezamenlijk onderzoek van IND en WODC naar de Europaroute ergens in september klaar is, zou het november worden voordat u die integrale visie zou krijgen. U krijgt dus eerst die integrale visie en daarna de resultaten van dat onderzoek. Waar wij vooruit kunnen lopen, bijvoorbeeld als het gaat om de inburgering, zullen wij dat natuurlijk doen.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): De staatssecretaris heeft net toegezegd dat zij dat onderzoek in september aan de Kamer zou aanbieden.

Staatssecretaris Albayrak: Ik zei dat het waarschijnlijk in september zal worden afgerond en dat ik u daarna mijn beleidsreactie daarop zal doen toekomen.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Dan wil ik graag alsnog antwoord op mijn vraag: wanneer is dat dan? Nu wordt het weer vertraagd. Aan «mogelijk» heb ik niets, graag een tijdsaanduiding. Ik neem aan dat die dan begin oktober bij de Kamer ligt!

Staatssecretaris Albayrak: Mevrouw Verdonk, u weet toch hoe dat werkt? Er komt een rapport...

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ik zou ook gezegd hebben dat ik ervoor zou zorgen dat het er in september is.

Staatssecretaris Albayrak: Als ik in staat ben om mijn conclusies op basis van het rapport dat ik nog niet ken in september te formuleren, dan zal ik dat met de grootste snelheid doen. Ik heb helemaal geen behoefte aan vertraging op dit dossier.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Dus wanneer?

Staatssecretaris Albayrak: Zodra ik dat kan.

De heer Fritsma had een vraag over het driejarenbeleid. Naar aanleiding van de motie van mevrouw Van Toorenburg kaart hij een ander probleem aan, namelijk dat mensen na drie jaar een zelfstandige vergunning krijgen. Vooral onder het vorige kabinet is dat langdurig en veelvuldig onderwerp van discussie geweest. Toen is er uitdrukkelijk voor gekozen om die termijn van drie jaar niet te verlengen en die lijn ondersteun ik. De heer Fritsma sprak over tien jaar, maar ook voor de verlenging na vijf jaar is toen niet gekozen op basis van de ervaring dat de afhankelijkheid van met name van de man afhankelijke vrouwen van wie wij willen dat zij heel snel gaan participeren en integreren als zij als importbruid komen alleen maar verlengd zou worden met alle gevolgen van dien. In de debatten over bijvoorbeeld huiselijk geweld, heb ik gezegd dat wij deze vrouwen nadrukkelijk willen beschermen door hen na drie jaar een eigen verblijfsvergunning te geven, zodat de man niet meer kan dreigen door te zeggen dat als zij naar de IND of de politie gaat zij zal worden weggestuurd. Omdat wij die vrouwen uit die situatie wilden halen, is daarvoor gekozen. Bovendien kan volgens de internationale regelgeving een verlenging naar tien jaar niet eens. In ieder geval de Europese richtlijn gezinsvereniging houdt dat tegen.

De heer Fritsma (PVV): Dat laatste betwijfel ik toch echt. In Denemarken krijgt men pas na zeven jaar een permanente verblijfsvergunning en moet men die drie jaar hebben gehad om een partner te kunnen laten overkomen. Hoeft Denemarken zich dan niet aan al die richtlijnen en verdragen te houden?

Erkent u niet dat het sneeuwbaleffect problematisch is van gezinsmigranten die na drie jaar een zelfstandige verblijfsvergunning krijgen en dus ook op hun beurt weer na drie jaar partners uit het buitenland kunnen halen? U kent toch de voorbeelden uit de praktijk? Dat is het sneeuwbaleffect waardoor wij hier tienduizenden gezinsmigranten hebben gekregen. Dat sneeuwbaleffect is desastreus voor Nederland en moet gestopt worden.

De voorzitter: Dat hebt u in uw eerste termijn ook al naar voren gebracht. De staatssecretaris gaat nu antwoorden.

De heer Fritsma (PVV): Daarom is het nodig dat die afhankelijke termijn echt verlengd wordt.

Staatssecretaris Albayrak: Daar is dat helemaal niet voor nodig. Ik ben het wel met u eens dat gezinsmigratie integratie onder druk zet. Voordat mensen mogen komen, moet je dan ook heel erg goed kijken wie je toelaat, maar ook dat zal onderdeel zijn van de brief over huwelijksmigratie die u zult krijgen. Als ze eenmaal hier zijn, is het ontzettend belangrijk dat ook heel snel wordt gewerkt aan participatie en emancipatie van vooral die vrouwen en meisjes. Om dat te doen, hebben wij volgens mij veel meer maatregelen nodig dan wij nu in handen hebben. Met die verkenning zijn wij samen met de minister voor WWI bezig. U staart zich nu blind op een deel van die huwelijksmigratie waar de Wet inburgering buitenland geldt met na drie jaar een zelfstandige vergunning et cetera. Ik wilde daar in antwoord op de heer De Krom iets over zeggen, maar nu u daar weer op terugkomt, kan ik het nu wel zeggen. De stijging in de huwelijksmigratiecijfers in het afgelopen jaar is voor een belangrijk deel te verklaren met de nareizende gezinsleden van toegelaten vluchtelingen. Wij hebben allemaal op ons netvlies dat het de Marokkaan en de Turk en weet ik veel wie het allemaal zijn – daar zien wij ook een stijging, maar wel een redelijk vlakke – maar de hoogste stijging zit in de nareizende gezinsleden van Somaliërs en Irakezen. Wij hebben al honderden malen met elkaar gesproken over hogere aantallen vluchtelingen, Somaliërs en Irakezen, onder andere door het beschermingsbeleid: dat voor Somalië ingesteld door het vorige kabinet en onlangs door mij beëindigd en dat voor Irak door mij ingesteld en door mij beëindigd. Dat laat zien dat het categoriale beschermingsbeleid effect heeft op de instroom. Als je meer mensen toelaat, kun je inderdaad uitgaan van nareizende gezinsleden. Daar mogen wij geen voorwaarden aan stellen, dus geen Wet inburgering buitenland. In landen waar oorlog is, mag je mensen niet vragen om nog eens een cursus te volgen. Wij mogen er ook geen inkomenseisen aan stellen als zij binnen drie maanden inreizen. Ook dat is onderdeel van de verkenning. Ik loop er nu misschien wel heel erg op vooruit, maar nadat het kabinet dit heeft herkend en erkend, gaan wij kijken wat je wel kunt doen om de stijging op een juiste manier te adresseren.

De heer Fritsma (PVV): Een vraag is nog niet beantwoord, namelijk of Denemarken zich niet aan al die Europese richtlijnen en verdragen hoeft te houden, want daar krijgt men pas na zeven jaar een permanente verblijfsvergunning.

Staatssecretaris Albayrak: Ik wil best eens kijken hoe het er in Denemarken aan toe gaat, want natuurlijk moet ook Denemarken zich houden aan richtlijnen. Mij zijn geen bezwaren van de Europese Commissie of inbreukprocedures tegen Denemarken op dit punt bekend.

De heer Fritsma (PVV): Mogen wij het resultaat van dat kijken krijgen?

De voorzitter: Natuurlijk.

Staatssecretaris Albayrak: Misschien kan dat in de brief, dat zal ik bekijken.

Het stapelen van procedures is een oud punt van de heer Fritsma. Ik wil eigenlijk alleen maar verwijzen naar de vele debatten die wij hierover al hebben gehad. Het wordt anders wat flauw en dan moet ik mijn argumenten herhalen waarom het absoluut onmogelijk maken van het indienen van een herhaalde aanvraag niet kan. Wel wil ik nog zeggen wat wij al doen en recent ook hebben veranderd om het stapelen van procedures te voorkomen. Allereerst wijs ik op de Asielbrief waar alle maatregelen in staan en om aan het begin te kijken of er naast de asielgrond bijvoorbeeld nog een medische grond is om een vergunning te verlenen. Zo kun je heel snel toeof afwijzen waardoor mensen niet na maanden of jaren dat hun verzoek is afgewezen nog een procedure moeten starten, want dan zijn ze hier al veel te lang. Bovendien wijs ik erop dat de rechters die vroeger de situatie toetsten toen de vergunning werd geweigerd, nu mogen toetsen op basis van de huidige situatie. Als er nu oorlog in een bepaald land is, kunnen rechters op grond daarvan zeggen dat iemand nu een vergunning moet krijgen. Zeer recent nog de vliegtuigtrap, door velen aangehaald. Die is eenieder eigenlijk een doorn in het oog, alle voorgaande kabinetten ook. Wij hebben enkele maatregelen genomen om dat te voorkomen. Als mensen in vreemdelingenbewaring worden genomen, zegt de Dienst Terugkeer & Vertrek: u hebt nu de kans, hebt u nog gronden, denkt u dat er nog iets met u aan de hand is, bent u ziek, zwak, misselijk, wilt u nog een aanvraag indienen? Neen, dan wordt u nu uitgezet. Als iemand om zijn vertrek te frustreren nog een aanvraag wil indienen, wordt die daar zo ongeveer ter plekke direct afgewezen.

De heer Fritsma (PVV): Mensen die zich vaak tientallen jaren in Nederland hebben opgehouden door de ene na de andere verblijfsaanvrage in te dienen, nodigen wij vlak voor hun vertrek nog eens een keer uit om nog eens een aanvraag in te dienen. Mijnheer of mevrouw, hebt u misschien nog een andere grond in uw hoofd? Natuurlijk zegt men dan dat men niet teruggestuurd kan worden naar het land van herkomst en dat dit nu zijn verblijfsgrond is. Dat nemen wij dan ook weer in behandeling. Dit is toch een gebed zonder einde? U moet toch erkennen dat het pure noodzaak is om dat mes in die praktijken van de procedurestapel te zetten? Dat kan niet anders, want anders lost u deze problemen nooit op.

Staatssecretaris Albayrak: Het is helemaal niet de bedoeling dat als de Dienst Terugkeer & Vertrek die vraag stelt en dat men als men een herhaalde aanvraag indient weer anderhalf jaar kan gaan wachten op de uitslag. Als er geen nieuwe feiten zijn, wordt op dat moment door de IND de aanvraag afgewezen en is dat voor ons de grond om iets wat men nu al doet de weg af te snijden en dat is de vliegtuigtrap. Het is dus echt een verbetering van wat wij nu hebben aan mogelijkheden om die laatste herhaalde aanvraag te voorkomen. Ook hebben wij de mogelijkheden uitgebreid voor vreemdelingenbewaring. Als mensen uitgeprocedeerd zijn, in de illegaliteit verdwijnen, maar dan een of andere reden zien om terug te komen om een herhaalde aanvraag in te dienen, is dat voor ons een reden om die herhaalde aanvraag versneld af te doen en betrokkene in vreemdelingenbewaring te nemen. Ook dit zal mensen ontmoedigen zoiets te doen.

De heer De Krom (VVD): Maar dan moet je ze wel kunnen identificeren en daar zit vaak het probleem.

Staatssecretaris Albayrak: Maar als iemand eenmaal bij ons door de asielmolen is geweest en is uitgeprocedeerd en met onbekende bestemming is vertrokken dan hebben wij dat dossier echt nog wel in huis.

Er is gezegd dat vastzetten of uitzetten nooit zal lukken omdat de vreemdelingenbewaring maximaal zes maanden mag. Wij willen met name criminele illegalen vastzetten en uitzetten. Ik denk dat het ons wel gaat lukken. Het eerste bewijs daarvan hebben wij ook al in handen. Sinds wij werken met de persoonsgerichte aanpak van de top 100 draaideurcriminelen is de politie erg tevreden. Het blijkt mogelijk om de allergrootste lastpakken wel een keer uit te zetten. Van vreemdelingen met een strafrechtelijk verleden kent u inmiddels het percentage wel. Ik vond het overigens wel leuk dat mevrouw Verdonk het omdraaide en vroeg wat er gebeurt met die overige 30%. Gaan die allemaal de straat op? Zij accepteert eindelijk dat 70% van die criminele illegalen wordt uitgezet. En die 30% is in ieder geval vele malen minder dan het ooit geweest is. Ik zet in op de grootste criminele illegalen. Die vreemdelingenbewaring is het grootst probleem niet. Wij moeten aan de voorkant zitten en dan zie je dat wat sinds gisteren in werking getreden, namelijk dat wij veelplegende draaideurillegalen maximaal twee jaar in de ISD-maatregel mogen plaatsen, ondanks het feit dat zij illegaal in Nederland zijn, met als doel om ervoor te zorgen dat ze teruggaan naar de landen van herkomst. Mijn verwachting is– ik hoop werkelijk dat die uitkomt – dat als ze weten dat ze twee jaar moeten zitten, het ineens heel andere koek zal zijn en ze wel zullen zeggen wat hun echte naam is en teruggaan naar hun land van herkomst. Dat soort effecten verwachten wij zeker. Aan de voorkant hebben wij inmiddels al zoveel ingezet qua mogelijkheden om uit of vast te zetten dat ik ervan overtuigd ben dat dit zijn vruchten zal gaan afwerpen.

De vreemdelingenbewaring voor zes maanden maximaal hebben wij in Europa afgesproken, maar als het criminelen zijn mag het maximaal achttien maanden. Onze mogelijkheden voor vreemdelingenbewaring zijn dus helemaal niet zo beperkt door Europa, want dit was al de praktijk in Nederland.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Het zou fantastisch zijn als het inderdaad waar is dat 70% inderdaad is uitgestroomd, maar ik waag dat te betwijfelen. Ik blijf de cijfers dan ook scherp in de gaten houden, want ik zie nog steeds geen bewijzen. Maar er blijft dan nog 30% over en dat zijn er alsnog 132. Waar zijn die dan gebleven?

Staatssecretaris Albayrak: Men kan mij op alle punten aanvallen, maar ik zit hier vanaf de eerste dag bovenop en ik zie de resultaten daarvan. Het komt inderdaad voor dat als wij die crimineel vast hebben, zelfs in de ISD-maatregel die na twee jaar van rechtswege ophoudt, maar ook in de vreemdelingenbewaring als men op een gegeven moment niet uitzetbaar blijkt te zijn...

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Laat ik mijn vraag dan iets concretiseren. Lopen die 132 op straat?

Staatssecretaris Albayrak: Ze zullen ongetwijfeld weer op straat lopen, maar die andere 70% in ieder geval niet. Als er geen zicht is op vertrek, dan beëindigt een rechter de vreemdelingenbewaring en niet de staatssecretaris.

De heer De Krom (VVD): Wij hebben ook al eerder over dat uitzetbeleid gesproken, maar zo succesvol is dat toch niet. Ik heb met de staatssecretaris ook over gerommel met cijfers gesproken. Zij zegt dat 70% van de criminele vreemdelingen wordt uitgezet, maar dat is helemaal niet waar, want zij weet helemaal niet hoeveel criminele vreemdelingen er zijn en zij weet ook niet waar ze zijn.

De voorzitter: Dat debat gaan wij nu ook niet overdoen, daar hebben wij twee weken geleden al een spoeddebat aan gewijd. U wordt het daar toch niet over eens.

De heer De Krom (VVD): Maar de staatssecretaris komt daar elke keer zelf op terug!

De voorzitter: Maar u ook en u wordt het er niet over eens. De staatssecretaris gaat door.

Staatssecretaris Albayrak: Ik heb nooit gezegd dat ik 70% van alle criminele illegalen Nederland heb uitgezet. Wel heb ik gezegd wat de caseload was, hoeveel mensen wij in beeld hadden en hoeveel daarvan daadwerkelijk zijn uitgezet. Dat die vraag nu nog eens wordt gesteld!

De voorzitter: Het was geen vraag, maar een opmerking die iedere keer wordt gemaakt. Dus dat helpt niet echt.

Staatssecretaris Albayrak: De heer De Krom begon met de brief in antwoord op zijn factsheet die heeft gepresenteerd. Hij zei dat cijfers niet liegen en dat ik «beeldvervormend» bezig ben. Welnu, daar heb ik helemaal geen belang bij en ook totaal geen behoefte aan. Ik ben in die brief ook niet beeldvervormend, maar beeldcorrigerend. De heer De Krom noemde totaalcijfers immigratie als een soort schrikbeeld; 140 000 mensen naar Nederland, kansarmen, et cetera. Ik had het niet zo snel bij de hand, maar ik zou hem graag het stenogram laten zien waar hij de duiding gaf aan de cijfers die hij noemde. Ik ben in die CBS-cijfers gedoken en vroeg mij af, waarom u dan ook niet erbij zei dat die cijfers ook de teruggekomen Nederlanders omvatten. Het CBS kijkt immers naar absolute immigratiecijfers, dus ook van autochtone en allochtone Nederlanders en dat zijn redelijk substantiële aantallen. Inderdaad, er gaan er minder weg. Ook zit in die cijfers het beleid door hem in ieder geval op hoofdlijnen is gesteund, namelijk de kennis- en de studiemigratie. Concurrerend Nederland, de daadkracht van Nederland, de economie moet vooruit en daar hebben wij brains voor nodig. Daar is veel kritiek op van andere partijen vanwege de braindrain uit andere landen. Wij zien nu het kennismigrantenbeleid – waar het vorige kabinet met instemming van ook de VVD een aanzet toe heeft gegeven – forse successen afwerpen. Wij merken bijvoorbeeld ook in gesprekken met grote ondernemingen in Nederland dat mensen die ze keihard nodig hebben om te kunnen blijven draaien, makkelijker en sneller naar Nederland kunnen komen. Dat is selectief migratiebeleid. Er zijn partijen in deze Kamer die dat wellicht ethisch wat onjuist vinden omdat het in ons eigen belang is – wij laten mensen sneller en eerder toe met veel meer faciliteiten als wij ze nodig hebben – ik vind dat in ieder geval een verdedigbaar beleid dat ook in die CBS-cijfers zit. In mijn reactie staat geen enkele ontkenning van de stijging die ik net zelf noemde en bovendien net nog nader duidde en verklaarde, onder andere door de nareizende gezinsleden van vluchtelingen. Die cijfers zijn voor ons onderdeel van de brief over huwelijksmigratie en dat is in ieder geval ook het pleidooi van de heer Van der Laan geweest, natuurlijk mede namens mij. Vanaf de eerste dag bekijken wij wat de dwarsverbanden zijn tussen integratie en immigratie. Het was op mijn voorstel dat de heer Van der Laan door mijn ambtenaren een demonstratie heeft gekregen van de migratiecijfers. Op basis daarvan heeft hij gezegd wat hij heeft gezegd. Ook de verkenning naar maatregelen is een gezamenlijke.

De heer De Krom (VVD): Ik ben blij dat de staatssecretaris net als in de brief zegt dat er van geen enkele ontkenning van de cijfers sprake is. Daar zijn wij het in ieder geval dan over eens. Die factsheet klopt grosso modo dus wel. Het punt blijft dat zij die stijging wel zo’n tweeënhalf jaar gewoon laat gebeuren. De heer Van der Laan trekt nu keihard aan de bel, maar het is de portefeuille van deze staatssecretaris. De heer Van der Laan legt voor het eerst het verband tussen immigratie en het al dan niet lukken of falen van integratie. Dit is overigens voor het eerst dat de PvdA dat heeft gedaan. De staatssecretaris moet zich toch een beetje beschaamd voelen dat haar collega die over integratie gaat eigenlijk over haar hoofd heen in haar portefeuille zit te rommelen. Van der Laan heeft gelijk, de staatssecretaris heeft het nooit uit haar mond kunnen krijgen en ik vind het beschamend voor deze staatssecretaris dat haar collega dat moet doen. Er gebeurt helemaal niets.

Staatssecretaris Albayrak: Ik kan nog eens herhalen dat het op mijn initiatief was dat de heer Van der Laan deze presentatie kreeg en dat ook in dit kabinet bewindspersonen over de schotten heen maximaal met elkaar samenwerken als het gaat om thema’s die ons allen raken. Integratie en immigratie waren vroeger in één hand en nu bij twee verschillende bewindspersonen, maar zij hebben inderdaad wel alles met elkaar te maken. Dat contact is nauw en goed en alles wat hij heeft gezegd, heeft hij ook namens mij gezegd. Die brief komt ook namens ons tweeën. U moet dus niet doen alsof u nu iets te pakken heeft, want dat is echt niet zo.

De heer De Krom (VVD): Ik heb niets te pakken, de heer Van der Laan heeft hem te pakken. Die beklaagt zich over de immigratiecijfers.

Staatssecretaris Albayrak: Ik heb eigenlijk al met zoveel woorden gezegd dat naast alle opmerkingen die ik daarover al heb gemaakt, een deel van de oorzaken van die hogere cijfers een direct gevolg is van beleid waar een meerderheid van de Kamer mee heeft ingestemd. Dat zijn het generaal pardon en nareizende gezinsleden en het specifieke beleid voor de Somaliërs en Irakezen.

De heer De Krom (VVD): Daar is de ellende ook mee begonnen, gelijk aan het begin.

De heer Fritsma (PVV): De staatssecretaris spreekt de hele tijd over huwelijksmigratie. Ik zou haar willen vragen om dat niet meer te doen, want dat wekt de suggestie dat er een huwelijk voor nodig is om een partner naar Nederland te halen en zoals wij allemaal weten is dat niet zo. Je kunt ook een partner naar Nederland halen zonder huwelijk. Het woord partnermigratie zou dus iets minder misleidend zijn.

Staatssecretaris Albayrak: Dat vind ik wel een goede suggestie. Het woord huwelijksmigratie gebruiken wij al zo’n 100 jaar en is dus ingeburgerd, ook in alle beleidsstukken. Nederland kent ook al zo’n 100 jaar de gelijkstelling van samenwonende partners en gehuwde partners. Ik wil dat woord partnermigratie voortaan best in alle beleidsstukken proberen door te voeren.

De Krom sprak over de incidenten in het azc in Grave en zei dat het geweld toeneemt. De zorgen van de burgemeester zijn het COA bekend. Ik heb begrepen dat er zo’n twee weken geleden een goed is gesprek geweest tussen het COA en het lokaal bestuur. Met houdt elkaar goed op de hoogte en men zoekt samen ook naar oplossingen, onder andere het inzetten van meer beveiliging, toegangscontrole, eventueel ook een politiepost in de buurt, misschien zelfs op locatie. Ondertussen werkt het COA aan structurele oplossingen voor de situatie aldaar.

De heer De Krom heeft uit de krant over het voornemen begrepen om in Den Haag een asielzoekerscentrum te openen. Ik heb u eerder gezegd dat het COA bijzonder succesvol is in het voeren van gesprekken met gemeenten over duurzame opvang. Dat betekent dat wij eigenlijk af willen van die kortdurende contracten waardoor een deel van de huidige problemen wordt veroorzaakt. Die contracten lopen nu af en kunnen niet snel worden omgezet. Als het COA in gesprek is met Den Haag over een duurzame locatie, dan vind ik dat alleen maar goed. Over de vorm en het hoe is nog niets besloten. De gemeente Den Haag moet overigens zelfs nog tot een besluit komen. Dat wil ik vooral bij de gemeente laten.

Kan ik de garantie geven dat er geen nieuw generaal pardon meer komt? Ja, dat kan ik in ieder geval voor mijn ambtsperiode. Ik denk dat ik ook nog wel kan zeggen dat er onder mijn verantwoordelijkheid ook geen specifiek pardon zal komen. Wat ik natuurlijk niet kan, is over mijn graf heen regeren en zeggen dat ik uitsluit dat welk kabinet op welk moment dan ook in de toekomst tot een generaal pardon besluit.

De heer De Krom (VVD): Dat is duidelijke taal. Kan de heer Spekman hetzelfde zeggen namens de PvdA?

Staatssecretaris Albayrak: U bent met mij in gesprek!

De heer Spekman (PvdA): Inderdaad, maar ik wil best wel zeggen dat zolang ik hier zit ik daar niet voor zal zijn.

De voorzitter: Ik denk overigens dat uiteindelijk de Kamer daarover gaat.

De heer Spekman (PvdA): Ik kan mij voorstellen dat er ooit een VVD’er voor zal zijn, zoals Bush in Amerika er altijd erg voor was.

De voorzitter: Misschien kunnen wij volstaan met te zeggen dat uiteindelijk de Kamer daarover gaat.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): De staatssecretaris kan wel zeggen deze periode niet, maar zij doet in deze periode zo weinig dat ik vrees dat zij het volgende kabinet opzadelt met een gigantisch probleem. Maar als je daar geen oog voor wil hebben, het zij zo.

Ik ga nog even terug naar die 70% van de vreemdelingen die uitgestroomd zou zijn. De staatssecretaris keek zo verheugd dat ik dat geloofde en dacht dat er vast wat in het stuk stond wat ik niet goed gelezen heb en laat dat nu zo zijn. Want volgens de Vreemdelingenrapportage krijgt van de 70% 25% rechtmatig verblijf, dus die criminelen blijven gewoon in Nederland.

Staatssecretaris Albayrak: Op welke pagina leest u dat?

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Bladzijde 27. Het zou overigens leuk zijn als ik een volgende keer van de IND een echt exemplaar zou kunnen krijgen, want van zo’n kopietje word ik een beetje moe. Zo’n 45% vertrekt aantoonbaar, zelfstandig dan wel uitgezet. Degenen die zelfstandig terugkeren, vertrekken ook nog eens met steun van de IOM. Ze krijgen ook nog eens geld mee. Hoeveel is dat, hoeveel criminele vreemdelingen krijgen geld van de IOM mee? Mijn tweede vraag is of deze cijfers kloppen.

Staatssecretaris Albayrak: Waar zal ik beginnen?

De voorzitter: U mag ook toezeggen dat u er schriftelijk op antwoordt.

Staatssecretaris Albayrak: Nee, ik wil graag antwoorden, want ik zou toch wel enige kennis mogen verwachten van welke vreemdelingen geld meekrijgen. Dat zijn de vreemdelingen die vrijwillig meewerken aan terugkeer. Vanuit de vreemdelingenbewaring wordt er geen geld meegegeven, tenzij mensen aangeven op vrijwillige basis terug te willen en wij hen samen met de IOM duurzaam kunnen laten terugkeren.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Het gaat om criminele vreemdelingen en er staat dat er een toename is van 65% van het aantal vreemdelingen dat zelfstandig vertrokken is, waaronder met de IOM. Dat zijn dus criminele vreemdelingen waar het hierover gaat. Dus u laat criminele vreemdelingen terugkeren naar het land van herkomst en geeft zo ook nog eens geld mee!

Staatssecretaris Albayrak: Wat wilt u nu? Natuurlijk geef ik ze graag die € 1750 mee als ze definitief uit Nederland verdwijnen. Weet u wel wat ze de samenleving hebben gekost als ze hier bijvoorbeeld 17 jaar in de binnenstad van Den Haag crimineel zijn geweest? Dat was een van de mannen die wij aantroffen. Natuurlijk doen wij dat. Gedwongen terugkeer is zo moeilijk te realiseren, dus als criminelen hun straf hebben uitgezeten, in de vreemdelingenbewaring komen en vrijwillig willen teruggaan, dus hun echte naam noemen, zodat hun ambassade hen papieren kan geven, kan de IOM bemiddelen en volgen zij dezelfde weg als mensen zonder crimineel verleden die vrijwillig terugkeren. Ik vind dat zeer te verdedigen.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ik vind het schandalig dat u aan criminelen die eerst aan lijf en goed van anderen hebben gezeten – je komt in Nederland niet zomaar in de bajes – nog eens geld meegeeft. Ik wil precies weten om hoeveel mensen het gaat en hoeveel geld ze meekrijgen. Bovendien wil ik nu en hier van u horen dat dat gedoe over die 70% aantoonbare uitstroom van criminele vreemdelingen gewoon flauwekul is omdat 25% daarvan gewoon een verblijfsvergunning krijgt.

De voorzitter: Misschien dat u straks hier nader op kan ingaan als u aan de beantwoording van mevrouw Verdonk toe bent.

Staatssecretaris Albayrak: De op bladzijde 27 genoemde 70% die mevrouw Verdonk nu weer weerspreekt is de uitstroom uit het terugkeerprogramma en zijn cijfers van de VRIS. Zij moet er dus een ander lijstje bij pakken.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ongeveer 140 vreemdelingen die uit de caseload van de DT&V zijn gestroomd zijn vreemdelingen in de strafrechtsketen. Hiervan is ongeveer 70% aantoonbaar vertrokken. Dat staat er en dat is precies het cijfer waar u steeds mee schermt. Het zijn dus wel degelijk de mensen uit de VRIS. Ik heb er overigens geen enkel bezwaar tegen als ik het juiste antwoord op schrift krijg.

Staatssecretaris Albayrak: Ik zal zo zeggen waar u die andere cijfers kunt vinden en hoe die zich tot elkaar verhouden.

Mevrouw Van Velzen (SP): Ik dacht laat ik ook eens wat zeggen. Als ik dit slagveld beschouw, is de staatssecretaris nu bezig met de vragen van de heer De Krom, maar hoe gaat u verder? Wij hebben al toegezegd dat er geen tweede termijn komt, maar volgens mij moet de staatssecretaris nu wel wat kortere antwoorden geven en niet terugkomen op discussies die wij al tig keer hebben gevoerd.

Staatssecretaris Albayrak: Ik heb geen grip op de orde in het debat.

De voorzitter: Dat probeer ik wel te houden, maar ik heb nu al een paar keer verzocht om niet steeds debatten te herhalen. Als u dat toch steeds weer doet, blijft het bij herhalingen. Ik nodig u steeds uit om door te gaan.

Staatssecretaris Albayrak: Ik zal dit punt verder dan maar laten rusten, maar mevrouw Verdonk zei dat het aantal mensen die met DT&V teruggaan niet stijgt, zoals ik in de stukken heb aangegeven, maar daalt. Dat was het terugkeercijfer van vorig jaar dat in totaal daalt, maar daarbinnen is het percentage dat met de DT&V teruggaat gestegen. Wij zien de DT&V dus echt de functie vervullen die wij daarvan gehoopt hebben.

De laatste vraag van de heer De Krom betrof de B9-regeling. Gelet op de opmerking van de voorzitter van zo-even, zal ik die laten liggen, maar ik heb nog wel een suggestie. Als u in het reces tijd hebt, zou ik u willen aanraden om eens naar de film Taken te kijken, een Hollywood-productie met Liam Leeson, waarin redelijk wordt blootgelegd hoe het er in die mensenhandel en prostitutie aan toegaat.

Mevrouw Van Velzen sprak over rapport van de Commissie Integraal Toezicht Terugkeer en de conclusie van het ontbreken van de sense of urgency. Er is veel gezegd over het innemen van die positie door de Dienst Terugkeer & Vertrek, een nieuwe organisatie. De KMar, de Vreemdelingenpolitie en de IND zijn daarin samengegaan. In het begin waren er veel communicatieproblemen, er moesten protocollen worden afgesproken. Die annuleringen bleken te maken te hebben met het M118-formulier, een formulier waarin wij de communicatie tussen de KMar en de DT&V regelden, maar dat bleek allemaal veel beter te kunnen. Dat een sense of urgency zou ontbreken, herken ik totaal niet.

Ik heb u wel eens verteld dat ik de situatie aantrof dat een agent van de Vreemdelingenpolitie een illegaal wel mocht aanhouden in een woning, maar die woning niet mocht doorzoeken, bijvoorbeeld op aanwezigheid van een paspoort of andere identiteitsdocumenten. Om dat te veranderen wordt er een wetsvoorstel gemaakt dat ik begin volgend jaar aan de Kamer zal aanbieden. Met name mijn gesprekken met de Vreemdelingenpolitie hebben mij gesterkt in het gevoel van noodzakelijkheid om deze bevoegdheden uit te breiden.

Mevrouw Van Velzen, mevrouw Azough, mevrouw Van Toorenburg en de heer Spekman hebben gesproken over het COA. Wat is er verkeerd gegaan, hoe kunnen er nu, anno 2009, mensen in tenten worden opvangen? Als u ze tenten wil blijven noemen, moet u dat vooral blijven doen, maar ik ben in Gilze geweest, zoals ik in het laatste debat ook heb toegezegd. Ik ben daar nog meer gesterkt in mijn oordeel dat dit een acceptabele vorm van opvangen is, zeker als je beseft dat het een tijdelijke noodvoorziening is. U gaat naar Oude Pekela. Als anderen de behoefte hebben om daar langs te gaan, zal ik dat zonder meer faciliteren. Het zijn in ieder geval vaste voorzieningen met vast sanitair die helemaal niets te maken hebben met twee stokjes en een doek, waarover de heer De Krom sprak. Dan zou hij nu in ieder geval moeten zeggen dat het geen tent is, want het zijn die prefab voorzieningen met een harde buitenkant. Als u het ziet, dan weet u wat ik bedoel.

Hoe is het zo ver kunnen komen? Het is inderdaad een kwestie van een hogere instroom, die de IND ondanks de capaciteitsuitbreiding waarmee wij bezig zijn gegaan, niet zo snel kon verwerken dat mensen snel in de procedure konden doorstromen, want wij wilden het ook niet ten koste van de zorgvuldigheid laten gaan. Daarom is vooral aan de voorkant, in de tijdelijke noodvoorzieningen een ophoping ontstaan. Daar zien wij nu het effect van. Deze paviljoens zijn vooral bedoeld als tijdelijke noodvoorziening voor de mensen die in afwachting zijn van de toelating tot de asielprocedure. Dat heeft alles te maken gehad met een groot aantal kortlopende contracten die vaak ook tegelijkertijd afliepen en aflopen en waarvoor geen vervanging is gerealiseerd. Het is dus een combinatie een hogere instroom en een lagere uitstroom die weer verklaarbaar is uit de gigantisch goede uitstroom in 2007, met name door de uitstroom van de pardonners. Veel gemeenten hebben zo hun best gedaan om die pardonners een huis te geven, dat je de taakstelling voor andere statushouders in de vertraging zag schieten. Voor zover ik het COA nu inderdaad als zbo bezig zie, dus voor mij met beperkte sturingsmogelijkheden, dan denk ik dat door die lange contracten waarmee het op dit moment bezig is er op termijn een structurelere oplossing komt.

Mevrouw Van Velzen (SP): Ik dacht dat wij weer in een discussie zouden komen van tentenkampen of paviljoenparadijzen, maar laat nu de oude heer Van Dale maar uitkomst geven. Wat is een paviljoen? Een tent! Wij hebben dus allemaal gelijk. Ik zal u een printje geven van de elektronische Van Dale.

Als u spreekt van acht maanden, kunnen wij er dan zeker van zijn dat over acht maanden al die paviljoenen of tenten weg zijn?

Staatssecretaris Albayrak: Ik zie iemand van het COA heel voorzichtig ja knikken. U vraagt mij in feite een voorspelling, maar de indicaties die ik nu heb, geven aan dat het na acht maanden niet meer nodig zal zijn. Natuurlijk gaat het niet zonder meer dicht als er nog mensen moeten worden opgevangen en er geen andere plaats is, maar ik denk dat dit niet nodig zal zijn. Overigens ben ik u zeer dankbaar dat u zegt wat er in de Van Dale staat nadat ik zelf al heb gezegd dat ik geen bezwaar heb tegen het woord tent. Men moet het vooral noemen zoals men zelf wil.

Mevrouw Van Velzen (SP): Ik vraag geen voorspellingen, maar om de garantie dat ze over acht maanden weg zijn. Men heeft acht maanden de tijd om andere voorzieningen te creëren als de instroom groot blijft. Wij hebben lange discussies gevoerd over het cellenoverschot. U zou bekijken of de zbbi’s, de zeer beperkt beveiligde inrichtingen voor opvang bruikbaar zouden zijn. Kunnen daar inderdaad mensen terecht als de instroom groot blijft? Die paviljoens kunnen nooit zo goed zijn als gewoon een dak boven je hoofd.

Staatssecretaris Albayrak: Dat ben ik met u eens, dus als er duurzame capaciteit te realiseren is, doen wij dat zeker. Justitie bekijkt of opvang in die inrichtingen mogelijk is. Het COA en de Dienst Justitiële Inrichtingen, zijn met elkaar in gesprek, maar dat heeft nog niet tot concrete resultaten geleid. Als er resultaten zijn, zal ik die direct melden.

Is acht maanden acht maanden? De contractdata zijn bekend. Zonder onvoorziene omstandigheden zijn ze over acht maanden weg. We weten natuurlijk niet hoe de wereld zich ontwikkelt. Ik kijk bijvoorbeeld dagelijks naar de situatie in Iran met meer dan gemiddelde belangstelling. Dat is een land waar het toch wel bijzonder rommelt. In de voorgaande jaren hebben wij al een aantal Iraanse vluchtelingen opgevangen. Dat soort elementen kan ik niet voorspellen. Als de instroom om welke reden dan ook verder zou stijgen, zou de nood wel eens hoog kunnen blijven. Met wat wij nu in beeld hebben, denk ik dat die acht maanden wel acht maanden zullen zijn.

Mevrouw Azough (GroenLinks): Kan de staatssecretaris aangeven of er al succes is geboekt in de gesprekken met het COA en de VNG om opvanglocaties die dreigen te worden gesloten open te houden?

Ik heb begrepen dat het COA heeft aangegeven dat deze tenten mogelijk ook als gewone opvanglocaties kunnen worden gebruikt. Klopt dat?

Staatssecretaris Albayrak: Misschien hebben mensen gedacht dat het een structurele voorziening zou gaan worden toen ik zei dat ik het wel een acceptabele vorm van opvang vond, maar ik heb dat toch uitdrukkelijk gekoppeld aan de tijdelijkheid van de huidige situatie.

Op uw eerste vraag kan ik op dit moment geen antwoord geven. Zo mogelijk kom ik er op terug als ik uw vragen beantwoord.

Griekenland was volgens mij een van de hoofdpunten in de inbreng van een groot aantal woordvoerders. Er bestaan zorgen over het terugsturen van asielzoekers naar Griekenland om aldaar hun asielverzoek te laten behandelen. Dat is een Europese afspraak waar het interstatelijke vertrouwensbeginsel aan ten grondslag ligt. Als je in de EU normen afspreekt voor wat de bodem is van het respect voor mensenrechten, mag geen enkele van de 27 landen door die bodem heen zakken. Die bodem is allereerst neergelegd in de internationale mensenrechtenverdragen. Als ik mensen naar Griekenland terugstuur, is de enige vraag die ik mij moet stellen of daar mensenrechten worden geschonden. Tot op heden heb ik daarvan geen voorbeelden gezien. Ik zoek ernaar en heb er ook naar gevraagd, bijvoorbeeld bij de Griekse vluchtelingenraad tijdens mijn bezoek aldaar. Ik heb geen concrete gevallen aangetroffen van bijvoorbeeld refoulement, dat mensen terug worden gestuurd zonder dat ze de kans hebben gekregen op een eerlijke asielprocedure. Wij zijn daar al twee jaar met elkaar over in gesprek, maar wij zijn ook wel opgeschoten. Wij moeten de druk op Griekenland groot houden. Ik zal de eerste zijn om te erkennen dat Griekenland een mindere asielrealiteit heeft dan Nederland. Onze norm halen zij al helemaal niet en ze hangen zelfs een beetje onder de Europese norm die wij met elkaar hebben afgesproken. Ik doe er alles aan om ervoor te zorgen dat zij die Europese normen gaan hanteren. Daar is druk voor nodig van de Europese Commissie, die steeds moet toetsen of de regels die pas zijn geïmplementeerd nadat die druk is uitgeoefend ook daadwerkelijk gevolgd worden. Er komen successen, op papier zijn die er, nu de praktijk nog. Om die praktijk voor elkaar te krijgen, heb je die druk nodig, aan de ene kant van de Commissie. Zij kijkt nu ook naar de voorgenomen wijzigingen van de asielprocedure die volgens de laatste stand nog niet zijn doorgevoerd, zoals afschaffen van het hoger beroep. Tegelijkertijd is praktische samenwerking belangrijk – daarover heb ik u al veel over heb verteld – zodat ze met behulp van de IND, van tolken, enzovoorts die praktijk ook daadwerkelijk kunnen veranderen. Dat is de missie van de IND, die zeer binnenkort naar Griekenland gaat om die verder uit te werken. Ik heb gezegd dat wij gedurende die tijd doorgaan met het terugsturen van asielzoekers naar Griekenland, mede gelet op de uitspraak van de Raad van State dat ik mensen verantwoord terug kan sturen naar Griekenland. Wij hebben daar afspraken over gemaakt.

Een van de belangrijkste zaken is dat wij hebben bedongen dat op het vliegveld bij aankomst de asielaanvraag mag worden ingediend. Hebben wij de garantie dat het daarna goed gaat? Die garantie kan ik natuurlijk niet geven. Ik moet ervan kunnen uitgaan dat mensen een eerlijke kans krijgen en niet worden teruggestuurd, zonder dat hun aanvraag zorgvuldig is bekeken en ik heb geen reden om aan te nemen dat dit niet gebeurt. Op basis van dat interstatelijk vertrouwensbeginsel, op basis van het Dublinverdrag, ga ik dan ook door met het terugsturen van mensen naar Griekenland, maar ik zie ook de ontwikkelingen, bijvoorbeeld de interimmaatregelen die door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zijn opgelegd. Dat Hof kijkt naar individuele zaken. Als een asielzoeker hier zegt dat hij niet mag worden teruggestuurd naar Griekenland omdat daar niet goed zal gaan, mag het hof zeggen: Nederland, u mag dat niet doen. Dat is in een aantal zaken ook gebeurd, ik dacht een stuk of vijf. Het Hof heeft vragen gesteld aan Griekenland over de asielprocedure en de detentieomstandigheden en zal op basis van de antwoorden besluiten wat er moet gebeuren, of het ons zegt dat wij mensen niet meer mogen terugsturen of wel, gelet op de zaken die door mensen in Nederland tegen Griekenland waren aangespannen. In een aantal zaken heeft het Hof uitgesproken dat Nederland mensen wel mag uitsturen, omdat het een probleem van Griekenland is. Het Hof legt dan Nederland geen maatregelen op, maar Griekenland. Ik vind het een spannend proces dat ik van dag tot dag volg, ook met onze eigen raadsadviseur mensenrechten. Ik ben vooral benieuwd wat er gebeurt als het Hof Nederland zou dwingen om in individuele zaken mensen niet terug te sturen. Dat is dan een individuele zaak en ik zal alle andere gevallen gewoon ook doorzetten. Wij zien wel hoe het verder gaat lopen. Dit is echt de laatste stand van zaken en wel van gisteren.

Mevrouw Van Velzen (SP): Hier gaan wij het niet over eens worden. Alle seinen staan op oranje of zelfs rood en u stuurt toch mensen terug. Wat ik nog concreet wil vragen – ik wil niet deze laatste veertien minuten van mijn collega’s afnemen – is of u schriftelijk kunt ingaan op het rapport van het Antifolter Comité van de Raad van Europa dat u toch echt alle reden zou moeten geven om pas op de plaats te maken. Graag deze toezegging, want dan kan ik de rest van de spreektijd door andere collega’s laten invullen.

De heer Spekman (PvdA): Ik heb gevraagd om als Nederland het initiatief te nemen door het Europese Hof te wijzen op de Griekse schending van artikel 227 van het EG-verdrag om zo de druk op te voeren. Deze tussenoplossing is gesuggereerd door VluchtenlingenWerk en dat vind ik een reële. Niet alleen voor de desbetreffende mensen is het vreselijk, maar ook wij hebben er hinder van, want wij kunnen geen mensen naar Griekenland terugsturen die wel teruggestuurd zouden moeten worden.

Staatssecretaris Albayrak: Ik vind het niet zo constructief om dat nu te doen. De Europese Commissie moet de inbreuk constateren op de afspraken die wij hierover hebben gemaakt. Die bal ligt dus bij de Commissie en dat is vele malen effectiever. Overigens heeft dat middel ook al zijn effect laten zien. Als ik deze zaak zou aanspannen, zou je eigenlijk kunnen zeggen dat ik ook verkeerd bezig ben. Ik constateer dat er sprake is van die schending en op die gronden start ik een zaak tegen het Hof. Dan kan ik wel meteen beginnen met het terugsturen van mensen. Ik heb liever dat de situatie in Griekenland snel verandert door de druk vanuit Europa en die praktische samenwerking, onder andere vanuit Nederland. Als wij allemaal willen dat de situatie daar verandert, is dit toch echt de beste strategie. Als wij nu te snel, als haantje de voorste, zouden zeggen dat wij niemand meer naar Griekenland terugsturen, dan is het effect daarvan al te voorspellen. Ik heb de situatie in die detentiecentra gezien. Er zitten veel jonge mannen in de kracht van hun leven. Als Nederland het enige land is dat niet meer terugstuurt naar Griekenland, dan zullen al die doorreizende illegale migranten, waarvan een aantal aantoonbaar geen vluchteling is, de weg naar Nederland weten te vinden. Dat vind ik onverantwoord.

Mevrouw Van Velzen (SP): Ik heb nog steeds dezelfde vraag.

De heer Spekman (PvdA): Ik heb in dat dilemma ervoor gekozen om mensen terug te sturen naar Griekenland, maar ik heb er geen zin in om jaar in jaar uit te zien dat Griekenland traineert wat wij belangrijk vinden. Dat zou een volgende stap wellicht kunnen zijn dat wij dat initiatief nemen. Dat kan wel niet constructief zijn richting Griekenland, maar op een gegeven moment houdt het toch wel op. Ik wil weten van de staatssecretaris wanneer voor haar het moment gekomen is om dat initiatief toch te nemen, om Griekenland veel meer voor het blok te zetten.

Mevrouw Azough (GroenLinks): Dat zou ook mijn hartenkreet zijn. Wij zijn er nu al zo’n twee jaar mee bezig. De staatssecretaris zegt voortdurend dat zij vertrouwen heeft in de druk die op Griekenland wordt uitgeoefend om tot verbetering te komen, maar het is nog steeds niet verbeterd. Integendeel, weet de staatssecretaris dat er in Griekenland een wetsvoorstel komt waardoor er geen serieuze beroepsmogelijkheid meer is? Dat geeft toch duidelijk aan dat Griekenland niet echt van zins is om iets te veranderen?

Staatssecretaris Albayrak: Ik ben het absoluut met u eens dat het te traag gaat, maar er verandert echt wat. Wij zijn deze discussie met elkaar begonnen over de trage implementatie van Griekenland van de richtlijnen waarover in Europa een akkoord was bereikt. Toen heeft het Hof gedreigd met infractieprocedure tegen Griekenland. Daarna is die implementatie in weten regelgeving er gekomen. Dus ook Griekenland zal zich daaraan moeten houden. Dat wetsvoorstel betreft inderdaad het afschaffen van het hoger beroep. Mensen zouden dan alleen naar de Raad van State kunnen die alleen op formele gronden toetst. Bovendien zou er een decentralisatie van de aanvragen komen, waardoor de politiebureaus de aanvragen gaan behandelen. Dat wetsvoorstel ligt er echter nog niet, het is een presidentieel decreet dat naar de Griekse Raad van State is gezonden. Die gaat toetsen op de verenigbaarheid met Europese regelgeving. Daarom zeg ik ook dat ik nog helemaal niet toe ben aan eenzijdige maatregelen. Laten wij dit proces afwachten en kijken waar het eindigt.

Mevrouw Azough (GroenLinks): Dat het presidentieel decreet is zou toch al tot zorgen moeten leiden en tot een inbreuk op het vertrouwen dat u voortdurend zegt te hebben?

Staatssecretaris Albayrak: Dan moet u echt de staatkundige verhoudingen in Griekenland in ogenschouw nemen. Ook ik wacht met spanning op de uitspraak van de Griekse Raad van State, want met u zeg ik dat het onverenigbaar oogt met de afgesproken minimumnormen, maar vooral de Commissie kijkt er heel nauwgezet naar.

Mevrouw Van Velzen vroeg naar het rapport van het Antifolter Comité. Dat rapport is ons al enige tijd bekend. Dat gaat echter niet over asiel, maar over grensvoorzieningen, detentieomstandigheden en illegaal ingereisden. Wij hebben volgens mij ook gereageerd op dat rapport en de daarin geuite kritiek. Ik zal u in ieder geval de vindplaats van die reactie doen toekomen.

Volgens mij heb ik de grote thema’s nu wel behandeld. Mevrouw Van Velzen en mevrouw Azough hebben gezegd dat de situatie in Sri Lanka nu al aanleiding moet zijn voor bescherming, maar ook voor het stoppen van de terugkeer. Overigens is de caseload Sri Lanka niet zo groot. Wij werken op basis van ambtsberichten van Buitenlandse Zaken waarin het oordeel van internationale organisaties wordt meegenomen. Ik heb al eerder toegezegd dat het zelfstandige oordeel van internationale organisaties door ons meer gewicht zal worden toegekend bij de beoordeling of bescherming nodig is of niet. Het rapport van de UNHCR is nog gebaseerd op een gevechtssituatie. De wapenstilstand is nog niet in het rapport waarin een oordeel wordt geveld over de binnenlandse vestigingsalternatieven voor Tamils. Het duurt niet lang meer voordat het geactualiseerde ambtsbericht er komt en ik heb al gezegd dat wij op basis daarvan zullen bezien of dat aanleiding geeft om over te gaan tot bescherming van Tamils dan wel het niet terugsturen, maar op dit moment is het oordeel en het geldend beleid dat er een binnenlands vestigingsalternatief wordt aangenomen. Ik kan nu dus niet overgaan tot bescherming van Tamils en ook niet tot het stoppen van de terugkeer.

Mevrouw Azough (GroenLinks): Op welke manier wordt het rapport van de UNHCR meegenomen in de beoordeling en welke zwaarte heeft dat?

Staatssecretaris Albayrak: Buitenlandse Zaken maakt algemene ambtsberichten en kijkt daarvoor naar alle beschikbare bronnen en dat zijn in ieder geval de UNHCR-rapporten die openbaar zijn.

Mevrouw Azough (GroenLinks): Het gaat mij niet om het ambtsbericht maar om de individuele beoordeling van casussen nu. U hebt aangegeven dat u daarbij ook het rapport van de UNHCR zou meenemen.

Staatssecretaris Albayrak: Dat wordt door de individuele IND-medewerker die zich met toelating bezighoudt ook meegenomen. Er wordt bezien waar de desbetreffende persoon vandaan komt en of daar een situatie is die in de beschikbare open bronnen wordt gedefinieerd als een situatie waarin mensen niet veilig zijn.

Over de amv’s heb ik in mijn inleiding al het nodige gezegd.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): De staatssecretaris spreekt over Europa, Griekenland en samenwerking met andere Europese landen. Ik ben heel benieuwd naar de lijstjes van asielinstroom in andere Europese landen en de plaats die Nederland daarop inneemt.

Staatssecretaris Albayrak: Volgens mij staan wij op nummer 9 als wij kijken naar de asielinstroom in verhouding tot de bevolkingsomvang. In absolute aantallen staan wij op de vijfde plaats.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ik vraag alleen om concrete cijfers, om hoeveel we gezakt zijn.

De voorzitter: Dat antwoord hebt u gehad: op de negende plaats.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ik heb concreet gevraagd waar wij stonden, hoeveel we gezakt zijn en of het klopt dat bovenaan de lijst de landen staan met de meeste instroom? Hoeveel landen staan er nu boven en onder ons? Die negende plaats zegt mij helemaal niets! Dezelfde vragen heb ik gesteld over de importbruiden.

Staatssecretaris Albayrak: Het was nog vele malen dramatischer dan mevrouw Verdonk nu als beeld wil neerzetten, bijvoorbeeld als het gaat om de instroom van Somaliërs. Door de buitengewone toestroom van Somaliërs ontstond al gauw een verdenking van fraude en misbruik. Ondanks het feit dat de situatie in Somalië een van de ergste in de wereld is, is het beschermingsbeleid toch stopgezet, alleen al omdat wij zo uit de pas liepen in Europa.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ik hoor de staatssecretaris nu zeggen dat wij in Europa uit de pas lopen. Ik wil dan graag weten hoeveel, ik wil die lijstjes hebben.

De voorzitter: Kunt u misschien schriftelijk dan nog wat cijfers en feiten presenteren, staatssecretaris?

Staatssecretaris Albayrak: Die cijfers en feiten staan in de ketenrapportage en de Europese vergelijkingen krijgt de Kamer regelmatig toegestuurd.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ik zou het toch graag van de staatssecretaris zelf horen.

De heer Spekman (PvdA): Het begint wel een portie ver plassen op rechts te worden, maar ik had een heel simpele vraag. Wanneer komt de brief over het perspectief van ama’s naar de Kamer?

Staatssecretaris Albayrak: Wij waren in contact met de VNG over de uitvoering van uw motie. Daar zijn wij uitgekomen. De brief is inmiddels naar de VNG gezonden en u zal een dezer dagen in afschrift krijgen.

Mevrouw Van Velzen (SP): Ik wil even terug naar Griekenland. De staatssecretaris zei dat het rapport al lang geleden gestuurd is en dat er ook al een reactie op is. Ik krijg op 30 juni – dat was toch gisteren – het rapport met reacties van Griekenland erbij over de situatie van alle gedetineerden, inclusief vreemdelingen. Ik vraag de staatssecretaris nogmaals om daar schriftelijk op terug te komen.

Staatssecretaris Albayrak: Ik zal dat met veel plezier doen, maar dan moeten wij wel even kijken of we over hetzelfde rapport spreken.

Ik kom op de vragen van mevrouw Verdonk. Ik denk dat ik er impliciet al een groot aantal heb beantwoord. Zij vroeg nogmaals om concrete resultaten. Ik denk dat ik het er maar bij laat. Ik hoor verschillende malen «wij kennen die lijstjes van je nu wel». Bijna was ik weer geneigd om alle resultaten en successen van de afgelopen twee jaar weer eens op te sommen, maar ik ga dat voor een keer gewoon eens niet doen en onder andere verwijzen naar het laatste debat waarin ik dat heb gedaan, volgens mij het spoeddebat van een week geleden.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Dat is allemaal wel leuk en aardig, maar dan zal ik nog concretere vragen stellen. Als je kijkt naar de asielinstroom in 2009, klopt het dat die uitkomt op een kleine 17 000? Het gaat alleen om eerste asielaanvragen. En klopt het dat er tot en met mei 41% van ...

De voorzitter: Mevrouw Verdonk, citeert u nu uit een brief van de staatssecretaris of ergens anders uit?

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ik heb het over die nietszeggende brief van de staatssecretaris.

De voorzitter: Dan hebt u de cijfers en ik denk dat de staatssecretaris er dan mee kan volstaan als ze zegt dat de cijfers die zij gepresenteerd heeft de cijfers zijn waar u zich aan mag houden.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Het spijt mij, voorzitter, maar deze staatssecretaris is een held in het niet presenteren van cijfers. Deze staatssecretaris heeft altijd alleen maar blokken tekst en zegt alleen wat ze allemaal wil gaan doen. Ik kom met concrete cijfers...

De voorzitter: En die haalt u dus uit de brief van de staatssecretaris!

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Uit de Vreemdelingenrapportage!

De voorzitter: Dan is het u bekend!

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Nee, want ik vraag waarom er 41% van de asielaanvragen is ingewilligd en dat staat er niet in.

Staatssecretaris Albayrak: Ik denk dat mevrouw Verdonk die vraag nu al zo’n drie keer heeft gesteld. Ik heb al drie keer gezegd dat dit klopt en dat dit ligt aan Somalië en Irak. Dat waren de top 2 van toegelaten mensen. Als je speciaal beleid hebt...

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Wanneer is dat speciale beleid ingezet?

De voorzitter: Dat heeft de staatssecretaris een tijdje geleden ook al beantwoord en zij gaat nu door. Het is nu half zes, enkele collega’s hebben helemaal nog geen antwoorden gekregen. Wij gaan nu niet op dit specifieke punt door waar wij al drie of vier keer over gedebatteerd hebben. Ik kan ook uw microfoon uitzetten.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Dan even een punt van orde. Ik snap dat de coalitiegenoten er geen behoefte aan hebben om deze staatssecretaris het vuur aan de schenen te leggen. Ik heb een aantal concrete vragen gesteld, maar krijg geen enkel concreet antwoord. Ik herinner nog maar even aan de vraag over bladzijde 27 van de Vreemdelingenrapportage. Daar heb ik ook nog geen antwoord op.

De voorzitter: Ik wilde de staatssecretaris daarom ook door laten gaan.

De heer Spekman (PvdA): Ik heb er problemen mee dat mevrouw Verdonk het de coalitie kwalijk neemt en veroordeelt. Zij komt nu twee keer een algemeen overleg over asiel binnenvliegen. Wij hebben de afgelopen jaren er heel veel gehad. Ik heb moeite met dit soort beschuldigingen, terwijl jezelf maar een paar keer komt binnenvliegen en zelfs probeert nog wat stoerdere bewoordingen te verzinnen dan de heren Fritsma en De Krom.

De voorzitter: Die hebben de vergadering inmiddels verlaten. Zullen wij de staatssecretaris nu niet gewoon de gelegenheid geven om de vragen die in eerste termijn gesteld zijn te beantwoorden en niet steeds terugkomen op rapportages die al een aantal keren zijn behandeld?

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Daar maak ik toch bezwaar tegen.

De voorzitter: Dat heb ik begrepen en dat noteren wij.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ik doe niets anders dan uit vijf brieven citeren die wij hebben gekregen en daar wil ik graag antwoord op.

De voorzitter: En de staatssecretaris heeft gezegd dat die cijfers kloppen.

Staatssecretaris Albayrak: Mevrouw Verdonk citeerde de aantallen uit de laatste vreemdelingenrapportage. De volgende komt in september. Dan kunnen wij ook zien wat de laatste ontwikkelingen zijn, met name in de eerste maanden van dit jaar. U zult daarin in ieder geval zien dat het aantal Irakezen dat binnenkomt fors daalt en dat het aantal Irakezen dat vrijwillig vertrekt fors stijgt. Deze onthulling kan ik nu al doen, maar de exacte cijfers krijgt u dus per september. Ik wacht overigens nog steeds op de suggesties van de Kamer ter verbetering van die ketenrapportage.

De voorzitter: Die hebben wij gisteren inderdaad nog met elkaar besproken.

Staatssecretaris Albayrak: Wij zullen proberen die dan nog mee te nemen bij het maken van de rapportage die in september komt.

Mevrouw Verdonk zei dat de 70% VRIS niet zou kloppen en dat er in de cijfers die ik haar heb aangereikt echt iets anders staat. In de tweede alinea van paragraaf 4.4. van de rapportage staat dat 70% aantoonbaar vertrek is gerealiseerd van de categorie VRIS. De teksten die daarna komen, gaan niet specifiek over VRIS maar over de hele DT&V caseload.

Mevrouw Verdonk had het over het geld dat criminelen mee krijgen bij vrijwillig vertrek. De percentages terugkeerregeling van ontwikkelingssamenwerking, dus waar de IOM mee werkt als ze mensen geld meegeven en de vergunningverlening waar mevrouw Verdonk op wees, gaan niet over criminelen. Criminele vreemdelingen komen ook niet in aanmerking voor de Herintegratie Regeling Terugkeer (HRT) of het REAN-programma (Return and Emigration of Aliens from the Netherlands) – ik moet mij op dit punt dus zelf enigszins corrigeren – ook niet bij vrijwillig vertrek. De IOM biedt wel ondersteuning aan, maar beperkt zich bij deze mensen tot counseling en faciliteren, bijvoorbeeld bij het aanvragen van documenten. Hieruit blijkt dat criminele antecedenten een contra-indicatie zijn voor het meegeven van geld. Overigens blijf ik erbij dat als je met een geringe financiële steun een crimineel de straten onveilig heeft gemaakt weg kan krijgen, ik dat dan verkies boven het hier laten rondhangen van deze mensen. Dat kost de samenleving veel meer geld.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Met deze laatste zin van de staatssecretaris gaat zij een majeure beleidswijziging inzetten waardoor het mogelijk wordt dat criminele vreemdelingen geld mee krijgen.

Staatssecretaris Albayrak: Hebt u mij dat horen zeggen?

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ja. Eerst ging u verdedigen waarom criminele vreemdelingen wel geld mee zouden moeten krijgen, toen kreeg u van uw ambtenaren gegevens en zei u dat criminele vreemdelingen geen geld meekregen van de IOM, nu zegt u dat u het bij nader inzien toch wel een goed idee vindt. U gaat voortaan criminele vreemdelingen dus voortaan geld mee geven? De IOM krijgt de mogelijkheid om criminele vreemdelingen terug te laten gaan naar het land van herkomst net geld?.

De voorzitter: Dat is een conclusie van mevrouw Verdonk. De staatssecretaris gaat nu door met haar beantwoording.

Staatssecretaris Albayrak: Ik sluit niet uit dat de DT&V voor de keuze komt te staan om iemand op straat te zetten of te helpen om bijvoorbeeld van Bagdad naar Noord-Irak te reizen en daarvoor geld meegeeft. Ik denk dat wij dat ook moeten doen als het gaat om de keuze tussen gaan of blijven. Maar de HRT, het IOM-geld, wordt niet ingezet voor criminele vreemdelingen.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Maar de staatssecretaris staat wel een beleidswijziging voor om te kijken hoe criminele met geld alsnog terug kunnen naar het land van herkomst.

De voorzitter: En de staatssecretaris ontkent dat.

Staatssecretaris Albayrak: Er is geen voorgenomen beleidswijziging.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): De staatssecretaris vertelt hier alleen maar enkele leuke dromen en ideeën?

Staatssecretaris Albayrak: Ik denk dat wij de volgende vreemdelingenrapportage maar moeten gebruiken om verder te spreken over de cijfers die mevrouw Verdonk noemde.

Mevrouw Verdonk stelde dat criminele illegalen verspreid over het land worden opgevangen en niet vindbaar zouden zijn. Als mensen vastzitten, zijn ze altijd vindbaar. Wij hebben ook andere locaties voor vreemdelingenbewaring, zoals de nieuwbouw van het terugkeercentrum in Rotterdam, maar ook de gevangenis in Veenhuizen, waar vreemdelingen hun straf uitzitten en uiteindelijk moeten worden uitgezet. In de laatste vier maanden komt DT&V eraan te pas en worden zij geholpen met terugkeer. Dit was een van de mogelijkheden om de gevangenis in Veenhuizen open te kunnen houden. Anders had daar een veel groter deel moeten worden gesloten, omdat wij immers niet voldoende langgestraften hadden om die gevangenis helemaal open te houden. Het was voor mij een goede reden om daar vreemdelingen te plaatsen. Dat heeft ook geen negatief effect op de terugkeer. Ik weet niet hoe u erop komt dat ze niet te vinden zouden zijn.

Ik denk dat ik hiermee wel de vragen van mevrouw Verdonk heb beantwoord.

Mevrouw Verdonk (Verdonk): Die lijstjes van Europa krijg ik nog toegestuurd?

De voorzitter: Volgens mij heeft de staatssecretaris dat al toegezegd.

Staatssecretaris Albayrak: Bij de volgende rapportage vreemdelingenketen.

Ik kom op de vragen van de heer Spekman voor zover die inmiddels al niet zijn beantwoord. Ik heb al iets gezegd over het doorgeven van antecedenten. U mag er echt van uitgaan dat dit in onze rechtsstaat gebeurt binnen de kaders die wij met elkaar hebben afgesproken. Ik verwacht dat het een effect op terugkeer heeft, al was het maar omdat het niet geven van die criminele gegevens door ambassades als argument wordt gebruikt om niet mee te werken aan het geven van vervangende reisdocumenten. Ik heb gekeken naar de praktijk in andere landen. Een redelijk aantal landen heeft een met ons vergelijkbare praktijk, zoals Zweden, Noorwegen en Nieuw-Zeeland, en heeft al ervaring met het geven van antecedenten als dat voor de terugkeer noodzakelijk is en met alle waarborgen omkleed. Er wordt in ieder geval bekeken of het gegevens zijn die voor de uitzetting noodzakelijk zijn. Nieuw-Zeeland doet het vooral omdat men vindt dat als mensen een echt paspoort nodig hebben, zij de gegevens die op dat moment voorhanden zijn ook moeten verstrekken. Ik vind het te verdedigen en ik denk echt dat het effect zal hebben in de zin van het meer realiseren van meer vertrek. Wij zullen het doen met die gegevens van onvoorwaardelijk veroordeelde mensen, dus geen verdachten. Het zijn in feite open bronnen die ambassades zelf zouden kunnen vinden als ze ernaar gaan zoeken. Die uitspraken zijn immers openbaar. Dat laat onverlet dat de waarborgen gelden die ik in de brief heb genoemd.

Ik hoop dat ik inmiddels voldoende over de inhoudelijke situatie van het COA heb gezegd. Gevraagd is om een kostprijsonderzoek of een onderzoek naar misschien ook wel de sturingsrelatie Justitie-COA en om meer inzage in capaciteitsontwikkelingen. Enkele jaren geleden is er al een interdepartementaal beleidsonderzoek naar het COA geweest, een uitvoerig bedrijfsvoeringsonderzoek. Dat dient u als basis voor onze afspraken met het COA. De kostprijssystematiek waarmee wij werken, is op dat onderzoek gebaseerd. Het wordt elke paar jaar geëvalueerd op basis waarvan weer de kostprijs wordt geactualiseerd. De laatste maanden van dit jaar en de eerste maanden van 2010 zal die evaluatie opnieuw plaatsvinden. Dat zijn overigens de voor de periodieke evaluatie afgesproken termijnen. Als u dat wenst, zullen wij dat in een wat bredere context aan de Kamer doen toekomen.

De heer Spekman (PvdA): Ik zou graag zien dat daar ook elementen bij worden betrokken zoals verhuisbewegingen en eventuele alternatieve vormen van opvang die goedkoper zijn. Wat mij fascineert is dat de kostprijs soms hoger is dan die van maatschappelijke opvang.

De voorzitter: Kan de staatssecretaris dat toezeggen?

Staatssecretaris Albayrak: Zeker.

De Reba is een van de instrumenten om mensen te stimuleren te gaan werken als ze nog in de opvang zitten. Wij hebben het dan over mensen die tot Nederland toegelaten zijn en dus een status hebben, maar in de opvang nog wachten op een huis. Zij mogen dan werken. Ik heb begrepen en hoop dat u door deze brief inmiddels ook duidelijk is geworden dat er een misverstand bestond over het geld dat mensen mogen houden. Gedacht werd dat als iemand een minimumloon verdient van rond de € 1300, € 1400 hij maar € 183 mocht houden en er dus helemaal geen prikkel tot werken van uit zou gaan. Iemand met een minimuminkomen kan ca. € 940 houden op basis van de huidige regeling. Wij gaan ervan uit dat het COA kosten maakt voor bed, bad, brood en dat die kosten worden betaald door de toegelaten vreemdeling, op dat moment nog vluchteling die inkomen heeft. Volgens deze berekeningen gaan wij uit van de Wet werk en bijstand, waardoor deze vreemdelingen niet beter af zijn dan de mensen die in die WWB zitten, maar ook niet als ze vanuit die centrale opvang naar een eigen huis gaan in een slechtere situatie terechtkomen dan in de opvang. Ik hoop dat dit u voldoende heeft overtuigd. Als men voorbeelden heeft dat dit in de praktijk niet zo werkt, zullen wij daar graag naar kijken. Zo zou het in ieder geval moeten werken.

De heer Spekman (PvdA): Gezien de tijd kom ik er later nog wel op terug.

Staatssecretaris Albayrak: Ik denk over Griekenland inmiddels wel voldoende te hebben gezegd.

Mevrouw Van Toorenburg sprak over terugkeer Kerk in Actie en Platform Duurzame Terugkeer. Wij zijn er nog steeds niet uit hoe wij die 9 mln. die wij voor de terugkeer vrij hebben gemaakt via dat platform kunnen wegzetten in succesvolle projecten. Ik zeg dit in alle eerlijkheid, want het gesprek gaat nu al een paar keer heen en weer. Het laatste wat ik wil, is dat wij die 9 mln. stoppen in de samenwerking van die organisaties zonder dat het concrete succesvolle projecten oplevert. De voorstellen die zijn gedaan hebben wij nu al een paar keer aangepast en wij blijven in gesprek. Ik ben daar echter nog niet heel erg over te spreken. Het subsidieverzoek van Kerk in Actie gaan wij een dezer dagen beantwoorden en wij bekijken dan vooral of het een bijdrage kan leveren aan de terugkeer bovenop de maatregelen die wij zelf al hebben in de vreemdelingenbewaring.

Zij sprak ook over de gemeentelijke noodopvang. In alle bestuurlijke overleggen die ik met de VNG heb, bevestigt de VNG de afspraak dat de inzet is om vanaf 1 januari 2010 de direct dan wel indirect door de gemeenten gesubsidieerde noodopvang van asielzoekers te stoppen. Daar committeert de VNG zich ook aan, maar u kent de lokale werkelijkheid. Die is weerbarstiger dan alleen maar mijn bestuurlijk contact met de VNG, maar u moet daar op dit moment maar van uitgaan. Ik heb de VNG gevraagd om een inventarisatie van de stand van zaken. Ik kom regelmatig in het land en ik kan u zeggen dat de situatie in Friesland een wereld van verschil is. Ik wil terug naar de normale situatie waarin wij echt af zijn van de noodopvang van de 26 000 mensen die onder het generaal pardon wilden vallen. De grootste groep is al weg, omdat ze een vergunning hebben gekregen. Op heel veel plaatsen is die noodopvang feitelijk ook dicht. Ik weet dat veel gemeenten er ook zo op zaten te wachten om dat weer tot het verleden te laten behoren. Ik sluit niet uit dat een enkele gemeente mij probeert te dwingen tot het opvangen van alle rechtmatig verblijvenden in Nederland, maar die afspraak hebben wij niet gemaakt. Er is niet afgesproken dat eerst die rechtmatig verblijvenden moeten worden opgevangen en dat daarna de noodopvang dicht kan. Wij zijn anders begonnen en daar zal ik gemeenten ook aan houden. Na de zomer zal ik zelf bekijken op basis van de inventarisatie waar de noodopvang inderdaad dicht is. Ik moet daar de VNG wel voor gebruiken omdat ik daar zelf natuurlijk niet 100% zicht op heb.

U kent die normale situatie nog wel. Een paar jaar geleden ging de discussie vooral over de vraag of gemeenten een autonome zorgplicht hebben voor de opvang van dakloze mensen. U kent de situatie rondom dominee Visser in Rotterdam. Ik sluit niet uit dat ook na 1 januari 2010 het incidenteel kan voorkomen dat in de daklozenopvang of waar dan ook ook een uitgeprocedeerde asielgezin zit dat op straat stond. Ik zal de gemeenten daarop blijven aanspreken. Maar de situatie die is ontstaan rond de discussie over het generaal pardon met een structurele opvang van uitgeprocedeerden die het land uit moeten, moet tot het verleden behoren.

De rol van Buitenlandse Zaken is in mijn ogen helemaal niet zo beperkt als de CITT constateert, maar ik geloof wel dat die misschien nog wat zichtbaarder moet worden. Dit kabinet wil een integrale aanpak. Op mijn initiatief praat de ministerraad een keer in de drie weken over terugkeer en het verbinden van de krachten van de verschillende ministers, die van EZ, Ontwikkelingssamenwerking, Buitenlandse Zaken en LNV. In alle verdragen die zij sluiten, wil ik een terugkeerclausule opnemen. Ik geloof echt dat wij een andere integrale aanpak te pakken hebben waar Buitenlandse Zaken een uitdrukkelijke rol bij speelt. Een ambtenaar van Buitenlandse Zaken zit bij mij ook tweewekelijks aan tafel bij mijn terugkeeroverleg.

Ik denk dat ik ook voldoende ben ingegaan op de herhaalde aanvragen, net als op de amv’s en gezinshereniging. Ik kom dan op de motie-Van de Camp over het ouderenbeleid. Ik zal die met plezier betrekken bij de bredere visie op gezinsmigratie. U hebt gelezen wat ik in reactie op de motie heb geschreven. Als je mensen een zelfstandige vergunning geeft, mogen ze eigenlijk niet meer afhankelijk zijn van het kind en ook niet meer financieel afhankelijk worden geacht. Dat is de lijn die wij nu volgen, maar ik zal dit bij de beoordeling betrekken van het brede gezinsmigratiebeleid.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Maak dan gewoon een relatiebeleid waarin al die aspecten van gezinsvorming, gezinshereniging aan de orde komen.

Staatssecretaris Albayrak: Dat wordt mij te vaag, te breed. Wij hebben huwelijk al in partner veranderd. Als wij dan ook nog over relatie gaan spreken, gaat het ook om arbeidsmigratie, kennismigranten, enzovoort. Dat wordt echt te breed. Het gaat natuurlijk om extended family. Ouders kunnen worden toegelaten omdat dat een eerstelijnsrelatie is. Eigenlijk is het dus familiemigratie.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Krijgen wij nu in het verlengde van die integrale aanpak van huwelijksmigratie een stuk over ouderenmigratie waarover wij na het zomerreces kunnen debatteren?

Staatssecretaris Albayrak: Ja, de link zal zijn dat wij onder gezinsmigratie ook de migratie van ouderen verstaan. Ik wil hier wel het beeld wegnemen dat ouderen zomaar zouden kunnen komen en hier een uitkering krijgen. Ze kunnen niet zomaar komen, daar hebben wij strakke voorwaarden voor. Pas als zij aan die voorwaarden voldoen, kunnen ze komen, Er moet bijvoorbeeld iemand in dit land zijn die voor ze kan zorgen en het kind moet voldoende middelen van bestaan hebben om die ouders te onderhouden in de jaren dat zij een afhankelijke verblijfsvergunning hebben. Het staat dus zeker niet iedereen vrij om hier naartoe te komen.

Wat het COA betreft, heb ik nog een actualiteit die ik u niet wil onthouden. Dat betreft de situatie in Tienray. Eerder heb ik al gewezen op het akkoord dat er met de gemeente was voor een opvanglocatie in een hotel. Volgens de eerdere meldingen van de burgemeester was dat conform het bestemmingsplan. De gemeente is daar vervolgens op teruggekomen en heeft gezegd dat het in strijd zou zijn met het bestemmingsplan. Het COA heeft een kort geding aangespannen en heeft dat gisteren ook gewonnen. De gemeente is zich nu aan het beraden over hoe zij met deze uitspraak zal omgaan, maar in principe kan het COA die locatie dus in gebruik nemen. Wij wachten dus op de reactie van de gemeente.

Het is een beetje de tragiek van de sprekers die aan het eind van de rij zitten, maar ik hoop dat ik mevrouw Azough toch een beetje recht heb gedaan door hiervoor bij verschillende onderwerpen ook naar u te verwijzen. Resteert in ieder geval nog de opvang van minderjarigen, waarnaar ook mevrouw Van Toorenburg nog heeft gevraagd. Er ligt een rapport over minderjarigen in de opvang, onder andere van Defence for Children. Dat gaat met name om de lange duur dat ze in de opvang zitten. In mijn reactie heb ik gezegd dat wij dat proberen te adresseren door de maatregelen die in de Asielbrief zijn genoemd, onder andere de duur van de COA-opvang verkorten. Dat ze zo vaak moeten verhuizen, zal het COA zoveel mogelijk proberen tegen te gaan. Als het toch noodzakelijk is, zullen wij dat concentreren rondom de schoolvakanties. Op de alleenstaande minderjarigen kom ik graag terug in de visie die ik u beloofd heb.

Over Griekenland heb ik al voldoende gezegd.

Mevrouw Azough (GroenLinks): De staatssecretaris had nog beloofd iets te zeggen over de stand van zaken in het overleg tussen het COA en de VNG. Is Tienray het enige wat daarover te zeggen valt of zijn er nog andere gemeenten waarover iets te zeggen valt?

Staatssecretaris Albayrak: Die zijn mij op dit moment niet bekend. Het COA heeft met name een probleem met gemeenten waar het kortdurende opvang betreft, bijvoorbeeld als alternatief voor die tenten. Voor de langdurige contracten zijn er vaak minder problemen. Zijn er bijvoorbeeld nieuwe locaties gebouwd of in gebruik genomen, dan vragen gemeenten vaak wel dat als die locaties niet meer nodig zijn, ze voor de gemeente nog wel bruikbaar zijn als bijvoorbeeld huisvesting. Vandaar de op zich raar lijkende discussie over de tweeondereenkapwoningen waar zo’n 16 mensen in gaan wonen. Dat is dus voor gebruik door gemeenten als het de COA de huizen niet meer nodig heeft.

Mevrouw Van Velzen (SP): Ik maak mij toch wat zorgen om de situatie in Tienray. Dit is niet iets wat je voor de rechter moet uitvechten. Hier gaat het toch om draagvlak onder de bevolking. In dat dorpje komt toch een immens grote stroom vreemdelingen en voor zover ik dat heb kunnen polsen, is daar geen draagvlak voor. Je kunt dan wel je gelijk voor de rechter halen, maar dan heb je nog niet je gelijk onder de bevolking gekregen. De komende twee maanden zullen wij, zoals het er nu naar uitziet, deze staatssecretaris niet naar de Kamer gaan halen, maar ik zou wel graag van haar zien dat zij er volop op inzet om voor de bevolking daar het nodige te doen aan voorlichting om ervoor te zorgen dat het draagvlak dat er niet is nu wel wordt gecreëerd.

Staatssecretaris Albayrak: Ik ben het daarmee eens. Ik ken weliswaar niet helemaal de argumenten van de burgemeester, dat was een contact tussen het COA en het lokale bestuur. Het was inderdaad even de onhandigheid van eerst die toezegging. Als direct nee wordt gezegd, heb je ook een ander gesprek, maar er lag een toezegging en die werd vervolgens teruggedraaid. Daarom is dat kort geding ook aangespannen. Ik ben het helemaal met u eens dat draagvlak essentieel is voor elke uitbreiding van de asielopvang. Het COA is op dat punt echt wel opgeschoten. Van een situatie van krimp is het in een situatie van groei terechtgekomen en de bestuurlijke contacten en het draagvlak zijn dan essentieel om ervoor te zorgen dat de taak die het COA van Justitie heeft gekregen kan worden waargemaakt. Ik zit echt niet te wachten op een methode die alleen maar onrust zaait waardoor de kans op uitbreiding van de opvang alleen maar kleiner wordt.

Mevrouw Van Velzen (SP): Ik kan mij niet voorstellen dat de onrust onder de bevolking verdwijnt als mensen via een rechtszaak in feite gedwongen het dorp worden ingebracht. Ik vraag de staatssecretaris om aan dat draagvlak te werken. Als blijkt dat dat er ook na alle inspanningen van het COA toch niet is, moet ervan worden afgezien. Het draagvlak is wezenlijker dan de opvang.

Staatssecretaris Albayrak: De eerste stap is dat de gemeente nu moet reageren en moet aangeven hoe zij met deze uitspraak omgaat. Je mag er toch van uitgaan dat met name voor het lokaal bestuur draagvlak onder de bevolking een van de essentiële overwegingen zal zijn.

Voorzitter. Ik denk dat voor de heer Anker helemaal geldt dat het grootste deel van zijn vragen al is beantwoord. Het ambtsbericht over Sri Lanka komt snel en daarna zullen wij zo snel mogelijk met een kabinetsreactie komen. De heer Anker sprak van een week, maar dat is mij niet bekend. Ik weet dat het in juli komt, maar niet halverwege of aan het eind van de maand. Wij komen in ieder geval zo snel mogelijk met een beleidsreactie. Dat hoeft niet zoveel tijd te kosten, want wij hebben natuurlijk al veel informatie. Die actuele wapenstilstand moet nog wel worden meegenomen.

De heer Anker zei dat maatregelen inzake terugkeer op hoog diplomatiek niveau moeten worden afgesproken. Dat laat wel zien dat de ambassades ook zo cruciaal zijn. De terugkeerfunctionarissen van de DT&V werken al op de terugkeerlocaties in de vreemdelingenbewaring. Hij vroeg vooral om een en ander zodanig in te richten dat met name de vrijwillige terugkeer maximaal wordt ondersteund.

De heer Anker (ChristenUnie): Ik wilde eigenlijk de link leggen tussen die terugkeerfunctionaris en het Platform Duurzame Terugkeer dat in een visiedocument een cirkeldiagram heeft gemaakt van zo’n beetje alle spelers die met terugkeer te maken hebben en daarin aangegeven wat nu de verantwoordelijkheden van de overheid zijn en die van de ngo’s. Ik vroeg mij af welke plaats die terugkeerfunctionaris in dat cirkeldiagram heeft. Is het een soort intermediair tussen de vrijwilligerswereld en de overheid?

Staatssecretaris Albayrak: Wij hebben nu al een vrij nauwe samenwerking met veel van die organisaties, bijvoorbeeld tussen de IOM en de DT&V. Wat de IOM doet en op welk moment het wordt ingeschakeld en wat het, soms zonder dat wij daar zicht op hebben, doet moet op elkaar aansluiten en elkaar versterken. Wij moeten elkaar niet tegenwerken. Wij zijn geen concurrenten van elkaar. Als dat uw zorg is, deel ik die en via DT&V probeer ik ervoor te zorgen dat het zo ook gebeurt, dat men van elkaar weet of er bijvoorbeeld financiële ondersteuning mogelijk is. Het zijn vaak toch dezelfde mensen waarmee gewerkt wordt. Dat geldt niet alleen voor de IOM maar ook voor de andere ketenpartners. Ik zal in de verdere gesprekken met het platform in ieder geval de positionering van de terugkeerfunctionaris in de gaten blijven houden.

Eigenlijk als enige heeft de heer Anker nog gesproken over de leges. Ik heb al gezegd dat er op verzoek van Financiën en ook naar aanleiding van de kritiek in het rapport van de Algemene Rekenkamer een nieuw en diepgravend kostenonderzoek komt, ook naar de veranderingen die met het modern migratiebeleid qua leges aan de orde komen. Daarin zal uitdrukkelijk de relatie tussen de directe kosten en indirecte kosten worden meegenomen. Dat onderzoek zal in oktober van dit jaar klaar zijn.

De heer Anker (ChristenUnie): De staatssecretaris heeft net de toezegging gedaan dat er onderzoek komt naar de kostprijssystematiek van het COA. De heer Spekman wilde er nog andere dingen bij betrekken, zoals verhuizingen. Ik wil het nog een beetje breder trekken en voorkomen dat wij alleen een kostprijsverhaal krijgen. Hoe zit het met verhuizingen, hoe zit het met alternatieve locaties en zijn er mogelijkheden om een beetje rust in die tent te krijgen? De laatste maanden gebeuren zoveel verschillende dingen op zoveel verschillende locaties en dat vindt niemand leuk. Kan ook dat erbij worden betrokken?

Staatssecretaris Albayrak: Ja. De ontwikkeling van de kostprijs heeft natuurlijk ook alles te maken met het product dat je aanbiedt en het product dat van je wordt gevraagd. Ik zal bezien in hoeverre wij dit maximaal bij dat onderzoek kunnen meenemen.

Voorzitter. Ik denk hiermee ook de resterende vragen van de heer Anker te hebben beantwoord.

De voorzitter: Dan is dit het eind van dit algemeen overleg. Ik waardeer de collega’s die de moeite hebben genomen om ook naar de antwoorden te luisteren op de vragen die collega’s gesteld hadden. Ik dank de staatssecretaris voor haar beantwoording. Het verslag van dit overleg zullen wij in de randen van de nacht wel zien langskomen.


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: De Wit (SP), Van der Staaij (SGP), Arib (PvdA), ondervoorzitter, De Pater-van der Meer (CDA), voorzitter, Çörüz (CDA), Joldersma (CDA), Gerkens (SP), Van Velzen (SP), Van Vroonhoven-Kok (CDA), De Krom (VVD), Timmer (PvdA), Griffith (VVD), Teeven (VVD), Verdonk (Verdonk), De Roon (PVV), Roemer (SP), Pechtold (D66), Heerts (PvdA), Thieme (PvdD), Kuiken (PvdA), Bouwmeester (PvdA), Van Toorenburg (CDA) en Anker (ChristenUnie).

Plv. leden: Langkamp (SP), Van der Vlies (SGP), Smeets (PvdA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Jager (CDA), Jonker (CDA), Leijten (SP), Ulenbelt (SP), Jan de Vries (CDA), Weekers (VVD), Dijsselbloem (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Van Miltenburg (VVD), Zijlstra (VVD), Fritsma (PVV), Karabulut (SP) Koşer Kaya (D66), Gill’ard (PvdA), Ouwehand (PvdD), Spekman (PvdA), Bouchibti (PvdA), Van Haersma Buma (CDA), Slob (ChristenUnie), Sterk (CDA) en Van Gent (GroenLinks).