Hoe reageert u op de recente bevindingen van het laboratorium SGS Search, waaruit blijkt dat meer speelgoed asbest bevat dan uit het oorspronkelijke onderzoek bleek?
Het kabinet begrijpt dat de resultaten van het onderzoek van het AD tot zorgen hebben geleid. Daarom is het goed dat de risicobeoordeling van de NVWA beschikbaar is. Hierin concludeert de NVWA dat in algemene zin het gezondheidsrisico, door het spelen met verschillende soorten speelzand, verwaarloosbaar is.
Het is belangrijk dat consumenten erop kunnen vertrouwen dat de producten die zij kopen veilig zijn. Uit het onderzoek van de NVWA blijkt dat van de 106 speelzandmonsters er 66 geen asbest bevatten en 34 een hoeveelheid die onder de grenswaarde van 0,1% blijft.
In de gevallen waar sprake was van overschrijding van de norm, heeft de NVWA handhavend opgetreden en producten uit de schappen gehaald.
Ondanks het geconstateerde verwaarloosbare risico is de aanwezigheid van asbest in speelzand ongewenst. Nederland zal zich daarom in Europees verband inzetten voor aanscherping van de grenswaarde.
Bent u bereid, gezien de problemen steeds groter blijken, het zekere voor het onzekere te nemen en direct te komen tot een verkoopverbod? Zo nee, waarom niet?
In Nederland, maar ook in de rest van Europa, zijn marktdeelnemers, zoals fabrikanten, importeurs en verkopers, zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van het speelgoed en moeten zij die veiligheid kunnen aantonen. De NVWA ziet erop toe dat de wet- en regelgeving voor deze producten wordt nageleefd. De NVWA concludeert in de risico-beoordeling dat in algemene zin het gezondheidsrisico, door het spelen met verschillende soorten speelzand, verwaarloosbaar is.
Verkopers en leveranciers van met asbest vervuild speelzand boven de norm van 0,1%, die geldt volgens het Warenwetbesluit Speelgoed 2011 ter implementatie van de Europese Speelgoedrichtlijn, worden door de NVWA aangesproken om de producten uit de handel te halen en eventueel bestuursrechtelijk gedwongen tot een terugroepactie. Voor de speelzandmonsters waarin meer dan 0,1% asbest is geconstateerd, is dit al gebeurd. Er zijn ook ondernemers die uit eigen beweging producten uit de handel hebben gehaald.
Daarom is het kabinet niet bereid een algemeen verkoopverbod voor speelzand in te stellen.
Aangezien meerdere laboratoria inmiddels onderzoek hebben gedaan en hebben geconstateerd dat meerdere producten met speelzand asbest bevat, bent u bereid samen te werken met deze laboratoria en experts om onderzoek te doen en veiligheidsmaatregelen op te stellen?
De NVWA werkt samen met SGS Search te Heeswijk, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO), de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD’s), de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA). De gezamenlijke expertise m.b.t. asbest binnen deze organisaties is ruim voldoende om een zorgvuldig onderzoek te doen en veiligheidsmaatregelen op te stellen.
Een zorgvuldige bemonstering, analyse en risicobeoordeling van de NVWA is cruciaal om besluiten te nemen die bestuurs- of strafrechtelijk houdbaar zijn. Daarom kan de NVWA niet handhavend optreden op basis van laboratoriumresultaten van derden, bijvoorbeeld in opdracht van particuliere partijen. De NVWA heeft echter wel 14 Nederlandse laboratoria benaderd om hun onderzoeksresultaten met de NVWA te delen om zo een breder beeld te krijgen van de mogelijke aanwezigheid van asbest in speelzand.
Kunt u inschatten hoeveel kinderen, ouders en medewerkers van scholen en kinderdagverblijven door dit speelgoed zijn blootgesteld aan asbestvezels?
Het is begrijpelijk dat de aanwezigheid van asbest in speelgoed, zeker op plekken waar kinderen spelen, veel zorgen oproept. We kunnen geen betrouwbare inschatting geven van het aantal kinderen, ouders of medewerkers dat mogelijk is blootgesteld. Daarvoor ontbreken essentiële gegevens, zoals de exacte omvang van het gebruik van het vervuilde speelzand en de verspreiding van de betrokken producten.
Aangezien het speelzand is aangetroffen op basisscholen en kinderdagverblijven, bent u bereid de Nederlandse Arbeidsinspectie opdracht te geven onderzoek te doen naar de aanwezigheid van asbest op scholen waar dit speelzand is gebruikt?
De arbeidsinspectie is onafhankelijk. Daarom kan geen opdracht worden gegeven om onderzoek te doen naar de aanwezigheid van asbest op scholen en kinderopvangcentra, waar dit speelzand is gebruikt.
Bij vermoedens over gezondheids- en veiligheidsrisico’s van werkenden kan altijd een melding worden gedaan bij de arbeidsinspectie. De arbeidsinspectie pakt meldingen op basis van risicoanalyse en urgentie op. Meldingen worden met voorrang behandeld als er sprake is van direct gevaar, ernstig letsel of structurele misstanden. De arbeidsinspectie weegt dit per melding af.
Bent u bereid grootschalig onderzoek te doen naar alle vormen van consumentenartikelen die mineralen bevatten die gemijnd worden in gebieden waar van nature asbest vormt, zoals make-up dat talk bevat?
De NVWA concludeert in haar rapport dat in algemene zin het gezondheidsrisico, door het spelen met verschillende soorten speelzand, verwaarloosbaar is.
Uit een uitgebreid onderzoek naar asbest in cosmetische producten met talk door NVWA uit 2018 bleek dat slechts een klein aantal van de producten vervuild is met asbest. Uit de risicobeoordeling bleek het hierbij te gaan om een beperkt gezondheidsrisico.
Gezien de geconstateerde geringe gezondheidsrisico’s voor asbest in speelzand en cosmetische producten ziet het kabinet geen aanleiding voor een onderzoek naar alle vormen van consumentenartikelen die mineralen bevatten die gemijnd worden in gebieden waar van nature asbest voorkomt.
Wanneer was de NVWA op de hoogte van de problemen in Australië en Nieuw-Zeeland? Wanneer zijn ze begonnen met onderzoeken? Welk laboratorium voert het onderzoek uit en is dit laboratorium geaccrediteerd voor asbest analyse? Kunt u een tijdlijn geven van alle gezette stappen en acties die zijn ondernomen?
In de brief van de toenmalig Staatssecretaris van 20 februari 2026 (Kamerstukken 2025–2026 25 834, nr. 201) is toegelicht welke acties de NVWA heeft genomen naar aanleiding van de berichten uit Australië en Nieuw-Zeeland over asbest in speelzand. De asbest analyses binnen dit onderzoek zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium SGS Search te Heeswijk. Aan de hand van deze analyseresultaten heeft het RIVM een risicobeoordeling gemaakt op basis waarvan het Bureau Risicobeoordeling en Onderzoek (Buro) van de NVWA een advies geformuleerd heeft. De risicobeoordeling van het RIVM en het Buro advies zijn op 8 april 2026 openbaar gemaakt via hun eigen websites.
Bent u bereid de conclusies van het onderzoek van de NVWA naar de asbestvezels in het speelveld met de Kamer te delen? Zo ja, wanneer kan de Kamer deze brief verwachten?
De conclusies van het onderzoek van de NVWA naar de aanwezigheid van asbest in speelzand zijn via de website van de NVWA openbaar gemaakt. Daarnaast maakt de NVWA de onderliggende resultaten actief openbaar volgens de daartoe opgestelde procedures.
Waar kunnen ouders die zich zorgen maken over mogelijke asbestvervuiling van hun woning door het speelzand terecht om hier onderzoek naar te doen?
Ouders die zich zorgen maken over mogelijke asbestverontreiniging in hun woning door het betreffende speelzand, kunnen in eerste instantie contact opnemen met de GGD van hun gemeente voor advies over gezondheidsrisico’s en mogelijke vervolgstappen. Als zij de aanwezigheid van asbest willen laten vaststellen, kan
dat via een gecertificeerd asbestlaboratorium of een geaccrediteerd inspectiebureau dat materiaalonderzoek uitvoert. Deze partijen kunnen monsters nemen en analyseren volgens de daarvoor geldende normen.
Welke verantwoordelijkheden hebben verkopers om dit asbest-vervuild speelzand te saneren of veilig te storten?
Met asbest-vervuild speelzand dient, net als ander asbesthoudend afval, veilig gestort te worden op een stortplaats die asbest mag accepteren. Verkopers van speelzand dat met asbest vervuild is, dienen zelf afspraken te maken met een afvalinzamelaar over de veilige afvoer en verwerking van hun afval. Zij zijn gehouden aan de (strenge) geldende asbestregelgeving die als doel heeft om de leefomgeving en burgers en de werknemers te beschermen. Dit geldt ook voor andere bedrijven en instellingen (zoals kinderopvangcentra en scholen). Indien deze partijen zich willen ontdoen van asbest-vervuild speelzand, dan dienen zij zelf afspraken te maken met een afvalinzamelaar.
Welke consequenties zijn er voor de verkopers, leveranciers en producenten van het asbestvervuilde speelzand voor het verspreiden van het speelzand en het blootstellen van kinderen aan asbest? Bent u bereid terugroepacties te verplichten?
Fabrikanten en importeurs zijn verantwoordelijk voor het op de markt brengen van veilige producten. De NVWA ziet erop toe dat de wet- en regelgeving voor deze producten wordt nageleefd.
Verkopers en leveranciers van met asbest vervuild speelzand boven de norm van 0,1%, die geldt volgens het Warenwetbesluit Speelgoed 2011 ter implementatie van de Europese Speelgoedrichtlijn1, worden door de NVWA aangesproken om de producten uit de handel te halen en eventueel bestuursrechtelijk gedwongen tot een terugroepactie. Voor de speelzand monsters waarbij meer dan 0,1% asbest is geconstateerd is dit al gebeurd. Er zijn ook ondernemers die uit eigen beweging producten uit de handel halen en terugroepen bij klanten.
Bent u bereid samen met andere landen in Europees verband te pleiten voor een importverbod voor dit soort speelzand zolang het onduidelijk is of deze producten asbest bevatten?
Naar aanleiding van dit incident heeft Nederland het voortouw genomen bij de gezondheidskundige risicobeoordeling van asbest in speelzand. Zo’n risicobeoordeling voor speelzand was nog niet eerder uitgevoerd, waardoor een uniforme aanpak binnen de Europese lidstaten ontbreekt.
De NVWA concludeert in de risico-beoordeling dat in algemene zin het gezondheidsrisico, door het spelen met verschillende soorten speelzand, verwaarloosbaar is. Ondanks het geconstateerde verwaarloosbare risico is de aanwezigheid van asbest in speelzand ongewenst. Nederland zal zich daarom in Europees verband inzetten voor aanscherping van de grenswaarde. In samenwerking met Europese landen zal verder gewerkt worden aan een verbetering van de normen voor speelgoed.
Kent u de brief van de regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld van 11 februari 2026 betreffende de aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en de brief van Movisie van 20 februari 2026 en de oproep van de Emancipator?1
Ja.
Klopt het dat het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (NAP) en de functie van regeringscommissaris in 2026 wordt afgebouwd, ondanks de opgedane ervaringen en de ingezette, eenduidige aanpak? Zo ja, wat is de reden voor deze afbouw en per wanneer gaat dit in?
Het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (hierna: NAP) zou initieel eindigen in december 2025 en de termijn van de regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (hierna: RC) in medio 2025. Bij de besluitvorming over de Voorjaarsnota 2024 heeft het toenmalige kabinet besloten het NAP en de termijn van de RC te verlengen tot en met 31 december 2026 en hiervoor aanvullende middelen vrij te maken. Dit is toegelicht in de eerste suppletoire begroting OCW 2024 en daarnaast middels een persbericht bekendgemaakt2. De Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie heeft na overleg met de RC dit voorjaar besloten om binnen de eigen begroting aanvullende middelen vrij te maken om het bureau van de RC tot eind 2026 te financieren. Hiermee heeft de RC meer ruimte en capaciteit om haar activiteiten goed te bestendigen en over te dragen. Het kabinet kiest ervoor seksueel geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag te bestrijden in een bredere aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld en zal het NAP en de termijn van de RC dus niet nogmaals verlengen.
Wanneer is dit besluit genomen en hoe is de Kamer hierover geïnformeerd?
Zie antwoord vraag 2.
Heeft deze afbouw te maken met het aflopen van het Nationaal Actieprogramma en daarmee de opdracht van de regeringscommissaris? Zo ja, kan geconcludeerd worden dat het werk in voldoende mate kan worden afgerond en op grond waarvan wordt dit geconcludeerd?
Het kabinet blijft werken aan het bestrijden en voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Het is onacceptabel dat vrouwen nog altijd niet veilig zijn in Nederland. Zoals beschreven in het coalitieakkoord kiest het hierbij voor het opstellen van een nieuw Nationaal Actieplan Stop Geweld tegen vrouwen. Dit betreft een bredere aanpak, gericht op alle vormen van geweld tegen vrouwen zoals opgenomen in het Verdrag van Istanbul. Seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld worden hier nadrukkelijk onderdeel van. Het kabinet stelt een Nationaal Coördinator (hierna: NC) aan om dit actieplan te coördineren.3
Daarnaast zal het kabinet conform de EU-richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld een orgaan of organen aanwijzen voor rapportage, aanbevelingen, informatie-uitwisseling en systematische statistiekvorming.4
Met deze structuur zorgt het kabinet voor duidelijkheid, effectiviteit en samenhang in de aanpak. Wij zullen de werkzaamheden, kennis en projecten van het NAP en de RC zo goed mogelijk bestendigen in de bredere aanpak. De RC adviseert het kabinet hierover en zij stelt haar kennis en expertise beschikbaar om de overgang goed te laten verlopen.
Hoe verhoudt dit zich tot het kritische advies van GREVIO over de Nederlandse aanpak van geweld tegen vrouwen, waarin tevens wordt geconstateerd dat het Nationaal Actieprogramma en de regeringscommissaris daarvan positieve elementen zijn binnen de Nederlandse aanpak en hoe rijmt het afbouwen hiervan met dit advies en deze constatering?
Het bestrijden van geweld tegen vrouwen is een prioriteit van dit kabinet. Daarbij zullen wij ons houden aan het Verdrag van Istanbul.5 De evaluaties van GREVIO bieden waardevolle aanknopingspunten voor verbeteringen van de Nederlandse aanpak. Zo zal het kabinet conform deze aanbevelingen de coördinatie van de aanpak versterken en de verschillende geweldsvormen tegen vrouwen in samenhang bestrijden.
Hoe verhoudt deze afbouw zich tot de implementatie van het Verdrag van Istanbul en de eerder geuite kritieken vanuit de VN op de uitvoering van dit verdrag in Nederland?
Zie antwoord vraag 5.
Is het de bedoeling dat het Nationaal Actieprogramma en de rol van de regeringscommissaris wordt vervangen door het nieuwe programma geweld tegen vrouwen en de in het coalitieakkoord genoemde Nationaal Coördinator (ingesteld naar aanleiding van de wens van de Kamer om geweld tegen vrouwen en femicide aan te pakken)? Zo ja, waar blijkt dat uit?
Het bestrijden en voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld blijft van groot belang. Het kabinet kiest ervoor dit onderdeel te maken van een bredere aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, en hierin de lessen uit het NAP mee te nemen. In het verlengde daarvan kiezen wij voor de aanstelling van een NC die dit bredere programma zal coördineren, en niet voor het nogmaals verlengen van de termijn van de RC. U bent op 18 december 2025 geïnformeerd over deze bredere aanpak en het voornemen een NC aan te stellen.6 De NC en RC zijn wezenlijk andere functies. Zij verschillen onder andere qua mandaat, opgave, inhoudelijke scope, takenpakket en benodigde competenties.
De RC is een boegbeeld van de gewenste cultuurverandering ten aanzien van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Zij is een onafhankelijk adviseur van het kabinet en aanjager van het maatschappelijk gesprek. Er is veel winst geboekt ten aanzien van het bespreekbaar maken van dit onderwerp en het vergroten van de bewustwording. Zo is zij een aanjager van het gesprek in de media en samenleving, heeft diverse producten gecreëerd die houvast geven bij het bestrijden en voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld en is zij een luisterend oor en een stem voor slachtoffers. Daarnaast heeft zij een begin gemaakt met de daadwerkelijke cultuurverandering door via allianties verschillende maatschappelijke aanpakken te initiëren, bijvoorbeeld in verschillende arbeidsmarktsectoren, in het onderwijs en binnen de studentenverenigingen.
We gaan echter een volgende fase in, waarin de gegroeide bewustwording en gestarte gedragsverandering verder moet worden bestendigd. Dit wil het kabinet doen door middel van samenhangend beleid, een heldere rolverdeling en duidelijke afspraken tussen het rijk, gemeenten, maatschappelijke partners en andere betrokkenen. Er is door diverse betrokkenen, experts en belangengroepen geconstateerd dat de aanpakken van verschillende vormen van geweld tegen vrouwen momenteel versnipperd zijn en dat betere coördinatie en samenhang noodzakelijk zijn. Dit kwam ook naar voren in de gesprekken met uw Kamer en in diverse moties die u heeft ingediend. De focus van de werkzaamheden van de NC ligt op het coördineren van het opstellen en uitvoeren van een Nationaal actieplan voor de aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Belangrijke taken hierin zijn: samenwerking stimuleren, afstemming verbeteren, toezien op de uitvoering, zorgdragen voor samenhang en het nakomen van afspraken. Het kabinet werkt het exacte mandaat van de NC momenteel nader uit en zal dit openbaar maken zodra dit is vastgesteld.
Bent u het met ons eens dat dit twee verschillende functies zijn? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 7.
Deelt u de mening dat de positie van de huidige regeringscommissaris die van een onafhankelijke aanjager is terwijl de Nationaal Coördinator vanuit zijn positie zich juist ten aanzien van de ambtelijke organisatie met het coördineren van activiteiten bezig moet houden?
Zie antwoord vraag 7.
Kunt u het verschil beschrijven in positie, taken, bevoegdheden en mate van onafhankelijkheid tussen een regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld en de in het coalitieakkoord genoemde Nationaal Coördinator? Welke kerntaken moet de Nationaal Coördinator vervullen?
Zie antwoord vraag 7.
Deelt u de mening van de regeringscommissaris dat er zowel in tijd als in inhoud een gat te dreigt te vallen in de aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld, omdat er nog geen Nationaal Coördinator is aangesteld en niet wordt benoemd in het coalitieakkoord hoe de aanpak van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag van de afgelopen jaren verankerd zal worden? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Nee. Het kabinet is voornemens om de NC voor de zomer van 2026 aan te stellen. De termijn van de RC loopt tot en met 31 december 2026. Daarmee is er voldoende tijd voor een goede overdracht van kennis en expertise. Zoals toegezegd aan uw Kamer zal de NC contact hebben met de RC over een goede overdracht en bestendiging. Daarnaast zal de RC een advies uitbrengen over een goede bestendiging van het programma en haar activiteiten. Dit advies zal worden meegenomen bij het vormgeven van het nieuwe nationaal actieplan geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld.
Deelt u de opvatting dat het Nationaal Actieprogramma, dat gericht is op de onderliggende patronen van seksueel geweld en geweld tegen vrouwen, met een onafhankelijke regeringscommissaris als aanjager en boegbeeld van de maatschappelijke cultuurverandering (nog steeds) nodig is en blijft om seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld blijvend en structureel te kunnen aanpakken? Zo ja, waarom wordt de financiering van de regeringscommissaris dan afgebouwd? Zo nee, waarom deelt u die mening niet en hoe kan worden voorkomen dat wat er de afgelopen jaren door de regeringscommissaris opgebouwd is verloren gaat?
Zie antwoorden op de vragen 4, 7, 8, 9, 10 en 11.
Bent u bekend met het bericht dat er opnieuw asbest gevonden is in speelzand dat online te koop was?1
Ja.
Wat vindt u ervan dat asbesthoudend speelzand alsnog te koop was, ook nadat verschillende producenten en verkopers aangaven dat ze de verkoop ervan hadden opgeschort?
Het is onwenselijk dat er alsnog asbesthoudend speelzand te koop was. De verantwoordelijkheid om veilige producten op de markt te brengen ligt bij de marktdeelnemers (zoals fabrikanten, importeurs en distributeurs). Uit het krantenartikel blijkt dat de betreffende marktdeelnemers die speelzand hebben aangeboden waarin asbest is aangetroffen, direct actie hebben ondernomen om het betreffende product van de markt te halen. Daarmee handelden zij conform de Europese wet- en regelgeving voor speelgoed, waarin is geregeld dat marktdeelnemers direct maatregelen treffen zodra zij informatie ontvangen dat er iets mis is met het speelgoed dat zij verkopen.
Hoe gaat u bovenstaande in de toekomst voorkomen?
In de speelgoedwetgeving is vastgelegd welke taken en verantwoordelijkheden marktdeelnemers hebben, om te voorkomen dat zij niet-conform speelgoed op de markt aanbieden.
De NVWA zal asbest in speelzand opnemen in het reguliere toezicht. Afhankelijk van het risico zal de toezichtintensiteit daar op worden aangepast. Daarbij gaat de NVWA in gesprek met de branche en ondernemers om hen erop te wijzen hoe ze aan de gestelde eisen van speelzand kunnen voldoen. Ondanks het geconstateerde verwaarloosbare risico is de aanwezigheid van asbest in speelzand ongewenst. Het kabinet zal zich daarom in Europees verband inzetten voor aanscherping van de huidige wettelijke limiet.
Ziet u met licht op het bovenstaande de tot nu toe genomen acties als voldoende om te voorkomen dat kinderen in aanraking komen met (potentieel) gevaarlijk speelzand?
Het kabinet heeft de nodige en mogelijke maatregelen genomen om te voorkomen dat kinderen in aanraking komen met (potentieel) gevaarlijk speelzand.
Aan (onder andere) ouders en kinderopvangorganisaties is meteen geadviseerd om het speelzand voorlopig even niet te gebruiken totdat het RIVM haar gezondheidskundige risicobeoordeling heeft afgerond.
Kinderopvangorganisaties zijn daarop gestopt met het aanbieden van dit type speelgoed aan kinderen tijdens hun verblijf op de opvanglocatie. Nu de resultaten van de risicobeoordeling bekend zijn geworden, adviseren de brancheverenigingen in de kinderopvang hun leden om uit voorzorg het speelzand ook nu niet meer te gebruiken. Het kabinet heeft daar begrip voor.
Fabrikanten, webshops en winkeliers hebben vrijwillig, of op verzoek van de NVWA, speelzand van de markt gehaald. Ondanks het geconstateerde verwaarloosbare risico zal, zoals eerder genoemd, de NVWA asbest in speelzand opnemen in het reguliere toezicht en zal het kabinet zich inzetten voor aanscherping van de wettelijke limiet.
Ziet u ook dat terugroepacties op eigen verantwoordelijkheid van bedrijven geen garantie bieden dat potentieel gevaarlijke producten niet langer verkocht worden? Zo ja, hoe ziet u in dit licht de reactie van de voormalige Staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport waarin vooral verwezen werd naar de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven?
In Europese wetgeving is de verantwoordelijkheid voor productveiligheid duidelijk geregeld: marktdeelnemers moeten kunnen aantonen dat hun producten veilig zijn en de NVWA houdt daarop streng toezicht. Wanneer sprake is van een ernstig risico kan de NVWA een publiekswaarschuwing of verplichte terugroepactie opleggen. Terugroepacties blijven een belangrijk instrument, maar toezicht blijft uiteraard noodzakelijk om de veiligheid van producten op de markt te borgen. Het is niet volledig te garanderen dat alleen conforme producten op de markt komen.
Deelt u de mening dat de resultaten van het onderzoek dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) zelf laat uitvoeren te lang op zich laten wachten? Zo nee, waarom niet?
Nee, het kabinet deelt deze mening niet. Het kabinet vindt het van groot belang dat dergelijk onderzoek zorgvuldig wordt uitgevoerd. Tegelijkertijd onderkent het kabinet dat er vanaf het begin grote behoefte was aan informatie over asbest in speelzand. Daarom heeft de NVWA op 13 maart een tussenrapportage van onderzoeksresultaten naar buiten gebracht. Hieruit bleek dat in 5 producten meer asbest was aangetroffen dan de wettelijke limiet. Deze producten zijn toen direct van de markt gehaald.
Daarnaast is ook een gezondheidskundige risicobeoordeling uitgevoerd door het RIVM. Ook dit onderzoek moest zorgvuldig gebeuren en was tijdrovend. De resultaten van de beoordeling zijn inmiddels openbaar gemaakt via de website van het RIVM.
Ziet u het als een beperking dat de NVWA niet handhavend kan optreden op basis van externe resultaten van geaccrediteerde laboratoria wanneer sprake is van een risico voor de volksgezondheid? Zo nee, waarom niet?
Nee, het is van groot belang dat de monstername (het in bewaring stellen van het product) onder toeziend oog van een inspecteur gebeurt, die de eed of belofte heeft afgelegd. Hiermee kan in juridische zin worden gegarandeerd dat er geen fraude is gepleegd ten tijden van de monstername. De NVWA heeft geaccrediteerde laboratoria benaderd om hun testuitslagen te ontvangen, om op die manier een breder beeld te krijgen van de situatie.
Deelt u de mening dat het lange wachten op onderzoeksresultaten van de NVWA en het uitblijven van aangekondigde instructies voor kinderdagopvangorganisaties kunnen leiden tot een afwachtende houding bij sommige van deze organisaties?
Het onderzoek naar en de risicobeoordeling van asbest in speelzand was erg complex. Het was noodzakelijk om dit zorgvuldig te doen. De brancheverenigingen in de kinderopvangsector hadden al proactief opgeroepen om speelzand op te bergen en voorlopig niet meer te gebruiken. Het beeld van het kabinet is dat de sector gehoor heeft gegeven aan dit signaal. Op basis van de risicobeoordeling door het RIVM en het Buro-advies kan de sector bepalen of zij speelzand willen blijven gebruiken. Zoals eerder aangegeven adviseren de brancheverenigingen hun leden om uit voorzorg het speelzand ook nu niet meer te gebruiken.
Wat vindt u van signalen dat sommige scholen het speelzand nog steeds of weer gebruiken, omdat leveranciers zelf zeggen dat het asbestvrij is?
Een leverancier is ervoor verantwoordelijk dat zijn product aan de wet- en regelgeving voldoet. Zoals aangetoond in het onderzoek van de NVWA bevat het meeste speelzand geen of hele kleine hoeveelheden asbest. Maar het kabinet heeft er begrip voor als ouders of kinderdagverblijven liever het zekere voor het onzekere nemen en voor alternatief speelgoed kiezen.
Wat vindt u van het gegeven dat sommige leveranciers hiervoor buitenlandse laboratoria gebruiken die niet in Nederland geaccrediteerd zijn en die bovendien geen elektronenmicroscopie gebruiken, maar lichtmicroscopie waarmee asbest niet altijd aangetoond kan worden?
Het is van belang dat de juiste methoden op een goede manier wordt uitgevoerd. Voor de bepaling van gehaltes aan asbest in speelzand is een methode nodig met een voldoende lage detectiegrens. Lichtmicroscopie heeft een detectiegrens gelijk aan de wettelijke limiet van 0,1% asbest. Elektronenmicroscopie kan asbest in speelzand tot veel lagere concentraties vaststellen. De combinatie van NEN 5896 en VDI 3866-5 is daarbij de meest geschikte aanpak om een indicatie te geven
van het asbestgehalte in speelzand volgens de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO)2. Laboratoria hoeven niet in Nederland geaccrediteerd te zijn om een dergelijke methode goed uit te voeren.
Kunt u bevestigen dat de resultaten afkomstig van laboratoria die niet in Nederland geaccrediteerd zijn in Nederland niet rechtsgeldig zijn?
Nee, als een onderzoek is uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium met de juiste methoden, dan is dat conform wet- en regelgeving acceptabel.
Laat de NVWA naast onderzoek naar asbest in het speelzand zelf ook onderzoek doen naar mogelijk vrijgekomen asbest in de ruimten van kinderdagverblijven en scholen waar dit speelzand gebruikt is, zoals ook in Australië en Nieuw-Zeeland gedaan is?
Nee, er is geen sprake van geweest dat de NVWA zelf onderzoek zou gaan doen naar mogelijk vrijgekomen asbest in de ruimten van kinderopvangcentra en scholen.
De lucht in een klaslokaal wordt continu ververst door mechanische ventilatie. Op basisscholen en kinderopvangcentra houdt het schoonmaakprotocol in dat alle oppervlakken dagelijks nat worden gereinigd, waardoor elke keer veel van de neergeslagen vezels worden verwijderd. Aangezien de bron van de verontreiniging is weggenomen en de klaslokalen meerdere malen nat zijn gereinigd, is professionele sanering van de klaslokalen niet nodig.
Deelt u de mening dat zolang dit probleem niet aan de bron aangepakt wordt, terugroepacties en waarschuwingen niet genoeg zijn, omdat verontreinigde producten het land binnen zullen blijven komen?
Uit het onderzoek van de NVWA blijkt dat van de 106 speelzandmonsters er 66 geen asbest bevatten en 34 een hoeveelheid die ver onder de grenswaarde van 0,1% blijft. Daarnaast heeft het RIVM aangetoond dat het gezondheidsrisico van spelen met verschillende soorten speelzand, waarin minder dan 0,1% asbest is aangetroffen, verwaarloosbaar is.
Desondanks zal het kabinet zich binnen Europa inzetten voor een lagere wettelijke eis voor het asbestgehalte in speelzand. Het kabinet heeft hierover advies gevraagd aan het RIVM.
Deelt u de mening dat de NVWA voldoende capaciteit moet hebben om zelf slagvaardig op te kunnen treden rondom productveiligheid in plaats van de verantwoordelijkheid vrijwel geheel bij de markt te leggen en dat daar een passende bekostiging bij hoort? Zo ja, hoe gaat u dit bewerkstelligen? Zo nee, waarom niet?
Producenten en handelaren zijn zelf verantwoordelijk voor het op de markt brengen van veilige producten. Dit is niet nieuw en is in Nederland geregeld op basis van de Warenwet en in EU-verband via onder andere de Algemene Productveiligheidsverordening. De NVWA ziet toe op de naleving van deze wetten. Uiteraard vindt het kabinet dat de NVWA voldoende middelen moet hebben om zijn toezichttaken uit te voeren. Hiervoor stelt VWS jaarlijks 157 mln. beschikbaar. De taken op het terrein van productveiligheid maken hier onderdeel van uit. Jaarlijks wordt een gezamenlijke afweging gemaakt hoe deze middelen het meest doelmatig ingezet kunnen worden.
Welke vormen van bekostiging voor de NVWA worden onderzocht, wanneer wordt de Kamer hierover geïnformeerd en op welke manier wordt daarmee voldoende slagkracht voor de NVWA gewaarborgd?
Naar aanleiding van de agentschapsdoorlichting van de NVWA door PricewaterhouseCoopers uit 2024, kijken de departementen met de NVWA naar andere vormen van bekostiging om het risicogericht toezicht door de NVWA beter te waarborgen. Hierover is de Kamer ook geïnformeerd (Kamerstuk 33 835, nr. 257).
Bij deze analyse wordt gekeken welke knelpunten en belemmeringen worden ervaren door de NVWA en welke oplossingen mogelijk zijn, waaronder verschillende bekostigingsvormen. Het is geen doel op zich om tot een andere bekostigingswijze te komen.
De Kamer zal uiterlijk einde van dit jaar worden geïnformeerd over de uitkomsten van deze verkenning.
Het bericht 'Amerikaanse chantage kost mensenlevens' |
|
Suzanne Kröger (GL), Sarah Dobbe (SP), Lisa Vliegenthart (GroenLinks-PvdA) |
|
Sophie Hermans (VVD), Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Amerikaanse chantage kost mensenlevens» van Aidsfonds en Rutgers van 23 januari 2026?1
Ja.
Hoe beoordeelt u de Amerikaanse beslissing om hulporganisaties, andere overheden, en Verenigde Naties (VN)-agentschappen die Amerikaans geld ontvangen, te verbieden om te werken aan diversiteit, gendergelijkheid en inclusie, bovenop het verbod op het verlenen van abortuszorg?
Op 23 januari heeft de VS aangekondigd dat ze de bestaande Mexico City Policy gaan uitbreiden. Er zijn drie «rules» gepubliceerd die restricties opleggen in relatie tot alle VS financiering, op het gebied van abortus, «gender ideology» en DEI (Diversity, Equity en Inclusion). Samen wordt dit het «human flourishing in foreign» assistance beleid genoemd. Er is nog veel onduidelijk over de implementatie van dit beleid, de juridische haalbaarheid ervan, en de uiteindelijke impact. Organisaties weten dus nog niet hoe dit beleid hen precies zal raken. Het kabinet deelt de zorgen van veel organisaties over de potentiële consequenties voor vrouwen, meisjes en gemarginaliseerde groepen in het mondiale zuiden. Het kabinet staat pal voor mensenrechten en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR). Deze staan wereldwijd onder druk en dat is uiterst zorgwekkend.
Deelt u de analyse dat deze maatregelen hulporganisaties ernstig belemmeren in het bieden van hulp aan kwetsbare groepen en dat dit zal leiden tot meer onveilige abortussen, moedersterfte en een toename in hiv-infecties wereldwijd?
De daadwerkelijke impact van het Amerikaanse beleid is nog niet helder. Het beleid geldt voor nieuwe bijdragen van de VS en werkt niet met terugwerkende kracht. De VS heeft aangegeven dat er een ontheffing (waiver)mogelijk is op dit beleid. Het is nog onduidelijk of, voor wie en waarvoor de VS dergelijke ontheffingen gaat toekennen. Echter, als een organisatie niet meer kan werken op het gebied van toegang tot veilige abortus, diversiteit, gendergelijkheid en inclusie, dan zal dit de toegang van gemarginaliseerde groepen tot gezondheidszorg belemmeren. Dit kan leiden tot meer onveilige abortussen, een hogere moedersterfte en een toename in hiv-infecties wereldwijd.
Onderhoudt uw ministerie contact met de Amerikaanse autoriteiten over deze beslissing? Op welk niveau? Wat wordt er in die contacten gewisseld? Bent u van plan om ambtgenoten op deze beslissing aan te spreken?
Nederland is continu in gesprek met de VS, zoals via de Nederlandse ambassade in Washington, zo ook over de uitbreiding van de Mexico City Policy. Het doel van die gesprekken is om zoveel mogelijk te voorkomen dat dit beleid een negatieve impact heeft op vrouwen, meisjes en gemarginaliseerde groepen in het mondiale zuiden en op door Nederland gefinancierde programma’s en organisaties. Gegeven de grote financieringsbehoefte voor mondiale gezondheid zet Nederland, samen met andere donoren, in op een zo efficiënt mogelijke besteding van de nog beschikbare middelen. Voor het kabinet staat de toegang tot gezondheidszorg voor vrouwen, meisjes en gemarginaliseerde groepen centraal. De VS blijft een belangrijke donor op het gebied van mondiale gezondheid, waarmee wij in nauwe dialoog blijven over dit thema.
Het kabinet volgt de uitvoering van het «human flourishing in foreign assistance» beleid ook samen met cross regionale coalities zoals de Equal Rights Coalition (ERC). Deze cross regionale coalitie van 44 landen, werkt nauw samen om rechten van lhbtiq+-personen wereldwijd te beschermen en te bevorderen.
Bent u het ermee eens dat Nederland historisch een voortrekkersrol heeft gespeeld in het verdedigen van de rechten en gezondheid van vrouwen, meiden, LHBTI-personen en andere groepen? Onderschrijft u het belang, gezien de terugtrekkende beweging van Amerika, om deze voortrekkersrol stevig te herpakken? Op wat voor manier doet u dat, bijvoorbeeld in Europees en VN-verband?
Ik zie het belang om als Nederland een leidende rol te vervullen op het vlak van SRGR, vrouwenrechten en rechten van lhbtiq+-personen. Dit zijn ook kernprioriteiten binnen het mensenrechtenbeleid van dit kabinet.
Nederland zal zich nog nadrukkelijker inzetten voor toegang tot goede gezondheidszorg, inclusief SRGR, voor iedereen. Wij zoeken hierbij de samenwerking met gelijkgezinden, aangezien we sterker staan als we ons gezamenlijk uitspreken. De Nederlandse inspanningen zijn gericht op het behoud en verder brengen van internationale afspraken op het gebied van SRGR, gendergelijkheid en vrouwenrechten binnen de VN. Nederland nam bijvoorbeeld een leidende rol tijdens de 70e zitting van de Commission on the Status of Women in maart dit jaar. De onderhandelingen over de politieke slotverklaring, werden gekenmerkt door forse tegendruk op bestaande internationale afspraken over vrouwenrechten, gendergelijkheid en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR). De VS diende acht amendementen in op de politieke slotverklaring, die tegen bestaande internationale afspraken in gingen. De leider van de Nederlandse delegatie, de Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie, heeft vervolgens namens de EU een stemming aangevraagd. Daardoor werden de amendementen verworpen en werd de politieke slotverklaring met een grote meerderheid van stemmen aangenomen.
Ook binnen de EU blijft Nederland zich inzetten, samen met gelijkgezinden, voor behoud van bestaande afspraken. Binnen de beschikbare financiële ruimte blijf ik ook inzetten op SRGR (inclusief toegang tot veilige abortus), gendergelijkheid en vrouwenrechten.
Herinnert u zich de leidende rol die Nederland nam tijdens de vorige instelling van de Global Gag Rule, middels het initiatief van toenmalig Minister Ploumen om met SheDecides het financieringsgat op te vullen dat Trump achterliet? Bent u van plan die leidende rol, die door het vorige kabinet is losgelaten, weer te herpakken? Zo nee, waarom niet?
Nederland steunt het platform SheDecides nog steeds, met een bedrag van 900.000 EUR voor drie jaar. SheDecides speelt een belangrijke rol in het beschermen en bevorderen van internationale afspraken op het gebied van SRGR en gendergelijkheid. Tegelijkertijd is de reikwijdte van het «human flourishing in foreign assistance» beleid veel groter dan in 2017. Naast financiering is het bieden van politiek tegenwicht en gezamenlijk optrekken cruciaal. Tijdens mijn recente reis naar de VN heb ik uitgedragen dat Nederland staat voor een sterk multilateraal systeem en dat de VN kan rekenen op steun van Nederland voor normatieve mandaten, zoals op het gebied van gender gelijkheid en SRGR. Nederland wil hierin samen met EU-landen optrekken.
De inzet van het kabinet is om in gezamenlijkheid met andere landen, bestaande internationale afspraken op het gebied van mensenrechten, SRGR en gendergelijkheid te beschermen en organisaties die zich hiervoor inzetten duurzaam te ondersteunen. Het kabinet is bereid hier een leidende rol in te spelen.
Indien het antwoord op vraag 6 «Ja» is, hoe herpakt u die leidende rol? Doet u dit door de bezuinigingen op mondiale gezondheid en seksuele en reproductieve rechten en gezondheid (54 miljoen in 2026, en 174 miljoen in 2027) terug te draaien?
Zoals beantwoord bij vraag 5 en 6, staat het kabinet pal voor universele mensenrechten en de internationale afspraken die hierover gemaakt zijn in multilateraal verband. Daarbij blijft Nederland zich inzetten voor het recht op gezondheid en SRGR voor iedereen. Het kabinet werkt daarom nauw samen met onze gelijkgezinde partners en de landen waar we werken.
Dit kabinet zal de bezuinigingen van het vorige kabinet op gezondheid en SRGR – EUR 124 miljoen in 2026 en EUR 172 miljoen in 2027 (t.o.v. 2024) – niet volledig ongedaan kunnen maken. Wel heeft het kabinet in de Voorjaarsnota voor 2.026 EUR 11 miljoen extra vrijgemaakt voor de inzet op mondiale gezondheid en SRGR. Daarnaast is het kabinet conform het coalitieakkoord voornemens om vanaf 2027 te blijven bijdragen aan de mondiale gezondheidsstrategie.
Bent u bereid, als Nederland en met gelijkgestemde landen, te zoeken naar alternatieve vormen van financiering voor VN-instanties en organisaties die door deze maatregel worden getroffen?
Nederland onderhoudt nauw contact met VN-organisaties, gelijkgezinde donoren, maatschappelijke organisaties, filantropische instellingen en ontvangende landen, over de mogelijke impact van het VS beleid binnen de VN en hoe wij hier een gezamenlijk antwoord op kunnen geven. In een context van afnemende ODA en tekorten en verstoring in gezondheidsdiensten wereldwijd, lijkt het antwoord vooralsnog te liggen in de kwaliteit van financiering (zoals meerjarige ongeoormerkte financiering), diplomatieke en politieke inspanningen ter bescherming van SRGR, gendergelijkheid en de meest gemarginaliseerde groepen. Nederland is en blijft daarom een stabiele en betrouwbare donor van o.a. de WHO, UNFPA en UNAIDS en van de humanitaire inspanningen van de VN bijvoorbeeld via UNHCR, UNICEF en WFP.
Bent u er van op de hoogte dat elke euro die bezuinigd wordt op dit thema, leidt tot meer ongeplande zwangerschappen, onveilige abortussen, hiv-doden, en hiv-besmettingen? Wat doet u om dit scenario te voorkomen?
Ja. Zoals aangegeven in het coalitieakkoord blijft de Mondiale Gezondheidsstrategie leidend voor dit kabinet. Een van de prioriteiten in deze strategie is dat Nederland zich inzet voor gezondheidssysteemversterking. Verbeterde dienstverlening op het gebied van SRGR is daar een belangrijk onderdeel van. Zie verder mijn antwoorden op vragen 5, 6 en 7.
Herinnert u zich dat de Nederlandse inzet op vrouwenrechten en gender – die door het vorige kabinet werd gestopt – alleen door een ingreep van de Kamer nog tot en met 2027 wordt gecontinueerd? Wat doet u om dit budget ook na 2027 te herstellen en door te kunnen gaan met het steunen van vrouwen- en LHBTI-rechtenverdedigers wereldwijd?
Ja. Als gevolg van amendement Hirsch c.s. (Kamerstuk 36 725 XVII, nr. 21) komt – na aanname van de Ontwerpbegroting BHO 2027 in zowel de Eerste als Tweede Kamer – in 2.026 EUR 22 miljoen en in 2.027 EUR 21 miljoen beschikbaar voor vrouwenrechten en gendergelijkheid. Daarnaast heeft het kabinet in de Voorjaarsnota aanvullend EUR 5 miljoen in zowel 2026 en 2027 beschikbaar gemaakt voor de inzet op vrouwenrechten en gendergelijkheid. Conform het coalitieakkoord zet dit kabinet zich internationaal actief in voor de bescherming van de rechten van vrouwen en is het voornemens hier vanaf 2027 opnieuw in te investeren. In lijn met deze ambitie zal bij het opstellen van de BHOS begroting 2027 worden bezien wat de mogelijkheden zijn tot herstel van artikel 3.2.
Welke rol ziet u voor uzelf wat betreft het bevorderen van de internationale toegang tot abortuszorg en het internationaal tegengaan van bijvoorbeeld moedersterfte en hiv-infecties?
Nederland is en blijft een betrokken en actieve speler op veilige abortus, het tegengaan van moedersterfte en hiv-infecties. Ik zie hier een belangrijke rol voor mijzelf als Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Als Minister zal ik mij actief blijven inzetten voor de bescherming van gelijke rechten voor iedereen, zowel via partnerschappen met maatschappelijke organisaties en multilaterale instellingen als binnen multilaterale fora zoals de VN Mensenrechtenraad. Tijdens de voorjaarsvergadering van de Wereldbank in april 2026 zal ik aandacht vragen voor de gezondheid van vrouwen en meisjes en de Nederlandse steun hiervoor uitspreken bij een bijeenkomst van het Global Financing Facility dat met dit doel is opgericht.
Naast de diplomatieke inzet via de VN en de EU, investeert Nederland in organisaties zoals International Planned Parenthood Federation (IPPF), het Safe Abortion Action Fund (SAAF) en Ipas. Nederland is de grootste donor aan UNAIDS en we zijn de zesde donor van UNFPA. Daarnaast is het kabinet dit jaar gestart met een nieuw financieringsinstrument, onderdeel van het bredere FOCUS kader, dat inzet op de preventie en bestrijding van hiv-infecties in Zuidelijk Afrika.
Bent u van plan publiekelijk steun uit te spreken voor de overheden en organisaties die niet het contract ondertekenen dat hen door de Amerikaanse overheid wordt voorgelegd om te stoppen met alle werkzaamheden rond gendergelijkheid en diversiteit?
Nederland kiest voor een zo effectief mogelijke inzet. Het Amerikaanse beleid zal voor elk type organisatie anders uitpakken en het kabinet zal daarom niet ingaan op individuele partners en wat zij doen. Zo kunnen overheden, die geld aannemen van de VS, mogelijkerwijs nog steeds werken op abortus, gender, diversiteit, inclusie en gelijkheid, met andere financieringsbronnen. Het kabinet wil graag in gesprek blijven met deze overheden. De ervaring met de vorige Mexico City Policy leert namelijk dat er een neiging is tot over-implementatie en zelfcensuur. Daarnaast is het van belang om te noemen dat veel partners die essentieel zijn voor de uitvoering van ons SRGR beleid, geen Amerikaanse financiering meer ontvangen. Deze financiering stopte met het opheffen van USAID.
Bent u bekend met de verklaring van 2 maart 2026 van 10 landen, waaronder Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, waarin zij deze nieuwe regels veroordelen en opkomen voor het recht van iedereen op zelfbeschikking? Waarom ontbreekt Nederland onder deze verklaring? Is Nederland gevraagd om mee te tekenen? Zo ja, waarom heeft Nederland niet meegetekend? Steunt Nederland de inhoud van deze verklaring?2
Het kabinet is bekend met de verklaring en Nederland is gevraagd om mee te tekenen. Het kabinet heeft gekozen niet te tekenen omdat dit een bredere afweging vereist. Er is nog veel onduidelijk over de implementatie en daarmee over de impact van het beleid van de VS. Het kabinet volgt de ontwikkelingen nauwgezet om duidelijker in beeld te krijgen hoe dit beleid de gezondheid raakt van vrouwen, meisjes en gemarginaliseerde groepen. Nederland is hierover in contact met de VS, de landen waar Nederland mee samenwerkt op deze thema’s, gelijkgezinde donoren en partners. De verklaring is op 2 maart gepubliceerd op de website van SheDecides. Zoals reeds beantwoord, staat het kabinet pal voor mensenrechten en blijft het kabinet inzetten op seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen.
Kunt u deze vragen binnen drie weken afzonderlijk beantwoorden?
Ja.
De Nederlandse inzet tijdens de toetsingsconferentie van het non-proliferatieverdrag |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Kunt u aangeven wie namens de Nederlandse regering aanwezig zullen zijn bij de aanstaande toetsingsconferentie van het Non-Proliferatieverdrag (NPV) in New York en met welke inzet zij deelnemen?1
Bent u het ermee eens dat, in tijden van hoogopgelopen spanningen, het opzeggen van wapenbeheersingsverdragen, uitbreiding van nucleaire arsenalen en agressieoorlogen door kernmachten, nucleaire ontwapening nóg belangrijker is geworden?
Deelt u onze zorgen dat het NPV onder toenemende druk staat? Kunt u uw antwoord toelichten?
Zal Nederland zich tijdens de toetsingsconferentie uitspreken voor uitvoering van artikel 6 van het verdrag, dat staten verplicht nucleair te ontwapenen? Zo ja, kunt u aangeven welke concrete stappen op dit punt worden voorgesteld?
Bent u van mening dat zogenoemde moderniseringsprogramma’s voor kernwapens, die de levensduur van deze massavernietigingswapens decennia rekken, en ook het uitbreiden van kernwapenarsenalen haaks staan op artikel 6 van het NPV? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om zich tijdens de toetsingsconferentie uit te spreken tegen modernisering van kernwapens en uitbreiding van arsenalen? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om zich tijdens de toetsingsconferentie uit te spreken tegen uitbreiding van kernwapenarsenalen? Zo nee, waarom niet?
Kunt u aangeven hoe de meerderheid van lidstaten bij het NPV aankijkt tegen zogeheten nuclear sharing, waar Nederland in NAVO-verband aan deelneemt? Klopt het dat dit wordt gezien als niet in lijn met van het verdrag?
Bent u bereid om tijdens de toetsingsconferentie erop aan te dringen dat in het slotdocument stevige taal wordt opgenomen over de catastrofale gevolgen van inzet van kernwapens en daaraan te koppelen dat een kernoorlog nooit gevochten mag worden?
Deelt u de opvatting dat kernwapens, vanwege hun ongekende vernietigende kracht waarmee geen onderscheid gemaakt kan worden tussen burgers en militairen, niet in lijn met het oorlogsrecht ingezet kunnen worden? Zult u dit uitdragen tijdens de conferentie?
Is de Nederlandse delegatie voorstander van positieve woorden in het slotdocument over het verdrag inzake het verbod op kernwapens (Treaty on the Prohibition on Nuclear Weapons, TPNW), specifiek dat dit verdrag wordt verwelkomd en landen worden opgeroepen zich erbij aan te sluiten? Zo nee, waarom niet?
Bent u voorstander van een Midden-Oosten vrij van kernwapens en andere massavernietigingswapens? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat doet Nederland om dit te bespoedigen?
Zal Nederland zich tijdens de toetsingsconferentie uitspreken voor meer transparantie over kernwapens? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke maatregelen wordt dan concreet aangedrongen en wat doet Nederland zelf voor extra transparantie?
Kunt u nader toelichten wat de precieze plannen zijn in het kader van samenwerking met Frankrijk op het gebied van nucleaire wapens? Waarom wordt hierover relatief weinig informatie gedeeld?
Is uitgesloten dat samenwerking met Frankrijk het NPV schendt? Zo ja, hoe wordt dit uitgesloten? Kunt u toelichten hoe het NPV naar uw opvatting de samenwerking met Frankrijk begrenst?
Heeft Nederland samenwerking met Frankrijk op het gebied van nucleaire wapens toegezegd? Wat is de status van de gesprekken hierover? Indien het kabinet voornemens is samenwerking met Frankrijk op dit gebied toe te zeggen, wordt de Kamer daar, voorafgaande aan besluitvorming, over geïnformeerd en betrokken?
Wat is de status van nucleaire wapens van de Verenigde Staten op vliegbasis Volkel? Hoe verhoudt zich de aanwezigheid van nucleaire wapens op vliegbasis Volkel met het NPV?
Het artikel 'Leger VS: blokkade Straat van Hormuz begint maandag om 16:00' |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Berendsen , Rob Jetten (D66) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op bericht dat het Amerikaanse leger de Straat van Hormuz gaat blokkeren vanaf 16:00 vandaag?1
Bent u van plan om druk te zetten op de Amerikaanse regering om af te zien van een blokkade of, als de blokkade is gestart, deze op te heffen in dezelfde lijn als met de blokkade door Iran?
Is de Minister-President van plan om de blokkade te bespreken tijdens zijn bezoek aan het Witte Huis? Zo ja, wat wordt de inzet en welke maatregelen worden besproken als de inzet niet wordt gehaald?
Welke gevolgen heeft dit voor Nederlandse schepen of voor Nederlanders die zich nog in de Straat van Hormuz bevinden of daar doorgang zoeken?
Bent u bereid deze vragen met spoed te beantwoorden?
Bent u bekend met het bericht dat inmiddels ook de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) asbest in speelzand gevonden heeft en erop wil gaan toezien dat alle bedrijven zich aan de wettelijke norm houden?1
Bent u het er mee eens dat voorkomen moet worden dat in de toekomst nog speelgoed met concentraties asbest in Nederland verkrijgbaar is? Zo ja, wat gaat u doen om hiervoor te zorgen?
Wat vindt u ervan dat de NVWA geen advies geeft over of speelzand dat de afgelopen maanden door kinderdagverblijven, scholen en huishoudens opgeborgen is in afwachting van het onderzoek, weer gebruikt mag worden?
Wat vindt ervan dat de NVWA zegt dat iedereen «zijn eigen afweging» moet maken, maar daarbij zelf aangeeft dat het moeilijk is om vast te stellen welke producten veilig zijn?
Bent u het er mee eens dat de resultaten van het NVWA-onderzoek met alle voorzichtigheid geïnterpreteerd moeten worden, gezien het om steekproefsgewijs onderzoek gaat en andere onderzoeken (door het AD en in Duitsland) wel zorgwekkende hoeveelheden asbest geconstateerd hebben in geteste producten die ook in Nederland beschikbaar zijn? Zo nee, waarom niet?
Bent u het er mee eens dat het advies van de NVWA aan consumenten om een eigen afweging te maken en daarbij te verwijzen naar de lijst met producten die de NVWA onderzocht heeft, die nog niet beschikbaar gemaakt is, onvoldoende is en dat het opvolgen van dit advies er alsnog toe kan leiden dat kinderen in aanraking komen met producten met hoge hoeveelheden asbest? Zo nee, waarom niet?
Hoe kan het dat na het lange wachten op de uitkomst van het NVWA-onderzoek, de publicatie van de resultaten van dat onderzoek, inclusief de lijst met asbesthoudende producten, nu wederom tot wel twee weken op zich laat wachten?
Bent u bereid stappen te ondernemen om de wet dusdanig aan te passen dat de NVWA ook kan handhaven op basis van onderzoek van derden mits de onderzoeken zijn uitgevoerd door in Nederland geaccrediteerde laboratoria? Zo nee, waarom niet?
Bent u het er mee eens dat er een duidelijke asbestnorm moet komen en dat bedrijven hun producten voortaan verplicht moeten laten testen? Zo nee, waarom niet?
Welke rol kan en moet de NVWA hier volgens u in spelen naast het wijzen van de bedrijven op hun eigen verantwoordelijkheid?
Heeft de NVWA voldoende capaciteit om erop toe te zien dat alle importeurs en fabrikanten hun producten op asbest gaan testen volgens de meest betrouwbare testmethode? Zo nee, wat gaat u doen om te zorgen voor voldoende capaciteit?
Wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat er een duidelijke asbestnorm in de Europese speelgoedrichtlijn wordt opgenomen, zoals de NVWA adviseert?
Hoe gaat u deze asbestnorm vormgeven en zet u daarbij de veiligheid van kinderen voorop, gelet op de uitspraak van het RIVM dat asbest in speelzand in elke hoeveelheid onwenselijk is en dat er geen absoluut veilige grens is?
Bent u bereid zich samen met andere landen in te zetten voor een aanpassing van Europese wetgeving die fabrikanten en importeurs van minerale producten die van nature asbest kunnen bevatten zoals (speel)zand, natuursteen, talk, enzovoort, opdraagt om voortaan middels representatieve analyses door geaccrediteerde Europese laboratoria aan te tonen dat producten daadwerkelijk asbest vrij zijn? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid zich samen met andere landen binnen de EU in te spannen om landen met gelijkaardige wet- en regelgeving voor asbest, zoals Australië en Nieuw-Zeeland, te laten aansluiten op het EU-meldsysteem voor producten die in strijd met de wet op de markt worden gebracht, zodat wanneer deze landen asbest aantreffen in producten ook de EU-lidstaten gewaarschuwd worden?
Het artikel 'ING krijgt Russisch dochterbedrijf maar niet verkocht' |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op bericht dat het ING nog steeds niet lukt om van haar Russische bankactiviteiten af te komen?1
In hoeverre gaan de activiteiten en dienstverlening van ING momenteel door in Rusland, ondanks het voornemen de activiteiten in Rusland af te bouwen?
Waarom is de dienstverlening van ING in Rusland niet gestaakt, ondanks dat er geen overname kandidaat is gevonden?
Waarom geeft u geen antwoord op de vraag of ING is doorgegaan met het financieren van de Russische staat na de illegale inval in Oekraïne in februari 2022? Bent u bereid deze vraag alsnog, in algemene zin, te beantwoorden zonder bedrijfsgevoelige informatie te delen?2
Bent u het ermee eens dat het onacceptabel is als een gokbedrijf dat in het verleden zonder vergunning actief was op de Nederlandse markt, via de vergunning van een ander gokbedrijf of andere listige constructies, opnieuw toegang krijgt tot de Nederlandse markt?
Klopt het dat deze praktijken voorkomen in Nederland, bijvoorbeeld in het geval van 888 dat sinds juli 2025 actief is onder een vergunning van Godwits LTD?
In hoeverre wegen overtredingen van de relevante wet- en regelgeving, zoals het aanbieden van gokproducten zonder vergunning (voorafgaand aan de legalisatie) mee bij de beoordeling van een vergunningsaanvraag van een gokbedrijf? Kunt u hierbij ook ingaan op de betrouwbaarheidstoets zoals die wordt toegepast bij vergunningverlening onder de Wet kansspelen op afstand?
Welke maatregelen bent u bereid te treffen om ervoor te zorgen dat dergelijke bedrijven, al dan niet via listige constructies, niet langer toegang hebben tot de Nederlandse gokmarkt?
Kunt u hierbij ook ingaan op de rol van de Kansspelautoriteit?
Het artikel 'Israël laat woningen in Zuid-Libanon versneld slopen en vernietigt infrastructuur' |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Berendsen , Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op de uitspraken van defensieminister Katz die «naar voorbeeld van Gaza» te werk wilt gaan in Libanon?1
Veroordeelt u deze uitspraken? Zo ja, welke consequenties bindt u daaraan? Zo niet, hoe is dat te rijmen met het internationaal recht?
Wat is uw reactie op de aanvallen van Israël op waterinstallaties in Libanon?2
Deelt u de mening dat het ontzeggen van water aan een bevolking een oorlogsmisdaad is? Zo ja, wat gaat het kabinet doen om hiertegen op te treden? Zo nee, waarom niet?
Hoe gaat het kabinet de watervoorziening in Libanon ondersteunen?
Wat doet het kabinet om zich in te zetten voor de-escalatie in het Midden-Oosten? Wat doet het kabinet om verdere aanvallen van Israël in Libanon te voorkomen?
Bent het eens met de uitspraken van Human Rights Watch-onderzoeker Ramzi Kaiss over de situatie in Libanon? Wat gaat u doen om een humanitaire ramp te voorkomen?3
Hoe gaat Nederland Libanon steunen in de strijd tegen Israël én bij het ontwapenen en beteugelen van de bewapende tak van Hezbollah, gezien het feit dat de Libanese regering maatregelen heeft genomen om het geweld te stoppen?4
Hoe gaat Nederland, samen met de EU, de Golfstaten of andere landen, komen tot de-escalatie en gesprekken tussen alle partijen om deze oorlog zo snel mogelijk te beëindigen, zeker gezien Libanon al aangeeft in gesprek te willen, en de aangenomen motie Dobbe (Kamerstuk 23 432, nr. 640)? Welke stappen gaat het kabinet wanneer nemen?
Hoe rijmt u het advies van het Internationaal Gerechtshof uit 20245 met de actuele berichten uit de Westelijke Jordaanoever waarbij kinderen worden vermoord, huizen in brand worden gestoken en de uitbreiding van illegale nederzettingen?6
Hoe effectief is tot nu toe het Nederlandse beleid geweest ten aanzien van het opvolgen van deze adviezen?
Deelt u de mening dat als we doen wat we al deden, de verwachte resultaten hetzelfde blijven? En herinnert u zich de ambtelijke nota van afgelopen zomer waarin bleek dat als handelen niet effectief is, je moet opschalen?7
Hoe gaat u de adviezen van het Internationaal Gerechtshof in 2024 omzetten in handelen van dit kabinet, daarin meewegend dat als handelen tot nu toe ineffectief is gebleken dit kabinet zal opschalen, waarbij het doel is de Israëlische aanwezigheid in de Palestijnse gebieden beëindigd wordt, Israël onmiddellijk moet stoppen met het bouwen van nieuwe nederzettingen en Nederland de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden erkent als onrechtmatig? Kunt u dit uitsplitsen per te nemen maatregel en uitleggen waarom u kiest voor deze maatregel?
Wat is uw reactie op het rapport van de High Commissioner for Human Rights van afgelopen februari over de mensenrechtensituatie in de bezette Palestijnse gebieden?8
Deelt u de conclusies van het rapport waarbij de straffeloosheid van Israëls oorlogsdaden de afbraak van het internationaal recht hebben ingezet en dat deze beweging gestopt moet worden?
Bent u bereid, zoals de High Commissioner for Human Rights oproept, om een wapenembargo in te voeren? Zo nee, waarom niet?
Op welke manier gaat Nederland bijdragen om Israël zover te krijgen om een onderzoek te starten naar de straffeloosheid van Israëlische kolonisten met betrekking tot het doden van Palestijnse burgers op de Westelijke Jordaanoever, zoals staten verplicht zijn?9
Hoe is het kabinet van plan om de motie Paternotte c.s. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3236), over een nationaal verbod op handel met illegale nederzettingen, uit te voeren gezien de actuele situatie?
Het bericht ‘Nabestaanden krijg geen inzage in rapport zorginstelling na dodelijke gebeurtenis’ |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het artikel «Nabestaanden krijg geen inzage in rapport zorginstelling na dodelijke gebeurtenis»?1
Op welke manier weegt u het belang van het beschermen van een zorginstelling ten opzichte het belang van nabestaanden?
Klopt het dat nabestaanden dossiers van bijvoorbeeld hun kinderen niet te zien krijgen omdat daar geen toestemming voor is gegeven, maar dat daar ook van tevoren nooit naar is gevraagd?
Bent u bereid te verkennen of het mogelijk is om bij inschrijving bij een zorginstelling toestemming te vragen om familie of naasten inzage te geven in het dossier na mogelijke incidenten, en de Kamer hierover te informeren?
Deelt u de opvattingen van Johan Legemaate, voormalig hoogleraar gezondheidsrecht, dat openheid de norm zou moeten zijn, en dat aan die norm nu niet wordt voldaan?
Wat is uw reactie op de oproep van de Patiëntenfederatie dat calamiteitenrapporten voor nabestaande openbaar zouden moeten zijn tenzij de cliënt heeft aangegeven dit niet te willen?
Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat nabestaanden moeten procederen, om alsnog openheid en informatie te krijgen over de dood van een dierbaren, en dat in die tijd nabestaanden niet kunnen toekomen aan rouwverwerking?
Deelt u de mening dat gemeenten die verantwoordelijk zijn voor de zorg altijd inzage zouden moeten hebben in calamiteiten en rapporten als het ernstige tekortkomingen of de dood van een cliënt betreft? Zo niet, hoe verwacht u dan dat gemeente volledige verantwoordelijkheid kunnen dragen voor de kwaliteit van de zorg waar zij verantwoordelijk voor zijn gemaakt?
De voorgenomen sluiting van de Nederlandse ambassade in Juba, Zuid-Soedan |
|
Sarah Dobbe (SP), Chris Stoffer (SGP) |
|
Berendsen , Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de brief van de Dutch Relief Alliance (DRA) van 2 maart 2026 over de voorgenomen sluiting van de Nederlandse ambassade in Juba?
Kunt u inhoudelijk reageren op de zorgen en argumenten die in deze brief worden genoemd, in het bijzonder ten aanzien van humanitaire toegang, diplomatieke aanwezigheid en veiligheid van hulpverleners?
Deelt u de analyse dat Zuid-Soedan structureel te maken heeft met samenlopende crises – waaronder gewapend conflict, klimaatgerelateerde overstromingen, regionale instabiliteit en grootschalige vluchtelingenstromen uit Soedan – en dat juist in een dergelijke context fysieke diplomatieke aanwezigheid essentieel is voor effectieve hulp en vroegtijdige signalering? Zo nee, waarom niet?
Welke concrete, zwaarwegende argumenten liggen ten grondslag aan het voornemen om de ambassade in Juba te sluiten, en hoe zijn deze argumenten afgewogen tegen de uitzonderlijk kwetsbare situatie in Zuid-Soedan, waar naar schatting circa 10 miljoen mensen humanitaire hulp nodig hebben?
Welke alternatieven voor volledige sluiting zijn onderzocht, zoals behoud van een afgeslankte post of versterkte regionale ondersteuning, en waarom zijn deze opties wel of niet haalbaar geacht?
Kunt u toelichten hoe de voorgenomen sluiting zich verhoudt tot de investering van 35 miljoen euro voor het wereldwijde Nederlandse ambassadenetwerk vanaf 2027, terwijl de jaarlijkse kosten van de ambassade in Juba circa 4 miljoen euro bedragen? Acht u deze bezuiniging proportioneel in het licht van de Nederlandse belangen in Zuid-Soedan en de uitgesproken ambities in het coalitieakkoord over het vergroten van perspectief van de meest kwetsbare doelgroepen in fragiele regio’s?
Bent u bereid om, mede gezien het lopende adviestraject van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) over het Nederlandse postennetwerk, definitieve besluiten over sluiting van de ambassade in Juba aan te houden totdat dit advies is verschenen? Zo nee, waarom niet, en op welke gronden acht u vooruitlopen op dit advies gerechtvaardigd?
Deelt u de zorg dat sluiting van de Nederlandse ambassade in Juba het signaal afgeeft dat Nederland zijn betrokkenheid bij een van de meest kwetsbare landen ter wereld vermindert, en dat dit ruimte kan laten voor andere internationale actoren die minder prioriteit geven aan mensenrechten en multilateralisme? Hoe weegt u de geopolitieke effecten van sluiting van de post in Juba?
Kunt u bovenstaande vragen elk afzonderlijk beantwoorden?
Kunt u de Kamer de beantwoording zo snel mogelijk doen toekomen, idealiter voor het commissiedebat Humanitaire Hulp van woensdag 1 april?
Het artikel 'Flitsbezoek minister Yesilgöz aan marinefregat Evertsen kostte 92.997 euro' |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het artikel van RTL Nieuws waarin staat dat het bezoek aan de Evertsen bijna een ton heeft gekost?1
Het bezoek aan Zr. Ms. Evertsen vond ik van grote betekenis. Het zijn onze mensen die naar een kwetsbaar gebied afreizen voor een inzet die bijdraagt aan de Nederlandse vrede en veiligheid. Ik ben van mening dat het daarom cruciaal was om als Minister van Defensie zo snel mogelijk af te reizen om mijn steun en waardering te tonen aan de bemanning, ook namens het kabinet en de Kamer.
Hoe verantwoordt u deze uitgave terwijl dit kabinet tegelijkertijd bezuinigt op zorg en sociale zekerheid en er geen geld beschikbaar is om mensen te helpen de energierekening te betalen?
Ik deel de mening dat we scherp moeten zijn op de kosten die we maken. Dat geldt uiteraard ook bij het maken van reizen. Reiskosten zijn altijd een factor die wordt meegewogen bij de planning van reizen en het kiezen van reisopties. Tegelijkertijd zijn reizen soms van grote betekenis, waarbij ook niet-financiële aspecten zwaarwegend zijn. Dat geldt mijns inziens ook voor een troepenbezoek als dit, waarbij de betrokken militairen plotseling hebben moeten schakelen tussen een situatie waarin zij op oefening waren, naar een ernst-inzet met alle risico’s van dien. Als eindverantwoordelijke wilde ik mijn dank en steun uitspreken, zoals ook past bij de rol van Minister van Defensie.
Wat hebben deze uitgave en dit bezoek anders opgeleverd dan een filmpje voor Defensie?
Onze vrijheid en veiligheid zijn niet vrijblijvend. Onze militairen weten dat als geen ander en zetten zich hier dagelijks voor in, met alle risico’s die daarmee gemoeid gaan. Ik vond het essentieel de bemanning van Zr. Ms. Evertsen een hart onder de riem te steken voor het belangrijke werk dat zij op zich nemen tijdens deze missie.
Deelt u de mening dat er andere keuzes met dit geld gemaakt hadden kunnen worden waar mensen in Nederland wel wat aan zouden hebben gehad?
Zie het antwoord op vraag 2.
Vindt u het maken van filmpjes de beste besteding van uw tijd?
Het werk van onze militairen zichtbaar en transparant maken is een belangrijk onderdeel van het communicatiebeleid van Defensie, waar ik als Minister van Defensie een belangrijke rol in heb te spelen. Dat communicatiebeleid is er op gericht inzicht te bieden in het werk van Defensie. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van kanalen en middelen die goed aansluiten bij onze doelgroepen, zoals video’s. Het troepenbezoek, met als doel samen met de verantwoordelijk commandanten persoonlijk de steun en waardering van het kabinet en de Kamer aan de bemanning over te brengen, is een uitstekende gelegenheid om het belangrijke werk van onze mensen onder de aandacht te brengen. Tot slot is deze communicatie van belang om het draagvlak in de samenleving voor onze activiteiten te behouden en verder te vergroten.
Deelt u de mening dat dit soort keuzes niet bijdragen aan het vertrouwen in de politiek? Zo nee, waarom niet?
Nee, die mening deel ik niet. Ik ben van mening dat het cruciaal was om als Minister van Defensie, samen met de verantwoordelijk commandanten, zo snel mogelijk af te reizen om dank en steun uit te spreken richting de bemanning van Zr. Ms. Evertsen. Een bezoek brengen aan een lopende missie is, zowel in Nederland als in internationale context, een gangbare manier om dank en steun uit te spreken en daarmee een belangrijk onderdeel van mijn werk als Minister.
Het bericht dat een failliete ggz-aanbieder mogelijk wordt overgenomen door een private equity investeerder |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het bericht dat de failliete ggz-aanbieder Phitaal GGZ mogelijk wordt overgenomen door private equity investeerder Apax Partners SAS?1
Het is aan de curator om, in samenspraak met zorgverzekeraars, een afweging te maken over een eventuele overname. Voor mij staat daarbij voorop dat de continuïteit, kwaliteit en toegankelijkheid van zorg voor cliënten geborgd zijn. Een nieuwe eigenaar dient te voldoen aan de geldende wet- en regelgeving en staat onder toezicht van onder andere de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, die toezicht houdt op de kwaliteit en veiligheid van zorg.
Mentaal Beter, de overnemende partij die een doorstart maakt met Phitaal onder de naam Mentaal Beter Vitaalpunt, is al langer actief in de Nederlandse ggz en bekend met het wettelijk kader waaraan zij moeten voldoen.
Deelt u de mening dat er grote risico’s kleven aan de verdere groei van private equity binnen de geestelijke gezondheidszorg (ggz)?
Het is niet zo dat één type investeerder per definitie goed of slecht is. Uit onderzoek blijkt ook niet dat private equity-partijen structureel slechter presteren op de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg. Ook niet in de ggz2. Waar het om gaat, is dat zorgaanbieders zich houden aan de regels, verantwoord omgaan met publieke middelen en hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Zorgaanbieders die de zorg uitsluitend als verdienmodel zien, horen niet thuis in de zorg. Bijvoorbeeld doordat er aan het realiseren van (uitkeerbare) winst een groter belang wordt gehecht dan aan de kwaliteit of toegankelijkheid van zorg. Daarnaast heeft het kabinet eerder ook aangegeven dat de aanwezigheid van private equity partijen in de zorg ook positieve effecten kan hebben. Private equity partijen zorgen voor een alternatieve manier van financiering (anders dan bijvoorbeeld een lening van de bank) voor zorgaanbieders en kunnen daardoor bijdragen aan onder andere innovatie en het optimaliseren van bedrijfsprocessen. Het kabinet wil daarom de voordelen van alternatieve financiering in de zorg behouden, in combinatie met strengere regels om risico’s te voorkomen. Daarom zorgt het kabinet voor duidelijke en aangescherpte normen voor verantwoord ondernemerschap, waaronder het inperken van de uitwassen van private equity.
Deelt u de zorgen over het feit dat private equity partijen als Apax Partners primair gericht zijn op het maken van zoveel mogelijk winst? Deelt u de mening dat dit onverenigbaar is met het oplossen van de problemen waar de ggz momenteel mee te maken heeft?
Zoals aangegeven in de beantwoording op vraag twee, vindt het kabinet dat zorgaanbieders die enkel de zorg als verdienmodel zien niet thuis horen in de zorg, en dus ook niet in de ggz. Zorgaanbieders dienen zich te houden aan de regels, verantwoord om te gaan met collectieve middelen en hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. Dit geldt voor alle zorgaanbieders, ongeacht de betrokkenheid van private equity financiering. Het kabinet wil daarom de voordelen van alternatieve financiering in de zorg behouden, in combinatie met strengere regels om risico’s te voorkomen. Daarom zorgt het kabinet voor duidelijke en aangescherpte normen voor verantwoord ondernemerschap, waaronder het inperken van de uitwassen van private equity.
Met het wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz) is het mogelijk voorwaarden te verbinden aan winstuitkeringen. Dit ziet onder andere op het op orde hebben van de kwaliteit van zorg en het voldoen aan financiële ratio’s voorafgaand en na het voldoen van een winstuitkering. Op dit moment is het kabinet bezig met aanscherpingen op het wetsvoorstel, specifiek gericht op winstuitkeringen en de risico’s van private equity partijen. Daarnaast werkt het kabinet ook aan een wetsvoorstel om de zorgspecifieke fusietoets van de NZa aan te scherpen. Met dit wetsvoorstel kan de NZa fusies en overnames meer inhoudelijk toetsen.
Zoals ook aangegeven bij de beantwoording van vraag twee blijkt niet dat private equity-partijen structureel slechter presteren op de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg, ook niet in de ggz3. Het aanbod van allerlei partijen is dan ook van belang: er wachten veel mensen op een behandeling in de ggz.
In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) is vorig jaar afgesproken dat er meer behandelcapaciteit moet komen voor patiënten met een complexe zorgvraag. Dit gebeurt door binnen het bestaande kader te schuiven met menskracht en middelen, waarbij het zwaartepunt verschuift van de behandeling van lichte zorgvragen naar de behandeling van complexe zorgvragen Dit vraagt iets van de hele ggz-sector, inclusief de ggz-aanbieders die in handen zijn van private equity investeerders.
Weet u hoeveel zorggeld er de afgelopen jaren uit de zorg is geroofd door private equity partijen? Zo nee, bent u bereid dit te laten onderzoeken? Zo nee, waarom bent u niet geïnteresseerd in hoeveel zorggeld weglekt naar op winst beluste investeerders, maar kiest u er wel voor om € 10,3 miljard extra op de zorg te bezuinigen, omdat de zorgkosten anders te hoog zouden worden?
Het kabinet herkent zich niet in de woorden uit deze vraag. Zoals eerder aangegeven kan de aanwezigheid van private equity partijen in de zorg onder de juiste voorwaarden ook positieve effecten hebben. Maar het kabinet vindt ook dat zorgaanbieders met enkel een financieel motief niet thuis horen in de zorg en dat uitwassen en misbruik moeten worden aangepakt.
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft op 25 maart j.l. een Informatiekaart gepubliceerd over dividenduitkeringen in de zorg. Het kabinet is erg blij met het inzicht dat de NZa in deze publicatie verschaft over gerapporteerde dividenduitkeringen in de zorg. Het geeft inzicht in de dividenduitkeringen die gedaan zijn door zorgaanbieders. Hierin wordt ook ingegaan op de rol van private equity. De NZa heeft aangegeven dat het niet mogelijk is om de
dividenduitkeringen te specificeren naar private equity partijen. Het is niet zo dat één type investeerder per definitie goed of slecht is. Waar het om gaat, is dat zorgaanbieders zich houden aan de regels, verantwoord omgaan met collectieve middelen en hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Het kabinet vindt het daarom niet nodig en bovendien onhaalbaar om hier nog aanvullend onderzoek naar te doen en wil zicht richten op het aanpakken van onwenselijk gedrag.
De inzichten uit deze informatiekaart gebruikt het kabinet dan ook bij de aanscherpingen van de Wibz. De Kamer wordt hier voor de zomer over geïnformeerd.
Zijn er nog andere mogelijkheden om de mensen die onder behandeling waren bij Phitaal GGZ een voortzetting van hun behandeling te bieden?
Het faillissement van Phitaal betekent niet dat de zorg voor cliënten stopt. Lopende behandeltrajecten kunnen op dit moment bij Phitaal worden voortgezet en zorgvuldig worden afgerond. Dit kan onder andere doordat zorgverzekeraars de zorg blijven vergoeden en hiervoor bevoorschotting hebben verstrekt. Daarnaast hebben zorgverzekeraars ook een boedelkrediet ter beschikking gesteld aan de curator. Hierdoor kan de curator blijven voldoen aan de betalingsverplichtingen die nodig zijn om de zorg te continueren.
De curator heeft, in samenspraak met zorgverzekeraars, onderzocht of Phitaal overgenomen kan worden door een andere partij of dat cliënten overgeplaatst kunnen worden naar omliggende zorgaanbieders. Belangrijke aspecten bij die overweging zijn de continuïteit van zorg, het belang van de patiënt en de belangen van schuldeisers. Zij hebben daarbij de beschikbare alternatieven beoordeeld en de keuze gemaakt voor Mentaal Beter.
Overigens staat het individuele patiënten vrij om zich in te schrijven bij een andere zorgaanbieder dan de overnemende partij.
Hoe gaat u waarborgen dat de zorg voor de cliënten van Phitaal GGZ voortgezet wordt met hun eigen zorgverlener en hoe gaat u ervoor zorgen dat de wachtlijsten niet langer worden, zonder dat zij worden overgeleverd aan private equity?
Gestreefd wordt naar continuïteit van zorg voor patiënten. Een belangrijk onderdeel van effectieve behandeling, en daarmee ook de continuïteit van zorg, in de geestelijke gezondheidszorg is de vertrouwensrelatie tussen cliënt en behandelaar. De curator heeft aangegeven ernaar te streven om zoveel mogelijk behandelaren mee te nemen naar de nieuwe organisatie. Onder het belang van de continuïteit van zorg valt ook het voorkomen van oplopende wachtlijsten.
Bij de doorstart van Phitaal naar Mentaal Beter Vitaalpunt worden zeven behandellocaties voortgezet4, net als de zorg voor alle cliënten die in deze locaties onder behandeling zijn. De specialistische behandelcapaciteit van Phitaal blijft met
de doorstart behouden op deze locaties. Voor de satelliet-locatie in Capelle aan den IJssel zijn zorgverzekeraars bezig om de huidige cliënten door te middelen naar andere zorgaanbieders. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de transfertafel in deze regio.
In algemene zin kan worden gesteld dat veel mensen nu te lang op een passende behandeling in de ggz moeten wachten, ook mensen die zorg hard nodig hebben. In het IZA en AZWA zijn afspraken gemaakt om de toegankelijkheid van de ggz te verbeteren. Zo zijn afspraken gemaakt over het verbeteren van de samenwerking tussen zorg en sociaal domein, het vergroten van behandelcapaciteit, het realiseren van pro-actieve zorgbemiddeling en het schrappen van exclusiecriteria. Ook gaat het kabinet aan de slag met het hervormen van de financiering en organisatie van de ggz, zodat er capaciteit in menskracht en budget komt voor behandeling van mensen met complexe zorgvragen.
Overigens is het niet zo dat één type investeerder per definitie goed of slecht is. Waar het om gaat, is of zorgaanbieders zich houden aan de regels, verantwoord omgaan met publieke middelen en hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen.
Wat gebeurt er met het de zorgverleners van Phitaal GGZ? Welke garanties zijn er dat zij hun baan en hun arbeidsvoorwaarden kunnen behouden?
Het streven van de curator is om zoveel mogelijk behandelaren mee te nemen naar de nieuwe organisatie. Na een faillissement zijn daarvoor echter geen garanties. Het is aan de curator om afspraken te maken met zorgverleners en de overnemende partij over arbeidsvoorwaarden.
Bent u bereid om alle vragen één voor één te beantwoorden?
Ja.
Het artikel 'En weer bombardeert Israël zorgverleners: het draaiboek van Gaza wordt nu ook in Libanon gevolgd' |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het nieuws dat er al tientallen hulpverleners zijn vermoord door Israël in Libanon, waarbij twaalf hulpverleners zijn gedood afgelopen vrijdag?1
Het kabinet is ernstig bezorgd over de impact van de geweldsescalatie tussen Israël en Hezbollah op hulpverleners en medische faciliteiten in Libanon, en over de dood van de hulpverleners in het bijzonder. Het kabinet onderstreept dat hulpverleners nooit doelwit mogen zijn en veilig hun werk moeten kunnen doen.
Bent u bereid het doden van deze hulpverleners ondubbelzinnig te veroordelen? Kunt u dit toelichten?
Volgens het humanitair oorlogsecht moeten humanitaire hulpverleners en humanitaire hulpgoederen door de strijdende partijen worden ontzien en beschermd. Het kabinet onderstreept dit uitgangspunt en veroordeelt dan ook de doelbewuste aanvallen op hulpverleners en medische faciliteiten.
Tegelijkertijd kan in complexe conflictsituaties niet altijd direct worden vastgesteld wat de precieze omstandigheden zijn. Het is daarom van groot belang om zorgvuldig en op basis van verifieerbare feiten te handelen. Onafhankelijk onderzoek naar mogelijke schendingen van het humanitair oorlogsrecht, zoals in dit geval, is uiterst belangrijk.
Bent u bereid om ervoor te zorgen dat onafhankelijk onderzoek wordt ingesteld naar de dood van deze hulpverleners en te zorgen dat de conclusies van dit onderzoek openbaar worden gemaakt? Kunt u dit toelichten?
Nederland dringt waar nodig en mogelijk aan op dergelijk onderzoek en roept betrokken partijen op daar volle medewerking aan te verlenen. Vermeende internationale misdrijven vragen in algemene zin om gedegen en onafhankelijk onderzoek. Dit is ook het geval waar het humanitaire hulpverleners betreft. Het is in eerste instantie aan de meest betrokken staat of staten die rechtsmacht hebben om internationale misdrijven te onderzoeken en degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn te vervolgen en te berechten. De internationale gemeenschap komt in beeld als een staat niet bereid of niet in staat is om zelf op te treden.
De VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR) kan de situatie in Libanon reeds monitoren en hierover rapporteren. Het OHCHR landenkantoor in Libanon richt zich onder andere op het rapporteren over mensenrechtenschendingen in het conflict tussen Israël en Hezbollah. Nederland steunt het OHCHR landenkantoor met een bedrag van USD 1,5 miljoen over de jaren 2025–2026, zodat onderzoek naar mensenrechtenschendingen in Libanon kan worden voortgezet.
Nederland staat momenteel in nauw contact met de Libanese autoriteiten over de vraag of zij het voornemen hebben een feitenonderzoek te starten.
Sluit u zich aan bij de aanbevelingen van het rapport van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) dat ingaat op de bescherming van hulpverleners, zoals recent gepubliceerd? Wat betekent dat voor de reactie van de Nederlandse regering op het recent doden van hulpverleners in Libanon?2
Voor een volledige reactie op het rapport van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV), verwijzen wij u naar de kabinetsreactie die vandaag aan uw Kamer is gestuurd. Het kabinet zet in op normhandhaving en bestrijding van straffeloosheid door onderzoek en versterkte uitwisseling van informatie en bewijsmateriaal, door versterking van internationale, bestaande onderzoeksmechanismen, en door gerichte humanitaire diplomatie. Ook in de context van Libanon zet Nederland zich hier voor in. Graag verwijzen wij naar de volledige kabinetsreactie. Deze antwoorden zijn in lijn daarmee.
Zijn de resultaten van het onderzoek bekend en openbaar naar de dood van de 15 hulpverleners op 23 maart 2025 in de Gazastrook en het wegmaken van de lichamen en de ambulance door het Israëlische leger?
Zoals bekend in uw Kamer vormde de aanval op het humanitaire hulpkonvooi op 23 maart 2025 de hoofdaanleiding voor het ontbieden van de Israëlische ambassadeur in Den Haag. Nederland heeft meermaals bij Israël om opheldering gevraagd over de aanval op het humanitaire hulpkonvooi, ook tijdens de ontbieding van de Israëlische ambassadeur in april 2025 en ook heel recent tijdens het contact van de Nederlandse ambassadeur met het Israëlisch Ministerie van Buitenlandse Zaken op 24 maart jongstleden. De verantwoordelijkheid om de aanval te onderzoeken ligt in eerste instantie bij Israël zelf. De Israëlische krijgsmacht (IDF) publiceerde op 20 april 2025 een verklaring over het onderzoek dat is uitgevoerd. Volgens de laatst beschikbare informatie ligt het onderzoek nu bij de militaire aanklager voor opvolging.
Het kabinet constateert dat er tot op heden beperkt publiek inzicht is in de bevindingen van dit onderzoek. Tegelijkertijd is het van belang dat lopende onderzoeken zorgvuldig worden afgerond en dat relevante informatie, waar mogelijk, wordt gedeeld. De relevante VN Commission of Inquiry heeft eveneens onderzoek gedaan naar deze aanval en in haar juridische analyse van september jl. noemt de Commission of Inquiry de Israëlische respons ontoereikend, onjuist en misleidend.3
Dit onderstreept het belang van de lopende onderzoeken en processen via bestaande onafhankelijke internationale organisaties en onderzoeksmechanismen die zich richten op waarheidsvinding en verantwoording in dergelijke situaties.
Bent u bereid deze vragen te beantwoorden voor het commissiedebat Humanitaire hulp op 1 april 2026?
Ja.
Bent u bekend met het bericht dat er opnieuw asbest gevonden is in speelzand dat online te koop was?1
Ja.
Wat vindt u ervan dat asbesthoudend speelzand alsnog te koop was, ook nadat verschillende producenten en verkopers aangaven dat ze de verkoop ervan hadden opgeschort?
Het is onwenselijk dat er alsnog asbesthoudend speelzand te koop was. De verantwoordelijkheid om veilige producten op de markt te brengen ligt bij de marktdeelnemers (zoals fabrikanten, importeurs en distributeurs). Uit het krantenartikel blijkt dat de betreffende marktdeelnemers die speelzand hebben aangeboden waarin asbest is aangetroffen, direct actie hebben ondernomen om het betreffende product van de markt te halen. Daarmee handelden zij conform de Europese wet- en regelgeving voor speelgoed, waarin is geregeld dat marktdeelnemers direct maatregelen treffen zodra zij informatie ontvangen dat er iets mis is met het speelgoed dat zij verkopen.
Hoe gaat u bovenstaande in de toekomst voorkomen?
In de speelgoedwetgeving is vastgelegd welke taken en verantwoordelijkheden marktdeelnemers hebben, om te voorkomen dat zij niet-conform speelgoed op de markt aanbieden.
De NVWA zal asbest in speelzand opnemen in het reguliere toezicht. Afhankelijk van het risico zal de toezichtintensiteit daar op worden aangepast. Daarbij gaat de NVWA in gesprek met de branche en ondernemers om hen erop te wijzen hoe ze aan de gestelde eisen van speelzand kunnen voldoen. Ondanks het geconstateerde verwaarloosbare risico is de aanwezigheid van asbest in speelzand ongewenst. Het kabinet zal zich daarom in Europees verband inzetten voor aanscherping van de huidige wettelijke limiet.
Ziet u met licht op het bovenstaande de tot nu toe genomen acties als voldoende om te voorkomen dat kinderen in aanraking komen met (potentieel) gevaarlijk speelzand?
Het kabinet heeft de nodige en mogelijke maatregelen genomen om te voorkomen dat kinderen in aanraking komen met (potentieel) gevaarlijk speelzand.
Aan (onder andere) ouders en kinderopvangorganisaties is meteen geadviseerd om het speelzand voorlopig even niet te gebruiken totdat het RIVM haar gezondheidskundige risicobeoordeling heeft afgerond.
Kinderopvangorganisaties zijn daarop gestopt met het aanbieden van dit type speelgoed aan kinderen tijdens hun verblijf op de opvanglocatie. Nu de resultaten van de risicobeoordeling bekend zijn geworden, adviseren de brancheverenigingen in de kinderopvang hun leden om uit voorzorg het speelzand ook nu niet meer te gebruiken. Het kabinet heeft daar begrip voor.
Fabrikanten, webshops en winkeliers hebben vrijwillig, of op verzoek van de NVWA, speelzand van de markt gehaald. Ondanks het geconstateerde verwaarloosbare risico zal, zoals eerder genoemd, de NVWA asbest in speelzand opnemen in het reguliere toezicht en zal het kabinet zich inzetten voor aanscherping van de wettelijke limiet.
Ziet u ook dat terugroepacties op eigen verantwoordelijkheid van bedrijven geen garantie bieden dat potentieel gevaarlijke producten niet langer verkocht worden? Zo ja, hoe ziet u in dit licht de reactie van de voormalige Staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport waarin vooral verwezen werd naar de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven?
In Europese wetgeving is de verantwoordelijkheid voor productveiligheid duidelijk geregeld: marktdeelnemers moeten kunnen aantonen dat hun producten veilig zijn en de NVWA houdt daarop streng toezicht. Wanneer sprake is van een ernstig risico kan de NVWA een publiekswaarschuwing of verplichte terugroepactie opleggen. Terugroepacties blijven een belangrijk instrument, maar toezicht blijft uiteraard noodzakelijk om de veiligheid van producten op de markt te borgen. Het is niet volledig te garanderen dat alleen conforme producten op de markt komen.
Deelt u de mening dat de resultaten van het onderzoek dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) zelf laat uitvoeren te lang op zich laten wachten? Zo nee, waarom niet?
Nee, het kabinet deelt deze mening niet. Het kabinet vindt het van groot belang dat dergelijk onderzoek zorgvuldig wordt uitgevoerd. Tegelijkertijd onderkent het kabinet dat er vanaf het begin grote behoefte was aan informatie over asbest in speelzand. Daarom heeft de NVWA op 13 maart een tussenrapportage van onderzoeksresultaten naar buiten gebracht. Hieruit bleek dat in 5 producten meer asbest was aangetroffen dan de wettelijke limiet. Deze producten zijn toen direct van de markt gehaald.
Daarnaast is ook een gezondheidskundige risicobeoordeling uitgevoerd door het RIVM. Ook dit onderzoek moest zorgvuldig gebeuren en was tijdrovend. De resultaten van de beoordeling zijn inmiddels openbaar gemaakt via de website van het RIVM.
Ziet u het als een beperking dat de NVWA niet handhavend kan optreden op basis van externe resultaten van geaccrediteerde laboratoria wanneer sprake is van een risico voor de volksgezondheid? Zo nee, waarom niet?
Nee, het is van groot belang dat de monstername (het in bewaring stellen van het product) onder toeziend oog van een inspecteur gebeurt, die de eed of belofte heeft afgelegd. Hiermee kan in juridische zin worden gegarandeerd dat er geen fraude is gepleegd ten tijden van de monstername. De NVWA heeft geaccrediteerde laboratoria benaderd om hun testuitslagen te ontvangen, om op die manier een breder beeld te krijgen van de situatie.
Deelt u de mening dat het lange wachten op onderzoeksresultaten van de NVWA en het uitblijven van aangekondigde instructies voor kinderdagopvangorganisaties kunnen leiden tot een afwachtende houding bij sommige van deze organisaties?
Het onderzoek naar en de risicobeoordeling van asbest in speelzand was erg complex. Het was noodzakelijk om dit zorgvuldig te doen. De brancheverenigingen in de kinderopvangsector hadden al proactief opgeroepen om speelzand op te bergen en voorlopig niet meer te gebruiken. Het beeld van het kabinet is dat de sector gehoor heeft gegeven aan dit signaal. Op basis van de risicobeoordeling door het RIVM en het Buro-advies kan de sector bepalen of zij speelzand willen blijven gebruiken. Zoals eerder aangegeven adviseren de brancheverenigingen hun leden om uit voorzorg het speelzand ook nu niet meer te gebruiken.
Wat vindt u van signalen dat sommige scholen het speelzand nog steeds of weer gebruiken, omdat leveranciers zelf zeggen dat het asbestvrij is?
Een leverancier is ervoor verantwoordelijk dat zijn product aan de wet- en regelgeving voldoet. Zoals aangetoond in het onderzoek van de NVWA bevat het meeste speelzand geen of hele kleine hoeveelheden asbest. Maar het kabinet heeft er begrip voor als ouders of kinderdagverblijven liever het zekere voor het onzekere nemen en voor alternatief speelgoed kiezen.
Wat vindt u van het gegeven dat sommige leveranciers hiervoor buitenlandse laboratoria gebruiken die niet in Nederland geaccrediteerd zijn en die bovendien geen elektronenmicroscopie gebruiken, maar lichtmicroscopie waarmee asbest niet altijd aangetoond kan worden?
Het is van belang dat de juiste methoden op een goede manier wordt uitgevoerd. Voor de bepaling van gehaltes aan asbest in speelzand is een methode nodig met een voldoende lage detectiegrens. Lichtmicroscopie heeft een detectiegrens gelijk aan de wettelijke limiet van 0,1% asbest. Elektronenmicroscopie kan asbest in speelzand tot veel lagere concentraties vaststellen. De combinatie van NEN 5896 en VDI 3866-5 is daarbij de meest geschikte aanpak om een indicatie te geven
van het asbestgehalte in speelzand volgens de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO)2. Laboratoria hoeven niet in Nederland geaccrediteerd te zijn om een dergelijke methode goed uit te voeren.
Kunt u bevestigen dat de resultaten afkomstig van laboratoria die niet in Nederland geaccrediteerd zijn in Nederland niet rechtsgeldig zijn?
Nee, als een onderzoek is uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium met de juiste methoden, dan is dat conform wet- en regelgeving acceptabel.
Laat de NVWA naast onderzoek naar asbest in het speelzand zelf ook onderzoek doen naar mogelijk vrijgekomen asbest in de ruimten van kinderdagverblijven en scholen waar dit speelzand gebruikt is, zoals ook in Australië en Nieuw-Zeeland gedaan is?
Nee, er is geen sprake van geweest dat de NVWA zelf onderzoek zou gaan doen naar mogelijk vrijgekomen asbest in de ruimten van kinderopvangcentra en scholen.
De lucht in een klaslokaal wordt continu ververst door mechanische ventilatie. Op basisscholen en kinderopvangcentra houdt het schoonmaakprotocol in dat alle oppervlakken dagelijks nat worden gereinigd, waardoor elke keer veel van de neergeslagen vezels worden verwijderd. Aangezien de bron van de verontreiniging is weggenomen en de klaslokalen meerdere malen nat zijn gereinigd, is professionele sanering van de klaslokalen niet nodig.
Deelt u de mening dat zolang dit probleem niet aan de bron aangepakt wordt, terugroepacties en waarschuwingen niet genoeg zijn, omdat verontreinigde producten het land binnen zullen blijven komen?
Uit het onderzoek van de NVWA blijkt dat van de 106 speelzandmonsters er 66 geen asbest bevatten en 34 een hoeveelheid die ver onder de grenswaarde van 0,1% blijft. Daarnaast heeft het RIVM aangetoond dat het gezondheidsrisico van spelen met verschillende soorten speelzand, waarin minder dan 0,1% asbest is aangetroffen, verwaarloosbaar is.
Desondanks zal het kabinet zich binnen Europa inzetten voor een lagere wettelijke eis voor het asbestgehalte in speelzand. Het kabinet heeft hierover advies gevraagd aan het RIVM.
Deelt u de mening dat de NVWA voldoende capaciteit moet hebben om zelf slagvaardig op te kunnen treden rondom productveiligheid in plaats van de verantwoordelijkheid vrijwel geheel bij de markt te leggen en dat daar een passende bekostiging bij hoort? Zo ja, hoe gaat u dit bewerkstelligen? Zo nee, waarom niet?
Producenten en handelaren zijn zelf verantwoordelijk voor het op de markt brengen van veilige producten. Dit is niet nieuw en is in Nederland geregeld op basis van de Warenwet en in EU-verband via onder andere de Algemene Productveiligheidsverordening. De NVWA ziet toe op de naleving van deze wetten. Uiteraard vindt het kabinet dat de NVWA voldoende middelen moet hebben om zijn toezichttaken uit te voeren. Hiervoor stelt VWS jaarlijks 157 mln. beschikbaar. De taken op het terrein van productveiligheid maken hier onderdeel van uit. Jaarlijks wordt een gezamenlijke afweging gemaakt hoe deze middelen het meest doelmatig ingezet kunnen worden.
Welke vormen van bekostiging voor de NVWA worden onderzocht, wanneer wordt de Kamer hierover geïnformeerd en op welke manier wordt daarmee voldoende slagkracht voor de NVWA gewaarborgd?
Naar aanleiding van de agentschapsdoorlichting van de NVWA door PricewaterhouseCoopers uit 2024, kijken de departementen met de NVWA naar andere vormen van bekostiging om het risicogericht toezicht door de NVWA beter te waarborgen. Hierover is de Kamer ook geïnformeerd (Kamerstuk 33 835, nr. 257).
Bij deze analyse wordt gekeken welke knelpunten en belemmeringen worden ervaren door de NVWA en welke oplossingen mogelijk zijn, waaronder verschillende bekostigingsvormen. Het is geen doel op zich om tot een andere bekostigingswijze te komen.
De Kamer zal uiterlijk einde van dit jaar worden geïnformeerd over de uitkomsten van deze verkenning.
Het bericht 'Amerikaanse chantage kost mensenlevens' |
|
Suzanne Kröger (GL), Sarah Dobbe (SP), Lisa Vliegenthart (GroenLinks-PvdA) |
|
Sophie Hermans (VVD), Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Amerikaanse chantage kost mensenlevens» van Aidsfonds en Rutgers van 23 januari 2026?1
Ja.
Hoe beoordeelt u de Amerikaanse beslissing om hulporganisaties, andere overheden, en Verenigde Naties (VN)-agentschappen die Amerikaans geld ontvangen, te verbieden om te werken aan diversiteit, gendergelijkheid en inclusie, bovenop het verbod op het verlenen van abortuszorg?
Op 23 januari heeft de VS aangekondigd dat ze de bestaande Mexico City Policy gaan uitbreiden. Er zijn drie «rules» gepubliceerd die restricties opleggen in relatie tot alle VS financiering, op het gebied van abortus, «gender ideology» en DEI (Diversity, Equity en Inclusion). Samen wordt dit het «human flourishing in foreign» assistance beleid genoemd. Er is nog veel onduidelijk over de implementatie van dit beleid, de juridische haalbaarheid ervan, en de uiteindelijke impact. Organisaties weten dus nog niet hoe dit beleid hen precies zal raken. Het kabinet deelt de zorgen van veel organisaties over de potentiële consequenties voor vrouwen, meisjes en gemarginaliseerde groepen in het mondiale zuiden. Het kabinet staat pal voor mensenrechten en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR). Deze staan wereldwijd onder druk en dat is uiterst zorgwekkend.
Deelt u de analyse dat deze maatregelen hulporganisaties ernstig belemmeren in het bieden van hulp aan kwetsbare groepen en dat dit zal leiden tot meer onveilige abortussen, moedersterfte en een toename in hiv-infecties wereldwijd?
De daadwerkelijke impact van het Amerikaanse beleid is nog niet helder. Het beleid geldt voor nieuwe bijdragen van de VS en werkt niet met terugwerkende kracht. De VS heeft aangegeven dat er een ontheffing (waiver)mogelijk is op dit beleid. Het is nog onduidelijk of, voor wie en waarvoor de VS dergelijke ontheffingen gaat toekennen. Echter, als een organisatie niet meer kan werken op het gebied van toegang tot veilige abortus, diversiteit, gendergelijkheid en inclusie, dan zal dit de toegang van gemarginaliseerde groepen tot gezondheidszorg belemmeren. Dit kan leiden tot meer onveilige abortussen, een hogere moedersterfte en een toename in hiv-infecties wereldwijd.
Onderhoudt uw ministerie contact met de Amerikaanse autoriteiten over deze beslissing? Op welk niveau? Wat wordt er in die contacten gewisseld? Bent u van plan om ambtgenoten op deze beslissing aan te spreken?
Nederland is continu in gesprek met de VS, zoals via de Nederlandse ambassade in Washington, zo ook over de uitbreiding van de Mexico City Policy. Het doel van die gesprekken is om zoveel mogelijk te voorkomen dat dit beleid een negatieve impact heeft op vrouwen, meisjes en gemarginaliseerde groepen in het mondiale zuiden en op door Nederland gefinancierde programma’s en organisaties. Gegeven de grote financieringsbehoefte voor mondiale gezondheid zet Nederland, samen met andere donoren, in op een zo efficiënt mogelijke besteding van de nog beschikbare middelen. Voor het kabinet staat de toegang tot gezondheidszorg voor vrouwen, meisjes en gemarginaliseerde groepen centraal. De VS blijft een belangrijke donor op het gebied van mondiale gezondheid, waarmee wij in nauwe dialoog blijven over dit thema.
Het kabinet volgt de uitvoering van het «human flourishing in foreign assistance» beleid ook samen met cross regionale coalities zoals de Equal Rights Coalition (ERC). Deze cross regionale coalitie van 44 landen, werkt nauw samen om rechten van lhbtiq+-personen wereldwijd te beschermen en te bevorderen.
Bent u het ermee eens dat Nederland historisch een voortrekkersrol heeft gespeeld in het verdedigen van de rechten en gezondheid van vrouwen, meiden, LHBTI-personen en andere groepen? Onderschrijft u het belang, gezien de terugtrekkende beweging van Amerika, om deze voortrekkersrol stevig te herpakken? Op wat voor manier doet u dat, bijvoorbeeld in Europees en VN-verband?
Ik zie het belang om als Nederland een leidende rol te vervullen op het vlak van SRGR, vrouwenrechten en rechten van lhbtiq+-personen. Dit zijn ook kernprioriteiten binnen het mensenrechtenbeleid van dit kabinet.
Nederland zal zich nog nadrukkelijker inzetten voor toegang tot goede gezondheidszorg, inclusief SRGR, voor iedereen. Wij zoeken hierbij de samenwerking met gelijkgezinden, aangezien we sterker staan als we ons gezamenlijk uitspreken. De Nederlandse inspanningen zijn gericht op het behoud en verder brengen van internationale afspraken op het gebied van SRGR, gendergelijkheid en vrouwenrechten binnen de VN. Nederland nam bijvoorbeeld een leidende rol tijdens de 70e zitting van de Commission on the Status of Women in maart dit jaar. De onderhandelingen over de politieke slotverklaring, werden gekenmerkt door forse tegendruk op bestaande internationale afspraken over vrouwenrechten, gendergelijkheid en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR). De VS diende acht amendementen in op de politieke slotverklaring, die tegen bestaande internationale afspraken in gingen. De leider van de Nederlandse delegatie, de Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie, heeft vervolgens namens de EU een stemming aangevraagd. Daardoor werden de amendementen verworpen en werd de politieke slotverklaring met een grote meerderheid van stemmen aangenomen.
Ook binnen de EU blijft Nederland zich inzetten, samen met gelijkgezinden, voor behoud van bestaande afspraken. Binnen de beschikbare financiële ruimte blijf ik ook inzetten op SRGR (inclusief toegang tot veilige abortus), gendergelijkheid en vrouwenrechten.
Herinnert u zich de leidende rol die Nederland nam tijdens de vorige instelling van de Global Gag Rule, middels het initiatief van toenmalig Minister Ploumen om met SheDecides het financieringsgat op te vullen dat Trump achterliet? Bent u van plan die leidende rol, die door het vorige kabinet is losgelaten, weer te herpakken? Zo nee, waarom niet?
Nederland steunt het platform SheDecides nog steeds, met een bedrag van 900.000 EUR voor drie jaar. SheDecides speelt een belangrijke rol in het beschermen en bevorderen van internationale afspraken op het gebied van SRGR en gendergelijkheid. Tegelijkertijd is de reikwijdte van het «human flourishing in foreign assistance» beleid veel groter dan in 2017. Naast financiering is het bieden van politiek tegenwicht en gezamenlijk optrekken cruciaal. Tijdens mijn recente reis naar de VN heb ik uitgedragen dat Nederland staat voor een sterk multilateraal systeem en dat de VN kan rekenen op steun van Nederland voor normatieve mandaten, zoals op het gebied van gender gelijkheid en SRGR. Nederland wil hierin samen met EU-landen optrekken.
De inzet van het kabinet is om in gezamenlijkheid met andere landen, bestaande internationale afspraken op het gebied van mensenrechten, SRGR en gendergelijkheid te beschermen en organisaties die zich hiervoor inzetten duurzaam te ondersteunen. Het kabinet is bereid hier een leidende rol in te spelen.
Indien het antwoord op vraag 6 «Ja» is, hoe herpakt u die leidende rol? Doet u dit door de bezuinigingen op mondiale gezondheid en seksuele en reproductieve rechten en gezondheid (54 miljoen in 2026, en 174 miljoen in 2027) terug te draaien?
Zoals beantwoord bij vraag 5 en 6, staat het kabinet pal voor universele mensenrechten en de internationale afspraken die hierover gemaakt zijn in multilateraal verband. Daarbij blijft Nederland zich inzetten voor het recht op gezondheid en SRGR voor iedereen. Het kabinet werkt daarom nauw samen met onze gelijkgezinde partners en de landen waar we werken.
Dit kabinet zal de bezuinigingen van het vorige kabinet op gezondheid en SRGR – EUR 124 miljoen in 2026 en EUR 172 miljoen in 2027 (t.o.v. 2024) – niet volledig ongedaan kunnen maken. Wel heeft het kabinet in de Voorjaarsnota voor 2.026 EUR 11 miljoen extra vrijgemaakt voor de inzet op mondiale gezondheid en SRGR. Daarnaast is het kabinet conform het coalitieakkoord voornemens om vanaf 2027 te blijven bijdragen aan de mondiale gezondheidsstrategie.
Bent u bereid, als Nederland en met gelijkgestemde landen, te zoeken naar alternatieve vormen van financiering voor VN-instanties en organisaties die door deze maatregel worden getroffen?
Nederland onderhoudt nauw contact met VN-organisaties, gelijkgezinde donoren, maatschappelijke organisaties, filantropische instellingen en ontvangende landen, over de mogelijke impact van het VS beleid binnen de VN en hoe wij hier een gezamenlijk antwoord op kunnen geven. In een context van afnemende ODA en tekorten en verstoring in gezondheidsdiensten wereldwijd, lijkt het antwoord vooralsnog te liggen in de kwaliteit van financiering (zoals meerjarige ongeoormerkte financiering), diplomatieke en politieke inspanningen ter bescherming van SRGR, gendergelijkheid en de meest gemarginaliseerde groepen. Nederland is en blijft daarom een stabiele en betrouwbare donor van o.a. de WHO, UNFPA en UNAIDS en van de humanitaire inspanningen van de VN bijvoorbeeld via UNHCR, UNICEF en WFP.
Bent u er van op de hoogte dat elke euro die bezuinigd wordt op dit thema, leidt tot meer ongeplande zwangerschappen, onveilige abortussen, hiv-doden, en hiv-besmettingen? Wat doet u om dit scenario te voorkomen?
Ja. Zoals aangegeven in het coalitieakkoord blijft de Mondiale Gezondheidsstrategie leidend voor dit kabinet. Een van de prioriteiten in deze strategie is dat Nederland zich inzet voor gezondheidssysteemversterking. Verbeterde dienstverlening op het gebied van SRGR is daar een belangrijk onderdeel van. Zie verder mijn antwoorden op vragen 5, 6 en 7.
Herinnert u zich dat de Nederlandse inzet op vrouwenrechten en gender – die door het vorige kabinet werd gestopt – alleen door een ingreep van de Kamer nog tot en met 2027 wordt gecontinueerd? Wat doet u om dit budget ook na 2027 te herstellen en door te kunnen gaan met het steunen van vrouwen- en LHBTI-rechtenverdedigers wereldwijd?
Ja. Als gevolg van amendement Hirsch c.s. (Kamerstuk 36 725 XVII, nr. 21) komt – na aanname van de Ontwerpbegroting BHO 2027 in zowel de Eerste als Tweede Kamer – in 2.026 EUR 22 miljoen en in 2.027 EUR 21 miljoen beschikbaar voor vrouwenrechten en gendergelijkheid. Daarnaast heeft het kabinet in de Voorjaarsnota aanvullend EUR 5 miljoen in zowel 2026 en 2027 beschikbaar gemaakt voor de inzet op vrouwenrechten en gendergelijkheid. Conform het coalitieakkoord zet dit kabinet zich internationaal actief in voor de bescherming van de rechten van vrouwen en is het voornemens hier vanaf 2027 opnieuw in te investeren. In lijn met deze ambitie zal bij het opstellen van de BHOS begroting 2027 worden bezien wat de mogelijkheden zijn tot herstel van artikel 3.2.
Welke rol ziet u voor uzelf wat betreft het bevorderen van de internationale toegang tot abortuszorg en het internationaal tegengaan van bijvoorbeeld moedersterfte en hiv-infecties?
Nederland is en blijft een betrokken en actieve speler op veilige abortus, het tegengaan van moedersterfte en hiv-infecties. Ik zie hier een belangrijke rol voor mijzelf als Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Als Minister zal ik mij actief blijven inzetten voor de bescherming van gelijke rechten voor iedereen, zowel via partnerschappen met maatschappelijke organisaties en multilaterale instellingen als binnen multilaterale fora zoals de VN Mensenrechtenraad. Tijdens de voorjaarsvergadering van de Wereldbank in april 2026 zal ik aandacht vragen voor de gezondheid van vrouwen en meisjes en de Nederlandse steun hiervoor uitspreken bij een bijeenkomst van het Global Financing Facility dat met dit doel is opgericht.
Naast de diplomatieke inzet via de VN en de EU, investeert Nederland in organisaties zoals International Planned Parenthood Federation (IPPF), het Safe Abortion Action Fund (SAAF) en Ipas. Nederland is de grootste donor aan UNAIDS en we zijn de zesde donor van UNFPA. Daarnaast is het kabinet dit jaar gestart met een nieuw financieringsinstrument, onderdeel van het bredere FOCUS kader, dat inzet op de preventie en bestrijding van hiv-infecties in Zuidelijk Afrika.
Bent u van plan publiekelijk steun uit te spreken voor de overheden en organisaties die niet het contract ondertekenen dat hen door de Amerikaanse overheid wordt voorgelegd om te stoppen met alle werkzaamheden rond gendergelijkheid en diversiteit?
Nederland kiest voor een zo effectief mogelijke inzet. Het Amerikaanse beleid zal voor elk type organisatie anders uitpakken en het kabinet zal daarom niet ingaan op individuele partners en wat zij doen. Zo kunnen overheden, die geld aannemen van de VS, mogelijkerwijs nog steeds werken op abortus, gender, diversiteit, inclusie en gelijkheid, met andere financieringsbronnen. Het kabinet wil graag in gesprek blijven met deze overheden. De ervaring met de vorige Mexico City Policy leert namelijk dat er een neiging is tot over-implementatie en zelfcensuur. Daarnaast is het van belang om te noemen dat veel partners die essentieel zijn voor de uitvoering van ons SRGR beleid, geen Amerikaanse financiering meer ontvangen. Deze financiering stopte met het opheffen van USAID.
Bent u bekend met de verklaring van 2 maart 2026 van 10 landen, waaronder Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, waarin zij deze nieuwe regels veroordelen en opkomen voor het recht van iedereen op zelfbeschikking? Waarom ontbreekt Nederland onder deze verklaring? Is Nederland gevraagd om mee te tekenen? Zo ja, waarom heeft Nederland niet meegetekend? Steunt Nederland de inhoud van deze verklaring?2
Het kabinet is bekend met de verklaring en Nederland is gevraagd om mee te tekenen. Het kabinet heeft gekozen niet te tekenen omdat dit een bredere afweging vereist. Er is nog veel onduidelijk over de implementatie en daarmee over de impact van het beleid van de VS. Het kabinet volgt de ontwikkelingen nauwgezet om duidelijker in beeld te krijgen hoe dit beleid de gezondheid raakt van vrouwen, meisjes en gemarginaliseerde groepen. Nederland is hierover in contact met de VS, de landen waar Nederland mee samenwerkt op deze thema’s, gelijkgezinde donoren en partners. De verklaring is op 2 maart gepubliceerd op de website van SheDecides. Zoals reeds beantwoord, staat het kabinet pal voor mensenrechten en blijft het kabinet inzetten op seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen.
Kunt u deze vragen binnen drie weken afzonderlijk beantwoorden?
Ja.
Het artikel 'Kabinet overtrad beperking wapenexport die schending mensenrechten moest voorkomen' |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het nieuws dat verschillende Ministers van Buitenlandse Handel wapenexportvergunningen uitgaven aan de Verenigde Aribische Emiraten (VAE), ondanks afspraken met de Tweede Kamer en overduidelijke risico’s?1
Hoe verantwoordt u dat, ondanks de gesloten presumption of denial (POD) en aangegeven waarschuwingen voor risico’s, er toch vergunningen zijn verleend aan de VAE? Op welke gronden zijn besluiten genomen en kunnen deze gedeeld worden met de Kamer?
Zijn er andere schendingen van de presumption of denial in deze periode of daarna? Zo ja, kunt u deze delen met de Kamer? Zo nee, hoe bent u daar zo zeker van?
Waarom is de informatie over de vergunningen niet gedeeld met de Kamer?
Deelt u de mening dat, gezien de grootschalige investeringen in Defensie, het belangrijk is om een debat te kunnen voeren over de inzet en implicaties van de investeringen? Zo ja, hoe gaat u dit implementeren? Zo nee, waarom niet?
Hoe bent u van plan de Kamer beter mee te nemen in de beslisnota’s van wapenexportvergunningen, zeker nu we steeds meer aan militaire middelen gaan uitgeven?
Hoe bent u van plan de mensenrechten te beschermen en immorele exportvergunningen in de toekomst tegen te gaan, zeker gezien het belang van het internationaal recht zoals aangegeven in het coalitieakkoord?
Als er vanuit het ministerie vergunningen worden verleend, is dat dan eenmalig of ook voor toekomstige orders? Indien dat laatste, hoe weegt het ministerie dat met de wapenexportcriteria indien blijkt dat, na het vergeven van de vergunning, het wapenbedrijf mensenrechtenschendingen begaat?
Hoe gaat u ervoor zorgen dat niet alleen economische belangen meespelen in het verlenen van vergunningen, maar ook morele en juridische factoren?
Hoe staat het op heden met de wapenexportvergunningen naar de VAE, gezien de grootschalige genocide die plaatsvindt in Soedan en het aandeel van de VAE hierin?2 Kunt u inzage geven in welke vergunningen zijn verleend en op welke beslispunten dit is gebaseerd?
Staat u achter de redenen die gegeven zijn in 2025 voor het afschaffen van de POD? Zo ja, kunt u dat toelichten? Zo nee, waarom niet?
Vindt u het van belang dat wapenexportcriteria een belangrijke overweging zijn in het uitgeven van vergunningen? Zo nee, waarom niet?
Bent u van mening dat criteria een hoge standaard moeten zetten en ervoor moeten zorgen dat militaire middelen die Nederland exporteert niet tot mensenrechtenschendingen mogen leiden? Zo nee, waarom niet?
Als u bovenstaande twee vragen positief heeft beantwoord, bent u dan van plan om opnieuw een POD in te voeren? Zo nee, waarom niet?
Bent u van plan de keuze tot toetreding van het verdrag van Aken te heroverwegen, gezien de woorden van Minister Schreinemacher aantonen dat de wapenexportcriteria afnemen door toetreding van dit Verdrag?
Deelt u de mening van Frank Slijper dat radar- en communicatiesystemen niet louter defensief zijn, gezien deze apparatuur gebruikt kan worden om in kaart te brengen welke mogelijke doelwitten er zijn. Zo ja, waarom is dat argument dan wel in de casus van het artikel gebruikt? Zo nee, waarom niet?
Is er volgens u sprake van een medeplichtigheid van Nederland in het schenden van het internationaal recht in Jemen, zoals VN-experts duiden3, door het leveren van militaire middelen aan de VAE?
Kent u de brief van de regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld van 11 februari 2026 betreffende de aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en de brief van Movisie van 20 februari 2026 en de oproep van de Emancipator?1
Ja.
Klopt het dat het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (NAP) en de functie van regeringscommissaris in 2026 wordt afgebouwd, ondanks de opgedane ervaringen en de ingezette, eenduidige aanpak? Zo ja, wat is de reden voor deze afbouw en per wanneer gaat dit in?
Het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (hierna: NAP) zou initieel eindigen in december 2025 en de termijn van de regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (hierna: RC) in medio 2025. Bij de besluitvorming over de Voorjaarsnota 2024 heeft het toenmalige kabinet besloten het NAP en de termijn van de RC te verlengen tot en met 31 december 2026 en hiervoor aanvullende middelen vrij te maken. Dit is toegelicht in de eerste suppletoire begroting OCW 2024 en daarnaast middels een persbericht bekendgemaakt2. De Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie heeft na overleg met de RC dit voorjaar besloten om binnen de eigen begroting aanvullende middelen vrij te maken om het bureau van de RC tot eind 2026 te financieren. Hiermee heeft de RC meer ruimte en capaciteit om haar activiteiten goed te bestendigen en over te dragen. Het kabinet kiest ervoor seksueel geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag te bestrijden in een bredere aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld en zal het NAP en de termijn van de RC dus niet nogmaals verlengen.
Wanneer is dit besluit genomen en hoe is de Kamer hierover geïnformeerd?
Zie antwoord vraag 2.
Heeft deze afbouw te maken met het aflopen van het Nationaal Actieprogramma en daarmee de opdracht van de regeringscommissaris? Zo ja, kan geconcludeerd worden dat het werk in voldoende mate kan worden afgerond en op grond waarvan wordt dit geconcludeerd?
Het kabinet blijft werken aan het bestrijden en voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Het is onacceptabel dat vrouwen nog altijd niet veilig zijn in Nederland. Zoals beschreven in het coalitieakkoord kiest het hierbij voor het opstellen van een nieuw Nationaal Actieplan Stop Geweld tegen vrouwen. Dit betreft een bredere aanpak, gericht op alle vormen van geweld tegen vrouwen zoals opgenomen in het Verdrag van Istanbul. Seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld worden hier nadrukkelijk onderdeel van. Het kabinet stelt een Nationaal Coördinator (hierna: NC) aan om dit actieplan te coördineren.3
Daarnaast zal het kabinet conform de EU-richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld een orgaan of organen aanwijzen voor rapportage, aanbevelingen, informatie-uitwisseling en systematische statistiekvorming.4
Met deze structuur zorgt het kabinet voor duidelijkheid, effectiviteit en samenhang in de aanpak. Wij zullen de werkzaamheden, kennis en projecten van het NAP en de RC zo goed mogelijk bestendigen in de bredere aanpak. De RC adviseert het kabinet hierover en zij stelt haar kennis en expertise beschikbaar om de overgang goed te laten verlopen.
Hoe verhoudt dit zich tot het kritische advies van GREVIO over de Nederlandse aanpak van geweld tegen vrouwen, waarin tevens wordt geconstateerd dat het Nationaal Actieprogramma en de regeringscommissaris daarvan positieve elementen zijn binnen de Nederlandse aanpak en hoe rijmt het afbouwen hiervan met dit advies en deze constatering?
Het bestrijden van geweld tegen vrouwen is een prioriteit van dit kabinet. Daarbij zullen wij ons houden aan het Verdrag van Istanbul.5 De evaluaties van GREVIO bieden waardevolle aanknopingspunten voor verbeteringen van de Nederlandse aanpak. Zo zal het kabinet conform deze aanbevelingen de coördinatie van de aanpak versterken en de verschillende geweldsvormen tegen vrouwen in samenhang bestrijden.
Hoe verhoudt deze afbouw zich tot de implementatie van het Verdrag van Istanbul en de eerder geuite kritieken vanuit de VN op de uitvoering van dit verdrag in Nederland?
Zie antwoord vraag 5.
Is het de bedoeling dat het Nationaal Actieprogramma en de rol van de regeringscommissaris wordt vervangen door het nieuwe programma geweld tegen vrouwen en de in het coalitieakkoord genoemde Nationaal Coördinator (ingesteld naar aanleiding van de wens van de Kamer om geweld tegen vrouwen en femicide aan te pakken)? Zo ja, waar blijkt dat uit?
Het bestrijden en voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld blijft van groot belang. Het kabinet kiest ervoor dit onderdeel te maken van een bredere aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, en hierin de lessen uit het NAP mee te nemen. In het verlengde daarvan kiezen wij voor de aanstelling van een NC die dit bredere programma zal coördineren, en niet voor het nogmaals verlengen van de termijn van de RC. U bent op 18 december 2025 geïnformeerd over deze bredere aanpak en het voornemen een NC aan te stellen.6 De NC en RC zijn wezenlijk andere functies. Zij verschillen onder andere qua mandaat, opgave, inhoudelijke scope, takenpakket en benodigde competenties.
De RC is een boegbeeld van de gewenste cultuurverandering ten aanzien van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Zij is een onafhankelijk adviseur van het kabinet en aanjager van het maatschappelijk gesprek. Er is veel winst geboekt ten aanzien van het bespreekbaar maken van dit onderwerp en het vergroten van de bewustwording. Zo is zij een aanjager van het gesprek in de media en samenleving, heeft diverse producten gecreëerd die houvast geven bij het bestrijden en voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld en is zij een luisterend oor en een stem voor slachtoffers. Daarnaast heeft zij een begin gemaakt met de daadwerkelijke cultuurverandering door via allianties verschillende maatschappelijke aanpakken te initiëren, bijvoorbeeld in verschillende arbeidsmarktsectoren, in het onderwijs en binnen de studentenverenigingen.
We gaan echter een volgende fase in, waarin de gegroeide bewustwording en gestarte gedragsverandering verder moet worden bestendigd. Dit wil het kabinet doen door middel van samenhangend beleid, een heldere rolverdeling en duidelijke afspraken tussen het rijk, gemeenten, maatschappelijke partners en andere betrokkenen. Er is door diverse betrokkenen, experts en belangengroepen geconstateerd dat de aanpakken van verschillende vormen van geweld tegen vrouwen momenteel versnipperd zijn en dat betere coördinatie en samenhang noodzakelijk zijn. Dit kwam ook naar voren in de gesprekken met uw Kamer en in diverse moties die u heeft ingediend. De focus van de werkzaamheden van de NC ligt op het coördineren van het opstellen en uitvoeren van een Nationaal actieplan voor de aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Belangrijke taken hierin zijn: samenwerking stimuleren, afstemming verbeteren, toezien op de uitvoering, zorgdragen voor samenhang en het nakomen van afspraken. Het kabinet werkt het exacte mandaat van de NC momenteel nader uit en zal dit openbaar maken zodra dit is vastgesteld.
Bent u het met ons eens dat dit twee verschillende functies zijn? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 7.
Deelt u de mening dat de positie van de huidige regeringscommissaris die van een onafhankelijke aanjager is terwijl de Nationaal Coördinator vanuit zijn positie zich juist ten aanzien van de ambtelijke organisatie met het coördineren van activiteiten bezig moet houden?
Zie antwoord vraag 7.
Kunt u het verschil beschrijven in positie, taken, bevoegdheden en mate van onafhankelijkheid tussen een regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld en de in het coalitieakkoord genoemde Nationaal Coördinator? Welke kerntaken moet de Nationaal Coördinator vervullen?
Zie antwoord vraag 7.
Deelt u de mening van de regeringscommissaris dat er zowel in tijd als in inhoud een gat te dreigt te vallen in de aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld, omdat er nog geen Nationaal Coördinator is aangesteld en niet wordt benoemd in het coalitieakkoord hoe de aanpak van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag van de afgelopen jaren verankerd zal worden? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Nee. Het kabinet is voornemens om de NC voor de zomer van 2026 aan te stellen. De termijn van de RC loopt tot en met 31 december 2026. Daarmee is er voldoende tijd voor een goede overdracht van kennis en expertise. Zoals toegezegd aan uw Kamer zal de NC contact hebben met de RC over een goede overdracht en bestendiging. Daarnaast zal de RC een advies uitbrengen over een goede bestendiging van het programma en haar activiteiten. Dit advies zal worden meegenomen bij het vormgeven van het nieuwe nationaal actieplan geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld.
Deelt u de opvatting dat het Nationaal Actieprogramma, dat gericht is op de onderliggende patronen van seksueel geweld en geweld tegen vrouwen, met een onafhankelijke regeringscommissaris als aanjager en boegbeeld van de maatschappelijke cultuurverandering (nog steeds) nodig is en blijft om seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld blijvend en structureel te kunnen aanpakken? Zo ja, waarom wordt de financiering van de regeringscommissaris dan afgebouwd? Zo nee, waarom deelt u die mening niet en hoe kan worden voorkomen dat wat er de afgelopen jaren door de regeringscommissaris opgebouwd is verloren gaat?
Zie antwoorden op de vragen 4, 7, 8, 9, 10 en 11.
Gebruik van de C7NLD door het Russische Vrijwilligerskorps |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD), Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Is de Minister bekend met het item «Nederlandse wapens in handen van Russische extreemrechtse militie»?1
Heeft u nagetrokken of deze berichtgeving klopt? Zo ja, zijn Nederlandse wapens inderdaad in handen van deze extreemrechtse militie die los van het Oekraïense leger staat? Zo nee, waarom niet?
Acht u het wenselijk dat Nederlandse wapens in handen komen van niet-gouvernementele militaire organisaties met extreemrechts en zelfs openlijk Neonazistisch gedachtegoed?
Aangezien u als antwoord aan Leftlaser schrijft «Voor de rest is het aan Oekraïne hoe militair gezien het voormalige Nederlandse materieel wordt ingezet en bij welke eenheden», vallen hier wat u betreft ook militaire organisaties onder die los staan van het Oekraïense leger?
Staat het kabinet achter de politieke doelstellingen van het Russische vrijwilligers korps, zijnde het afzetten van de Russische president en het installeren van een militaire regering onder hun leiding?
Hoe wordt in algemene zin voorkomen dat de wapens die Nederland aan Oekraïne levert in verkeerde handen vallen?
Klopt het dat deze organisatie zich schuldig heeft gemaakt aan schendingen van het humanitair oorlogsrecht, waaronder het openlijk vernederen van krijgsgevangenen?
Indien het antwoord op vraag 5 nee is, deelt u dan de mening dat het onwenselijk is deze groep te bewapenen?
Bent u bereid de Oekraïense regering te verzoeken Nederlandse wapens niet langer aan eenheden te verschaffen die niet tot het Oekraïense leger behoren en te vragen deze wapens af te nemen van het Russische vrijwilligerskorps? Zo nee, waarom niet?
Het burgerinitiatief ‘My Voice, My Choice’ |
|
Ines Kostić (PvdD), Laurens Dassen (Volt), Lisa Vliegenthart (GroenLinks-PvdA), Sarah Dobbe (SP) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het feit dat op 26 februari de Europese Commissie zal spreken over het burgerinitiatief «My Voice, My Choice», gericht op het instellen van een financieel mechanisme waarmee iedereen in de Europese Unie (EU) toegang krijgt tot abortuszorg? Bent u ook bekend met het feit dat negen Europese lidstaten (Estland, Oostenrijk, Finland, Frankrijk, Luxemburg, Polen, Slovenië, Spanje en Zweden) de Europese Commissie (EC) hebben aangeschreven om hun steun te betuigen voor het initiatief?
Ja, het kabinet is bekend met het feit dat de Europese Commissie het voornemen heeft om op 26 februari een reactie te geven op het burgerinitiatief «My Voice, My Choice». Daarnaast is het bekend met de steunbetuiging van een aantal Europese lidstaten middels een door Spanje opgestelde brief aan de Europese Commissie.
Bent u het eens dat iedereen binnen de EU recht zou moeten hebben op toegang tot veilige, goede abortuszorg?
Het kabinet staat pal voor de gezondheid en rechten van vrouwen en meisjes wereldwijd, inclusief keuzevrijheid en toegang tot veilige abortus. Tegelijkertijd respecteert het kabinet de vrijheid van lidstaten om eigen keuzes te maken rondom abortus beleid, aangezien dit een nationale competentie behelst.
Steunt u het burgerinitiatief «My Voice, My Choice» en de oproep die daarin gedaan wordt voor toegang tot abortuszorg binnen de gehele EU? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid om net als de negen andere lidstaten die dat al gedaan hebben, de EC aan te schrijven voor 26 februari a.s. en in deze brief uw steun te uiten voor het initiatief?
Het initiatief roept op om lidstaten financieel te ondersteunen bij het aanbieden van abortuszorg aan vrouwen die in hun eigen land geen toegang hebben tot abortus. Zo zouden bijvoorbeeld vrouwen die vanuit een ander EU-land naar Nederland komen voor een abortus, de behandeling vergoed kunnen krijgen. Het kabinet heeft waardering voor de inspanningen van de initiatiefnemers en lidstaten om de toegang tot veilige abortus in de EU te verbeteren.
Voordat het kabinet steun kan uitspreken voor een dergelijk initiatief, is het belangrijk dat de mogelijke implicaties van veranderend beleid in beeld zijn. Aangezien de EC nog niet heeft gereageerd op het burgerinitiatief is het op dit moment nog niet duidelijk wat de (financiële) impact van het voorstel zou kunnen zijn voor Nederland.
Op 26 februari maakt de Commissie haar juridische en politieke conclusies over het initiatief bekend. Daarbij vermeldt de Commissie eveneens waarom zij al dan niet maatregelen neemt, en zo ja, welke maatregelen zij van plan is te nemen. Naar aanleiding hiervan zal het kabinet het Nederlandse standpunt, indien nodig, interdepartementaal afstemmen via het gebruikelijke afstemmingsproces. Uw Kamer wordt hier sowieso nader over geïnformeerd.
Kunt u deze vragen uiterlijk woensdag 25 februari voor 17.00 uur beantwoorden?
Ja.
Het bericht 'Ambtenaren verzwegen Palestijnse dodentallen voor Schoof' |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD), Dick Schoof (minister-president ) (INDEP) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het artikel van Vrij Nederland, over het verzwijgen van Palestijnse dodentallen door ambtenaren voor de Minister-President?1
Het beeld dat moedwillig informatie wordt achtergehouden is onjuist. Ik ervaar de advisering binnen het ministerie als professioneel en volledig, waarbij alle relevante invalshoeken en feiten worden meegenomen. Over de oorlog in de Gazastrook is er een constante informatiestroom, ook richting het Ministerie van Algemene Zaken. Daarin zijn met grote regelmaat cijfers over aantallen slachtoffers (ongeacht nationaliteit) opgenomen. Er zijn verschillende manieren waarop bewindslieden geïnformeerd worden over een kwestie, een gespreksfiche is daar één van.
Kunt u inzage geven in het proces van het opstellen van het desbetreffende gespreksfiche uit het artikel? Klopt het dat meerdere malen de cijfers over de Palestijnse en Libanese slachtoffers uit het feitenrelaas zijn gehaald?
Een gespreksfiche bestaat onder meer uit spreekpunten en achtergrondinformatie. In de achtergrondinformatie dient de informatie te staan die nodig is om het gesprek inhoudelijk goed te kunnen voeren. De gesprekspunten bieden een basis voor de manier waarop het gesprek gevoerd kan worden. Met het opstellen van de gesprekspunten wordt de afweging gemaakt op welke wijze het meest effectief een boodschap wordt overgebracht. Dat is mede afhankelijk van de gesprekspartner in kwestie, zijn of haar kennis over een situatie of onderwerp, en de relatie van een land ten opzichte van het te bespreken onderwerp. Hierdoor is het niet altijd nodig of opportuun in de gesprekspunten een situatie te beschrijven om er wel over te spreken. Naast de gesprekspunten zelf, wordt tijdens het gesprek ook gebruik gemaakt van de achtergrondinformatie.
Het artikel in Vrij Nederland refereert aan een gesprek van de Minister-President met een Arabische leider in het najaar van 2024. Hoewel er geen duidelijkheid bestaat over het exacte gesprek waar het artikel aan refereert, is naar aanleiding van de publicatie nagegaan welk gesprek het mogelijk kan betreffen. Hierbij kwam een specifiek gesprek naar voren, waarbij slachtofferaantallen in de achtergrondinformatie stonden. Zie daarnaast ook het antwoord op vraag 1.
Hoe kan het dat relevante feitelijke informatie uit een gespreksfiche wordt gehaald? Wat zijn de vereisten bij het opstellen van zo’n fiche en wie controleert dit? Is er sprake van een vier-ogen principe?
Zie het antwoord op vraag 1 en 2. Bij het opstellen van een gespreksfiche zijn diverse personen betrokken, zowel op het departement in Den Haag als op de Nederlandse posten in de regio. Het aantal betrokkenen hangt met name af van de inhoud van het gesprek en het aantal gespreksonderwerpen. Daarnaast wordt een gespreksfiche op verschillende niveaus geaccordeerd. Waar nodig ook op politiek niveau. In ieder geval kijken altijd meer dan twee mensen.
Hoe verantwoordt u dat Israëlische doden een hogere status krijgen op het Ministerie van Buitenlandse zaken, dan Palestijnse of Libanese doden?
Daarvan is geen sprake. Het kabinet werpt deze aantijging verre van zich.
Bent u bereid een onderzoek te starten naar de dubbele moraal en mogelijke angstcultuur op het Ministerie van Buitenlandse Zaken? Zo niet, waarom?
Nee. Buitenlandse Zaken hecht aan een open en veilige werkcultuur, waarbinnen ruimte bestaat voor kritisch intern debat. De ambtelijke leiding draagt deze norm actief uit, evenals de norm van brede en deskundige ambtelijke advisering. Het departement investeert in een inclusieve werkomgeving, met ruimte voor diversiteit van perspectieven, en de ontwikkeling van vaardigheden als luisteren en het voeren van een open dialoog. De effecten van die inzet worden regulier gemeten in o.a. het tweejaarlijkse medewerkerstevredenheidsonderzoek, het jaarlijkse arbojaarverslag en Rijksbrede instrumenten als de nieuwe Inclusiemonitor. De uitkomsten uit deze metingen bieden voldoende inzicht voor de verdere ontwikkeling van de organisatie.
Het bericht 'Trumps armada richting Iran: Zoon van Opperste Leider sluist alvast miljoenen weg naar Dubai' |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op de informatie, ingezien door Bloomberg en Iran International, over de Iraanse elite die miljoenen wegsluist?1
Het kabinet heeft kennisgenomen van deze berichtgeving, maar kan deze berichten niet bevestigen. Deze berichtgeving past echter binnen een breder beeld van kapitaalvlucht uit Iran als gevolg van de slechte economische situatie en de toegenomen geopolitieke spanningen met o.a. de Verenigde Staten, die inmiddels zijn geëscaleerd tot een militair conflict.
Worden sancties tegen personen in Iran uitgebreid naar eenieder voor wie bewijs bestaat dat deze zich schuldig heeft gemaakt of medeplichtig zijn, of daarvan verdacht worden, aan gewelddadige repressie tegen demonstranten of andere mensenrechtenschendingen? Kunt u uw antwoord toelichten?
Het kabinet veroordeelt de mensenrechtenschendingen in Iran en streeft ernaar verantwoordelijken aan mensenrechtenschendingen in Iran op de EU mensenrechtensanctielijst te plaatsen. Ook tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart jl. heeft de EU – mede op Nederlands initiatief – weer nieuwe mensenrechtensancties aangenomen tegen Iran. De praktische beperking hierbij is dat de bewijslast juridisch in orde dient te zijn, hetgeen een arbeidsintensief proces is. Hierbij wordt prioriteit gegeven aan de belangrijkste mensenrechtenschenders.
Is bekend of het wegsluizen van geld door de Iraanse elite ook gebeurt door mensen die op sanctielijsten staan, en op bankrekeningen in Nederland of Europa staat? Zo niet, bent u bereid dit te laten onderzoeken en hier in Europa voor te pleiten?
Het kabinet kan niet ingaan op individuele gevallen, maar in algemeenheid kan worden gezegd dat alle tegoeden van gesanctioneerde personen en entiteiten in de EU bevroren zijn en dat het verlenen van goederen en diensten (inclusief financiële diensten) vanuit de EU aan gesanctioneerde personen strafbaar is.
Is het mogelijk om tegoeden van Iraniërs die mogelijk medeplichtig zijn aan de gewelddadige repressie tegen demonstranten of andere mensenrechtenschendingen te bevriezen als deze tegoeden op bankrekeningen in Nederland of Europa staan? Zo niet, welke stappen moeten dan gezet worden om dit tot resultaat te krijgen?
Dit is reeds mogelijk middels mensenrechtensancties en vormt een belangrijk onderdeel van de Nederlandse inzet ten aanzien van mensenrechtenschendingen in Iran. Naar aanleiding van de protesten in Iran in 2009 is, mede op Nederlands initiatief, het EU sanctieregime tegen mensenrechtenschendingen in Iran ingesteld. Dit regime is ook ingezet in reactie op de protesten in 2019 en sinds de dood van Mahsa Amini heeft de EU – met actieve Nederlandse steun, nog twaalf mensenrechtensanctiepakketten aangenomen onder dit regime. Inmiddels zijn 247 personen en 50 entiteiten via dit regime gesanctioneerd. Daarnaast is de wereldwijde sanctieregeling voor de mensenrechten ingezet voor sancties tegen Iraanse verantwoordelijken voor mensenrechtenschendingen buiten Iran, zoals de intimidatie en moord op dissidenten.
Het bericht dat het Alrijne Ziekenhuis oogcontroles afbouwt en naar de privékliniek van eigen oogartsen verwijst |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Bruijn |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het bericht dat het Alrijne Ziekenhuis oogcontroles afbouwt en naar de privékliniek van eigen oogartsen verwijst?1
Het Ziekenhuis van Alrijne heeft patiënten die op de wachtlijst staan voor oogcontroles laten weten dat de wachtlijsten erg lang zijn en dat zij voorlopig niet bij het Ziekenhuis van Alrijne terecht kunnen. Zij vragen patiënten na te denken over andere oog-zorgverleners, bijvoorbeeld zelfstandige behandelcentra. In één van deze zelfstandige behandelcentra zijn oogartsen werkzaam die ook in het Ziekenhuis van Alrijne werken.
De komende jaren zullen mensen in toenemende mate een beroep doen op de zorg zonder dat het aantal zorgprofessionals in dezelfde mate meegroeit. Om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden, moet de zorg slimmer worden georganiseerd. In de regio moeten partijen daarom samenwerken en afspraken maken over het toekomstbestendig inrichten van de zorg. Zowel de reguliere ziekenhuizen als zelfstandige behandelcentra zijn nodig om de zorg toegankelijk, betaalbaar en van goede kwaliteit te houden. Om dit te realiseren focust het Ziekenhuis van Alrijne zich op (hoog)complexe oogzorg. Patiënten die minder complexe zorg nodig hebben, kunnen vaak sneller terecht bij andere oog-zorgverleners. Deze manier van organiseren draagt bij aan de toegankelijkheid voor zowel de (hoog)complexe oogzorg, als de reguliere oogcontroles.
Deelt u de analyse dat de opkomst van privéklinieken vooral zorgt voor verplaatsing van ziekenhuiszorg naar commerciële zorg?
Het medisch-specialistische zorglandschap is in ontwikkeling. Zowel de reguliere ziekenhuizen als zelfstandige behandelcentra zijn nodig om de zorg toegankelijk, betaalbaar en innovatief te houden. Het kabinet signaleert echter ook bepaalde risico’s in de ontwikkeling van het medisch-specialistische zorglandschap. Om deze reden is in het coalitieakkoord afgesproken om te werken aan een gelijker speelveld tussen ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra. Daarnaast is er in het coalitieakkoord afgesproken om de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg af te schaffen. Ook werkt het kabinet samen met partijen aan een eerlijk speelveld binnen de AZWA-afspraak E4 «We zorgen dat iedereen een eerlijke bijdrage levert».
Tegen deze achtergrond heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) recent een advies over prestatiedifferentiatie in de medisch specialistische zorg2 opgeleverd en werkt Gupta Strategists in opdracht van de Nederlandse Zorgautoriteit aan een feitenbasis om de problemen kwalitatief en kwantitatief te duiden.
Het kabinet wil het rapport van de Nederlandse Zorgautoriteit en de feitenbasis die wordt uitgewerkt door Gupta Strategists afwachten. Het kabinet verwacht de Kamer in het tweede kwartaal van 2026 te informeren over de vervolgstappen.
Hoe kan het dat oogartsen van het Alrijne ziekenhuis geen tijd hebben om controles in hun eigen ziekenhuis uit te voeren, maar wel om dezelfde controles uit te voeren in een commerciële privékliniek?
De oogartsen van het Ziekenhuis van Alrijne zijn gecontracteerd voor een vast aantal uur door het ziekenhuis. Het staat oogartsen vrij om naast deze uren oogzorg te leveren bij andere aanbieders. Het is aan de zorgverzekeraars en het Ziekenhuis van Alrijne om afspraken te maken over de capaciteit van oogzorg. Zie hiervoor ook de beantwoording van vraag 6.
Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat patiënten uit Alphen aan den Rijn nu vaker moeten reizen naar artsen die ook voor het ziekenhuis met een vestiging in hun eigen woonplaats werken?
Verder reizen voor een behandeling kan voor patiënten vervelend en belastend zijn, maar is soms nodig om de kwaliteit of de toegankelijkheid van zorg te kunnen borgen. Voorheen konden patiënten voor oogzorg ook niet altijd op de locatie Alphen aan den Rijn van het Ziekenhuis van Alrijne terecht. Het Ziekenhuis van Alrijne heeft aangegeven dat de inzet is deze reisbewegingen voor patiënten zo beperkt mogelijk te houden.
Wat betekent het verplaatsen van deze niet-complexe zorg naar privéklinieken voor de financiële positie van het Alrijne Ziekenhuis?
Volgens het Ziekenhuis van Alrijne is de financiële impact beperkt. De ruimte die ontstaat in de afspraken met zorgverzekeraars wordt opgevuld met tweedelijnszorg die moet plaatsvinden in een ziekenhuis.
Bent u bereid om in gesprek te gaan met het Alrijne Ziekenhuis om te voorkomen dat deze zorg wordt verplaatst naar de commerciële privéklinieken?
Het kabinet ziet geen reden om in gesprek te gaan met het Ziekenhuis van Alrijne. Het ziekenhuis heeft zelf een verantwoordelijkheid om patiënten te helpen. Het ziekenhuis kan met zorgverzekeraars afspraken maken over prioriteiten en wachtlijsten. Zorgverzekeraars hebben een wettelijke zorgplicht. Dit betekent dat hun verzekerden binnen een redelijke tijd en reisafstand toegang moeten hebben tot zorg uit het basispakket. Zorgverzekeraars moeten daarom voldoende zorg inkopen of bemiddelen als iemand niet snel genoeg bij een zorgaanbieder terecht kan (wachttijdbemiddeling). De Nederlandse Zorgautoriteit controleert of zorgverzekeraars zich hieraan houden.
Deelt u de mening dat het een zorgwekkende ontwikkeling is dat steeds meer zorg wordt verplaatst van ziekenhuizen naar op winst gerichte klinieken, zeker gezien er tegelijkertijd bezuinigd wordt op de zorg omdat de zorg te duur zou worden? Zo ja, wat gaat u hieraan doen? Zo nee, waarom niet?
Zoals beschreven bij antwoord 2 werkt het kabinet aan het realiseren van een gelijker speelveld voor ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra. Ook is in het coalitieakkoord afgesproken om de vergoeding van niet-gecontracteerde zorg af te schaffen. Daarnaast wil het kabinet benadrukken dat er in de zorg geen plek is voor zorgaanbieders of investeerders die puur en alleen in de zorg actief zijn voor financieel gewin. Financiële belangen mogen nooit ten koste gaan van het bieden van passende zorg aan de patiënt. Daarom werkt het kabinet aan het wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz). In de Wibz is onder andere opgenomen dat aanbieders alleen onder voorwaarden winst mogen uitkeren. De NZa krijgt de bevoegdheid om op hierop toe te zien en waar nodig te handhaven.