Kamerstuk 31200-17

Verslag van een algemeen overleg

Vaststelling begroting AZ, Kabinet der Koningin en Commissie toezicht inlichtingen- en veiligheidsdiensten (III) 2008; Verslag van een Algemeen Overleg

Gepubliceerd: 5 september 2008
Indiener(s):
Onderwerpen: begroting bestuur financi├źn koninklijk huis
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31200-III-17.html
ID: 31200-17

31 200 III
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Algemene Zaken, het Kabinet der Koningin en de Commissie van toezicht betreffende inlichtingen- en veiligheidsdiensten (III) voor het jaar 2008

nr. 17
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 28 augustus 2008

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1, de vaste commissie voor Defensie1 en de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat1 hebben op 30 juni 2008 overleg gevoerd met minister-president, minister Balkenende van Algemene Zaken, minister Van Middelkoop van Defensie en minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat over:

– de brief van de minister-president d.d. 10 juni 2008 over kosten van het Koninklijk Huis (31 200-III, nr. 12);

– de brief van de minister-president d.d. 12 juni 2008 over kosten van het Koninklijk Huis (31 200-III, nr. 13);

– de antwoorden van de minister-president d.d. 4 juni 2008 op vragen van het lid Timmer inzake vliegreizen van leden van het Koninklijk Huis (Aanhangsel Handelingen vergaderjaar 2007–2008, nr. 2583);

– de brief van de minister van Defensie d.d. 4 juni 2008 over de kosten van het onderhoud van de Groene Draeck en gebruik van overheidsvliegtuigen door leden van het Koninklijk Huis (31 200-X, nr. 128).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Van Raak (SP) had terecht twijfel over de adequaatheid en de volledigheid van het overzicht van de kosten van het Koninklijk Huis. De minister-president is namelijk niet in staat om een totaaloverzicht te geven en evenmin van alle regelingen. Daarvoor moet hij eerst vier maanden onderzoek doen. Waarom is het zo’n rommeltje als het om het Koninklijk Huis gaat? RTL Nieuws moest dreigen met een rechtszaak voordat de minister-president toegaf dat de Kamer in 2005 en 2006 niet goed was geïnformeerd over de privé-vluchten van de leden van het Koninklijk Huis en over het privé-schip van de Koningin. Waarom heeft de premier dit niet eerder toegegeven? Was dat uit onkunde of uit onwil? Kon de minister-president de Kamer niet juist en volledig informeren? Als het uit onwil was, dan moet er een nieuwe premier komen.

Er lijkt sprake van twee geldstromen: de officiële begroting van het Koninklijk Huis en de kosten die verborgen zijn in de begrotingen van verschillende departementen. Een aantal van de verborgen kosten zijn bekend gemaakt en de rest wordt nog onderzocht. Waarom heeft de minister-president nooit zelf de behoefte gevoeld om te weten welke regelingen er zijn voor de kosten van het Koninklijk Huis en wat de kosten precies waren? De minister-president is daarvoor tenslotte verantwoordelijk. Het lijkt erop dat de minister-president deze verantwoordelijkheid afschuift op andere ministers.

De Algemene Rekenkamer had in haar onderzoek over 2007 harde kritiek op de minister-president: de juistheid en de volledigheid van de informatie is onvoldoende gewaarborgd. Waarom weigerde de minister-president in eerste instantie om daarop in te gaan? Nu is duidelijk geworden dat de cijfers over 2005 en 2006 in ieder geval niet kloppen. Kan de minister-president verzekeren dat de cijfers over andere jaren wel kloppen? Is de Kamer dus ooit wel volledig en juist geïnformeerd? Graag ontvangt hij van de minister-president een overzicht van alle mogelijke fouten die gemaakt zijn. De fouten uit het verleden moeten namelijk boven tafel komen om gedoe in de toekomst te voorkomen. Welke regelingen zijn er tot nu toe voor het Koninklijk Huis en wat waren de kosten die daarmee gemoeid waren? Om te beginnen, kan daarvan een overzicht gemaakt worden gedurende de periode dat deze minister-president aan het roer staat. Deze gegevens heeft de Kamer nodig om haar democratische controle goed te kunnen uitoefenen. Kan de minister-president toezeggen dat er in de toekomst niet nog meer gedoe ontstaat over geld met betrekking tot het Koninklijk Huis? Zo nee, dan wil hij dat de Kamer uitputtend wordt geïnformeerd over alle mogelijke problemen uit het verleden, alsook over bijzondere regelingen.

Het Huis van Oranje heeft ook een publieke taak en daarom is publieke controle nodig. Nederland heeft een monarchie in een democratie en dat is niet altijd gemakkelijk. Leden van het Koninklijk Huis zijn kwetsbaar, als er onduidelijkheid ontstaat over kosten en regelingen. De luiken van het Koninklijk Huis moeten daarom snel open. Het is moeilijk te begrijpen dat dit tot 2010 moet duren. Op Prinsjesdag in september worden de uitgaven meer gespecificeerd en toegelicht. Wat houdt dat in? Dat moet een gedetailleerd overzicht zijn, waarin bijvoorbeeld de vliegkosten zijn uitgesplitst in onder andere vluchten voor werk en privé.

Waarom is voor 2005 de herkomst van de kosten voor onderhoud van het privé-schip van de Koningin niet meer te achterhalen? Waarom is in 2006 bij de vliegkosten van leden van het Koninklijk Huis niet (afdoende) beoordeeld of het privé-vluchten betrof? Gebeurt dit nu wel en zo ja, door wie wordt dat gedaan? Worden privé-vluchten van leden van het Koninklijk Huis door hen nu wel of niet zelf betaald? In het verleden ontvingen leden van het Koninklijk Huis Europese landbouwsubsidies. Is dat nog steeds het geval? In de begroting staan de vergoedingen voor de Koningin, kroonprins Willem-Alexander en zijn vrouw Maxima. Welke vergoedingen krijgen andere leden van de familie van Oranje? Klopt het dat in het verleden overschrijdingen van de niet-declarabele kosten op de begroting van het Huis der Koningin uit andere begrotingen zijn betaald? Uit informatie blijkt dat dit bijna €650 000 is, meer dan 10% van het totaal. Waarom is niet in de juiste begroting openlijk aan de Kamer gemeld dat het Koninklijk Huis niet uitkomt met het geld en dat er een aanvulling nodig is? Daarover had toch gediscussieerd kunnen worden? Kan de Kamer een overzicht van deze bedragen ontvangen, waarbij is aangegeven waaraan die zijn uitgegeven?

Mevrouw Timmer (PvdA) herinnert eraan dat haar fractie al in 2003 vragen heeft gesteld in verband met de ondoorzichtigheid van de kosten van het Koninklijk Huis, in de jaren daarop gevolgd door een reeks van Kamervragen, met bovendien de motie-Kalsbeek in 2006. De schijn is ontstaan dat de regering niet altijd even enthousiast was om duidelijkheid te verschaffen over deze kosten. Zij is positief over de door het kabinet voorgestelde maatregelen. Het komt nu echter wel aan op de uitvoering. Zij is blij met de komende aanpassing van de Wet financieel statuut Koninklijk Huis, waardoor vanaf 2010 de over de ministeries verspreide kosten zo veel mogelijk in een artikel worden opgenomen van de begroting van het Huis der Koningin. Wat betekent «zo veel mogelijk»? In dit kader wordt in de brief van de minister-president gesproken over «activiteiten die samenhangen met het Koningschap». Hierop is ingegaan in de nota naar aanleiding van het verslag, maar het is nog niet duidelijk. Graag een toelichting.

Het Koningshuis vervult een belangrijke rol bij de identificatie met Nederland; het is een kenmerkend onderdeel van onze cultuur en geschiedenis. Zij hecht dan ook veel waarde aan de symbolische en culturele functie van het Koningshuis in onze samenleving. Tegen deze achtergrond is het teleurstellend dat de gewenste transparantie in de kosten zo lang op zich heeft laten wachten. Er is een beeld ontstaan van een en al onduidelijkheid, bijvoorbeeld over wat welk ministerie voor wat betaalt. Het lijkt erop dat de voorgestelde maatregelen er alleen zijn gekomen vanwege onder andere de kritiek van de Algemene Rekenkamer en de aandacht dat die RTL aan dit onderwerp heeft besteed. De hele gang van zaken heeft het imago van het Koningshuis helaas schade berokkend.

Het is dan ook van groot belang dat er snel duidelijkheid komt over de kosten die gemoeid zijn met het Koningshuis. Dit is geen gemakkelijke opgave, maar dit mag geen excuus zijn om niet tot de gewenste transparantie te komen. Bepaalt de minister-president of het bij declarabele kosten om kosten gaat die in het openbaar belang gemaakt worden? Kan worden aangegeven hoe vaak er tussen 2001 en 2007 sprake is geweest van privé-vluchten dan wel vluchten die in het kader van het algemeen belang zijn gemaakt? In het antwoord op een van de Kamervragen staat dat uitgaven ten behoeve van het Koninklijk Huis wel onderworpen worden aan een accountantscontrole, maar dat ze niet specifiek worden gecontroleerd. Controleren accountants alleen of de optelsom klopt? Zij spreekt de wens uit dat zij de woorden «abusievelijk» en «boekhoudkundige fout» voortaan niet meer tegenkomt, als het gaat om inzicht in de kosten van het Koninklijk Huis.

De heer Brinkman (PVV) geeft aan dat hij koningsgezind is. Het kostenaspect is ook van belang voor het behoud van het Koningshuis. Zuinigheid en transparantie dienen hierbij dan ook het devies te zijn. En transparantie is nodig voor een goede oordeelsvorming door het parlement. Ook na 2010 worden de kosten van het Koninklijk Huis evenwel weggeschreven in diverse begrotingen: de hofhouding bij BZK, de koetsiers, chauffeurs en stalmeesters bij VenW, de tuiniers bij VROM, de vliegkosten bij Defensie en VenW en zelfs BuZa. Verder zijn er cijfers en staatjes waar zelfs een boekhouder geen wijs uit kan worden. Bij de vlieguren blijken diverse cijfers bovendien niet te kloppen. Als het op betalen aankomt, valt alles echter toch precies binnen de franchiseregeling.

Het gaat om de beantwoording van slechts een simpele vraag: wat kost ons Koninklijk Huis per jaar? Vervolgens is de vraag waaraan het geld is uitgegeven en of dat wel noodzakelijk en rechtmatig besteed is. Ook met de nieuwe systematiek zal het erg moeilijk zijn om deze vraag precies te beantwoorden. Kan de minister-president beloven dat vanaf de begroting voor 2010 deze simpele vraag beantwoord wordt? In de stukken staat dat op de financiële informatie geen accountantscontrole is toegepast en geen beoordelingsopdracht is uitgevoerd. Hoe kan dit? De noodzaak van de vluchten is ook niet duidelijk. Klopt het dat niet bepaald kan worden of een reis naar bijvoorbeeld Buenos Aires privé of openbaar belang was? Is er al iets meer bekend over de vliegreizen van BuZa? Hoe wordt het geboekt, wanneer een lid van het Koninklijk Huis voor openbaar belang naar Afrika moet en op de terugweg een privé-landing maakt in Italië? Zijn deze verschillen in de huidige en de toekomstige systematiek terug te vinden? Het antwoord van de minister-president van 4 juni op de vraag over de WOB-procedure is behoorlijk cryptisch. Het komt erop neer dat de exacte kosten van het gebruik van overheidsvliegtuigen niet inzichtelijk kunnen worden gemaakt, omdat het persoonlijke beleidsopvattingen zou betreffen. Wat hebben deze kosten te maken met persoonlijke beleidsopvattingen? Daarom vraagt hij met klem alsnog om de gevraagde cijfers en documenten van de minister van Verkeer en Waterstaat.

Met wie zijn de bedragen verrekend? Zo staat in het auditrapport dat verrekening nog moet plaatsvinden door het Koninklijk Huis aangaande een tweetal bedragen van de jaren 2005 en 2006 (ruim €145 000 en ruim €132 000) als overschrijding van de franchiseregeling. In de brief van 4 juni staat evenwel dat de te verrekenen kosten zijn betaald; daarin staat ook dat Defensie in de externe informatievoorziening fouten heeft gemaakt. De vrees bestaat dus dat niet het Koninklijk Huis de kosten heeft verrekend. Wie verrekent met wie? Hoeveel heeft het Koninklijk Huis in de afgelopen drie jaar zelf verrekend?

Mevrouw Thieme (PvdD) merkt op dat het parlement en de burgers nog steeds niet weten hoeveel geld er naar het Koninklijk Huis gaat en waarom. De vorstin weet het ook niet precies; toch ontvangt zij een toelage van €792 000 belastingvrij, exclusief miljoenentoelages voor beveiliging, hofpersoneel, het Koninklijk jachtdepartement, paleizen, auto’s, paarden, rijtuigen, vliegreizen en een Groene Draeck. Het is ook niet eenvoudig om de kluwen te ontwarren van kosten, toelagen, subsidies, vergoedingen voor functionele kosten, beheerkosten, vergoedingen van geleverde dienstverlening en lumpsums. Waarom geldt de maximering van salarissen in de publieke sector eigenlijk niet ook voor leden van het Koninklijk Huis of waarom vormt hun salaris niet de norm voor wat anderen maximaal kunnen verdienen? Waarom geniet het Koningshuis belastingvrijdom, anders dan andere vorstenhuizen of enig andere medewerker van de publieke sector en waarom kan daarin geen verandering gebracht worden? Waarom betalen de Britten vijfmaal minder voor hun koningshuis dan de Nederlanders? Daarbij komt dat het Britse koningshuis wel belasting betaalt.

De departementen voeren een beschamende klucht op rond het vermijden van het inzichtelijk maken van de kosten. Stukken over het onderhoud van de Groene Draeck komen pas boven water nadat RTL Nieuws met de rechter heeft moeten dreigen. Het Koninklijk Huis krijgt meer dan 113 mln.; het zou de vensters van zijn glazen huis niet moeten verduisteren. Vragen over het Koninklijk jachtdepartement worden laat, onvolledig en op een tegenstrijdige wijze beantwoord. Hierbij zijn maar liefst vijf bewindslieden betrokken. Zo antwoordde de minister van VROM dat het terrein van het Kroondomein Het Loo niet onder haar verantwoordelijkheid zou vallen. Enkele maanden later blijkt het tegendeel uit antwoorden van de minister voor WWI. Deze minister laat weten dat de beheerkosten van Het Loo wel degelijk als functionele kosten gedeclareerd kunnen worden bij haar en bij de minister van BZK. De staatssecretaris van Financiën stuurt vervolgens een brief over het reilen en zeilen in het Kroondomein: de subsidieregeling natuurbeheer bedraagt €592 000 en de subsidie voor agrarisch natuurbeheer €87 000 (het is niet bekend wat dit is, want het gaat om een natuurgebied), totaal bijna€680 000. Intussen blijft onduidelijk hoeveel de jacht kost en hoeveel belastinggeld van de hardwerkende Nederlander daarmee gemoeid is. De kosten worden gedeclareerd als kosten die functioneel zijn voor het ambt. Het is volstrekt onduidelijk waarom het voor de lol dood schieten van dieren, functioneel is voor de uitoefening van het ambt.

Het Koninklijk Huis krijgt twee soorten subsidie voor het Kroondomein: de subsidie natuurbeheer en de subsidie agrarische natuur. Wettelijk mogen die niet cumuleren. Hoe is het mogelijk dat beide toch worden uitbetaald aan het Kroondomein? Hoe kan de subsidie agrarische natuur überhaupt verstrekt worden, nu bosbouw wettelijk is uitgezonderd van de subsidieregeling? Wordt de subsidie teruggevorderd, wanneer blijkt dat die in de afgelopen jaren ten onrechte verstrekt is? Voor de subsidie natuur geldt overigens dat de terreinen van de Koningin in principe minimaal 358 dagen per jaar voor het publiek moeten zijn opengesteld. Aan deze eis wordt echter niet voldaan: het overgrote deel van het Kroondomein is namelijk van 15 september tot 25 december gesloten. Volgens het kabinet is dat om de bronsttijd van de edelherten te respecteren; dat is een gotspe, omdat slechts een klein deel van de bronsttijd in de gesloten periode valt. De rest van de tijd wordt echter benut voor de Koninklijke jachtpartijen. Deze hobby kost de belastingbetaler meer dan 1 mln. Wie controleert welke delen van het Kroondomein wel en welke niet zijn opengesteld? Kan de minister-president coördinerend optreden om een gedetailleerd cartografisch overzicht te verschaffen van de al dan niet opengestelde delen van het Kroondomein over de afgelopen vijf jaar?

Zij wil graag volledige openheid over alle uitgaven van het Koninklijk Huis. Alle kosten in verband met het Koninklijk Huis dienen bovendien op zo kort mogelijke termijn bij een departement te worden ondergebracht. Kan toegezegd worden dat met ingang van de begroting voor 2009 hierover voor iedereen volledige transparantie bestaat?

De heer Van Beek (VVD) heeft geconstateerd dat absoluut niet duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is. De minister-president is volgens hem de coördinerend bewindspersoon, maar naarmate er meer vragen gesteld worden, komen er steeds meer bewindslieden in het spel. De gegeven antwoorden worden ook geregeld gecorrigeerd, waaruit een grote mate van onzorgvuldigheid blijkt. Hierdoor komt het Koninklijk Huis in een verkeerd daglicht te staan. Hij is dan ook op zoek naar een persoon die verantwoordelijk is en die de zaak onder controle heeft. De minister-president moet de coördinatie hebben en moet afspraken maken met de minister van BZK, van Verkeer en Waterstaat, van VROM, van Buitenlandse Zaken en van Defensie. Die afspraken moeten worden vastgelegd in een notitie aan de Kamer. De verschillende ministers kunnen verantwoordelijk blijven voor de kosten die in de opgaven van hun departement verwerkt zijn. Er moet wel een totaaloverzicht komen van de kosten van het Koninklijk Huis. De Kamer moet niet controleren op het niveau van bonnetjes; het systeem moet goed zijn. Kunnen de verantwoordelijkheden worden toegelicht? Waarom vallen de verantwoordelijkheden nu zo breed? Hoe kunnen de verantwoordelijkheden in de toekomst worden gecoördineerd, zodat een bewindspersoon verantwoordelijk is?

Hij is blij dat wordt overgestapt op een comptabel systeem. Dat kost tijd. Wat zijn overigens declarabele kosten? Kan er een verschuiving komen tussen onkostenvergoeding en declarabele kosten? Dat was in de afgelopen jaren namelijk het geval. Of waren dat verschrijvingen? Was de minister-president daarvan op de hoogte? Het gaat niet om een klein bedrag: €640 000. Waarom kon dit wel gebeuren in het huidige systeem en waarom zal dat in het toekomstige systeem niet mogelijk zijn? Volgens hem heeft dit niet met het systeem te maken, maar met degenen die in dat systeem werken. Als men dit soort dingen niet wil, gebeuren ze ook niet. Als niet goed gecontroleerd wordt, bestaat het risico van verschuivingen tussen kostensoorten. Dat moet voorkomen worden. Bij dreigende overschrijdingen moet hierover met het parlement gediscussieerd worden. Wil de minister-president heel scherp definiëren wat hij verstaat onder de diverse kostensoorten? Is die definitie zo scherp dat er geen verschuivingen tussen de posten meer kunnen voorkomen? Hij noemt vier belangrijke onderdelen: salariskosten, onkostenvergoedingen ter vrije besteding, functioneel declarabele kosten en overige kosten in andere begrotingen.

De heer Anker (ChristenUnie) wil eigenlijk wel weten wat het Koninklijk Huis Nederland oplevert. Zo biedt een monarchie economische stabiliteit. Hij schetst de discussie in de afgelopen periode. Met de gegevens konden de verhalen ontkracht worden: er is een fout gemaakt bij de berekening van de kosten van de Groene Draeck en bij die van de privé-vluchten. Dit soort fouten moeten in de toekomst voorkomen worden. Het geeft niet veel vertrouwen in de financiële stukken die naar de Kamer worden gestuurd. De gegevens moeten op departementaal niveau niet telefonisch uitgewisseld worden.

Het is goed dat er meer inzicht in de kosten komt. Morgen wordt een wetsvoorstel behandeld dat dit vanaf 2010 mogelijk maakt. Het is begrijpelijk dat de Kamer ongeduldig is, omdat zij snel over goede en duidelijke informatie wil beschikken. Het is ook begrijpelijk dat het enige tijd duurt voordat de betrokken ministeries de verwerking van de gegevens op elkaar hebben afgestemd. Soms moet er ook een afweging worden gemaakt tussen doelmatigheid en transparantie. Tot hoe ver ga je met het transparant opgeven van kosten, als de administratieve kosten daarvan enorm hoog worden?

Mevrouw Spies (CDA) is een warm pleitbezorger van de constitutionele monarchie in Nederland. De waardering voor de Koninklijke familie kan alleen blijven bestaan, wanneer de integriteit van de ontvangen kostenoverzichten buiten kijf staat. De «incidenten» over de kosten zijn dan ook pijnlijk. Het is ook slordig, als achteraf de kosten voor het onderhoud van de Groene Draeck blijken «mee te vallen». Dan is het leed al geschied. De minister van Verkeer en Waterstaat geeft aan dat er meer kosten voor vluchten zijn gemaakt. Vervolgens blijken beide ministeries een andere rekenmethode te hebben. Bovendien zijn er mogelijk kosten voor vluchten door andere departementen gemaakt, in ieder geval door BuZa. De kosten van ambassades zijn echter niet meer te traceren. Het huishoudboekje klopt dus niet. Het kabinet heeft de fouten ruiterlijk toegegeven en die zijn gecorrigeerd. Daarom moet het in de toekomst beter.

De desbetreffende wet dateert uit 1972. Er zijn in het verleden ook regelmatig vragen gesteld over de kosten voor het Koninklijk Huis. Zij is gelukkig met de voorstellen die de minister-president nu ter verbetering doet en zij kijkt vol verwachting uit naar de eerste resultaten in de begroting voor 2009. Is het de bedoeling dat daarin een overzicht komt van alle kosten ten behoeve van het Koninklijk Huis? Blijven de bedragen voor rekening van de vakdepartementen en blijven die daar op de begroting staan? Wordt bij dat overzicht ook inzage verschaft in de afspraken over de kosten? Helderheid vooraf helpt gedoe achteraf voorkomen. Er moeten dus vooraf heldere afspraken gemaakt worden over de kosten die al dan niet gedeclareerd kunnen worden. Komt hiervoor een soort algemene richtlijn? Wordt onderscheid gemaakt tussen kosten voor het Koninklijk Huis en leden van de Koninklijke familie? Kunnen afspraken uit het verleden worden geactualiseerd? Zo moeten kosten voor vliegreizen of vervoer voor leden van de Koninklijke familie niet bij het Rijk in rekening gebracht kunnen worden.

Transparantie is in het belang van de moderne monarchie. De voorstellen moeten ook tot resultaat leiden, te beginnen met de begroting voor 2009 en finaal bij de begroting voor 2010. Daar moet alle energie op gericht zijn en niet op het verleden door het verrichten van een historisch onderzoek. Daarmee wordt de Koninklijke familie en de Nederlandse samenleving de beste dienst bewezen.

De heer Van der Staaij (SGP) heeft er begrip voor dat het even heeft geduurd om de precieze gegevens boven water te krijgen van de kosten ten behoeve van het Koninklijk Huis. Hierbij kan men zich namelijk geen missers veroorloven. Gezien het belang van de monarchie moet daarvan de financiële verantwoording goed en foutloos zijn. Het is te betreuren dat men op het ministerie van Defensie steken heeft laten vallen bij het onderhoud van de Groene Draeck, maar dat betreft louter fouten in de externe informatievoorziening. Hij twijfelt niet aan de bevindingen van het onafhankelijke onderzoek in dezen door de auditdienst van het ministerie van Justitie. Daarom heeft hij er geen behoefte aan dat alle gegevens van voor 2005 worden onderzocht. Het gaat erom dat het in de toekomst beter gaat.

Helder is wel dat het nodige nog onhelder is over de verantwoording van de toepassing van de regels. Dat is ook een ongelukkige situatie voor Hare Majesteit en de andere leden van het Koninklijk Huis. Tegen deze achtergrond is het goed dat het kabinet de totale kosten van het Koninklijk Huis transparanter maakt en dat de huidige legpuzzel van tafel gaat. Het voorgestelde stappenplan geeft voldoende vertrouwen dat er in de toekomst minder gedoe zal zijn.

De heer Pechtold (D66) merkt op dat dit dossier zich voortsleept sinds de begrotingsbehandeling in november 2004. Ook het staatshoofd wil graag meer transparantie in de kosten van het Koninklijk Huis. Hij gaat ervan uit dat er snel royaal openheid van zaken wordt gegeven en niet plakje voor plakje, na trekken en duwen door de Kamer en RTL.

Hij citeert de volgende vragen uit een ontvangen mail: kan in een motie niet gevraagd worden of de leden van het Koninklijk Huis onder de Balkenendenorm vallen en moet de troonopvolging niet Europees aanbesteed worden? Het gaat erom dat de zaken in de toekomst helder zijn en kloppen. Daarna kan worden bekeken of de kosten van het Koninklijk Huis redelijk en rechtvaardig zijn. Er moet geen vergelijking gemaakt worden met andere koningshuizen of met een republiek.

Hij citeert het antwoord op een Kamervraag van mevrouw Timmer. Daarin staat onder andere dat de uitgaven en ontvangsten van het Rijk op basis van de Comptabiliteitswet in de verschillende begrotingsartikelen verantwoord worden en dat die als zodanig onderworpen zijn aan een accountantscontrole naar juistheid en volledigheid en dat in die zin alle uitgaven van het Rijk, dus ook ten behoeve van de leden van het Koninklijk Huis, bekend zijn. Dit is een erg selectieve opvatting van transparantie, zeker als blijkt dat op de begroting van Buitenlandse Zaken ook vliegkosten staan. Wat is de reactie hierop van de minister-president? Dit geldt ook voor de verschillende berekeningsmethodieken bij de diverse ministeries, waardoor de kosten moeilijk zijn te vergelijken en op te tellen.

Waarom wordt een aantal WOB-stukken over in totaal 2,3 mln. niet openbaar gemaakt? Die zouden persoonlijke beleidsopvattingen bevatten. Kan er wel iets gezegd worden over de aard van deze kostenposten? In 2005 is inzake de Groene Draeck een verkeerd bedrag doorgegeven, eerst telefonisch en later schriftelijk bevestigd, aan de controleur van het Commando zeestrijdkrachten. Is dat nu boven water gekomen? Hoe onafhankelijk is de auditdienst van het ministerie van Justitie? Zijn daarover afspraken gemaakt met de Rekenkamer? In dit licht kan hij de wetswijziging Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis steunen. Hij hoopt dat er nu zorgvuldig en adequaat wordt doorgepakt.

Wordt de nieuwe systematiek bij de begroting voor 2009 of 2010 ingevoerd? Als het beter en zorgvuldiger in 2010 kan gebeuren, steunt hij dat. Het moet wel in een keer goed worden ingevoerd. Hij wil namelijk een schone lei en transparantie en hij wil zijn controlerende taak niet op details hoeven uit te voeren. Hij verwacht dat de premier hierin de leiding neemt.

De heer Vendrik (GroenLinks) vindt dit een beetje gênant. Hoe kan dat nu, die bonnetjes en antwoorden die niet goed blijken te zijn? De budgettaire last is redelijk overzichtelijk, dus waarom is dit de afgelopen jaren niet goed geregeld? Er is namelijk een Koninklijk Huis met een begroting. Waarom blijft er zo’n mist hangen om een aantal kosten? Waarom duurt het zo lang voordat er wordt geantwoord? Moet niet ruiterlijk toegegeven worden dat het een rommeltje is, een erfenis uit het verleden? Waarom wordt dit niet met een zekere «largesse» opgepakt? Bekijk of de oude feiten goed waren, informeer het parlement fatsoenlijk en ga met volle kracht naar een transparante toekomst. Waarom kan dat niet? Hij wil graag dat er vaart gemaakt wordt met de transparantie, dus met ingang van de begroting voor 2009. Hij wil ervan verzekerd zijn dat inderdaad alles op een begroting van het Koninklijk Huis komt te staan en dat niet nog allerlei sluipende uitgaven via andere departementen blijven gaan. Zo ingewikkeld kan dat niet zijn.

De nieuwe generatie Oranjes speelt een heel interessante maatschappelijke rol en zal die in de komende decennia wel uitbouwen. Zou dat niet duurzaam kunnen worden aangewend? Hij doelt op klimaatneutrale paleizen, boten die op windenergie varen, hybride auto’s en biologische, vorstelijke banketten, bij voorkeur vegetarisch? Het kabinet wil toch duurzame productie en consumptie bevorderen? Kan de premier de Majesteit dus niet vragen om hem daarin te hulp te schieten?

Antwoord van de bewindslieden

De minister van Algemene Zaken stelt vast dat er waardering is voor de rol van het Koninklijk Huis. In dat licht moet er transparantie zijn over de legitimiteit van de kosten. De algemene staatsrechtelijke lijn hierbij staat in de Grondwet: de Koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk. In 1972 is bij het debat over de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis uitgesproken dat het ten behoeve van de openbaarheid en transparantie een verbetering was om de verschillende kostenposten in de verschillende begrotingen op te nemen vanwege de individuele ministeriële verantwoordelijkheid en verantwoording. Dit is dus gebaseerd op de algemene staatsrechtelijke lijn.

Bij de begrotingsbehandeling van Algemene Zaken in december 2004 heeft mevrouw Kalsbeek een motie ingediend. Daarop is toegezegd dat bij de begroting van het Huis van de Koningin een bijlage gevoegd zou worden met een overzicht van de declarabele kosten op andere begrotingen en de overige directe kosten die de ministeries zelf maken. In oktober 2005 heeft hij op eigen initiatief in de begroting van de vakministers een uitgebreide toelichting laten opnemen op de verschillende kosten van het Koninklijk Huis. Vervolgens zijn op verzoek van de Algemene Rekenkamer de declarabele en overige kosten in een aparte bijlage opgenomen. In december 2006 is in het kader van de behandeling van de begroting voor 2007 van Algemene Zaken aan de betrokken ministeries gevraagd om de toelichting uit te breiden. In mei 2008 is in het verantwoordingsdebat de toezegging herhaald. Daarop is in de brief van 10 juni de samenhang met de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis aangegeven. Hierbij is een vervolmaking aan de orde van de eerdere toezegging door een meer gespecificeerd overzicht van de kosten, wat een groter inzicht biedt in de cijfers. Dit is een groeiproces geweest. Immers, in 2002/2003 was er de systematiek van verantwoording per begrotingshoofdstuk. Nu komt er dus een compleet overzicht van het onderdeel waar de minister-president verantwoordelijk voor is. Bovendien gaan de declaraties van het Koninklijk Huis via de minister-president naar de departementen. Dit is een totaal ander regime dan dat van 1972, waarbij het om de individuele verantwoordelijkheid van de bewindslieden ging. Bij de wijziging van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis wordt de minister-president het aanspreekpunt voor alle declaraties; dit sluit de eigen verantwoordelijkheid van de vakministers natuurlijk niet uit. Dit is gedaan om inzicht te krijgen in het totaal, de samenhang en de noodzaak van de kosten. De wetswijziging betekent wel een trendbreuk.

Voor de duidelijkheid: de minister-president zal wat dit betreft een grotere en bijzondere verantwoordelijkheid krijgen, waarbij meer sprake is van coördinatie. De minister-president kan niet de volledige verantwoordelijkheid krijgen, want daarvoor moet de Grondwet gewijzigd worden. Gezien de verantwoordelijkheid van de vakministers, is het niet de taak van de minister-president om zich met alle zaken bezig te houden. Wel wordt vooraf gezamenlijk een inschatting gemaakt van wat nodig en gerechtvaardigd is.

Op basis van het huidige systeem heeft de minister-president heel duidelijk geen coördinerende verantwoordelijkheid, zoals ten onrechte wel wordt verondersteld. Nogmaals, nu zijn de afzonderlijke ministers verantwoordelijk. Vanwege het feit dat de transparantie onvoldoende is gebleken, is evenwel besloten om de rol van de minister-president te versterken. Dit is het gevolg van voortschrijdend inzicht bij het kabinet. Vanaf 2010 geldt een begrotingsartikel met een geaggregeerd overzicht in een uitgebreide bijlage en daarvoor is de minister-president het aanspreekpunt. De vervolmaking en detaillering van de overzichten is ook het gevolg geweest van de wisselwerking tussen Kamer en regering. De Kamer kan de minister-president in algemene zin aanspreken bij het verantwoordingsdebat. Het is verder de taak van de Kamer om de vakministers aan te spreken bij de verantwoording per begrotingshoofdstuk op meer specifieke zaken. Bij de komende begrotingsbehandeling van Algemene Zaken kan dit onderwerp uitgebreid aan de orde komen. Dit kan volgend jaar herhaald worden bij de begrotingsverantwoording. Vanaf september 2009 treedt de volledig uitgewerkte systematiek in werking. Om te voorkomen dat de Kamer voor de beantwoording van specifieke vragen moet gaan «shoppen» bij de vakministers, is het mogelijk dat er een antwoord komt van het desbetreffende vakdepartement, mede namens de minister-president.

Hij verwijst naar de opmerking van de Rekenkamer: als je de hele systematiek wilt veranderen, heb je daar waarschijnlijk twee tot drie jaar voor nodig. Toch wil hij dit binnen enkele maanden gereed hebben, omdat met de voorbereidingen voor de begroting over 2010 al in februari of maart 2009 wordt begonnen. Op dat moment moet de systematiek onder controle zijn. Dat is nogal wat. Nu gaat het over meer begrotingen (AZ, BuZa, BZK, Defensie, Justitie, WWI, LNV en VenW) en een veelheid van typen uitgaven (personeel, materieel, huisvesting, vervoer, werkbezoek, etc.). Bovendien worden de uitgaven op verschillende wijzen geadministreerd onder verschillende definities (onder andere kosten versus uitgaven en realisaties versus ramingen). Verder noemt hij lidmaatschap Koninklijk Huis, besluit aanwijzing paleizen, procedureregels van het Koninklijk Huis, de Kroondomeinen, de regeling gebruik regeringsvliegtuig, de regeling gebruik luchtvaartuigen, de regeling staats- en officiële bezoeken, onderhoudsregeling Groene Draeck, beveiligingsregeling uit hoofde van de Politiewet. Dit is geen complete opsomming. Het lukt het kabinet dan ook niet om dit binnen een paar weken in een heel nieuwe systematiek onder te brengen. Het moet ook goed en zorgvuldig gebeuren om verdere discussies te voorkomen. Daarom gaat een commissie met vertegenwoordigers van verschillende departementen hiermee aan de slag. De aangegeven tijd is dus nodig. In 2009 wordt de toelichting meer geperfectioneerd en meer gespecificeerd. De nieuwe systematiek gaat gelden voor de begroting voor 2010. Dit betekent, zoals gezegd, een complete breuk met en een fundamentele verandering van de systematiek die gold sinds 1972. Natuurlijk moet er transparantie zijn. Overigens doet het kabinet alles wat in zijn vermogen ligt.

De Rekenkamer heeft ook gezegd dat er geen twijfel bestaat over de rechtmatigheid van de uitgaven, dat het jaarverslag 2007 over het Huis der Koningin aan de wettelijke eisen voldoet en dat er geen fouten en onzekerheden in de rechtmatigheid zijn vastgesteld. Er is dus geen gebrek aan rechtmatigheid geconstateerd. Bovendien is de weergave deugdelijk, aldus de Rekenkamer. Men moet tegen deze achtergrond oppassen met te snelle conclusies. Toch is ook hij niet tevreden met de gang van zaken in de afgelopen tijd en daarom wordt er aan verbetering gewerkt. Ook over dit laatste gaat hij graag het debat aan met de Kamer. De Rekenkamer heeft ook een opmerking gemaakt over de bijlage (de presentatie en de compleetheid en de inzichtelijkheid van het samenhangend overzicht), maar dit laat onverlet de uitgaven als zodanig. Dit betreft een andere discussie, namelijk die over de nieuwe systematiek in 2010.

Bij de kosten voor de Groene Draeck werd eerst gevraagd hoe het zat met de legitimiteit van het onderhoud via Defensie. Het is logisch dat de vakminister daarop reageert. Het departement heeft daarop geantwoord dat dit is gebaseerd op de toezegging die is gedaan toen de toenmalige prinses Beatrix de Groene Draeck kreeg, overeenkomstig de regeling voor de «Piet Hein» van prinses Juliana en prins Bernhard. Hetzelfde geldt voor de vragen over de vliegbewegingen, die door de minister van Verkeer en Waterstaat beantwoord worden. Natuurlijk houdt de minister-president het in de gaten.

Hij was buitengewoon ingenomen met de opmerking van de Koningin over meer transparantie «voor ons is het goed». Dat is ook exact zijn opvatting. Hij spreekt niet over contacten met de Koningin, maar hij kan wel aangeven dat dit onderwerp bij herhaling aan de orde is geweest. De geschetste ontwikkelingen in de afgelopen jaren zijn evenzeer met het staatshoofd besproken, maar daar gaat hij verder niet op in.

Gevraagd is wat «zo veel mogelijk» inhoudt. Welnu, het streven is om zo mogelijk alle overige kosten van de diverse begrotingen over te hevelen naar het nieuwe begrotingsartikel van het Huis van de Koningin. Er zijn evenwel kosten die niet alleen de Koningin als staatshoofd raken, maar ook andere organen van de Staat. Voorbeelden zijn Prinsjesdag, staatsbezoeken en beveiliging in het algemeen. Op het vraagstuk van de definitie en de toerekening slaat «zo veel mogelijk».

De Kamer is correct en volledig ingelicht. Alles op het niveau van de begrotingsartikelen is ook volledig en juist verantwoord. Daartoe wordt verwezen naar de goedkeurende accountantsrapporten en die van de Rekenkamer. De nadere vragen van de Kamer gaan over de aggregatieniveaus en dat is een laag dieper dan het autorisatieniveau van begrotingsartikelen. Op specifieke vragen van de Kamer is voorts telkenmale specifiek geantwoord. De accountants controleren niet iedere post of factuur; accountants controleren op basis van steekproeven. Het aantal steekproeven hangt af van veel factoren, zoals het risico. Dat wordt allemaal bepaald door de regels van het NIVRA. Daarbij geldt een fouttolerantie van 1% tot 10%.

Bij het Kroondomein zijn de volgende bewindspersonen betrokken: WWI voor de wildrasters, BZK voor het personeel, LNV voor faunabeheer en Financiën als eigenaar. Op initiatief van de minister-president hebben de minister van LNV en de staatssecretaris van Financiën in december 2007 de Kamer uitvoerig geïnformeerd over het Kroondomein, inclusief de openstelling. Over de subsidies heeft de minister van LNV in 2007 de Kamer schriftelijk geïnformeerd naar aanleiding van vragen over de begroting van LNV.

De beperkte belastingvrijdom is onderdeel van de Grondwet. Tevens is die ingesteld op basis van een gedegen advies van de commissie-Simons. Over verandering daarvan kan worden gesproken bij onder andere de begrotingsbehandeling van Algemene Zaken. Een vergelijking met andere koningshuizen kan niet zo maar 1 : 1 gemaakt worden, omdat er sprake is van onvergelijkbare grootheden. Zo heeft het koningshuis in Engeland inkomsten die op een heel andere manier gegenereerd worden. Ook bij de toelages gelden er heel verschillende bedragen. Als de wijziging van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis is aangenomen, is Nederland wat de transparantie betreft de top van Europa.

Het totaal aan regelingen wordt in kaart gebracht en dat moet leiden tot een aanpassing in de voorbereiding van de begroting. De gedane suggesties worden daarbij betrokken. Wellicht kan de Kamer hierover nader geïnformeerd worden bij de begrotingsbehandeling van Algemene Zaken. Hij zegt dus toe om daarover helderheid te bieden, wanneer dat mogelijk is. Dit geldt ook voor een voorzet voor een afweging.

In de nota naar aanleiding van het verslag bij de wetswijziging van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis wordt in het kader van transparantie ingegaan op de grondwettelijke uitkering aan de Koningin en de declarabele kosten bij BZK. Deze onvolkomenheid in de boekhoudkundige neerslag gaat over een bedrag van ruim €600 000 als tekort op de begroting van het Huis der Koningin. Dit hield verband met personele kosten en dat is overgenomen door BZK. Het komt erop neer dat er een strikt onderscheid moet zijn tussen de lumpsum uitkeringen ter vrije besteding enerzijds en de declarabele en andere kosten anderzijds. Nu wordt een historisch ingeslopen tekort op het eerste onderdeel budgettair neutraal ten laste van het tweede onderdeel recht getrokken. Met de herziene Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis is de grondwettelijke uitkering weer op orde en is het niet de bedoeling dat er met bedragen geschoven wordt. Doordat, zoals gezegd, in het nieuwe stelsel declaraties via de minister-president lopen, kan daarop worden toegezien. In dit verband moet en zal scherp worden gedefinieerd welke kosten wel en welke niet declarabel zijn. Wanneer leden van het Koninklijk Huis handelingen verrichten die te maken hebben met activiteiten die de Koning(in) relevant acht, is het volgens de geldende systematiek de Koning(in) die declareert. In de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis staat wie daartoe gerechtigd zijn. Het kabinet kiest voor dezelfde kring van gerechtigden en die is in Nederland beperkt. Dit geldt niet voor leden van de familie.

De definities van de declarabele kostensoorten gaat hij nog even na in de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis, ook als het gaat om het openbaar belang. Als die wet daarvoor onvoldoende handreikingen bevat, komt hij er later op terug.

Wat de persoonlijke beleidsopvattingen betreft in verband met de WOB-procedure, kan opgemerkt worden dat de WOB aangeeft wat wel en wat niet «WOB-abel» is, dus wat al dan niet openbaar gemaakt kan worden. Adviezen van ambtenaren aan de minister vallen daar helemaal buiten.

De verrekeningen betreffende het Koninklijk Huis laat hij nagaan.

Voor het overige heeft hij goede nota genomen van de opmerkingen van de heer Vendrik over een rol van het Koninklijk Huis bij duurzaamheid. Het is overigens een goede gewoonte dat wat hij met de Koningin bespreekt hij niet in de openbaarheid brengt.

De minister van Defensie geeft een overzicht van de gebeurtenissen in de afgelopen tijd. Zo heeft hij in het najaar van 2007 aan de auditdienst van het ministerie van Justitie opdracht gegeven tot een onafhankelijk onderzoek naar de verantwoording van alle kosten die Defensie maakt voor het Koninklijk Huis. Hierbij ging het primair om feitelijke bevindingen en het leek hem verstandig om de expertise op enige afstand te zoeken. De genoemde auditdienst was daarvoor meer dan gekwalificeerd. De onderzochte kosten betreffen de inzet van personeel van de Koninklijke Marechaussee, overige personele inzet, het gebruik van Defensie-vliegtuigen en helikopters en het onderhoud van de Groene Draeck. Op 4 juni is de Kamer geïnformeerd over de resultaten. De conclusie in het rapport is dat de administratieve organisatie een verantwoorde financiële administratie mogelijk maakt en dat de gehanteerde tarieven binnen Defensie in orde zijn. Er zijn verkeerde berekeningen doorgegeven; dat zijn boekhoudkundige fouten.

Ook is echter gebleken dat Defensie in de jaren 2005 en 2006 foutieve cijfers heeft gepresenteerd in de bijlage «kosten Koninklijk Huis» bij het jaarverslag. Hierin zijn de kosten van vlieguren in 2006 te laag en de kosten voor het onderhoud van de Groene Draeck te hoog weergegeven. Dit betreft evenwel louter fouten in de externe informatievoorziening. Anders gezegd: bij het opstellen van de bijlagen zijn in het geval van de Groene Draeck door interne miscommunicatie en bij het verrekenen van vlieguren door een onjuiste veronderstelling onjuiste bedragen opgenomen. Daarover mag geen misverstand bestaan: dat is niet goed. Hij onderstreept nogmaals dat er geen geld zoek is geraakt of op een onjuiste manier besteed.

De auditdienst heeft overigens vastgesteld dat bij het opstellen van de bijlage bij het jaarverslag over 2006 de regels voor verrekening met het Koninklijk Huis van vlieguren onvolledig zijn toegepast, waardoor een te laag bedrag is opgenomen. Tevens is geconstateerd dat deze fout niet tot gevolg heeft, dat dit alsnog verrekend moet worden met het Koninklijk Huis. Met enige opluchting merkt hij op dat het geen twijfel lijdt dat de medewerkers hun werk naar eer en geweten hebben uitgevoerd; desondanks hebben zij wel fouten gemaakt. Dat mag dus niet weer gebeuren.

Hij is de auditdienst zeer erkentelijk, omdat deze dienst aanbevelingen doet om de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie te verbeteren. In de brief staat dat hij deze aanbevelingen overneemt. In het departementale jaarverslag over 2007 heeft een en ander inmiddels zijn beslag gekregen. Zo wordt nu elke kostenopgave die samenhangt met het Koninklijk Huis zeer kritisch beoordeeld door de corporate control van het ministerie. Bovendien accepteert de minister alleen nog maar een schriftelijke en geen telefonische opgave van gemaakte kosten. Die opgave wordt pas definitief na expliciete goedkeuring door het aanleverende Defensie-onderdeel. Dit is in lijn met de opdracht om de interne afstemming met de Defensie-onderdelen te verbeteren op het gebied van de financiële informatievoorziening. Daarnaast zal het ministerie al het nodige doen om invulling te geven aan de door de minister-president aangekondigde nieuwe systematiek van kostenverantwoording voor het Koninklijk Huis. Hij spreekt de hoop en de verwachting uit dat met deze maatregelen dit soort fouten in de toekomst voorkomen worden.

De €145 000 en €132 000 betroffen rekenfouten; reguliere bedragen die fout zijn berekend. Die fouten zijn inmiddels gecorrigeerd en de Kamer is daarvan op de hoogte gesteld met de brief van 4 juni. Voorts zal de minister moeten accepteren dat de herkomst van een bepaald bedrag uit 2005 niet meer te achterhalen is, ook niet door de auditdienst van het ministerie van Justitie. Hij zal daar ook niet over speculeren. Voor hem is echter bepalend dat er niet op een verkeerde manier met geld is omgegaan.

De minister van Verkeer en Waterstaat zegt dat de minister-president in zijn brief van 4 juni een scheiding maakt tussen toekomst en verleden. De plannen voor meer transparantie in de toekomst zijn zojuist uitgebreid besproken. Hij staat volledig achter die plannen. Veel gestelde vragen gaan evenwel over de huidige regeling.

Op de begroting van VenW staat het regeringsvliegtuig PH-KBX. Voor vluchten met het regeringsvliegtuig en andere luchtvaartuigen in het beheer van het Rijk geldt het Besluit gebruik regeringsvliegtuig en andere luchtvaartuigen in beheer bij het Rijk uit 1972. De minister van Verkeer en Waterstaat is verantwoordelijk voor de uitvoering van dit besluit. In de dagelijkse praktijk is daarmee de onder het departement van VenW ressorterende regeringscoördinator belast. Hij draagt zorg voor het beheer van het regeringsvliegtuig en zorgt ervoor dat de bij hem ingediende vluchtaanvragen voor het regeringsvliegtuig worden uitgevoerd. De regeringscoördinator verwerkt de aanvraag, regelt een luchtvaartuig van Defensie of huurt een civiel luchtvaartuig, als het regeringstoestel al bezet is, en zorgt voor een doorberekening van de kosten. Dit zijn vooral administratieve en uitvoerende taken.

De verantwoordelijkheid voor de uitgaven ligt bij de afzonderlijke ministers. Elk departement legt met de begroting verantwoording af voor de kosten van vluchten van leden van het Koninklijk Huis die onder de verantwoordelijkheid van dat departement gemaakt zijn. Dit systeem is niet optimaal met het oog op de plannen voor meer transparantie. Hij spreekt de verwachting uit dat de overzichten in de toekomst duidelijker zijn, als de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis is aangepast.

Er is geen sprake van verdoezeling van de kosten: alle uitgaven lopen via de begrotingen. Daarvan zijn goedkeurende accountantsverklaringen; ook zijn er begrotingsverantwoordingen. Bovendien controleert de Rekenkamer. Wel dient dus het overzicht te worden verbeterd, maar de rechtmatigheid van de uitgaven is gegarandeerd, ook van de vliegkosten. Fluctuatie in de kosten is niet vreemd, want het ene jaar wordt er meer gevlogen dan het andere jaar. In een jaar kan er een behoorlijk aantal staatsbezoeken worden afgelegd, vaak ver van huis, en in andere jaren is dat minder het geval. Dat is onmiddellijk te zien in de rekening. Zoals eerder is aangegeven, betreft dit nu een complexe materie. Er wordt dan ook hard gewerkt aan verbetering.

Vluchten van de Koningin zijn volgens de regeling altijd in het openbaar belang. Dit geldt ook voor de vliegreizen van de vermoedelijke troonopvolger in het kader van zijn plaats in het bestel. Als hierover twijfel bestaat, beoordeelt het staatshoofd of er sprake is van een openbaar belang. Als het staatshoofd dat beslist, wordt de verantwoordelijkheid gedragen door die minister bij wie het onderwerp, dus het doel van de reis, thuishoort. Voor andere leden van het Koninklijk Huis, niet zijnde de Koningin en de vermoedelijke troonopvolger, beslist de minister die het aangaat of er sprake is van een vlucht in het kader van het openbaar belang. Bij die minister ligt dus de eerste verantwoordelijkheid. Als een bepaalde activiteit een bepaald vakministerie betreft, is daar de expertise aanwezig om te bepalen of het een staatsaangelegenheid betreft. Mocht er sprake zijn van twijfel, dan beslist volgens de huidige regeling uiteindelijk de minister-president. Volgens de huidige regeling maakt de regeringscoördinator dus geen inhoudelijke beoordeling en bepaalt hij niet of de reis in het openbaar belang wordt gemaakt. De beslissing wordt onder ministeriële verantwoordelijkheid genomen, voordat de regeringscoördinator het verzoek ontvangt.

De volgende vraag is nog gesteld: als departementen zelf ook vliegtuigen kunnen inhuren, wie houdt toezicht op het gemaximeerde franchisebudget voor privé-vluchten van de overige leden van het Koninklijk Huis? In de huidige situatie heeft hij als minister van Verkeer en Waterstaat geen zicht op vluchten die anderen zelf regelen. De komende maanden zal uit de bredere inventarisatie duidelijk worden of daar ook privé-vluchten bij zijn en zo ja, hoeveel.

Nadere gedachtewisseling

De heer Van Raak (SP) gaat ervan uit dat in de toekomst niet meer zo’n zeven ministers betrokken zijn bij de kosten ten behoeve van het Koninklijk Huis en dat er dan een beleidsdebat is over alle kosten van het Koninklijk Huis. Met specifieke vragen van de Kamer gaat de minister-president dan naar de desbetreffende vakminister(s). Tevens wordt een tekort op de begroting van het Huis van de Koningin, dat nu 10% betreft, niet meer uit een ander potje betaald. De minister-president legt dat voortaan voor aan de Kamer.

Kan er ook een overzicht gegeven worden van alle «fouten» in het verleden, waarover de Kamer niet juist en volledig is geïnformeerd?

Mevrouw Timmer (PvdA) is meer tevreden met de antwoorden van de minister-president over de vlieguren dan van de minister van Verkeer en Waterstaat. Het is een ingewikkelde materie en deze minister heeft het er niet beter op gemaakt. Een aantal elementen moet dan ook opnieuw worden bekeken.

De heer Brinkman (PVV) wil in de toekomst geen overschrijdingen meer van budgetten, bijvoorbeeld ruim €600 000 aan personeelskosten. Er moet dus niet meer gebedeld worden bij BZK of VenW, als gevolg van begrotingsoverschrijdingen. Mocht dat toch gebeuren, dan wil hij op de hoogte gehouden worden van elke overschrijding.

De heer Van Beek (VVD) merkt op dat door VenW kosten ten laste van andere ministeries worden gebracht. Hoe komen deze kosten terug in het overzicht? Dit staat overigens los van de verwerking van de functionele kosten en de privé-kosten.

De heer Anker (ChristenUnie) waardeert het dat er wordt gewerkt aan verbetering van de huidige regeling en hoopt dat de wijziging van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis een trendbreuk is.

Mevrouw Spies (CDA) zet een streep onder het verleden, maar geen streep door het verleden, omdat daarvan veel te leren is. Zij wil ook volle kracht vooruit met de verbeteringen. In hoeverre daarvan sprake is, zal blijken bij de begrotingsbehandeling in het komende najaar.

De heer Van der Staaij (SGP) beklemtoont dat geen onrechtmatige uitgaven ten behoeve van het Koninklijk Huis zijn gedaan. Het is wel goed dat er meer transparantie komt. Natuurlijk moet alles op alles worden gezet om fouten in de financiële verantwoording te voorkomen. Het is goed dat binnen de grondwettelijke ruimte nog eens naar kostensoorten wordt gekeken: wat wel en wat niet voor vergoeding in aanmerking komt. Hij neemt echter aan dat de constitutionele uitgangspunten van onder andere artikel 40 van de Grondwet inzake belastingvrijdom, niet ter discussie staan.

De heer Vendrik (GroenLinks) rekent op de minister-president bij de vervulling van zijn wens over «vergroening» van het Koninklijk Huis.

Hij gaat ervan uit dat de Kamer in het najaar een zo compleet mogelijk beeld krijgt van alle uitgaven die gerelateerd zijn aan het Koninklijk Huis, bijvoorbeeld over de afgelopen drie jaar. Het is logisch en chique als het kabinet aan de Algemene Rekenkamer vraagt om daarnaar, inclusief de bijlagen, te laten kijken. De Rekenkamer kan haar werk dan afmaken en krijgt daarmee de positie die haar toekomt.

De minister van Algemene Zaken herhaalt zijn toezegging dat, wanneer bij de analyse van de verschillende regelingen blijkt dat er fouten zijn gemaakt in de uitvoering, die aan de Kamer zullen worden gemeld. Het geheel is complex, waarvan een onderdeel nog eens is geschetst door de minister van Verkeer en Waterstaat.

Het wezen van de begrotingssystematiek is dat daarmee de bewindslieden worden gemachtigd om tot een bepaald niveau uitgaven te doen en om dat niet te overschrijden.

Voor de definities verwijst hij naar artikel 3 van de wijziging van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis en naar pagina 7, de eerste en tweede volle alinea, van de memorie van toelichting. Bij de begroting van het Huis van de Koningin worden alle definities op een rij gezet.

De nieuwe systematiek wordt uiteraard uitgevoerd binnen de grondwettelijke kaders, ook wat de belastingvrijdom betreft. Als de Kamer anders denkt over dit laatste, zal daaraan een discussie gewijd moeten worden. Zo werkt de democratie.

Op 18 augustus heeft hij een gesprek met de president van de Algemene Rekenkamer. Daarbij komt ook de vraag aan de orde hoe de bijlage geduid wordt in de nieuwe systematiek vanaf de begroting voor 2010, evenals de opmerkingen die de heer Vendrik over dit onderwerp heeft gemaakt. Hierover zal zeker nog met de Kamer nader van gedachten worden gewisseld.

De minister van Verkeer en Waterstaat geeft toe dat er verschillende categorieën kosten zijn. Hij noemt functioneel en privé, welke kosten inderdaad worden verrekend voor zover het de andere leden van het Koninklijk Huis betreft. Voorts is er de franchise van 50 uur «KBX» of overschrijding van €150 000 inhuur; dat is de grens. Tevens is er een verrekening volgens het uurtarief met andere ministeries, zoals BZK, AZ, VWS en VROM. Ook kunnen ministeries, bijvoorbeeld BuZa, rechtstreeks inhuren. Dit is gemeld in de beantwoording van vragen ter zake door de minister-president.

Hij heeft eerder de huidige situatie geschetst en die is ingewikkeld, alsook verre van volmaakt. Daarom is het belangrijk dat de nieuwe systematiek er komt.

Toezeggingen

– Er komt een brief aan de Kamer over nieuw beleid ten aanzien van regeling, kosten en privileges voor het Koninklijk Huis bij de begroting voor 2009.

– Er volgt een brief aan de Kamer over definities van de kostensoorten, in aanvulling op wetsvoorstel Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (31505), ook bij de begroting voor 2009.

De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Leerdam

De voorzitter van de vaste commissie voor Defensie,

Van Baalen

De voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,

Roland Kortenhorst

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Van Leiden


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van Beek (VVD), Van der Staaij (SGP), De Pater-van der Meer (CDA), Van Bochove (CDA), Duyvendak (GroenLinks), Hessels (CDA), Gerkens (SP), Haverkamp (CDA), Leerdam (PvdA), voorzitter, De Krom (VVD), ondervoorzitter, Griffith (VVD), Boelhouwer (PvdA), Irrgang (SP), Kalma (PvdA), Schinkelshoek (CDA), Van der Burg (VVD), Brinkman (PVV), Pechtold (D66), Van Raak (SP), Thieme (PvdD), Kuiken (PvdA), Leijten (SP), Heijnen (PvdA), Bilder (CDA) en Anker (ChristenUnie).

Plv. leden: Teeven (VVD), Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), Smilde (CDA), Van Gent (GroenLinks), Knops (CDA), Polderman (SP), Spies (CDA), Wolbert (PvdA), Aptroot (VVD), Zijlstra (VVD), Vermeij (PvdA), Van Gerven (SP), Heerts (PvdA), Çörüz (CDA), Remkes (VVD), De Roon (PVV), Van der Ham (D66), Van Bommel (SP), Ouwehand (PvdD), Timmer (PvdA), De Wit (SP), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Van Haersma Buma (CDA) en Cramer (ChristenUnie).

XNoot
2

Samenstelling:

Leden: Van Bommel (SP), Van der Staaij (SGP), Poppe (SP), Van Baalen (VVD), voorzitter, Ferrier (CDA), Roland Kortenhorst (CDA), Van Velzen (SP), Haverkamp (CDA), Blom (PvdA), ondervoorzitter, Eijsink (PvdA), Van Dam (PvdA), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Griffith (VVD), Irrgang (SP), Knops (CDA), Willemse-van der Ploeg (CDA), Jacobi (PvdA), Boekestijn (VVD), Brinkman (PVV), Voordewind (ChristenUnie), Pechtold (D66), Van Gennip (CDA), Ten Broeke (VVD), Peters (GroenLinks) en Thieme (PvdD).

Plv. leden: Lempens (SP), Van der Vlies (SGP), Polderman (SP), Van Beek (VVD), Ormel (CDA), Jonker (CDA), De Wit (SP), Jan de Vries (CDA), Roefs (PvdA), Wolbert (PvdA), Smeets (PvdA), Arib (PvdA), Blok (VVD), Roemer (SP), De Nerée tot Babberich (CDA), Samsom (PvdA), Van der Burg (VVD), Wilders (PVV), Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie), Van der Ham (D66), Omtzigt (CDA), Teeven (VVD), Vendrik (GroenLinks) en Ouwehand (PvdD).

XNoot
3

Samenstelling:

Leden: Van der Staaij (SGP), Snijder-Hazelhoff (VVD), Mastwijk (CDA), Duyvendak (GroenLinks), Roland Kortenhorst (CDA), voorzitter, Koopmans (CDA), Gerkens (SP), Van der Ham (D66), Nicolaï (VVD), Haverkamp (CDA), De Krom (VVD), Samsom (PvdA), Boelhouwer (PvdA), Roefs (PvdA), Jansen (SP), Cramer (ChristenUnie), Roemer (SP), Koppejan (CDA), Vermeij (PvdA), Madlener (PVV), Ten Broeke (VVD), ondervoorzitter, Ouwehand (PvdD), Polderman (SP), Tang (PvdA) en De Rouwe (CDA).

Plv. leden: Van der Vlies (SGP), Boekestijn (VVD), Bilder (CDA), Van Gent (GroenLinks), Hessels (CDA), Jager (CDA), Van Bommel (SP), Koşer Kaya (D66), Neppérus (VVD), Van Gennip (CDA), Aptroot (VVD), Dijsselbloem (PvdA), Jacobi (PvdA), Besselink (PvdA), Anker (ChristenUnie), Van Leeuwen (SP), Knops (CDA), Depla (PvdA), Agema (PVV), Verdonk (Verdonk), Thieme (PvdD), Lempens (SP), Waalkens (PvdA) en Van Heugten (CDA).