Kamerstuk 21501-875

Verslag van een algemeen overleg

De Eurogroep/Ecofin Raad

Gepubliceerd: 3 januari 2012
Indiener(s): Jan Kees de Jager (minister financiƫn) (CDA)
Onderwerpen: economie europese zaken financiƫn internationaal organisatie en beleid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-07-875.html
ID: 21501-875

Nr. 875 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 3 januari 2011

De vaste commissie voor Financiën1 en de vaste commissie voor Europese Zaken2 hebben op 24 november 2011 overleg gevoerd met minister De Jager van Financiën over:

  • de brief van de minister van Financiën d.d. 10 november 2011 met een verslag van de Eurogroep en Ecofin-Raad van 7 en 8 november 2011 te Brussel (21 501-07, nr. 858);

  • de brief van de minister van Financiën d.d. 18 november ter aanbieding van de geannoteerde agenda voor de Eurogroep en de Ecofin-Raad van 29 en 30 november 2011 te Brussel (21 501-07, nr. 859).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, Aptroot

De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken, Knops

De griffier van de vaste commissie voor Financiën, Berck

Voorzitter: Aptroot

Griffier: Berck

Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Harbers, Plasterk, Braakhuis, Blanksma-van den Heuvel, Irrgang, Schouten, Van Dijck, Schouw en Aptroot,

en minister De Jager van Financiën, die vergezeld is van enkele ambtenaren van zijn ministerie.

De voorzitter: Ik heet iedereen van harte welkom. Er was aangekondigd dat de staatssecretaris van Financiën erbij zou zijn, maar gezien de agenda bleek dat niet nodig. Ik stel een maximale spreektijd voor van vijf minuten in eerste termijn. Ik zal de interrupties niet beperken, maar als het uit de hand loopt, doe ik dat wel.

De heer Harbers (VVD): Voorzitter. Ongeveer wekelijks zitten we hier bij elkaar en ook ongeveer wekelijks nemen de zorgen flink toe. Vorige week hadden we een dag met oplopende rentes op Nederland. Duitsland krijgt een staatslening niet meer geplaatst en heeft ook te maken met oplopende rentes. Tegelijkertijd hebben we in de kern nog steeds met één hardnekkig probleem te maken. Dat is het probleem waarmee de eurocrisis is begonnen, namelijk gebrek aan concurrentievermogen, hervormingen en bezuinigingen in de probleemlanden. Vorige week heb ik hier ook al gezegd dat alle mogelijke voorgestelde oplossingen alleen werken als de schuldenlanden Europa en de rest van de wereld de overtuiging bieden dat er een programma wordt uitgevoerd van bezuinigingen en hervormingen. Zo'n programma moet ook afdwingbaar zijn. Afgelopen zondag kwam er een open brief van vooraanstaande Nederlandse economen. Zij zeggen ook dat de eurolanden zich gezamenlijk weer dienen te scharen achter Griekenland, Ierland, Portugal en andere landen onder druk, zoals Italië en Spanje, zolang deze landen de afgesproken bezuinigings- en hervormingsvoorstellen uitvoeren. Bij iedere voorgestelde oplossing in welke publicatie dan ook wordt dit laatste er in een bijzin bij vermeld. Het probleem is nu net dat het geen bijzin moet zijn, maar dat het al wekenlang de grote kwestie is. Wanneer komt dat vertrouwen? Wanneer weten die landen te overtuigen? Hoe lang moeten we nog wachten op ongeclausuleerde handtekeningen uit Athene? Wat is de opvatting van de minister? Deelt hij mijn mening dat dit eerst opgelost moet worden en dat pas daarna oplossingen – welke dan ook – kunnen werken en overtuigen? Wat is de inzet van de minister en de gezamenlijke eurolanden om dit af te dwingen in Griekenland en in bijvoorbeeld Italië nu de tijd maar doortikt? Wat is de inzet op de komende Ecofin-Raad? Wat is de inzet om tot afdwingbare afspraken te komen, niet alleen nu, maar permanent, ook in de komende jaren, zonder een mogelijkheid van terugonderhandelen?

Ik zou de minister ook willen vragen in te gaan op de vraag waar we nu staan met de door ons gewenste inzet van het IMF. Het is goed dat het IMF toezicht gaat houden op bijvoorbeeld Italië, maar waar staan we bij de gevraagde hulp in de aanpak van de schuldencrisis? Dat werd me in de stukken voor deze vergadering namelijk niet meer duidelijk.

Als onderdeel van de oplossing bracht ook de Europese Commissie gisteren voorstellen naar buiten. Eigenlijk heb ik daar één belangrijke vraag over. Ik zou graag een nadere duiding door de minister willen krijgen. Tot nu toe hebben we van de Nederlandse regering alleen een persbericht gezien. Daarin werd gezegd dat de governancemaatregelen een stap in de goede richting zijn. Zo staat er bijvoorbeeld in dat EU-subsidies ook kunnen worden ingetrokken. Waar en hoe gaat Nederland verder drukken op het afdwingen van noodzakelijke maatregelen en de dingen die de Nederlandse regering in september heeft voorgesteld, bijvoorbeeld zaken als het intrekken van het stemrecht? Een ander onderdeel van de brief gaat over de eurobonds, de euro-obligaties. Daar gaan de ontwikkelingen wel heel snel. Gisteren werd het in Duitsland meteen afgeschoten. Onze minister heeft aangegeven dat het geen oplossing is voor het probleem van nu. Daar ben ik het mee eens, want volgens mij gaan we daarmee alleen maar meer ellende samenvoegen. Zojuist hoorde ik echter op het nieuws dat er weer een schuif zou zijn in het Duitse standpunt. Daarom hoor ik graag waar de minister vandaag en op de komende Ecofin-Raad staat. Blijft hij bij zijn standpunt van gisteren? Is hij het met mij eens dat het niet zal werken als er niet aantoonbaar wordt bezuinigd en hervormd in Zuid-Europa?

Dan heb ik nog een paar overige punten. Ik dank de minister voor de afspraken over de asymmetrische benadering op macro-economische onevenwichtigheden. Het staat duidelijk in het verslag van de vorige Ecofin-Raad. Wat mij betreft is het besluit dat landen met een overschot in tegenstelling tot landen met een tekort nooit kunnen worden geconfronteerd met sancties heel belangrijk.

De heer Plasterk (PvdA): Ik heb een vraag over het afwijzen van de eurobonds door de heer Harbers; zo vat ik zijn opmerking tenminste op. We zien nu dat de oplossing van de EFSF vooralsnog niet zo'n grote indruk lijkt te maken. Daarom ben ik wel benieuwd wat de heer Harbers vindt van de suggestie dat er geen veto meer zou moeten zijn voor een grotere rol van de ECB.

De heer Harbers (VVD): Ik heb eurobonds niet principieel afgewezen. Ik heb meerdere malen in de commissie aangegeven dat euro-obligaties op papier kunnen werken, maar volgens mij pas een sluitstuk kunnen zijn als landen een bewezen trackrecord hebben in deugdelijk begrotingsbeleid. Dat zullen we de eerste jaren niet meemaken, denk ik. Over de voorgestelde oplossingen heb ik vorige week al gezegd dat er gewenste en minder gewenste bij zitten. Je kunt discussiëren over een grotere rol voor de ECB, maar een enorm ongewenst aspect daarvan is dat je heel moeilijk de afdwingbaarheid kunt inbouwen richting landen die hulp nodig hebben. Die afdwingbaarheid is er wel op het niveau van de EFSF, waarbij de ministers van Financiën ook aan tafel zitten. Dat de hulp via dat kanaal gaat, zou er op zijn minst aan moeten worden toegevoegd. Speculeren over alle mogelijke oplossingen heeft eigenlijk geen zin als je niet weet wat het commitment is van Griekenland of welke maatregelen Italië neemt. Volgens mij is dat de eerste noodzakelijke stap en ook een voorwaarde om überhaupt over ander oplossingen te spreken.

De heer Plasterk (PvdA): Daar ben ik het op zichzelf mee eens, maar als je woordvoerder van een grote regeringspartij bent, is het niet onbelangrijk om te weten wat je positie is. Lieverkoekjes worden hier namelijk niet gebakken. De marktrentes zijn te hoog. Italië moet volgend jaar 300 mld. herfinancieren en kan dat tegen deze rente niet doen. We krijgen dus óf grote ongelukken óf er moet ergens iets gebeuren. Een van de bewegingen die nu zichtbaar worden is de ECB een actievere rol geven. Ik luister goed en volgens mij hoor ik de heer Harbers dit ook niet uitsluiten.

De heer Harbers (VVD): Het allerbelangrijkste wat moet worden binnengehaald is conditionaliteit en afdwingbaarheid. Ik denk dat het grote problemen oplevert als je de afdwingbaarheid rechtstreeks bij de ECB legt, omdat de ECB geen democratische instelling is. Tegelijkertijd heb ik het idee dat als landen overtuigend aan de wereld bewijzen dat ze orde op zaken willen stellen, er ook heel veel andere oplossingen weer in beeld zouden kunnen komen. Waarom gaat de vulling van het noodfonds zo moeilijk? Vanwege al het gedraal in Rome en Athene. We kunnen pas uit die vicieuze cirkel komen als die landen nog een paar keer kopje onder worden geduwd en al spartelend eindelijk gaan doen wat de wereld van ze verwacht.

Ik heb nog twee punten tot slot. Ik begin met de code of conduct. Dat vond ik een vrij stukje tekst in de geannoteerde agenda. Ik vond het nogal vaag. Daarin staat namelijk dat het geen juridisch document is, maar dat het gaat om politieke afspraken. Dan lijkt het me een kolfje naar onze politieke hand. Er wordt geen besluitvorming voorzien, maar er moet wel consensus worden bereikt en er is nog niet duidelijk of er een tekst voor zal liggen in de Ecofin-Raad. Zo raak ik het spoor een beetje bijster. Ik denk dat de minister zich mijn vraag kan voorstellen. Wat wordt er nu besproken? Hoe krijgen we inzicht in deze teksten? Nu of een volgende keer? Hoe worden ze vastgesteld en hoe worden wij erbij betrokken?

Tot slot kom ik op het verslag van de Europese Rekenkamer. Daar hebben we onlangs een briefing over gehad en we gaan daar nog verder over spreken. Vanochtend hebben we afgesproken daar een schriftelijk overleg over te voeren. Ik breng alvast één punt hier onder de aandacht omdat er ook overleg is geweest over de Europese begroting. Een belangrijk punt uit het verlag van de Europese Rekenkamer staat in relatie tot de meerjarenbegroting van de EU en betreft de fraude- en controlebestendigheid van de manier waarop we alle subsidies en fondsen hebben ingericht. Wil de minister met name dat aspect oppakken bij de begrotingsbesprekingen in de EU?

De voorzitter: Bij de opening ben ik vergeten te vermelden dat de heer Dijkgraaf van de SGP-fractie afwezig is vanwege een andere vergadering in dit gebouw.

De heer Plasterk (PvdA): Voorzitter. De situatie in de eurozone wordt met de dag somberder. Wie had drie maanden geleden gedacht dat we serieus zouden praten over de houdbaarheid van de euro in grote landen als Spanje en Italië en dat we zouden praten over de problemen bij het verkopen van Duits staatspapier? In die nieuwe situatie zou ik langzamerhand meer helderheid willen hebben over wat dit precies voor Nederlandse burgers betekent. Ik ben bang dat al het gedoe met rentes, spreads en de euro voor veel mensen een ver-van-hun-bedshow is. We zijn voorheen door het kabinet vertrouwelijk geïnformeerd over de blootstelling van Nederlands spaargeld en pensioengeld in Griekenland, maar nu het probleem steeds groter wordt, wil ik wel weten hoeveel Nederlands pensioengeld er uitstaat in Italië, Spanje en Frankrijk. Wat staat er op het spel? Hoeveel pensioengeld zou het kosten als daar ongelukken gebeuren? Kan de regering ons daarover zo snel en zo volledig mogelijk publiek per brief informeren? Daarbij zou zij ook moeten betrekken wat voor Nederlandse pensioenfondsen de eventuele secundaire effecten kunnen zijn. Graag krijg ik de toezegging dat de regering hier op korte termijn zo veel mogelijk duidelijkheid over geeft.

Ik vind dat de regeringsleiders van de zeventien landen die helaas bijna allemaal van rechtse snit zijn, te eenzijdig de nadruk leggen op deze crisis, alsof het alleen maar een crisis is van overbestedende overheden. Natuurlijk is dat bij Griekenland een probleem en tot op zekere hoogte ook bij Italië, maar deze crisis zou nooit zo'n uitslaande brand hebben opgeleverd als we niet de bankencrisis van 2008 hadden gehad. Europa moet dus ernst maken van het beteugelen van de financiële markten. Daarin past het verhogen van de kapitaaleisen, het invoeren van de financiëletransactietaks, het stoppen met idiote bonussen, het serieus overwegen van eurobonds – voor het moment dat landen hun staatsschuld onder controle hebben; dat ben ik met de heer Harbers eens – en het instellen van een Europees bankentoezicht.

Wij willen de eurozone intact houden. Het is onze vaste overtuiging dat dat goed is voor Nederland en voor Europa. Als het kan willen we haar compleet intact houden, inclusief Griekenland dus. Dat laatste is geen gelopen zaak. Wij wachten af of we bij de Griekse schuldherziening vrijwel 100% van alle private crediteuren vrijwillig dat verlies zullen zien nemen van 50% zoals de minister vorige week de Kamer optimistisch vertelde. Zoals ik eerder heb betoogd, willen we ook dat er geen reële twijfel is over een Griekse default op het moment dat we materieel akkoord gaan met een pakket waarin voor 30 mld. aan sweeteners uit de publieke middelen wordt verschaft.

Op de agenda staat het steunfonds, de EFSF. Over het voorstel met die hefboomwerking heb ik altijd mijn aarzelingen gehad. Ik heb de indruk dat dit nog niet fantastisch effectief is. Dat komt volgens mij niet alleen omdat Griekenland nog geen handtekening heeft gezet. Mijn indruk is dat men het op afstand een te ingewikkelde constructie vindt. De BRIC-landen kunnen denken: als Europa het al niet doet, waarom zouden wij het dan doen? De minister zei dat hij dacht dat die 1 000 mld. wel gehaald zou worden. Op basis waarvan zegt hij dat? Zegt hij dat nog steeds? Wij zijn op zich niet tegen de instelling van het fonds en zullen dat ook niet blokkeren, maar we verwachten niet dat dit het grote pistool zal zijn waar de heer Rutte zo prat op gaat.

Wat staat ons te doen? Allereerst zal er streng toezicht moeten zijn. Ik denk dat het IMF daarin een grote rol moet spelen, zodat er strenger onafhankelijk toezicht is om dat risico van verkeerd gedrag, moral hazard, te minimaliseren. Anders ben ik inderdaad bang dat sommige landen achterover gaan leunen en zullen zeggen: men leent ons het geld toch wel. Als het toezicht goed geregeld is, vinden wij het geen bezwaar – we vinden het zelfs wenselijk – dat de ECB zijn verantwoordelijkheid voor de prijsstabiliteit in de meest ruime zin opvat. Ik denk zelfs dat enigerlei actie onontkoombaar is. We zijn eenvoudigweg door de andere opties heen.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): De heer Plasterk vraagt de minister wat het allemaal betekent voor de pensioenfondsen. Misschien kan de heer Plasterk de minister ook vragen wat het betekent voor onze pensioenen als de geldkraan bij de ECB wordt opengedraaid. Hoe kijkt hij daar tegenaan?

De heer Plasterk (PvdA): Laat iedereen vooral zijn eigen vragen stellen. Ik kom zo nog op die geldkraan. Als mevrouw Schouten die vraag wil stellen, zal ik dat niet blokkeren.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Ik stel de vraag eigenlijk aan de heer Plasterk. Hoe kijkt hij daartegenaan? Hij is bezorgd over de pensioenfondsen, maar als de ECB de kraan opendraait, gaat dat onze pensioenfondsen ook raken.

De heer Plasterk (PvdA): Ik had de indruk dat mevrouw Schouten mij vroeg iets aan de minister te vragen, maar dat moet zij zelf maar doen. Laat ik voor mezelf spreken: ik ben er niet voor. Ik wil niet dat de geldkraan wordt opengezet. Dat is ook iets anders. De stabiliteit van de eurozone is voor de ECB net zo belangrijk als de prijsstabiliteit. Die is volgens mij niet in het geding en hoeft dat ook niet te zijn. Als de ECB van mening is dat de rentehoogte in de markt niet een werkelijke reflectie is van wat een land intern doet, dan is er in de ogen van de ECB dus sprake van een irrationaliteit in de markt. Dan kan de ECB er wat mij betreft zelf voor kiezen wat hij doet zonder de prijsstabiliteit te beïnvloeden. Dat is dus niet hetzelfde als monetair financieren. Als de ECB geld leent aan een land dat hij zelf solvabel acht, dan is er geen sprake van een waardeoverdracht van rijke naar zwakkere landen, want het geld komt uiteindelijk terug. De ECB zal het uiteindelijk moeten opdweilen. Voor zover ik het kan overzien, hoeft het mandaat van de ECB daarvoor niet te veranderen en kan men op zijn eigen kompas varen.

De heer Braakhuis (GroenLinks): Ik hoor dat de heer Plasterk beperkingen stelt aan de speelruimte van de ECB. Het is dus wel erg afhankelijk van de solvabiliteit van het doelland. Dat betekent dus dat er niet geloofwaardig en met voldoende vertrouwen richting de toekomst kan worden opgekocht door de ECB.

De heer Plasterk (PvdA): Het hangt er inderdaad van af of de ECB van mening is dat een land als Italië ultiem solvabel is. Daar zit natuurlijk een zelfversterkend effect in. Als niemand dit opkoopt en de rentes maar hoog genoeg zijn, is niemand meer solvabel. Als de ECB van oordeel is dat Italië met de juiste maatregelen solvabel kan zijn, dan kan men daaraan bijdragen door op te kopen. Dan komen we in de spiraal de goede kant op. Laat men dat na, dan zitten we over drie maanden in de situatie dat de halve eurozone omvalt en dat vinden we allemaal niet wenselijk, dacht ik.

De heer Tony van Dijck (PVV): De heer Plasterk zegt nu dat de ECB ongeclausuleerd obligaties moet kunnen opkopen van solvabele landen, maar dat kan de ECB natuurlijk nooit gesteriliseerd doen. Dat kan de ECB alleen doen als hij de geldpers aanzet. Is de heer Plasterk het met mij eens dat dit gigantische invloed heeft op de inflatie en dus – mevrouw Schouten nazeggend – op onze pensioenfondsen?

De heer Plasterk (PvdA): Daar ben ik het niet op voorhand mee eens, want het hangt er maar net van af of dat geld uiteindelijk ultiem terugkomt. Als een land solvabel is, komt het weer terug. Dan kan het zelfs verstandig zijn om het op te kopen nu het laag staat. Dan wordt de ECB er uiteindelijk nog beter van ook.

De heer Tony van Dijck (PVV): De heer Plasterk is het toch met mij eens dat de ECB nu al moeite heeft met het voor 200 mld. gesteriliseerd opkopen op de secundaire markt? De ECB loopt nu al tegen zijn grenzen aan. Ze kunnen het bijna niet meer en daarom zeggen ze elke week dat ze ermee stoppen omdat ze het niet meer kunnen volhouden. Er komt een moment dat je de geldpers aan moet zetten. Solvabel of niet, drukken zul je.

De heer Plasterk (PvdA): Dat hoeft niet automatisch tot inflatie te leiden. We zitten nu eerder in een situatie waarin deflatie dreigt. Ik zag een grote kop in het FD «geen veto grotere rol ECB» en ik hoorde dat de minister naderhand een tweet heeft gestuurd. Misschien kunnen we ook op andere wijzen geïnformeerd worden over de precieze positie van de minister van Financiën op dit punt.

Er moet een start worden gemaakt met het inrichten van het Europese bestuur zodat in de toekomst nieuwe griekenlanden kunnen worden voorkomen. De bevoegdheden die aan Brussel moeten worden overgedragen om dit te bewerkstelligen, zullen wat ons betreft ook moeten worden overdragen. Dat voldoet aan het criterium van de subsidiariteit, waaraan we overigens volledig vasthouden. Daarom zien we ook geen reden voor Brusselse zeggenschap over ontslagrecht, pensioenen of lonen zolang een land binnen de grenzen van het Stabiliteits- en Groeipact blijft. Bij dat herinrichten van Europa zal de PvdA erop toezien dat Europa democratischer, socialer en duurzamer wordt.

De heer Braakhuis (GroenLinks): Voorzitter. Dat laatste spreekt mij sowieso aan. De GroenLinks-fractie heeft de maatregelen van dit kabinet continu gesteund. Dat geldt voor alle pakketten die er tot nu toe zijn geweest. We hebben echter wel steeds gezegd dat het niet voldoende is. Er moet meer gebeuren, willen we het vertrouwen in de financiële markten en de euro herstellen. Daarvoor zullen we verder moeten gaan. Barroso heeft het gisteren gezegd en het stond vandaag in de krant: er is meer economisch bestuur nodig in Europa om de euro tot een geloofwaardige munt te maken en houdbaar te houden. Wat betreft de dingen die daarvoor nodig zijn, heeft GroenLinks steeds drie punten naar voren gebracht in debatten en moties. Wij bepleiten een hervorming van de financiële sector, een echt marshallplan voor Europa en democratisering in Europa.

Eind januari gaan wij wat betreft de hervorming van de financiële sector in een AO spreken over de scheiding van nuts- en zakenbankactiviteiten. Intussen vraag ik me wel af in hoeverre deze aanbeveling van de commissie-De Wit die door de Kamer breed is ondersteund, door de regering wordt meegenomen naar Europa en of de minister zich daar hard durft te maken hiervoor. Ik herinner de minister aan zijn woorden dat sommige banken too big to fail zijn en dat het van groot belang is dat we die risico's uitbannen.

Dan kom ik op de financiëletransactietaks. Ik bemerk veel weerstand bij de regering om de financiëletransactietaks in Europa te steunen. Er wordt in Europa breed over gesproken. Ik vraag me af, mede naar aanleiding van de motie die de heer Plasterk en ik hebben ingediend en die overigens is afgewezen, wat de bedoeling is met de financiëletransactietaks. Wat zijn de Europese geluiden en hoe staat de minister er vandaag in?

Een derde noodzakelijke hervorming in de financiële markt in natuurlijk Basel III. Die kapitaalseis van 9% voor de systeembanken is één, maar dat is natuurlijk niet voldoende. In wezen zou ik met de D66-fractie, zoals ik dat wel vaker doe, willen pleiten voor het naar voren trekken van Basel III en het aanvullen met contingent capital. Wat wordt hierover in Europa gezegd? Is de minister bereid om dit in Europa wat breder uit te venten?

Als ik het heb over een marshallplan voor Europa, dan heb ik het over de toekomst. Tot nu toe zijn er continu maatregelen genomen om escalatie te voorkomen, op een reactieve manier. We hebben steeds gevraagd naar voren te kijken. Als je goed kijkt naar de Griekse situatie is het niet zo gemakkelijk op te lossen met bezuinigingen alleen. Een teruglopende handelsbalans en een slecht concurrentievermogen vragen om veel meer. Die vragen om langdurig commitment en investeringen in zo'n land om het daadwerkelijk concurrerend te krijgen. Mijn fractievoorzitter heeft hierover een motie ingediend. Hoe wil de minister daarmee omgaan en deelt hij mijn gedachte dat er inderdaad langzamerhand meer nodig is voor sommige landen dan alleen maar automatische mechanismen en straf en boete? Met straf en boete alleen komen we er niet namelijk.

Hetzelfde geldt natuurlijk voor de handelsoverschotten. Ik heb de antwoorden van de minister gelezen op de vraag wat de werkelijke situatie is, hoeveel handel er in Europa omgaat en in hoeverre we afhankelijk zijn van de handel buiten Europa. Ik krijg daarop eigenlijk geen antwoord van de minister. Dat impliceert dat het toch vooral dominant Europese wederzijdse afhankelijkheden zijn. Dan past het toch om een land met handelsoverschotten, zoals Nederland, ertoe op te roepen te investeren in landen met handelstekorten? Ik wil graag dat de minister daar nog wat dieper op ingaat.

Ik blijf herhalen dat we op dit moment bezig zijn met een niet-democratisch proces waarbij het bondje-Merkel/Sarkozy de dienst uitmaakt, de geloofwaardigheid van de ECB ter discussie staat en de ECB gedwongen wordt tot politieke besluiten. Er moet echt meer gebeuren. Ik herhaal de woorden van Barroso: er zal meer economisch en politiek bestuur moeten komen in Europa. Ik hoop eigenlijk dat de minister dat met mij deelt. Dat is denk ik ook een voorwaarde voor eurobonds. Natuurlijk moet de begrotingsdiscipline in orde zijn, maar tegelijkertijd moet er één Europese economie komen die de facto sterker is dan de Amerikaanse. Daar passen eurobonds bij, maar wel onder de voorwaarde van goed economisch en financieel bestuur.

Mevrouw Blanksma-van den Heuvel (CDA): Voorzitter. Vorige week voerden wij ook al een debat. De minister wilde dat debat toen liever niet voeren, omdat er volgens hem niet heel veel nieuws te melden was. Hij stelde daarop voor om het een week uit te stellen, omdat er dan veel meer nieuws te melden zou zijn. We zijn nu een week verder en het lijkt erop dat de onzekerheden alleen zijn toegenomen en dat het nieuws dat zich nu ontspint, zich alleen richt op besluiteloosheid.

Mijn fractie maakt zich zorgen, en niet alleen om Griekenland. Het gaat namelijk lang niet meer alleen over Griekenland. De magere belangstelling voor de Duitse veiling van gisteren bevestigt onze zorgen dat het op dit moment heel Europa treft. Dit geldt ook voor de oplopende spreads bij andere landen en de zorgen over België, Frankrijk en Spanje. De schuldenpositie wordt zo langzamerhand ook in andere landen onhoudbaar als de spreads alsmaar oplopen. Die onzekerheid kost procenten aan economische groei. De recessie staat voor de deur in Europa en de problematiek verdiept zich in Europa. De uitwerking en concretisering van het pakket van 21 juli en het pakket van 26 juli laten op dit moment op zich wachten. Zoals het er nu naar uitziet, zit er niet heel veel schot in de zaak.

Ik vraag de minister hoelang Europa deze onduidelijkheden en onzekerheden kan dragen. Voor het CDA is het belangrijk dat we ervoor zorgen dat binnen de eenheid van Europa de verantwoordelijkheden worden genomen in het belang van Nederland.

Dan heb ik specifiek een aantal vragen over Griekenland. De Griekse premier Papademos werkt aan politiek draagvlak. Blijkbaar is het in Griekenland niet vanzelfsprekend dat het volk de hervormingen ondersteunt. Het Griekse volk is onvoldoende doordrongen van de noodzaak daarvan. De twijfel bij de Grieken baart ons dus behoorlijk wat zorgen. Als de Grieken geen orde op zaken stellen, dan is het wat het CDA betreft einde oefening. De rek is eruit. Wij hebben voldoende kansen gegeven. Het is ontzettend belangrijk dat de Grieken nu zelf de daad bij het woord voegen en dus niet twijfelen over welke hervorming dan ook. Ik heb begrepen uit de pers dat de minister ook op deze koers zit. Hoe gaat de minister dit in Europa bepleiten? Is er een alternatief, gesteld dat de Grieken zeggen dat ze het niet kunnen dragen en het niet doen? Wat is dan het alternatief? Hoe moeten wij in dit verband het heimelijke triple-A-overleg tussen Duitsland, Finland en Nederland duiden? Ik heb namelijk begrepen dat morgen een overleg plaatsvindt met deze triple-A-landen.

Dan kom ik op het noodfonds, de EFSF. Het fonds zou vier tot vijf keer vergroot worden, tot 1 000 mld., maar in de geannoteerde agenda staat weinig over de stand van zaken bij de uitwerking van de modaliteit van dit noodfonds. Het enige wat wij uit de media vernemen is dat er grote twijfels zijn of 1 000 mld. wel kan worden gehaald. Hiermee zijn er dus ook twijfels over de slagkracht van het fonds. Het is fataal voor het zo noodzakelijk vertrouwen dat we moeten hebben om daar zo lang twijfel over te laten bestaan. Hoe staat het dus met de uitwerking van de modaliteit van het noodfonds? Kloppen de twijfels en wordt er over alternatieven gesproken voor de hoogte van het noodfonds, zoals het vergroten van het noodfonds door de lidstaten zelf? Staat dat ook op de agenda?

Vorige week heb ik de minister ook al vragen gesteld over de rol van de Europese Centrale Bank. Een terugtrekkende beweging van de Europese Centrale Bank op de obligatiemarkten kan zeer risicovol zijn als het noodfonds nog niet voldoende slagkracht heeft. Hoe wordt de monetaire financiële stabiliteit nu gegarandeerd? Hoe gaan we in dit tijdsvacuüm met elkaar om en welke positie neemt de minister van Financiën daarbij in? Hoe moeten wij in dit verband de Duits-Franse ruzie beoordelen?

De heer Plasterk (PvdA): Ik zit nog even na te denken. Ik hoor dat mevrouw Blanksma een opening biedt ten aanzien van de rol van de ECB. Zij benadrukt de tijdelijkheid daarvan. Hoe de ECB ook ingrijpt om de markten te overtuigen dat een land solvabel is en blijft, de tijdelijkheid moet niet te veel worden benadrukt. Dan denkt iedereen namelijk dat het voor drie maanden is en dat het daarna alsnog omvalt.

Mevrouw Blanksma-van den Heuvel (CDA): Nee, in mijn betoog en in de eerdere betogen van het CDA is duidelijk dat wij de voorkeur hebben voor het tijdelijke noodfonds en daarna het permanente fonds. Ik vraag de minister van Financiën om al zijn energie daarop in te zetten en om ervoor te zorgen dat niet alleen de modaliteit, maar ook het bedrag dusdanig krachtig wordt dat landen daarmee kunnen worden gesteund. Zolang dit niet het geval is, mag er geen vacuüm ontstaan waarin Europa aan zijn lot wordt overgelaten. Ik vraag de minister om daarvoor te pleiten.

Ik heb een paar punten over het IMF. Het CDA staat positief ten opzichte van het idee van de aanvullende middelen via het IMF. Ik las dat het IMF voortaan liquiditeitssteun kan geven aan landen die economisch gezond zijn, maar liquiditeitsproblemen hebben. BRIC-landen wordt gevraagd of ze extra geld ter beschikking willen stellen. Uiteraard is dan niets voor niets. Onder welke voorwaarden wordt deze versterkte rol van het IMF vormgegeven? Wat houdt deze verandering in de machtsverhoudingen in voor de Nederlandse positie binnen het IMF? Nederland is een triple-A-land met een grote internationale financiële sector. Wat het CDA betreft is het heel belangrijk om onze invloedrijke positie binnen het IMF te behouden. Mijn fractie hecht hieraan. Ik vraag de minister hoe hij dit gaat bevechten op Europees niveau en met het IMF.

Tot slot kom ik op de begrotingsdiscipline. Dat is de kern van het probleem van vandaag. Het is geen vrijbrief om bij de gemeenschappelijk munt te horen. Het kan wat mijn fractie betreft niet streng genoeg zijn. De disciplinerende werking van Barroso's plannen gaat wat ons betreft niet ver genoeg. Mijn fractie wil een begrotingsautoriteit die, als het misgaat in een land, echt kan optreden en kan corrigeren. De interventieladder die het kabinet in zijn visie heeft verwoord komt in de voorliggende plannen nog onvoldoende tot uitdrukking. Financiële sancties, het ontnemen van stemrecht en in het uiterste geval een exit uit de euro komen namelijk niet terug in de plannen. In dit licht is het duidelijk dat mijn fractie uiterst kritisch staat ten opzichte van eurobonds. Eurobonds werken namelijk niet disciplinerend en zijn wat het CDA betreft alleen bespreekbaar in een perfecte markt. Daar is een begrotingsautoriteit voor nodig die disciplinerend kan sanctioneren. Mijn fractie vraagt de minister dit standpunt in Europa te bevechten.

De heer Tony van Dijck (PVV): Zoals mevrouw Blanksma weet, wordt de minister geacht om aanstaande dinsdag te besluiten over de zesde tranche aan Griekenland. Wat voor advies geeft het CDA de minister mee? Moet hij voor de tranche van 8 mld. stemmen of tegen?

Mevrouw Blanksma-van den Heuvel (CDA): Volgens mij was ik daarover heel duidelijk in mijn inbreng. De Griekse premier Papademos zoekt nu steun bij de bevolking en bij de politieke partijen. Als die politieke steun er niet is, dan is het wat ons betreft einde oefening.

De heer Tony van Dijck (PVV): Over vijf dagen moet de beslissing vallen. Papademos kan wel steun zoeken bij de bevolking, maar hij heeft hier natuurlijk geen zekerheid over binnen vijf dagen. Ik hoor de minister nog zeggen dat hij de handtekening wil van Antonis Samaras.

Die heeft gisteren namelijk een brief gestuurd, maar die bevat kennelijk nog heel veel open eindjes en slagen om de arm. Ik wil graag nog een keer weten van het CDA of het de minister steunt als hij dinsdag instemt met de 8 mld. voor Griekenland.

Mevrouw Blanksma-van den Heuvel (CDA): Als de minister de zesde tranche wil uitkeren, terwijl de door ons vastgestelde hervormingsprogramma's in Griekenland worden uitgevoerd zonder dat het IMF meedoet en zonder dat er in Griekenland steun is om ze door te voeren, dan is dat een onbegaanbare weg. Wij pleiten ervoor dat Griekenland zelf doordrongen is van de noodzaak om deze hervormingen ter hand te nemen. Dat is volgens mij heel duidelijk.

De heer Irrgang (SP): Voorzitter. Als je de laatste berichten verneemt over de eurocrisis, zoals gisteren het bericht dat zelfs Duitsland zijn obligatieleningen niet meer fatsoenlijk geplaatst krijgt, dan krijg je ook in dit soort debatten een beetje het gevoel dat het orkest doorspeelt op het voordek van de Titanic. De geschiedenis zal ons dit leren, maar los van de moeilijke economische situatie op dit moment maakt de SP zich grote zorgen over de democratie in Europa. Als je ziet wat er gebeurt in Zuid-Europa en als je de gelanceerde voorstellen ziet over bureaucraten die gaan oordelen over begrotingen en als je de voorstellen van de Europese Commissie ziet om een vergaande invloed te krijgen op begrotingen, dan staat de democratie overal in Europa fors onder druk. Het is eigenlijk een soort machtsgreep van ongekozen lichamen op democratisch gekozen parlementen, zoals het parlement hier. Er lijkt een soort trend te zijn waarbij zogenaamde technocraten de macht overnemen. Dit gebeurt in Griekenland en Italië. De ECB staat natuurlijk al sinds zijn oprichting onder leiding van technocraten, die allemaal toevallig ook bankier zijn. In Griekenland is Papademos een bankier, Monti is een bankier en Draghi is natuurlijk ook een bankier. Het lijkt dus op een machtsgreep van bankiers en op het uithollen van de democratie in Europa. De SP maakt zich daar grote zorgen over. Wij vinden dat deze crisis moet leiden tot meer democratie en niet tot veel minder democratie, zoals nu gebeurt.

De vraag of de euro houdbaar is, speelt in toenemende mate op. Het antwoord daarop is nu nog niet te geven, maar voor ons is duidelijk dat de euro houdbaar kan zijn als er een echte oplossing komt voor Griekenland – die ligt er nu niet – en in mindere mate ook voor Ierland en Portugal, waar ook een solvabiliteitsprobleem is. Er zal ook een antwoord gevonden moeten worden op het volgende. Als Zuid-Europa moet bezuinigen, dan kan niet tegelijkertijd Noord-Europa dat ook doen of zelfs nog meer gaan doen, zoals de regering even leek te overwegen. Er zal dan in Noord-Europa een vorm van stimulering moeten plaatsvinden om de eurozone weer economisch in balans te brengen. Er zal ook een rol moeten zijn voor de ECB, die tot nu toe heeft geweigerd om de rente fors te verlagen, terwijl de munt waar de bank voor staat op het punt staat om uiteen te vallen. Mogelijk is ook een vorm van monetaire verruiming nodig, dus het aanzetten van de bankbiljettenpers, maar dan niet als die alleen op bepaalde landen is gericht, zoals Italië en Spanje, zoals nu eigenlijk via de achterdeur van de ECB tot euro-obligaties wordt overgegaan. Ik hoor graag van de minister of hij zich daar wat explicieter over kan uitspreken. Hij lijkt daar nu namelijk een soort luikje voor open te houden. We geven dan via de achterdeur alsnog eurobonds uit en daar is de SP niet voor.

Ik heb ook nog een vraag over Griekenland. We hebben berichten gehoord dat de banken in Europa nu voorstellen dat de Grieken in ruil voor de 50% afwaardering dan maar 8% rente moeten gaan betalen. De helft van de schuld wordt dan dus kwijtgescholden, maar dan moeten ze wel 8% rente gaan betalen. Dat staat in de Financial Times. Dat leidt natuurlijk niet tot een oplossing voor Griekenland. Erger is nog dat de schuldsanering ook onder Engels recht zou moeten komen, waardoor een echte oplossing, die er uiteindelijk toch zal moeten komen, onmogelijk of bijna onmogelijk wordt gemaakt. Onder Grieks recht is een schuldsanering namelijk veel makkelijker dan onder Engels recht. Ik krijg hierop graag een reactie van de minister. In hoeverre vindt hij dit wenselijk? En hoe lang kan Griekenland nu nog verder? Wat is de fatale datum en in hoeverre speelt de ECB-truc – Griekse banken belenen geld bij de ECB en lenen het vervolgens terug aan de overheid – daar nog een rol bij?

Ik krijg ook graag een reactie op de situatie in Italië en Spanje. De begroting in Italië is aangenomen, maar dat lijkt in de situatie van Italië geen verbetering te hebben gebracht.

Met het oog op de tijd sluit ik mij aan bij de vragen van de heer Plasterk en de heer Braakhuis over de financial transaction tax. Daar zit vooruitgang in. Nederland zou volgens de SP niet op de rem moeten gaan staan, maar achter die belasting moeten gaan staan. De Nederlandse houding straalt dit tot nu toe niet uit.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Voorzitter. De situatie in de eurozone wordt steeds nijpender. Een aantal sprekers heeft er al aan gerefereerd: de afgelopen week kon zelfs Duitsland niet al zijn obligaties geplaatst krijgen. Het is een teken aan de wand dat het vertrouwen in de euro hard achteruit gaat. Zojuist werd ook duidelijk dat Fitch de rating van Portugal heeft verlaagd naar de junk-status. De ogen zullen dan ook gericht zijn op de komende Ecofin-Raad. Kunnen er stappen worden gezet om het vertrouwen weer te laten toenemen?

Voordat de Ecofin-Raad plaatsvindt, gaat de minister echter nog thee drinken in Berlijn, samen met Luxemburg en Finland. Wat is de aanleiding voor dit onderonsje? Wat is het doel van het overleg en wat staat er op de agenda? Ik wil hier graag over worden geïnformeerd.

De Europese Commissie heeft deze week de governanceplannen naar buiten gebracht, waardoor meer begrotingsdiscipline in de eurozone moet worden bereikt. Mijn fractie vraagt zich af in hoeverre deze plannen in lijn zijn met de Nederlandse inzet. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de wensen van Nederland verder gingen dan wat de Commissie nu voorstelt. Waar zijn de sancties? Waar is de sanctieladder gebleven? Het ging niet alleen om aanpassingen, maar ook om een sanctiemechanisme, om boetes en dergelijke. De Commissie spreekt met name over toezicht op begrotingen en suggesties voor aanpassingen en niet over sancties en handhaving. Ik wil graag weten hoe het kabinet de plannen in dat licht beziet. Ook heb ik nog een aantal vragen over de voorstellen.

Ten eerste moet elke lidstaat een onafhankelijke begrotingsraad krijgen. Wat moet ik me daarbij voorstellen? Is dit een CPB-achtige raad die voorspellingen doet over de economische situatie, waar in de begroting vervolgens rekening mee gehouden wordt? Of zijn dit aparte, niet-democratische denktanks van technocraten die alvast een blauwdruk schrijven voor een begroting, waar nog moeilijk van afgeweken kan worden? Als dat laatste het geval is, vraag ik de minister waarop de democratische legitimiteit berust van dergelijke begrotingsraden.

Ten tweede een vraag over de nationale begrotingen die naar Brussel gestuurd moeten worden. In de voorstellen is opgenomen dat onder druk van de Commissie een aanpassing gepleegd moet worden op de nationale begrotingen. Is dit ook het geval als met de begrotingen voldaan wordt aan de regels van het SGP? Met andere woorden: kan een land dat netjes voldoet aan de begrotingsafspraken straks wel gedwongen worden om zijn begroting alsnog aan te passen? Zo ja, hoe verhoudt zich dit dan tot het adagium van het kabinet dat Nederland niets te vrezen heeft omdat het netjes voldoet aan de regels? Zo'n uitspraak is dan toch niet meer vol te houden?

Een derde voorstel dat de Commissie deze week heeft geopperd, betreft de eurobonds. De vraag is: wordt het «m nu wel of wordt het «m nu niet? De minister heeft al aangegeven dat hij er nu niets in ziet. Betekent dit concreet dat hij dit weekend zal vragen om de plannen van tafel te halen?

Over de EFSF heeft een aantal collega's al opmerkingen gemaakt. Tot nu kunnen we stellen dat het niet gewerkt heeft zoals we hadden gehoopt. Wat verwacht de minister op dat punt nog? Wat kan er nog gebeuren met de EFSF en welke mogelijkheden zijn er nog?

Ik ga nu in op de rol van de ECB. De minister heeft via de media laten weten dat hij alle opties openhoudt wat betreft de rol van de ECB. Vorige week wilde hij nog niet op deze vraag ingaan vanwege de onafhankelijkheid van de ECB, maar hij lijkt nu al wat meer ruimte te bieden. In deze kwestie lijkt het Duits-Franse koppel juist tegenover elkaar te gaan staan. Dit weekend komt het er dus ook op aan welke kant de minister gaat kiezen. Is hij in dit verband voor Duitsland of voor Frankrijk?

De heer Plasterk (PvdA): Wat vindt de ChristenUnie hiervan? De heer Slob nam hier in eerdere debatten nogal uitgesproken standpunten over in. Is het voor de ChristenUnie absoluut uitgesloten dat de ECB hierin een rol speelt?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Vorige week heb ik zelfs nog gezegd dat wij er geen voorstander van zijn om de ECB hierin een grote rol te geven, juist vanwege de gevaren van inflatie. Op dit moment gaan wij inderdaad meer richting deflatie, maar op langere termijn, als de economische situatie aantrekt, kan dat zeker gevaren hebben. Wij vinden het ook een verruiming van de rol van de ECB die wij op dit moment niet zouden moeten willen.

De heer Plasterk (PvdA): Dat is een helder antwoord. Dank daarvoor. De vervolgvraag is dan natuurlijk de volgende. Mevrouw Schouten geeft zelf al aan dat de EFSF kennelijk niet de slagkracht heeft of lijkt te krijgen om het probleem op te lossen. De ECB wordt door de ChristenUnie uitgesloten. Welke optie staat dan in de ogen van de ChristenUnie nog open, anders dan toezien hoe de eurozone uit elkaar valt?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): De heer Plasterk begint altijd met het weggeven van geld. Wij beginnen altijd bij het netjes niet méér uitgeven dan er binnenkomt. Dat moet dus het uitgangspunt zijn. Landen moeten ervoor zorgen dat ze hun economie en hun begroting op orde krijgen. Ik vraag ook aan de minister welke rol hij hierin ziet voor het IMF, nu het IMF zelf heeft aangegeven ook liquiditeitssteun te willen gaan geven. Het opkopen van de obligaties door de ECB tot nu toe, terwijl de ECB tegelijkertijd de middelen uit de markt trekt, valt binnen de randen van wat de ECB kan. Het drukken van geld is echter wat ons betreft geen optie.

Wij krijgen graag meer informatie over de voorstellen van het IMF voor de kortdurende liquiditeitssteun. Wat zijn de voorwaarden? Om welke landen gaat het? Hoe staat de minister hierin? Nogmaals, wat ons betreft is het mogelijk om de IMF hierin een grotere rol te geven, mits aan strenge voorwaarden wordt voldaan en het IMF toezicht houdt op de middelen die uitgegeven worden aan de ontvangende landen.

Tot slot ga ik in op de situatie in Griekenland. Ik denk dat een handtekening bijna nooit zo veel waard is geweest als die van de heer Samaras op dit moment, namelijk 8 mld. Er is inderdaad een brief gestuurd. Ik wil graag van de minister weten hoe hij dat feit duidt. Is die brief volgens de minister voldoende om de zekerheid te krijgen dat Griekenland zich committeert aan de afspraken die zijn gemaakt? Zo niet, wat moet er dan gebeuren volgens de minister?

De heer Tony van Dijck (PVV): Voorzitter. Duitsland, de meest veilige haven van Europa, wilde gisteren 6 mld. ophalen, maar dit is niet gelukt. Slechts 3,9 mld. werd opgehaald. Dit is wat de PVV betreft van historische betekenis. Want als beleggers niet meer aan Duitsland durven te lenen, aan wie dan wel? De besmetting is nu dus ook doorgedrongen tot de veilige haven Duitsland. Het hele eurogebied is daarmee besmet. Beleggers vluchten massaal weg uit Europa en de euro heeft zijn vertrouwen en geloofwaardigheid verspeeld, met dank aan de zachte, eurofiele regeringsleiders, die niet durven in te grijpen en die alles met de mantel van miljarden proberen te verdoezelen.

Maar de markten zijn niet gek. Je kunt er wel geld in blijven pompen, maar daarmee is het lek nog niet gedicht. Er is namelijk in de probleemlanden in Zuid-Europa veel meer aan de hand en dat verander je niet van vandaag op morgen. Ik noem kort een paar voorbeelden, om te beginnen de zwarte economie. De Zuid-Europese landen hebben een zwarte economie van 25%. Daarmee onttrekken ze 650 mld. aan het zicht van de belastingdiensten. Dan zijn er de Zwitserse bankrekeningen, die ook steeds voorbijkomen. 200 mld. tot 600 mld. aan Grieks spaargeld, al dan niet zwart, staat op Zwitserse bankrekeningen. En kennelijk hebben de Italianen ook miljarden in het buitenland. Heeft de minister daar inzicht in en zo ja, kan hij dat aan de Kamer verschaffen? Ik noem ook de corruptie. Het is niet voor niets dat Italië op plaats 67 van de Corruption Perceptions Index staat, net boven Rwanda. Griekenland scoort nog slechter en staat op nummer 78, Colombia achter zich latend.

Dit spreekt boekdelen; die landen zijn gewoon in en in verrot wat betreft zwarte economieën, het wegsluizen van geld naar Zwitserse bankrekeningen en vriendjespolitiek en corruptie. Wat de PVV betreft, is de tijd van het feestvieren op onze kosten dan ook voorgoed voorbij. De hoge rentes op staatspapieren zijn ook niet meer dan een wake-upcall van de financiële markten richting Spanje, Italië, Griekenland en Portugal. Ze betalen nu 3% meer rente dan een paar maanden geleden en zelfs België betaalde gisteren 5,4%.

Dinsdag wordt ook besloten over de zesde tranche voor Griekenland, van 8 mld. De minister – ik citeer – is Griekenland spuugzat. Hij dreigt met het dichtdraaien van de geldkraan. De PVV is blij met het voortschrijdend inzicht van de minister. Antonio Samaras stuurde gisteren eindelijk zijn langverwachte brief, maar daarin houdt hij wel heel veel slagen om de arm. Hij wil wel de 8 mld. binnenharken, maar hij wil zich niet volledig en ongeclausuleerd committeren aan alle afspraken. Ik neem aan dat de minister daarom geen genoegen neemt met deze halve toezegging. Kan de Kamer een kopie krijgen van de brief van de heer Samaras, om precies te kunnen analyseren waarin hij meegaat?

Ook zoiets: de minister gaat morgen naar een triple-A-overleg met Finland en Duitsland. Wat wordt daar eigenlijk besproken? En waarom alleen met deze triple-A-landen? Waarom niet met Frankrijk en Oostenrijk? Dit overleg vindt vaker plaats, zo hoorde ik de minister zeggen. Waarom weten wij daar niets van? Kan de minister aangeven wat in dit soort overleggen allemaal bekokstoofd wordt? Graag meer transparantie.

Ik kom nu bij de supereurofiel José Barroso en zijn voorstel om de crisis op te lossen. Hij presteerde het gisteren om de eurobonds als het ei van Columbus te presenteren. Of moet ik zeggen «een stabiliteitsobligatie»? Want de heer Barroso is er ook goed in om alles te verdoezelen met woorden. Die man is echt helemaal de weg kwijt. Eerst komt hij met een financial transaction tax waar niemand op zit te wachten, en nu dit. Angela Merkel reageerde dan ook gelijk met de kwalificatie «buitengewoon ongeschikt». Ons is niet helemaal duidelijk of ze daarmee Barroso bedoelde of zijn voorstel. De PVV is dan ook blij dat de minister dit idee gelijk naar de papierversnipperaar heeft verwezen. Ik neem aan dat hij ook de financial transaction tax door de shredder haalt. Graag een toezegging.

Tot slot nog iets over de ECB. Frankrijk wil het liefst de ECB inschakelen als grote euro-pinautomaat en daarmee de geldmarkten stabiliseren – zet die geldpersen toch aan! – terwijl Duitsland en de ECB zelf gelukkig niet willen tornen aan het mandaat van de ECB. Merkel is beducht voor inflatie en bewaakt de onafhankelijkheid van de ECB. Dit verschil spreekt boekdelen. De gründliche Duitser tegenover de joviale fransoos. Mijn enige vraag is: waar staat onze minister? Hij houdt alle opties open en wil geen veto uitspreken, zo las ik gisteren in Het Financieele Dagblad, maar wat wordt zijn inzet? Blijft hij lekker neutraal aan de zijlijn staan of mengt hij zich met een eigen mening in de discussie? Ik daag hem uit.

De heer Plasterk (PvdA): Ik heb met stijgende verbazing naar de heer Van Dijck geluisterd. Hij begint met het luiden van de noodklok omdat de rentes zo oplopen, maar als ik de rest van zijn betoog hoor, is hij het eigenlijk wel eens met de investeerders, die er niet meer over piekeren om Europees papier te kopen. Dat is namelijk door en door verrot en iedereen is gek. Wat zou het advies van de heer Van Dijck zijn aan mensen die erin geïnteresseerd zijn om ergens in de wereld obligaties te kopen? Moeten zij nog euro's kopen of zegt de heer Van Dijck: doe maar niet, want een van de drie coalitiepartijen is eigenlijk van plan om de euro af te schaffen?

De heer Tony van Dijck (PVV): Ik ben hier niet om beleggingsadvies te geven. Ons advies, en dat staat al bijna twee jaar, is dat we de Grieken nooit geld hadden moeten lenen. We hadden ook geen enkel ander land geld moeten lenen. Landen zijn er zelf verantwoordelijk voor om hun broek op te houden. Als je banken gaat ondersteunen en garant gaat staan met de miljarden van onze belastingbetalers, dan leren ze het nooit. Ik heb de feiten zojuist, bij gebrek aan tijd, kort op een rijtje gezet. Eigenlijk had ik daar verder over willen uitweiden, maar de feiten spreken voor zich: een zwarte economie van 25%, 650 mld. waar geen belasting over wordt betaald, 200 mld. tot 600 mld. die op Zwitserse bankrekeningen staat en 60 mld....

De voorzitter: U begint zichzelf te herhalen.

De heer Tony van Dijck (PVV): Nee, dit is mijn antwoord aan de heer Plasterk. Ik ben blij dat ik het nog even mag herhalen: 60 mld. wordt door corruptie aan de Italiaanse staat onttrokken. Dat is geen kleingeld. Daarom vinden wij dat die landen onder de tucht van de markt schoon schip moeten maken. De markten kunnen dat namelijk, door het vragen van een hoge rente. Wat de heer Plasterk voorstelt met eurobonds is voor die landen alleen een legitimatie om door te gaan met rommelen.

De heer Plasterk (PvdA): De heer Van Dijck, vertegenwoordiger van een van de drie coalitiepartijen, zegt: laten we kappen met de euro. Is de heer Van Dijck dan verbaasd dat mensen geen Frans staatspapier meer kopen? Je weet namelijk niet wat je ervoor terugkrijgt. De heer Van Dijck doet alsof hij het heel erg vindt, maar aan de andere kant bewerkstelligt hij het juist.

De heer Tony van Dijck (PVV): Dat is onzin. Wij zeggen helemaal niet: laten we met de euro kappen. We hebben tot nu toe altijd gezegd: je moet geen andere landen helpen met geld. Dat is de afspraak, namelijk de no-bailoutclausule. Misschien kan de heer Plasterk zich die nog herinneren. Die landen zijn zelf verantwoordelijk voor hun huishoudboekje. Ze moeten zelf hun broek ophouden en er zelf voor zorgen dat ze een degelijk beleid voeren. Geef je ze geld, dan is dat een perverse prikkel voor die landen om dat juist niet te doen. Daar passen wij voor.

De heer Schouw (D66): Voorzitter. Ik ben hier maar te gast, maar ik zit wel even te trillen. De heer Van Dijck zei dat we vooral niet met de euro moeten kappen, terwijl er vorige week nog om een onderzoek werd gevraagd naar terugkeer van de gulden.

Voorzitter, fijn dat ik hier ben. Het is volgens mij de commissie met de grootste impact. Ik las de Handelingen van het debat een paar weken terug, waarin flink werd gefoeterd op een tweetal regeringen, die van Griekenland en die van Italië. Die zijn inmiddels verdwenen, dus de impact van deze commissie is heel groot. Ik ben dus blij dat ik hierbij mag zijn. Zonder sterker economisch bestuur is het moeilijk, zo niet onmogelijk, om een gemeenschappelijke munt te houden. Dat zei de doorgaans verstandige voorzitter van de Europese Commissie, Barroso, gisteren. Ik zeg het hem hier graag na. De berichten over Europa blijven zorgwekkend. Gisteren bleek dat er zelfs voor de Duitse staatsobligaties weinig belangstelling is. Het Institute of International Finance concludeerde dat Europa al in een nieuwe recessie zit. Daardoor komt de kredietwaardigheid van Europese landen mogelijk in gevaar. Alle collega's hebben daar in hun eigen bewoordingen over gesproken.

Om de Europese schuldencrisis op te lossen, zijn nog veel grote stappen nodig: orde op zaken stellen in probeemlanden, herkapitalisatie van banken, een geloofwaardig noodfonds en een helder en preventief toezicht op de begrotingen. Op dat laatste punt zijn gisteren weer een paar verstandige stapjes gezet. De Europese Commissie presenteerde nieuwe voorstellen, namelijk twee richtlijnen om de begroting van lidstaten bij te kunnen sturen. Het eerste voorstel houdt in dat landen in de problemen voorgedragen kunnen worden voor een noodsteunprogramma. Wij vinden dat een goede ontwikkeling, omdat zo tijdig kan worden ingegrepen. Het tweede voorstel gaat over de nationale begrotingen. Eurolanden moeten hun begrotingen laten toetsen door de Commissie en de lidstaten moeten een onafhankelijke begrotingsraad krijgen. Dat zijn weer stappen in de goede richting, al sluit ik me wel aan bij de vragen van de ChristenUnie over die begrotingsraad.

De vraag is natuurlijk – en die vraag stel ik indringend aan de minister van Financiën – of de maatregelen die nu zijn afgekondigd de zevenmijlslaarzen zijn die we nodig hebben. De Commissie kan namelijk aanbevelingen doen, vragen stellen en wijzigingen voorstellen, maar zij kan niets opleggen of afdwingen. Wat is de reactie van de minister op de voorstellen? Ik las gisteren wel een heel enthousiaste reactie van staatssecretaris Knapen, maar we zien wel vaker dat hij enthousiast reageert. Zou er niet veel meer moeten gebeuren? Op welke concrete punten gaat de minister zich daarvoor inzetten?

Ik ga nu in op de verdragswijziging. De Europese Commissie en de Europese Raad willen de controle op de begroting versterken en dat is natuurlijk goed nieuws. Zonder sterkere economische en politieke afspraken komt het voortbestaan van de euro in gevaar en dat willen we niet. Daarom is een slagvaardig en democratisch bestuur van de Europese Unie nodig, waarbij de Europese Commissie meer bevoegdheden heeft en de Europese Raad niet de besluiten van de Europese Commissie weer kan wijzigen. Als de Europese Raad namelijk besluiten van de Europese Commissie gaat wijzigen, is dat altijd het afzwakken van die besluiten. De Commissie moet ook democratisch kunnen worden gecontroleerd, en een niet-functionerende Commissaris moet naar huis kunnen worden gestuurd. Daarvoor is een ingrijpende wijziging van het verdrag nodig. Duitsland praat daarover en komt met voorstellen, maar waar staat de Nederlandse regering op dit punt? Steunt de Nederlandse regering Duitsland als het gaat om verdragswijzigingen, ja of nee? Dat is voor D66 een ontzettend belangrijke vraag. Steunt de Nederlandse regering de verdragswijzigingen die Duitsland graag wil, ja of nee?

Voorzitter, ik heb nog een paar losse punten. Ik sluit me aan bij de opmerking van de heer Harbers over de code of conduct. Die is wat onduidelijk.

Ik heb een vraag aan de minister over de eurobonds. Nadenken mag, invoeren nog lang niet, wat D66 betreft. Is de minister dat met ons eens?

Op pagina 3 van de geannoteerde agenda staat onder punt 6 nogal veel «cryptotaal» over de Basel III-afspraken en wat Nederland daarvan vindt. Ik lees het zo dat Nederland het belangrijk vindt dat er iets gaat gebeuren. Vervolgens worden er echter allerlei clausules geformuleerd waardoor ik denk dat er per saldo niets gebeurt. Ik krijg graag een reactie daarop.

Er zijn vragen gesteld over Griekenland en de schriftelijke ondersteuning van de maatregelen. Die steun ik.

Tot slot ben ik benieuwd naar de insteek van de minister voor het overleg van vrijdag in Berlijn met de landen met de triple-A-status. Wat gaat de minister daar doen?

De voorzitter: Het woord is aan de minister van Financiën voor zijn antwoord in eerste termijn. Ik vraag de minister om het te laten weten telkens als hij een blokje heeft afgerond, zodat er ruimte ontstaat voor de Kamer om vragen te stellen.

Minister De Jager: Voorzitter. Ik begin met het overleg van morgen in Berlijn. Daarna volgt het blokje eurobonds en daarna conditionaliteit en Italië, Griekenland en het IMF. Dan governance, het Stabiliteits- en Groeipact en wat losse vragen over de ECB. Daarna EFSF en tot slot nog een paar losse onderwerpen als banken en het jaarverslag ERK.

Wat gaan we doen in Berlijn? Het is in deze tijden van crisis natuurlijk van groot belang dat we nauw contact blijven houden met allerlei landen. Daar overleggen we ook regelmatig mee. Meestal komt een overleg tussen Duitsland en Frankrijk in het nieuws, maar er zijn heel veel andere overleggen die vaak niet in het nieuws komen. Dat is wat mij betreft ook helemaal niet nodig. Het overleg van morgen in Berlijn hebben we vaker gehad, ook in Berlijn. In Brussel spreek ik in dit verband ook wel eens collega's aan. Het zijn een aantal gelijkgezinde collega's, zoals Duitsland, Finland en Nederland, die in de eurogroep vaak ook een gelijkgezinde inbreng hebben en voor een deel gelijke belangen. Het zijn namelijk de drie landen die de laagste rente op obligaties betalen in de eurozone. Het is overigens niet een soort club waarvoor een criterium geldt of waarin we met een T-shirt rondlopen met «We pay the lowest interest rates». We hebben geen statuten of formele toetredingscriteria. Oostenrijk of Luxemburg kunnen ook wel eens aanschuiven. We hebben ook een of twee keer een triple-A-overleg gevoerd. Dat is met hetzelfde groepje, maar dan aangevuld met Luxemburg, Oostenrijk en Frankrijk.

In het verband van morgen hebben wij nauw overleg over een aantal onderwerpen waarop we proberen om tot een gemeenschappelijke inbreng te komen in de eurogroep. Ik noem een aantal van die onderwerpen. Allereerst is dat stevige governance. Tot een aantal maanden terug was het met name Nederland dat iedere keer hamerde op het regelen van de langetermijngovernance. Daarvoor vonden we nog niet voldoende medestanders, in het begin zelfs niet in Noord-Europa. De Commissie zou ook een medestander moeten zijn, vonden we. Door het iedere keer drukken op dit onderwerp bij alle bijeenkomsten, in de verschillende hoofdsteden maar ook in Brussel, hebben we langetermijngovernance heel stevig op de agenda weten te krijgen.

Een tweede onderwerp betreft de strikte condities voor steun. Ik vind het nog steeds verwonderlijk dat het in Brussel alleen lijkt te gaan over het krijgen of lenen van geld door landen die in de problemen zijn gekomen, hoewel het gelukkig wel iets minder is dan een aantal maanden geleden. Minstens zo belangrijk – in mijn visie is het nog belangrijker, wat ze me niet altijd in dank afnemen – is de fundamentos eronder. Waarom is dat wantrouwen bij Zuid-Europese landen ontstaan? Dat heeft te maken met hun fundamentos, hun divergentie in plaats van convergentie in de economische criteria en natuurlijk met hun overheidsfinanciën. Ik doel op het achterblijven in economische prestaties terwijl je in één economische en monetaire unie niet meer kunt devalueren om je economische concurrentiepositie kunstmatig op te krikken. Dat lukt niet meer, dus je blijft maar steeds achterlopen als je niet hervormt. De overheidsfinanciën moeten ook op orde worden gesteld. het zijn stevige condities in ruil voor steun. Je zou zeggen dat ieder land dat wel zou willen als we hulp geven, maar het was met name de Duitse minister Schäuble die daar heel erg op hamerde. Het is ook goed dat we er gezamenlijk over spreken, om de inbreng van «voor wat hoort wat» te blijven hebben.

Het derde onderwerp is een geloofwaardig vangnet. Dan hebben we het natuurlijk over het noodfonds en andere elementen van het vangnet. Ook die blijven belangrijk, zoals ik altijd heb erkend, maar wel onder de genoemde strenge condities en de stevige governance.

Over deze drie hoofdonderwerpen, en misschien nog een aantal andere onderwerpen, zullen we verder spreken. Op deze drie onderwerpen is al veel vooruitgang geboekt, maar Nederland wil op een aantal punten nog verder gaan en daarbij vindt het vaak in Duitsland en Finland, en ook in een aantal andere landen, medestanders. Het is belangrijk om met gelijkgezinde landen over deze zaken te spreken en gezamenlijk aan te geven dat het temmen van deze crisis vergt dat we kunnen spreken over bijvoorbeeld een verhoging van het noodfonds, het sterker maken van het noodfonds of andere elementen. De Kamer weet dat ik die opties nooit heb uitgesloten. Dat kan in een crisis ook niet. Je kunt niet overal rode vlaggetjes neerzetten, zeggen dat het toch moet worden opgelost en tegelijkertijd allerlei oplossingen blokkeren. Toch is dit slechts één klein onderdeel van het totaalpakket. Zo'n vangnet is alleen symptoombestrijding. Nogmaals, ik vind het altijd wat verwonderlijk dat een aantal landen, en zelfs economen, dachten dat je er alleen met zo'n vangnet komt. Dat vangnet moet er zijn. Het moet ook sterker en groter worden als dat nodig is, zeker. Maar iedere keer moeten we weer op de vierkante millimeter bevechten dat er voldoende conditionaliteit voor terugkomt. Dat verwondert mij echt, en dan druk ik me uiterst diplomatiek uit. Door mijn non-verbale expressie zou de Kamer bijna kunnen vermoeden dat ik me er mateloos aan erger, maar ik heb geleerd om me in de politiek niet te ergeren maar te verwonderen. Dat is namelijk veel beter voor je eigen houdbaarheid op lange termijn!

De voorzitter: Nou, ik merk dat de temperatuur naast me oploopt, hoor!

De heer Schouw (D66): Ik heb een vraag over Berlijn. Vandaag hebben de heer Sarkozy, mevrouw Merkel en de heer Monti in Straatsburg met elkaar besproken dat we nu de stap moeten zetten naar een fiscale unie. Dat is echt een manier om het probleem op te lossen. Ik neem aan dat dit morgen ook onderwerp van gesprek is. Het overstijgt namelijk de onderwerpen die de minister zojuist noemde.

Minister De Jager: Soms komt er uit zo'n overleg in eerste instantie een zogenaamde gemeenschappelijke persverklaring, die dan later toch, zeker in bepaalde landen, heel anders blijkt te worden uitgelegd. Want wat is een fiscale unie? Dat vind ik een interessante vraag, want soms proef je bij de Duitsers dat ze daar wel een voorstander van zijn. Als je dan doorvraagt, blijkt het te gaan om een heel streng begrotingsbeleid met heel strenge begrotingsregels voor iedereen. Zuid-Europese landen hebben echter het idee dat de landen die overschotlanden zijn op handelsbalansterrein, structureel de betalingsbalanstekorten dekken van Zuid-Europese landen. Dat wordt ook wel eens onder een fiscale unie verstaan, maar dat is in ieder geval niet de fiscale unie die Duitsland voorstaat. Zeker niet. Laten we dus even niet reageren op een paar snelle koppen in de pers. Ik zal morgen zeker vragen wat eruit is gekomen. Wij kennen het Duitse standpunt vrij goed, want we hebben niet alleen op ministersniveau maar ook op regeringsleidersniveau en op ambtelijk niveau veel contact. Er is dagelijks contact met Duitsland op een of ander niveau. Wij zitten dicht tegen Duitsland aan en ik ben ervan overtuigd dat de Duitsers hieronder iets anders verstaan dan een aantal Zuid-Europese landen. Laten we dus niet te zeer koersen op één begrip.

De voorzitter: In verband met de tijd wil ik het aantal interrupties in eerste instantie beperken tot twee per fractie. Mijnheer Schouw, dit is uw vervolginterruptie.

De heer Schouw (D66): Bekijken of je meer fiscaliteit in de Unie kunt brengen, is een cruciaal punt. Het houdt ook een verdragswijziging in. Dat hoort echt bij elkaar; dat is iets substantieels. Begrijp ik goed dat de minister daarmee bekend is en dat het standpunt van de Nederlandse regering dichtbij het standpunt van de Duitse regering ligt? Wordt het morgen ook expliciet besproken? Als dat namelijk het geval is, wil ik daarvan voortaan graag een terugkoppeling hebben.

Minister De Jager: De hoofdonderwerpen die ik net heb aangeduid, worden expliciet besproken. Ik zal eventuele verdragswijzigingen morgen wel bespreken. De Duitsers hebben daar nog geen heel concrete voorstellen voor gedaan. Wij hebben ze al wel enige tijd geleden met Duitsland gedeeld. Van de zomer hebben wij namelijk in de governancebrief een aantal conceptverdragswijzigingen gepresenteerd. Dat gaf een idee van de manier waarop het eventueel zou kunnen. Daarmee is men ook aan de gang gegaan. Ik kan niet reageren op teksten die nog niet echt zijn uitgesproken, maar mijn gevoel zegt mij dat wij dicht tegen de verdragswijzigingen die de Duitsers willen, aanzitten. Het is allemaal prima dat het om begrotingsdiscipline gaat. Dat is iets anders dan een fiscale unie zoals in Zuid-Europa wordt beweerd. Het gaat om het in verdragsteksten opnemen van strenge begrotingsdiscipline, governance. Men moet echt ervoor zorgen dat men geen structurele tekorten en excessieve schulden meer kan hebben. Dat lijkt mij prima.

Mevrouw Blanksma-van den Heuvel (CDA): Staat Griekenland ook op de agenda van dit triple-A-overleg in Berlijn? Ik heb namelijk uit de pers begrepen dat in eerste instantie de positie van Griekenland aanleiding was om als triple-A-landen bij elkaar te komen. Wellicht worden er alternatieven besproken. Ik wil graag weten of dit aan de orde is.

Minister De Jager: Uiteraard komt Griekenland ook aan bod. Ik zag inderdaad berichten in de pers verschijnen dat Griekenland het onderwerp van de bespreking is, maar het gaat veel verder dan dat. De overheidsschuldencrisis in Europa gaat namelijk veel verder dan Griekenland. Het gaat ook over de governance, de strikte conditionaliteit en een geloofwaardig vangnet. Het gaat dus veel verder dan Griekenland. Griekenland komt vast wel aan de orde, maar het gaat in fundamentele zin veel meer om de vraag hoe wij de grote fundamentele pijlers opzetten om deze crisis nu bestrijden en een dergelijke crisis in de toekomst te voorkomen.

Mevrouw Blanksma-van den Heuvel (CDA): Dat begrijp ik, want dat heeft de minister al eerder gezegd. Het gaat mij meer om het volgende. Als Griekenland op de agenda staat, hebben wij met een heel urgent probleem te maken. Zoekt de minister in het overleg dan steun voor de opvatting dat het einde oefening is voor Griekenland als het zelf niet voldoende doordrongen is van het feit dat het orde op zaken moet stellen? Zoekt hij in Duitsland steun voor die opvatting?

Minister De Jager: Deze vraag komt volgende week in de eurogroep aan bod. Daar kom ik straks in mijn beantwoording over Griekenland nog op terug.

De heer Irrgang (SP): De minister lijkt het Engelse begrip «fiscal union» nu als «fiscale unie» te vertalen, terwijl het niet om een soort gemeenschappelijke belastingpolitiek gaat maar om gemeenschappelijke begrotingspolitiek. Ik begrijp daarom wel dat Zuid-Europa zegt: wij zien het als een soort eurobonds. Dat vind ik een logische interpretatie. Het lijkt mij goed dat de minister het misverstand wegneemt dat Nederland mogelijkerwijs instemt met een besluit van Frankrijk en Duitsland tot het oprichten van een begrotingsunie, met een soort gezamenlijke obligaties. Zou Nederland daar mogelijk in meegaan? De minister houdt namelijk voortdurend een luikje open, zodat hij daarmee op een later moment misschien wel kan instemmen. Dat lijkt mij namelijk een logische vertaling van het Engelse begrip «fiscal union».

Minister De Jager: Een soort unie waarin voor alle overdrachten als het ware een pijplijn van noord naar zuid wordt aangelegd, staan wij niet voor. Wij zijn nu bezig met het blokje «Berlijn». Ik kom zo nog over heel veel onderwerpen te spreken. Dit onderwerp komt daarbij ook terug, maar ik kan wel zeggen dat dit niet de budgettaire unie is die wij voorstaan. Wij staan wel strengere budgettaire regels in verdragsteksten voor. Dat is prima. Zo noemen de Duitsers het ook wel eens. Zij zijn namelijk ook tegen een «Transferunion». Die willen zij ook niet.

De heer Irrgang (SP): Als vandaag in Straatsburg wordt besloten dat Frankrijk en Duitsland een begrotingsunie willen, dan sluit de minister zich daar morgen in Berlijn niet bij aan? Ik neem aan dat Nederland dan een zelfstandige positie kan innemen.

Minister De Jager: Jazeker, het is natuurlijk ook onze taak om Duitsland scherp te houden. In dit soort overleggen worden overigens noch in Straatsburg, noch in Berlijn echt besluiten genomen. Die worden namelijk in Brussel of in Luxemburg genomen als wij daar bij elkaar zijn. Dit betreft meer een vooroverleg. Er wordt wel eens gesuggereerd: goh, het wordt hier en daar besloten. Ik kan echter uit eigen ervaring zeggen dat de verschillen tussen Duitsland en Frankrijk veel groter blijken te zijn, waardoor het echte gevecht alsnog in Brussel plaatsvindt tussen de ministers van Financiën ofwel de regeringsleiders.

Ik ga verder met de eurobonds. De voorstellen die gisteren zijn gepresenteerd behoren tot het groenboek. Daarop komt nog een officiële kabinetsreactie. Ik kan daar al heel kort iets over zeggen en dat is in lijn met wat ik altijd al over eurobonds heb gezegd. Op termijn sluiten wij eurobonds zeker niet uit. Theoretisch kunnen wij er ook een pareto-optimale oplossing mee krijgen, maar het is geen adequate oplossing voor de huidige crisis. Sterker nog, het zou zelfs een perverse prikkel kunnen vormen. Wij hebben nu namelijk nog geen institutioneel raamwerk om budgetdiscipline af te dwingen. Laten wij niet vergeten dat de prikkel van de financiële markten de Italiaanse regering heeft doen vernieuwen en dat die de situatie in sommige andere landen heeft versneld. Als wij die prikkel in zijn geheel zouden wegnemen door gezamenlijke schulduitgifte waardoor de landen in kwestie hun schuld kunnen blijven ophogen, gaan wij in de toekomst met z'n allen kopje onder. Dat moeten wij ook niet willen. Eurobonds kunnen interessant zijn als sluitstuk van het veel strengere budgettaire raamwerk dat wij allemaal voorstaan. Zo heeft DNB het onlangs ook gezegd. Ik zie geen tegenstelling tussen het voorstel van DNB en ministerie van Financiën. Het kan ook interessant zijn voor Nederland, omdat wij ten opzichte van Duitsland liquiditeitspremie op onze obligaties betalen. Dat komt niet door de credit default verzekeringspremie van de markten. Die is namelijk ongeveer hetzelfde voor Duitsland en Nederland. Het komt door de liquiditeitspremie die wij betalen. Met eurobonds hebben wij een veel lagere liquiditeitspremie omdat wij een veel grotere markt hebben. Ik spreek dus geen principieel njet over eurobonds uit. Het moet echter wel in de juiste volgorde gaan. Wij moeten nu niet even zeggen: eurobonds lossen alle problemen op. Nee, als wij nu zomaar op eurobonds overstappen, zou het de problemen vergroten.

Mevrouw Schouten vroeg of ik het voorstel van tafel kan vegen, maar er ligt op dit moment in de eurogroep geen concreet voorstel over eurobonds op tafel. De CDA-fractie vroeg of het past bij perfecte begrotingsdiscipline. Ja, het kan pas als sluitstuk als de volgtijdelijkheid, de juiste volgorde, is gehandhaafd.

De heer Tony van Dijck (PVV): Bondskanselier Merkel heeft zich keihard tegen eurobonds uitgesproken, en terecht. Deze minister sloot zich daarbij aan, maar het klinkt erg soft als hij zegt: als sluitstuk van een budgettair raamwerk. Zijn eurobonds over een paar weken of maanden dan wel bespreekbaar als het raamwerk helemaal in de steigers staat en geaccordeerd is, of moeten eerste alle landen onder het schuldquotum van 60% zitten en onder de tekortgrens van 3%? Dan praten wij namelijk over 2070 voordat Italië daaraan voldoet en hoeven wij deze discussie nu niet te voeren. Als het echter het sluitstuk van een budgettair raamwerk is, dan liggen de eurobonds wellicht over zes maanden op tafel.

Minister De Jager: Allerlei prikkels moeten worden ingebouwd om het goed voor elkaar te krijgen. Dat heb ik ook wel eens in deze Kamer gezegd. Er is niks nieuw. Het standpunt dat ik over eurobonds is hetzelfde dat ik al een jaar lang bezig. De denktank Bruegel heeft bijvoorbeeld gezegd: de eerste 60% blue bonds, de red bonds moet je nationaal doen. Als je dat nu doet, biedt dat voor een land als Italië inderdaad geen soelaas. De tweede 60% is dan namelijk nagenoeg niet te financieren. Ik zie dus niet in hoe je die bonds op korte termijn daadwerkelijk kunt invoeren. Dat lijkt mij heel moeilijk. Ik neem de tijdsindicatie van de heer Van Dijck zeker niet over, maar ik geef ook geen enkele andere tijdsindicatie. Ik vind dat wij heel duidelijk inhoudelijke piketpalen moeten slaan. Met het slaan van die piketpalen zijn wij heel streng. Op dit moment zijn wij nog heel ver van budgettaire afdwingbaarheid af. De prikkels die ik bedoel, afdwingbare prikkels, hebben wij nog helemaal niet. Daardoor zijn eurobonds nu echt niet mogelijk. Vanuit Nederland wordt gezegd: nee.

De heer Tony van Dijck (PVV): Als voortijdig met eurobonds wordt begonnen als nog niet elk land budgettair gezien op orde is, praten wij dus wel over een Transferunion. Daar zouden Duitsland en Nederland zo sterk tegen moeten zijn en dat zijn zij ook. Als bepaalde landen namelijk hogere schulden hebben en hogere rentes betalen, maar wij lagere rentes, transfereren wij ons rentevoordeel dus naar landen met een slecht begrotingsbeleid. Dat is ook een vorm van een Transferunion. Daarom druk ik deze minister op het hart om niet meer over eurobonds te praten zolang niet alle landen aan het Stabiliteits- en Groeipact voldoen.

Minister De Jager: Ik ben het helemaal ermee eens dat je eurobonds niet voortijdig moet invoeren. Ik zou rentevoordeel echter niet als subsidie beschouwen, want dan kunnen ook de cohesiefondsen als een Transferunion worden gezien. In een Transferunion ga je schulden verrekenen, maar daar ben ik absoluut op tegen. Structuur- en cohesiefondsen hebben wij echter ook. Wij vinden het op zich prima om de interne markt te bevorderen, want daar hebben wij ook voordeel bij. Dan wordt er ook naar andere landen gesubsidieerd. Dat kan rentesubsidie zijn. Ik hoop dat het voor Nederland in de toekomst een voordeel kan opleveren, maar het moet inderdaad niet voortijdig worden besloten.

Voorzitter. De heer Harbers vroeg naar de conditionaliteit. Moeten programmalanden en Italië eerst leveren voordat Nederland over verdere steun kan praten? Ja, de Nederlandse inzet is altijd geweest dat alleen meer steun niet de oplossing is. Kwetsbare landen moeten zelfs juist doortastend handelen. Daar komt het echt op aan; dat is de fundamentele kant van het verhaal. Ik merk dat er heel makkelijk kritiek wordt geleverd: goh, moet het noodfonds niet worden vergroot? Het mag echter nooit de focus van het daadwerkelijke probleem afleiden dat het uiterst opmerkelijk is waarom het zo moeilijk is om de landen in kwestie tot extra hervormingen en bezuinigingen te bewegen. Italië is nu gelukkig bezig, maar had dit anderhalf jaar geleden al moeten doen toen wij er steeds mee bezig waren en de schuldencrisis net begonnen was.

De uitkomsten van de bijeenkomsten van 26 oktober zijn wat dat betreft goed, omdat Italië en Spanje met naam en toenaam worden genoemd. Uit de conclusies blijkt ook heel duidelijk dat die landen maatregelen moeten nemen. Er wordt zelfs voorgesorteerd op de vraag welke maatregelen zij moeten nemen. Het spreekt voor zich dat je die volgorde voor programmalanden hanteert.

De heer Irrgang vroeg ook nog naar Italië. Een aantal maatregelen is nog door toenmalig premier Berlusconi aan het parlement voorgelegd en goedgekeurd. Dat is gebeurd onder het vorige Italiaanse kabinet. Het betrof onder andere een verhoging van de pensioenleeftijd en het privatiseren van lokale dienstverlening. Andere plannen moeten nu met voorrang door het nieuwe kabinet worden uitgewerkt, door het parlement worden goedgekeurd en daarna worden geïmplementeerd. Daar zitten een aantal pijnlijke maatregelen bij, zoals een verdere hervorming van het pensioenstelsel, hervorming van de arbeidsmarkt en het ontslagrecht. Dat is heel belangrijk voor de versteviging van de economie in Italië. Premier Monti weet ook wat hem te doen staat. Hij geniet thans ook grote steun onder de Italiaanse bevolking. Wij hopen dat die steun blijft bestaan als hij moeilijke maar noodzakelijke maatregelen voor Italië neemt.

Mevrouw Blanksma heeft gevraagd of er nog geduld voor de Grieken bestaat. Een breed draagvlak voor hervormingen is namelijk essentieel. Voor de lijn ten aanzien van de Grieken zijn wij eensgezind in Europa. Een breed politiek draagvlak is een essentiële voorwaarde voor uitkering van de zesde tranche. Dat moet heel duidelijk op schrift staan. Voor de zesde tranche varen wij overigens op het kompas van de trojka. Het is zelfs een ewg-beslissing. Het is dus niet aan de ministers, maar aan de euro working group. Daaraan is het gemandateerd. Dat is op zich terecht, omdat wij keiharde afspraken over de voorwaarden hebben gemaakt. Heel duidelijk is gezegd dat het in de eurogroep moet worden besproken als daarover twijfel ontstaat, zoals is gebeurd bij de aankondiging van een Grieks referendum en de daaropvolgende vernieuwing van de regering. Toen hebben wij het ook in de Kamer besproken. Als Griekenland echter normaal gesproken aan alle eisen voldoet – de lening hebben wij in principe al geaccordeerd – is het uitbetalen van de zesde tranche afhankelijk van het kompas van de trojka. Op dat kompas moeten wij varen.

Het is ook allereerst ter beoordeling van de trojka of de brief die de Griekse politicus Samaras heeft gestuurd, voldoende is. Ik heb begrepen dat er nu alleen nog maar een brief van de heer Samaras is, maar er moet ook een brief van de partijleider van PASOK komen. Het moet duidelijk zijn dat er een breed draagvlak bestaat van ten minste de twee grootste politieke partijen, die gezamenlijk een zeer grote meerderheid in het Griekse parlement hebben, en de regering zelf. Eigenlijk moet er dus een commitment zijn van de regering en van de twee grote partijen. Kennelijk is er al een brief, maar volgens mij moeten er nog twee handtekeningen bij komen. Wij zullen het allemaal aan de trojka vragen. Die moet dan ook beoordelen of de formulering in de brief duidelijk is. Het gaat erom of in de brief wordt aangegeven: ja, wij ondersteunen alle ijkpunten, maar op een bepaald punt kunnen wij structuurversterkend optreden voor de economie. Daar wijst de heer Samaras ook altijd op. Op zichzelf begrijp ik wel dat het noemereffect van het bbp ook aandacht moet krijgen. Het is prima als je maatregelen kunt nemen die de noemer, de economie, vergroten. Dit moet echter binnen de budgettaire randvoorwaarden gebeuren; die moeten keihard zijn en niet ter discussie staan.

De heer Irrgang vroeg hoelang Griekenland nog heeft tot een default en in hoeverre de ECB hierbij een rol speelt? Naar verluidt heeft Griekenland nog voldoende middelen in kas. Ik heb een vorige keer al gezegd dat ik daarover alleen maar de Grieken zelf citeer. Ik kan zelf namelijk niet in de Griekse kas kijken. Het IMF moet er natuurlijk ook een oordeel over vormen. Op dit moment is er echter nog voldoende geld. Ik weet wel dat er eind december een aflossingspiek is voor Griekse bonds, net als in maart. Dan de rol van de ECB. Tijdens het vorige algemeen overleg gaf ik al aan dat Griekenland zelf nog treasury bills uitgeeft. Die treasury bills worden veelal door Griekse banken gekocht en die kunnen ze bij de ECB voor liquiditeit beleggen. Er is mij echter verteld dat het met name gaat om het doorrollen van aflopende treasury bills.

Ik ga verder met de vragen over het IMF en de betrokkenheid daarvan; waar staan we? Ik zeg tegen de heer Harbers dat het Nederlandse uitgangspunt duidelijk is. Wij zetten in op een zo groot mogelijke rol van het IMF, zowel financieel als qua expertise. Op dit moment is bij Griekenland en het aanvullend programma nog niet precies duidelijk hoeveel het IMF zal bijdragen. De regels van het IMF bepalen dat er eerst duidelijkheid moet zijn over de zesde tranche. Daarna krijgen wij ook duidelijkheid over het aanvullende pakket, maar het IMF heeft in algemene zin wel de gewenste bereidwilligheid. Dat is duidelijk verklaard, maar er moet wel aan alle voorwaarden worden voldaan. Dat is voor ons ook altijd een harde eis geweest.

Mevrouw Blanksma vroeg onder welke voorwaarden het IMF nieuwe liquiditeitssteun beschikbaar stelt. De afgelopen week heeft het bestuur van het IMF overeenstemming bereikt over het omvormen van de Precautionary Credit Line (PCL) in de Precautionary and Liquidity Line (PLL). Het is nu ook mogelijk geworden om een kredietlijn te krijgen in het geval van een daadwerkelijk betalingsbalansprobleem. Het is ook mogelijk geworden om een kredietlijn voor zes maanden te krijgen, in plaats van de minimale looptijd van een jaar van voorheen. Ik heb echter van het IMF begrepen dat de kwalificatiecriteria onveranderd blijven. Landen moeten dus nog steeds goede fundamenten en een goed trackrecord hebben, om aanspraak op een kredietlijn te kunnen maken. Daarnaast zijn er strikte grenzen aan de omvang van een dergelijke kredietlijn gesteld.

De heer Irrgang (SP): Ik wil graag een preciezer antwoord op de vraag over de brief van Nea Dimokratia. Ik las op internet in die brief dat Nea Dimokratia de doelen steunt, maar er wordt uitdrukkelijk ruimte gelaten voor het invullen van de maatregelen. Is dit voldoende voor de minister?

Ik heb ook nog twee andere vragen over Griekenland gesteld waarop de minister volgens mij niet is ingegaan. Ik heb allereerst gevraagd naar het voorstel van banken om de Griekse rente naar 8% te verhogen in ruil voor de schuldafboeking van 50%. Daarnaast vallen nieuwe obligaties onder Engels recht, waardoor een nieuwe schuldsanering – die is volgens mij zelfs noodzakelijk – sterk wordt bemoeilijkt. Wat is de Nederlandse positie op dat punt?

Minister De Jager: Ik reageer allereerst op de vraag over de brief van Nea Dimokratia. Ik zal het IMF vragen om scherp te letten wat in die brief precies wordt bedoeld. Ik heb begrepen dat in de brief wordt gesteld dat Nea Dimokratia alle budgettaire doelstellingen steunt. Die moeten door concrete maatregelen worden gehaald. Het betreft een heel pakket van concrete maatregelen, bijvoorbeeld het duurder maken van de strippenkaart op een bepaald traject. Daar bemoei ik mij echter niet mee, als het pakket maar deugdelijk is en er niet wordt gemorreld aan de budgettaire doelstellingen. Als men bijvoorbeeld via een arbeidsmarkthervorming een budgettair doel bereikt en als dat beter is voor de economie – dat stelt Nea Dimokratia voor – dan moet het IMF daar natuurlijk mee instemmen. Als die hervorming aan de budgettaire doelstellingen voldoet, zal het IMF daar heel graag mee instemmen. Dat is namelijk beter voor de groei van de economie. Het moet echter binnen de budgettaire piketpalen blijven.

De heer Irrgang vroeg ook naar de deal over de betrokkenheid van de private sector. Daarover is nog geen overeenkomst tussen Griekenland en het IMF. Het is belangrijk en essentieel dat er een houdbare Griekse schuld ontstaat. Ik heb een kleine correctie op de inbreng van de heer Plasterk. Ik heb niet gezegd dat 90% tot 100% vrijwillig zal worden meegedaan. Ik heb gezegd: willen wij meedoen, dan moet er een houdbare Griekse schuld zijn. Om dat te bereiken, moet 90% tot 100% meedoen als er sprake is van een haircut van 50%. Dat is een pure mathematische gevolgtrekking. Zoals de heer Plasterk zelf ook weet, hecht ik persoonlijk nooit sterk aan de vraag of het puur vrijwillig is, maar dat laat ik maar even in het midden. De uitkomst, een houdbare schuld, is dus essentieel. Met een haircut van 50% moet je een heel hoge participatie hebben. Met een renteniveau van 8% maak je de Griekse schuld volgens mij niet houdbaar. Ceteris paribus denk ik niet dat je het bij een rente van 8% kunt realiseren; dat lijkt mij heel moeilijk. Maar goed, uiteindelijk beoordelen wij het op de houdbaarheid. Als het dit soort rentes oplevert, maar dezelfde haircuts en dergelijke, kom je volgens mij niet tot de uitkomst die wij hebben geëist. Wij hebben een harde eis gesteld, namelijk een houdbare schuld. Anders doen wij niet meer mee met het aanvullende, nieuwe programma.

De heer Irrgang (SP): In het voorstel hebben de banken de discontovoet heel slim op 12% gezet, terwijl in andere situaties 3% wordt gebruikt. Zo kom je dan ook aan 50% reductie van netto contante waarde. Ik hoop dat Nederland ook niet aan die truc meedoet. Ik hoop dat de minister ook nog iets over het Engels recht kan zeggen. Als het dus niet voldoende is, zit je straks in een veel moeilijkere situatie als alles onder Engels recht in plaats van Grieks recht valt.

Minister De Jager: Ik begrijp wat de heer Irrgang bedoelt, maar ons is niet bekend dat dit een afspraak zou zijn. Dat zullen wij ambtelijk checken bij Griekenland. Wij hebben altijd begrepen dat de huidige private obligatiehouders voor het overgrote deel onder Grieks recht vallen. Slechts een klein deel daarvan valt onder Engels recht. Ik ben met de heer Irrgang eens dat het Grieks recht – ik zal het niet altijd zeggen – wat flexibeler is dan het Engels recht als je in de toekomst tot schuldreductie wilt komen.

Ik kom op de discontovoet. Daarom hebben wij in de conclusie elke keer scherp duidelijk gemaakt dat het moet leiden tot de uitkomst die het IMF heeft aangegeven. Wij hebben niet zomaar een npv-percentage van 50% afgesproken. Wij hebben gezegd dat het wat ons betreft een nominale haircut moet zijn. De net present value-loss zal dan waarschijnlijk hoger dan 50% zijn. Uiteindelijk moet het leiden tot 120% schuld in 2020. Dat is de doelstelling. Als je dat wilt bereiken, moet je heel strak zijn en volgens ons niet dit soort trucjes uithalen. Dan kom je er volgens ons namelijk niet op uit.

De heer Harbers vroeg wat wij van de governancevoorstellen van de Commissie vinden. De voorstellen voor het versterken van het toezicht op probleemlanden en landen die zich niet aan de afspraken van het SGP houden, zijn een goed idee. Daar hebben wij ook altijd op aangedrongen. Die voorstellen ondersteunen wij ook zeker en die willen wij op een aantal punten wellicht nog verder aangescherpt gezien. Het volgt op hetgeen wij al hebben binnengehaald. Wij hebben in februari het sixpack binnengehaald. Het sixpack hebben wij in de zomer na heel veel discussie via codecisie met het Europees Parlement tot een goed einde weten te brengen. Daarna hebben wij ook al een aantal punten binnengehaald. Het is prima dat de Commissie nu ook weer met een aantal punten komt. De beweging is goed, maar wij willen het nog wel wat aanscherpen. Wij willen de versterkte positie van de Eurocommissaris ten opzichte van de Raad bijvoorbeeld nog helder hebben. Wat ons betreft, moet er zo onafhankelijk mogelijk geopereerd kunnen worden. Het verder aanscherpen van de regels en het afdwingbaar maken daarvan, is ook de inzet van de kabinet. De heer Van Rompuy zal daartoe binnenkort met voorstellen komen. Ik zal de Kamer op de hoogte stellen als die voorstellen er zijn. Volgens mij zijn de lijn die dit parlement mij meegeeft en de inzet van de regering echter vaak hetzelfde. De discussie vindt dus meer in de Europese context plaats, maar wij zetten er wel heel sterk op in.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): De minister doet nu alsof er nog een paar puntjes moeten worden afgehandeld en dan zij wij er.

Minister De Jager: Dat heb ik niet gezegd.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Oké goed, ik heb hem in ieder geval niet over de sancties gehoord. Vindt de minister dat er voldoende sancties zijn vastgesteld? Staatssecretaris Knapen zei van de week: het gaat niet ver genoeg. Hoe staat de minister er tegenover?

Minister De Jager: Daar ben ik het uiteraard mee eens. Dat heb ik ook gezegd, maar dat hoef ik volgens mij niet iedere keer te herhalen. Volgens mij is het standpunt van de regering over governance heel helder: zo automatisch mogelijke sancties en het inhouden van structuur- en cohesiefondsen. Het betreft een heel scala aan maatregelen. Er is in de zomer een inzetbrief gestuurd. Daar houden wij in de onderhandelingen nog steeds aan vast. Die brief wordt in dit parlement breed gesteund, zelfs bij de fracties die terughoudend zijn over het geven van noodsteun. Ik voel me daarin dus heel erg gesteund. Wij proberen zo veel mogelijk binnen te halen. In het begin stonden wij heel alleen in Europa, desalniettemin hebben wij heel veel binnengehaald. Ik zie bijvoorbeeld bij de Duitsers een toenemende bereidheid om op dit punt verdere stappen te zetten. Daar maken wij ook dankbaar gebruik van. Wij zijn er nog lang niet en daarom blijven wij inzetten op het zo veel mogelijk aanscherpen van de maatregelen richting afdwingbaarheid van het Stabiliteits- en Groeipact, zo automatisch mogelijke sancties, een zo afhankelijk mogelijk opererende Commissaris et cetera.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Ik maak het nog iets concreter. De minister heeft het over het stelsel van begrotingsdiscipline, het begrotingsraamwerk. Moet het wat hem betreft onderdeel zijn van dat begrotingsraamwerk voordat hij daarmee kan instemmen?

Minister De Jager: Hét begrotingsraamwerk? Wij zijn bezig met een proces om op allerlei punten zaken aan te scherpen. Ik zal niet herhalen wat in de inzetbrief staat. Het betreft ook de artikel 136-voorstellen. Daar zijn wij mee bezig. Een heleboel zaken hebben wij al binnengehaald en sommige zaken kunnen zonder verdragswijziging nog worden aangescherpt. Een aantal andere zaken vergt mogelijk een verdragswijziging. Ik heb al aangegeven dat wij concrete voorstellen die in lijn zijn met onze inzetbrief, zeker zullen steunen. Daarbij zullen wij ook een verdragswijziging zeker niet uitsluiten. Het zal op verschillende momenten moeten gebeuren, maar wij blijven ons daarvoor hard maken.

De heer Schouw (D66): Ik ben op zoek naar een kleine verdieping. De Commissie komt met voorstellen om advies te geven over nationale begrotingen. De minister nam zelf het woord «afdwingen» in de mond. Vindt de Nederlandse regering ook dat de Commissie zaken voor nationale begrotingen moet kunnen afdwingen of opleggen? Dat wil D66 namelijk.

Minister De Jager: Het hangt ervan af in welke fase van de interventieladder je zit. Het antwoord op deze vraag staat eigenlijk ook in onze inzetbrief, die wij als richtsnoer voor onze inzet in Europa hanteren. Op een gegeven moment moet de Commissaris inderdaad dingen kunnen afdwingen. Ik verwijs naar een soort artikel 12-procedure voor een lidstaat die in de problemen is gekomen. Daarvoor moet ook afdwingbaarheid plaatsvinden, niet zozeer op het niveau van de maatregelen zelf maar op basis van de SGP-criteria. Als in de excessive deficit procedure een begroting wordt ingediend die niet aan de eisen van het Verdrag voldoet, moet de Commissaris zeggen: wij keuren de begroting niet goed. Dan moet er ook een manier zijn om iets af te dwingen middels sancties, het inhouden van subsidies of via andere maatregelen. Het wordt echter steeds strenger en steeds steviger naarmate je steeds verder afglijdt. Als je even over een begrotingstekort van 3% heengaat, zoals de meeste landen op dit moment, leidt dit niet meteen tot een sanctie. Je dient dan namelijk een verbeterplan in. Als je dat overtreedt, kom je weer in een volgende fase van problemen terecht. Het staat echter allemaal in de inzetbrief.

De heer Braakhuis (GroenLinks): Ik wil het nog wat scherper hebben. Het is natuurlijk de bedoeling dat Eurocommissaris Olli Rehn de scepter over begrotingen gaat zwaaien. Dan is voor mij de vraag: wat is nu de inzet? Wanneer wordt dat besloten? Ik wil langzamerhand wel eens duidelijkheid daarover. Wij hebben het over eurobonds en ik kan mij voorstellen dat dit moeilijk is voordat over dit soort dingen besloten is. Ik wil eigenlijk tempo.

Minister De Jager: Op 26 oktober is daarover al heel veel besloten. Heel snel, namelijk een dag later, is de Commissie al met voorstellen gekomen. Zij heeft haar eigen afspraken ook aangepast. Binnen de Commissie kreeg Olli Rehn inderdaad de positie van «supercommissaris». Zijn positie is ook onafhankelijker gemaakt. Er komt ook een onafhankelijke hoofdeconoom om de Commissaris publiekelijk scherp te houden. Die onafhankelijke hoofdeconoom schrijft opinies voor de Commissaris. De Commissaris kan die opinies wegen, maar die worden openbaar. Als een Commissaris daarvan is afgeweken, is er op die manier voldoende transparantie. Er zijn dus al heel veel stappen gezet en het is al geconcretiseerd. Commissievoorzitter Barroso heeft al die voorstellen gedaan en vele daarvan zijn al geïmplementeerd. Het kan ons echter niet ver genoeg gaan. Wij willen bijvoorbeeld ook nog dat de positie van de Commissaris vis-à-vis de Raad wordt verstevigd. In het sixpack hebben wij dat al gedaan, maar wij denken dat er op een aantal punten nog een slag kan worden gemaakt. Wij zijn echter altijd in de minderheid. Wij willen namelijk zo automatisch mogelijke sancties, maar het is bekend dat het overgrote deel van Europa dat niet wil. Daar blijven wij echter op inzetten. De positie is dus al heel erg verstevigd. Er zijn ook concrete maatregelen genomen, op allerlei terreinen. In een brief zal ik binnenkort, na de Ecofin-Raad en de eurogroep, aangeven welke concrete stappen allemaal al zijn gezet. Volgens mij staat dat namelijk niet helemaal scherp op het netvlies. Dat lijkt mij dus verstandig. Wij vinden echter altijd dat het weer een stapje verder kan.

De heer Braakhuis (GroenLinks): We willen volgens mij allemaal ex-antebegrotingsdiscipline. We willen ook dat een land onder curatele kan worden geplaatst als het begrotingstekort te groot blijft. De Nederlandse inzet moet zichtbaar worden door over te gaan tot benoemingen. Ik hoor van de minister dat er daarvoor voornemens er zijn. Daar word ik blij van. Ik wil wel weten wanneer deze stap wordt gezet. Ook vraag ik mij af of deze stap niet contrair is aan automatische sancties. Ik begrijp dat die handig zijn, maar een land dat in de problemen is, raakt zo alleen maar verder in de problemen. Ik heb veel liever dat de heer Rehn maatwerk verricht.

Minister De Jager: Er blijft ruimte voor afweging, maar het mag geen politiek proces worden, waardoor de regels opzij worden geschoven als twee grote landen in de problemen komen, zoals in 2003 gebeurde. Onze angst is dat de regels opnieuw opzij worden geschoven. Het ingrijpen moet wel «rule based» zijn. Het is geen automaat die er automatisch iets uitrolt als je iets met een tiende overschrijdt. Je moet een programma leveren.

Inderdaad is de heer Rehn benoemd in de Commissie. Barroso heeft bevestigd dat dit gebeurd is. Ik zal hierin inzicht geven in de brief met een verslag van de Eurogroep en Ecofin-Raad.

Ik zal het pakket met de governancevoorstellen binnenkort van een kabinetsreactie voorzien. We zien dit pakket met 136 voorstellen overigens niet als één pakket. Wij vinden dat wij heel veel elementen zouden kunnen uitvoeren, maar dit geldt bijvoorbeeld niet voor de eurobonds. Het moet dus niet als een totaalpakket worden gezien.

De ChristenUnie heeft vragen gesteld over de mogelijkheid voor de Commissie om nationale begrotingen aan te passen van lidstaten die niet voldoen aan het Stabiliteits- en Groeipact. In de context van het streven naar goede regels en het naleven ervan is dit heel relevant. Dus ook op dat vlak is er altijd, afhankelijk van de interventieladder en de mate van overtreding, een mogelijkheid om proportioneel in te grijpen.

Mevrouw Schouten heeft verder gevraagd of de governancevoorstellen voor sancties, het ontnemen van stemrecht en de euro-exit wel ver genoeg gaan. Het sixpack en de versterking van de positie van Eurocommissaris Rehn binnen de Commissie hebben wij binnen. Tot het sixpack is in februari besloten, terwijl het besluit over de versterking van de positie van de Eurocommissaris op 26 oktober is genomen. Daarbij komt nu, mede dankzij aandringen van het Nederlandse kabinet, dat probleemlanden en lidstaten die zich niet aan de afspraken houden, scherper in de gaten zullen worden gehouden. Er komt dus een sterkere monitoring. Het kan echter nooit ver genoeg gaan. Ik denk dat mevrouw Schouten dit ook bedoelt. We blijven ons grosso modo inzetten langs de lijnen die mevrouw Schouten noemt, ook richting de Europese Raad van december.

De heer Harbers heeft gevraagd hoe je de code of conduct vaststelt en of de Kamer daarin inzage krijgt. De code of conduct van het Stabiliteits- en Groeipact is van de agenda van de Ecofin-Raad van volgende week gehaald. In januari komt dit onderwerp op de agenda van de Ecofin-Raad terug. Het is een uitwerking of duiding van de afspraken uit het Stabiliteits- en Groeipact, afspraken die we ook in het sixpack al hebben gemaakt. In het volgende algemeen overleg kunnen we daar verder over spreken, als ook de geannoteerde agenda onderwerp van bespreking is.

De heer Harbers (VVD): Ik verzoek de minister of wij er van tevoren meer inzicht in kunnen krijgen. Dat het onderwerp van de agenda is gehaald, zou kunnen impliceren dat we de volgende keer weer net zo'n vage aanduiding krijgen van wat er komt. Ik vraag de minister om ons fatsoenlijk inzicht te geven in wat de code of conduct precies behelst.

Minister De Jager: Dat zal ik doen in de geannoteerde agenda. De heer Plasterk heeft gevraagd naar mijn positie tegenover de ECB. Volgens mij zijn Kamer en kabinet het eens. Omdat er ook op afstand gekeken wordt naar dit debat, meld ik voor de duidelijkheid dat ik erop blijf hameren dat de voorgestelde oplossingen nooit dé oplossing zijn voor de fundamentele en structurele problemen in Europa. Een aantal landen heeft wezenlijke problemen. De financiële markten zijn echt niet gek wat dat betreft. De landen moeten zelf de problemen oplossen door het saneren van de overheidsfinanciën en door economische hervormingen. Het is goed dat de meeste landen zachtjesaan op het juiste spoor komen. Eindelijk hebben zij ook het besef van urgentie tussen de oren gekregen. Verder zie ik dat de ECB al flink bezig is in de markt om landen te ondersteunen. Daar neem ik kennis van. De ECB is volstrekt onafhankelijk bij de invulling van het beleid. Om twee redenen wil ik geen veto's of barrières. De crisis is enorm. Je moet nooit alle mogelijkheden bij zo'n crisis bij voorbaat uitsluiten. Ik wil ook niet suggereren dat ik tegen of voor het Securities Market Programme ben. De ECB is onafhankelijk en ik wil niets van die onafhankelijke positie afdoen. Wel constateer ik dat er een conditionaliteitsprobleem is met het Securities Market Programme.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Het is nobel dat de minister dit probeert te benadrukken. Welke kant rolt het kwartje op?

Minister De Jager: We hebben nog steeds de leverageopties.

Mevrouw Blanksma-van den Heuvel (CDA): Ik vind net als de minister dat de onderhandelingen moeten plaatsvinden. Ook vind ik net als hij dat de prioriteit is dat het EFSF voldoende slagkracht krijgt. Maar wat moet er in de tussentijd gebeuren? Vanaf 21 juli laat de ECB merken dat hij zich wil terugtrekken, zonder dat er een daadwerkelijke oplossing gecreëerd is. Wat is de positie van de minister? Vindt hij dat de ECB de monetaire stabiliteit moet waarborgen zolang wij er nog niet uit zijn wat betreft de juiste oplossing?

Minister De Jager: De ECB moet de monetaire stabiliteit natuurlijk waarborgen. Tegelijkertijd mag dit overheden, ministeries van Financiën en regeringsleiders niet ontslaan van hun dure plicht om er alles aan te doen om via de voordeur zo veel mogelijk vangnetten te creëren. Zij moeten het noodfonds optuigen en het nog sterker en flexibeler maken dan we het nu al gemaakt hebben. Zij moeten ook aan hun belastingbetalers uitleggen dat dit voor hen gunstig is. Dit is de voorkeursroute. Ik was het eens met bondskanselier Merkel, toen zij zei dat de oplossing niet van de ECB kan komen en dat de politici en overheden hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Daarom roep ik in Brussel alle landen op om hun verantwoordelijkheid te nemen en om niet automatisch een verhoging van het noodfonds uit te sluiten, wat een aantal landen wel gedaan heeft.

Mevrouw Blanksma-van den Heuvel (CDA): De ECB neemt posities in in de landen. Deze posities zijn op dit moment enorm. De ECB is daardoor genoodzaakt om te acteren, omdat wij nog niet zover zijn. Hoe risicovol acht deze minister de posities die de ECB op dit moment aan het innemen is?

Minister De Jager: Ik moet me heel terughoudend opstellen, omdat de ECB daar in de eerste plaats zelf over gaat. Ik ga ervan uit dat de ECB zich terdege bewust is van alle risico's die vastzitten aan de posities die hij inneemt. Ook ga ik ervan uit dat de ECB dit risico afweegt. Verder ga ik ervan uit dat de ECB inziet dat er heel moeilijk conditionaliteit kan worden gekoppeld aan de acties van de ECB. In het verleden kon Italië iets langer doorgaan, zonder een beroep te doen op het noodfonds. Wanneer Italië een beroep doet op een of andere faciliteit, is dit misschien wel een goede gelegenheid om conditionaliteit af te dwingen bij Italië. Er zitten dus ook nadelen aan het handelen van de ECB. Tegelijkertijd is de ECB er inderdaad om de financiële en monetaire stabiliteit te borgen.

De heer Plasterk (PvdA): De minister hamert op begrotingsdiscipline. Daar ben ik het op zichzelf wel mee eens, maar de aard van deze crisis is nu zodanig dat ik denk dat de rentes niet meer omlaag zullen gaan als een regering verandert of als er een nieuwe begroting op papier wordt gezet in een van de zuidelijke lidstaten. Twee stakingen en een verkiezing verder kan de situatie daar weer anders zijn. Ik denk dat we een paradox moeten herkennen. Men zal pas vertrouwen bij de markt creëren wanneer er, gekoppeld aan een streng begrotingsregime, op de een of andere manier een garantie kan worden ingebouwd dat de markt uiteindelijk het geld terugkrijgt dat hij heeft geleend aan zo'n land.

Erkent de minister dat er sprake is van een paradox? We zeggen tegen de financiële markten dat zij gerust Europees papier kunnen kopen omdat zij dit uiteindelijk terugkrijgen, maar tegelijkertijd zeggen wij tegen de lidstaten dat er geen onvoorwaardelijke garanties zijn op leningen. Als deze landen namelijk niet doen wat wij willen, laten wij ze zakken.

Minister De Jager: Die paradox is er op zich, en een lidstaat kan deze alleen zelf oplossen door zijn commitment zeer sterk te maken, bijvoorbeeld door een breed politiek draagvlak te tonen. Dit draagvlak moet niet afhangen van de toevallige nipte meerderheid van de regering op dat moment. Ook de grootste oppositiepartij zou dit commitment moeten tonen. Op deze manier kunnen deze landen aan de financiële markten laten zien dat de internationale gemeenschap heel strenge eisen stelt en dat zij leningen enkel partsgewijs verstrekt. Dan laten de landen ook zien dat zij alles zullen doen wat de internationale gemeenschap vraagt, zodat de financiële markten hun geld uiteindelijk terugkrijgen. In Griekenland is dit niet goed gegaan. Dat mag niet meer voorkomen.

De heer Plasterk (PvdA): Daar ben ik het mee eens, maar als er politiek commitment is in een land, moeten de andere eurolanden daar een achtervang aan koppelen. Daardoor weten de markten dat de andere eurolanden ervan overtuigd zijn dat het goed gaat komen. Ik denk dat markten nooit op basis van het commitment van één lidstaat bereid zullen zijn om de spreads helemaal te laten zakken.

Minister De Jager: Daar ben ik het mee eens. Solvabiliteitssteun mag het niet zijn. Het gaat inderdaad om liquiditeitssteun. Die moeten we voldoende hebben klaarstaan als achtervang.

De heer Tony van Dijck (PVV): Ik wil nog even stilstaan bij de ECB. De Duitsers, Merkel voorop, zijn vrij uitgesproken over de onafhankelijkheid van de ECB. Ook benadrukken zij dat de ECB geen mandaat heeft om geld bij te drukken, euro-obligaties uit te geven of rechtstreeks te lenen aan landen. Dat weten wij allemaal. Deze minister houdt het in deze crisistijd een beetje open en wil zich er niet over uitspreken. Wat vindt de minister ervan dat de ECB in ieder geval handelt in strijd met de geest van zijn mandaat? De ECB koopt namelijk voor 200 mld. aan rommelobligaties op die niemand meer wil hebben. Versterkt de ECB daarmee de crisis niet? Doordat de ECB nu als opkoper functioneert, zijn heel veel landen en bedrijven bezig met verkopen. Er is tenslotte een opkoper beschikbaar.

Minister De Jager: De opmerking van de heer Van Dijck moet ons niet op het verkeerde been zetten. Er is geen groot verschil tussen de Duitse en de Nederlandse positie. Als het gaat om de ECB en het oplossen van deze crisis, zitten wij heel dicht tegen de Duitse positie aan. Als je zegt dat de ECB onafhankelijk is, is enige terughoudendheid in je uitlatingen gepast. De vraag die de heer Van Dijck stelt over het mandaat is bijna juridisch van aard. Ik kan niet anders dan ervan uitgaan dat de ECB handelt in lijn met zijn mandaat en dus in het belang van de monetaire en financiële stabiliteit in de eurozone. In de board zitten allemaal governors. Meer dan dit kan ik er echt niet over zeggen.

De heer Tony van Dijck (PVV): Is de ECB bevoegd om uit zichzelf geld bij te drukken, zonder dat de bewindspersonen die in de ECB-board zitten, het daarmee eens zijn?

Minister De Jager: Tot nu toe heb ik altijd begrepen dat de ECB het Securities Market Programme gesteriliseerd heeft. Binnen een, twee of drie weken werd datgene wat was bijgedrukt, weer vernietigd. Daardoor vergrootte de geldhoeveelheid per saldo niet. De geldhoeveelheid zelf is een monetaire aangelegenheid. Deze hebben wij heel bewust bij de ECB en niet bij bewindspersonen neergelegd. Governors worden niet al te zeer politiek beïnvloed, bijvoorbeeld door parlementen die vragen om wat geld erbij, omdat dit goed zou zijn voor de werkgelegenheid. Daarmee zou je het langetermijnbelang verkwanselen voor het kortetermijnbelang. Daarom hebben we de bevoegdheid aan de ECB gegeven, zonder ministers of parlementen daarbij te betrekken.

De heer Tony van Dijck (PVV): Ik wil een heel belangrijke vraag stellen.

De voorzitter: Nee, mijnheer Van Dijck, we hebben een afspraak gemaakt. De eindtijd begint al te naderen. De minister heeft een druk programma. Hij moet straks zijn koffers pakken.

(hilariteit)

De voorzitter: Ik bedoel daarmee dat hij naar Berlijn gaat, dat wist u toch? U moet wel opletten!

De heer Braakhuis (GroenLinks): Ik ben blij met wat de minister zegt over de rol die de ECB heeft gekregen. Nu is het echter vlees noch vis. Daar zit mijn zorg. Ik vind dat de ECB moet kiezen. De ECB moet geld bijdrukken als dat nodig is of de ECB drukt niet bij. De ECB moet niet tegen de markt zeggen: ik koop wel wat op, maar eigenlijk met forse tegenzin. Daardoor herstelt het vertrouwen niet.

Minister De Jager: Dit is een mening over het handelen van de ECB. Ik kan daar geen reactie op geven. Anders brengen wij de ECB in een positie die Nederland nooit heeft gewild.

Ik kom te spreken over de positie van de regering ten opzichte van de financiëletransactietaks. Al een tijdje staat deze positie constant vast. Het kabinet is voorstander van invoering van een wereldwijde financiëletransactietaks. Het onderwerp is in de G20 besproken, maar dit heeft helaas nog geen concrete resultaten opgeleverd. Wat betreft het voorstel om een financiëletransactietaks in te voeren voor de EU of voor zelfs een nog kleiner deel binnen Europa, stellen we ons, in afwachting van de analyse van het Centraal Planbureau, neutraal op.

Ik zal nog wat «couleur» toevoegen aan de discussie in Europa. Ik heb het verslag gestuurd van de laatste vergadering. Daaraan kan ik nu mondeling toevoegen dat de minister van Financiën van Zweden, een land dat ooit de financiëletransactietaks heeft ingevoerd en een paar jaar later heel snel weer heeft ingetrokken, en de minister van Financiën van het Verenigd Koninkrijk een heel sterk betoog hebben gehouden tegen de financiëletransactietaks. Zij keken toen hoopvol naar mij omdat zij dachten dat ik hun gloedvolle betoog zou steunen. In lijn met de afspraken met dit parlement heb ik dit niet gedaan. Ik heb aangegeven dat ik mij mede door toedoen van dit parlement neutraal moet opstellen. Ik heb begrepen dat het Centraal Planbureau zojuist heeft aangegeven dat het in januari of februari met de analyse zal komen.

Op de motie-Sap en op de motie-Braakhuis heb ik al gereageerd in de antwoordenset die ik heb toegezonden. Daar verwijs ik kortheidshalve naar. Ik heb deze vrij uitgebreide antwoorden net nog even nagelezen.

De heer Braakhuis vraagt in hoeverre ik uitdraag dat ik een strenge aanpak van de banken in Europa wil. Nederland is inderdaad voorstander van een strenge aanpak. Ook is zij voorstander van het aanpakken van de «too big to fail»-problematiek. Ik heb daar een nota over gestuurd, met daarin het actieplan om banken scheidbaar, «ringfenceable» te maken. Op die manier kunnen banken ten tijde van een crisis snel afgescheiden worden, zodat de risico's van handelsactiviteiten niet doorslaan op de consumenten. Nederland zet zich in lijn met dit actieplan ook in Europa in voor zo'n strenge aanpak. Er komen extra buffers, ook voor systeemrelevante instellingen. Nederland is een van de eerste landen die een SIFI-surcharge gaat doen voor systeemrelevante instellingen. Er komt een streng crisisinterventieraamwerk, in lijn met de Nederlandse Interventiewet. Dat hebben nog lang niet alle landen, maar het Nederlandse kabinet heeft dit wel al ontworpen. Het voorstel hiervoor ligt bij de Kamer. Ik hoop dat de Kamer dit wetsvoorstel spoedig aanneemt. Volgens mij ondersteunen de fracties dit voorstel breed. Ook is het voorstel in lijn met de adviezen van de commissie-De Wit. Daarom ga ik ervan uit dat het ondersteund wordt.

Ik ben groot voorstander van de introductie van een bail-in debt. De heer Braakhuis heeft hiernaar gevraagd.

De heer Harbers heeft vragen gesteld over het jaarverslag van de Europese Rekenkamer. Er zijn onderhandelingen gaande over het financieel reglement. Nederland zet heel stevig in op een betere controle en gebruikt de onderhandelingen om dit naar voren te brengen. Het is mij opgevallen dat het altijd heel moeizaam gaat. Aan ons zal het echt niet liggen; wij blijven ons daarvoor inzetten. Kamerleden hebben contact met hun collega's in het Europees Parlement. Het Europees Parlement zou hier zijn tanden in moeten zetten en zou moeten zeggen dat dit zo niet langer kan doorgaan. Aan dit parlement legt de Commissie immers verantwoording af.

Is het waar dat 200 mld. is weggesluisd vanuit Griekenland naar Zwitserland? Ik weet niet wat de oorzaak is van kapitaalvluchten uit Griekenland. Wij hebben de berichten ook gezien. Het kan ook zijn dat de Grieken minder vertrouwen hebben in Griekse banken en daardoor hun spaargeld naar het buitenland overhevelen. Het is dus niet per se zwart geld, zoals de heer van Dijck suggereert. Het kan ook met de belastingen te maken hebben. Ik vind het moeilijk om dit op afstand te bepalen. Wel zijn er gesprekken tussen Griekenland en Zwitserland over een overeenkomst die lijkt op de recente Zwitsers-Duitse deal, zodat er belasting wordt geheven over deposito's, aangehouden door Griekse burgers in Zwitserland.

Wat is de exposure van pensioenfondsen op Frankrijk, Italië en Spanje? En wat zijn de eventuele kosten bij extreme scenario's? Ik zal de cijfers hiervan over het tweede kwartaal van dit jaar per brief doen toekomen aan de Kamer.

Hoe staat het met Basel en CRD IV? Het onderwerp is vanwege de overvolle agenda van de Ecofin-Raad van de agenda gehaald. Het voorzitterschap wilde een update geven van de stand van onderhandelingen, maar meer ook niet. De Tweede Kamer zal begin december een technische brieven krijgen over CRD IV. In een brief aan de Eerste Kamer met vragen over de CRD IV van eind oktober is een aantal uitstaande discussiepunten samen met de positie van Nederland weergegeven. Nederland is voorstander van een strenge definitie van kapitaal. Nederland is ook voorstander van maximumharmonisatie, met de aanvullende mogelijkheid om op een aantal gebieden nationaal verder te gaan dan Europees is voorgeschreven. Nederland wil bijvoorbeeld extra kapitaalbuffers voor systeemrelevante instellingen en macroprudentieel beleid.

De voorzitter: Ik geef de Kamerleden de gelegenheid om onbeantwoorde vragen nog eens te stellen. Voor het stellen van nieuwe vragen is er geen gelegenheid meer.

Mevrouw Blanksma-van den Heuvel (CDA): Mijn vraag ging over het IMF en zijn veranderende positie ten opzichte van Europa. Wat zou een verandering in de machtsverhoudingen betekenen voor de invloed van Nederland binnen het IMF en voor de zetelverdeling? Welke positie neemt de minister van Financiën in bij de toekomstige onderhandelingen?

De heer Schouw (D66): Ik heb aan de minister gevraagd wat de belangrijkste punten voor de Nederlandse regering zijn bij de verdragswijziging. Het antwoord dat de minister gaf, had vooral te maken met overleggen met Duitsland, bla, bla, bla. Wat zijn de drie belangrijkste punten van Nederland bij de verdragswijziging?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Ik had een vraag gesteld over de onafhankelijke begrotingsraden die per lidstaat moeten worden ingesteld. Een voorstel hiertoe staat in de governanceplannen. Wat moeten wij ons daarbij precies voorstellen? Gaat dit om CPB-achtige instellingen of zijn dit technocraten die een blauwdruk maken voor begrotingen?

De heer Braakhuis (GroenLinks): Ik had een kleine vraag opgespaard voor de tweede termijn.

De voorzitter: Deze kunt u niet meer stellen. Het spijt me.

Minister De Jager: Ik beantwoord eerst de vraag van mevrouw Schouten. Wij denken dat wordt gedoeld op een onafhankelijke ramingsinstantie. Een onafhankelijke begrotingsraad herkennen wij niet. Zo'n ramingsinstantie is inderdaad een soort CPB. De onafhankelijke ramingen moeten in ieder geval «unbiased» worden gemaakt, zo veel mogelijk op afstand van de politiek. Dit is belangrijk, omdat op basis van deze groeiramingen de begrotingen worden opgesteld. Dit moet zo onafhankelijk mogelijk gebeuren.

Mevrouw Blanksma heeft een vraag gesteld over het IMF. Tijdens eerdere overleggen heb ik al gezegd dat veranderende mondiale verhoudingen nog onvoldoende tot uiting zijn gekomen in de IMF-quota en bij de zeggenschap in het IMF van nieuwe landen, zoals de BRIC-landen. Wij vinden het prima als die landen meer verantwoordelijkheid zouden nemen in de Europese crisis, zodat zij hun achterstand een beetje inhalen. Wij hebben ook eerder afgesproken met de Kamer dat wij de veranderende verhoudingen tot uiting willen laten komen in de positie van die landen in het IMF. We vinden wel dat Nederland een dusdanige positie inneemt dat het op de een of andere manier betrokken moet blijven bij het IMF. Ik heb de Kamer vertrouwelijk gebriefd over de zetelverdeling. Daarover kan ik in het openbaar niet zoveel zeggen, aangezien het over diplomatieke processen gaat. Nederland wil altijd op de een of andere manier zijn stem behouden in het IMF. Daarom is de betrokkenheid van Nederland heel belangrijk. Ik wil nog even niet ingaan op de vraag of dit moet gebeuren met een gedeelde zetel op termijn of wat dan ook. We willen in ieder geval wel dat Nederland erbij betrokken is. Nederland is een belangrijk land en is altijd een belangrijke en loyale IMF-partner met eigen inbreng geweest. Het is echter onvermijdelijk dat de opkomende landen meer betrokkenheid en invloed zullen krijgen in het IMF.

De heer Schouw heeft gevraagd naar de belangrijkste verdragswijzigingen. Ik verwijs naar de beschrijving van onze inzet in de EMU-brief. Deze is heel helder. Voor sommige elementen lijkt een verdragswijziging noodzakelijk, bijvoorbeeld bij het ontnemen van het stemrecht. Op een aantal punten moeten we wellicht de Commissaris en de Raad nog onafhankelijker van elkaar maken. Er is op dat punt ook al veel mogelijk zonder verdragswijziging, denken wij. Als het verdrag gewijzigd zou moeten worden om de budgettaire discipline verder effectief te handhaven, staan wij daar zeker voor open. Het doel is wel veel belangrijker dan het middel. Wij hebben ook heel creatief de vele mogelijkheden onderzocht die er zijn zonder verdragswijziging. Het gaat om het doel. Het gaat niet om de vraag of je het regelt in een verdrag, in een protocol of in een verordening. Het sixpack bevat bijvoorbeeld allerlei verordeningen en dwingende richtlijnen. We staan dus open voor een verdragswijziging, maar het gaat ons om het doel, dat heel helder beschreven is in de EMU-brief. Daarin staan onze hoofdpunten, zoals de interventieladder, waardoor we steeds forser ingrijpen als het misgaat.

De voorzitter: Ik dank de minister en de Kamerleden voor hun deelname aan dit overleg en sluit de vergadering.