Kamerstuk 21501-658

Verslag van een algemeen overleg

Raad voor Economische en Financiƫle Zaken; Verslag van een Algemeen Overleg


21 501-07
Raad voor Economische en Financiële Zaken

nr. 658
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 20 mei 2009

De vaste commissie voor Financiën1 en de vaste commissie voor Europese Zaken2 hebben op 23 april 2009 overleg gevoerd met staatssecretaris De Jager van Financiën over:

– de brief van de minister van Financiën d.d. 18 maart 2009 met het verslag van de Eurogroep en Ecofinraad van 9 en 10 maart 20 098 te Brussel. (21 501-07, nr. 652);

– de brief van de minister van Financiën d.d. 14 april 2009 met het verslag Informele Ecofin van 3 en 4 april 2009. (21 501-07, nr. 655);

– de brief van de minister van Financiën d.d. 17 april 2009 met de aanbieding van de geannoteerde agenda voor de Eurogroep en Ecofin van 4 en 5 mei te Brussel (21 501-07, nr. 656);

– de brief van de minister van Financiën d.d. 10 maart 2009 met informatie over motie Vendrik over de financiële bijdrage aan mitigatie- en adaptiebeleid in ontwikkelingslanden (21 501-07, nr. 651);

– de brief van de minister van Financiën d.d. 17 maart 2009 met Fiche: Mededeling elektronisch factureren voor BTW (22 112, nr. 828);

– de brief van de minister van Financiën d.d. 17 maart 2009 met Fiche: richtlijn wederzijdse bijstand bij invordering (22 112, nr. 829);

– de brief van de minister van Financiën d.d. 17 maart 2009 met Fiche: richtlijn administratieve samenwerking op belastinggebied (22 112, nr. 830).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

Voorzitter: Weekers/De Nerée tot Babberich

Griffier: Berck

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De voorzitter: Ik heet de staatssecretaris en zijn staf welkom, evenals de collega’s in de Kamer en het publiek. In het bijzonder heet ik de jarige collega Tang van de PvdA welkom. Op collega Tang rust de morele plicht om de feestelijke stemming erin te houden.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA): Voorzitter. Ik zal het tegen mijn gewoonte in kort houden. Ik begin met de agenda van 4 en 5 mei, met name met de economische en financiële situatie. De OESO gaat uit van een krimp van de wereldeconomie in 2009. Dit is en blijft een bijzonder zorgelijke situatie. Mijn fractie wil graag weten of er nog nieuwe cijfers zijn over de economische en financiële situatie. Ik hoorde gisteren in een presentatie dat het IMF veel somberder is dan andere voorspellers. Is er al iets bekend over de voorjaarsvoorspelling van de Europese Commissie, zodat wij een beeld kunnen krijgen van waar wij nu staan?

Volgens de geannoteerde agenda zal de Ecofinraad raadsconclusies aannemen over het belang van de houdbaarheid en de kwaliteit van de overheidsfinanciën. Ik wist niet dat wij al zover gezakt waren dat er in Europa conclusies aangenomen moeten worden over het belang van het onderwerp. Het gaat toch meestal over de inhoud van het onderwerp en niet over het belang ervan. Wij hebben het hier vaak gehad over het Stabiliteits- en Groeipact en over allerlei andere dingen. Dat is al afgekalfd; het is al een menu à la carte geworden. Dat wij nu conclusies gaan aannemen over belang, houdbaarheid en kwaliteit van de overheidsfinanciën is een buitengewoon triest voorteken, tenzij mijn fractie dit verkeerd ziet. Ik hoop natuurlijk dat dit heel anders gezien moet worden.

Als de Europese Commissie binnenkort met het nieuwe vergrijzingsrapport komt, dan zou de CDA-fractie graag een vergelijking zien tussen de maatregelen die in dat rapport voorgesteld worden en de maatregelen die in Nederland de revue passeren. Dan denk ik onder andere aan het rapport-Gerritse en andere publicaties, zoals van het CPB.

Dan kom ik bij het punt Structuur en tarieven van de accijns op tabaksproducten. De bedoeling was om de minimumtarieven te verhogen. Dat voorstel zal het waarschijnlijk niet halen, zo heb ik begrepen. Wat voor invloed zou het hebben op de Nederlandse tarieven als die zaak het wel haalt? Uit een vroeger leven herinner ik mij het onderscheid tussen ad valorem en hoeveelheid. Wordt dat gehandhaafd?

De Europese Commissie streeft ernaar bij onderhandelingen over associatieakkoorden tussen de Europese Commissie en haar lidstaten met derde landen bepalingen op te nemen om toe te zien op de naleving van de beginselen van transparantie, uitwisseling van informatie en eerlijke belastingconcurrentie. Nederland onderschrijft een dergelijke bepaling, in die zin dat op het gebied van de belastingen ook good governance aan de orde dient te zijn. Ik onderschrijf wat het kabinet daarover zegt, namelijk dat de belastingen behoren tot de bevoegdheid van de lidstaten. Daar heeft de Commissie niets mee te maken. Transparantie en uitwisseling van informatie horen in belastingverdragen thuis, in aparte informatieuitwisselingsovereenkomsten, dus niet in associatieovereenkomsten. Mijn fractie kan zich hoogstens voorstellen dat er, in geval van nood of crisis, een apart protocol afgesloten wordt naast de associatieovereenkomst zelf. Als de bepalingen ons niet bevallen, dan hoeven wij de associatieovereenkomst hier niet neer te knallen, alleen het protocol.

De staatssecretaris kent onze opvattingen over eerlijke belastingconcurrentie. Hij heeft daar zelf ook gloedvolle woorden over gesproken in Brussel. Ik heb vele malen in negatieve zin gesproken over de Primarolo-groep, die zich binnen de Raad van Ministers met belastingconcurrentie bezighoudt. Deze groep kan wat ons betreft afgeschaft worden. Wij hebben er geen enkele behoefte aan in associatieakkoorden bepalingen op te nemen op het gebied van belastingconcurrentie. Wij weten hoe daar internationaal over gedacht wordt. De grotere landen denken daar wat anders over dan de middelgrote landen en andere landen. Als de Commissie zich daarmee gaat bemoeien, dan geven wij even niet thuis. Ik dacht: laat ik dit signaal even afgeven. Wie beoordeelt overigens wat eerlijke belastingconcurrentie is?

De E-money directive is een A-punt. Ik spreek mijn waardering uit voor het feit dat A-punten steeds vaker, ook op ons verzoek, op de geannoteerde agenda gezet worden, want die slippen er meestal doorheen. Als ze genoeg van belang zijn, is het goed dat ze geadresseerd worden. Het wordt alleen moeilijk als de tekst niet beschikbaar is. Dan kunnen we er eigenlijk niet over oordelen, zeker niet bij een E-money directive. Wij willen graag voor de vergadering van 4 en 5 mei de tekst hebben van die directive om te weten wat erin staat.

Mijn slotopmerking gaat over de verordening voor grensoverschrijdende betalingen in de EU. De kernbepaling is dat grensoverschrijdende betalingen niet duurder mogen zijn dan nationale betalingen. Zien wij het goed dat deze kernbepaling onaangetast blijft? Er wordt wat gemodelleerd aan die verordening. Dit was het hoofdpunt van die verordening. Dat wordt ook keurig naar voren gebracht in de geannoteerde agenda. Ik neem aan dat juist deze bepaling gehandhaafd wordt.

De heer Tang (PvdA): Voorzitter. We lezen slecht nieuws in de Financial Times van deze ochtend. Op de voorpagina staat: Global output declines with 1.3%. Het is toch vrij uniek dat wereldwijd de productie daalt. Duitsland gaat uit van een krimp van meer dan 5%. Wij zitten in zwaar weer. De vraag is niet alleen hoe het Nederland vergaat in dat zware weer, maar ook andere landen. Ik kan mij herinneren dat wij hebben gesproken over een opmerking van Peer Steinbrück. Europese landen bevinden zich in zwaar weer en dat betekent dat de overheidsfinanciën daarvan de gevolgen zullen ondervinden. De voorspelling is een tekort van 12,4%. Dat is natuurlijk enorm. Hoe gaat dat in landen die al een hoge staatsschuld hebben, zoals Italië en Griekenland?

Ik had gehoopt dat u Peer Steinbrück zou vragen naar wat hij heeft bedoeld met de opmerking dat wij landen te hulp zouden moeten schieten. Wij hechten zeer aan de No-bail-out-clause. Wij kunnen die landen niet in de kou laten staan, maar wij moeten ook de onbetaalde rekeningen van die landen niet voor onze rekening gaan nemen. Het moet ergens daartussen uitkomen. Dit probleem betreft niet alleen Griekenland en Italië, maar zeker ook Oost-Europese landen. Het hoort bij de Europese gedachte dat wij ze niet in de kou laten staan, maar wij hebben ook een verlicht eigenbelang. Er is al flink geïnvesteerd in die landen. Het viel mij bijvoorbeeld op dat Oostenrijk veel in Oost-Europese landen heeft geïnvesteerd. Wij zullen er dus direct of indirect mee te maken krijgen als Oost-Europese landen in de problemen komen. Hoe ziet de staatssecretaris de situatie in de Oost-Europese landen? Wat betekent dat voor de rest van de Europese Unie en voor Nederland in het bijzonder? Wat vindt hij van de suggestie van het IMF om landen toe te laten tot de euro?

Een van de problemen van Oost-Europese landen is dat zij leningen hebben afgesloten in harde valuta: dollars en euro’s. Als de lokale valuta onderuitgaan, krijgen we het scenario dat we gezien hebben in IJsland en eerder in Azië. Dat leidt tot grote problemen. Ik kan de suggestie van het IMF om die reden wel begrijpen. Tegelijkertijd stel ik vast dat het strijdig is met de criteria die zijn opgesteld voor toetreding tot de euro. Het IMF heeft eraan toegevoegd dat die landen weliswaar kunnen toetreden tot de euro, maar dat zij geen stemrecht krijgen in de ECB. Dat lijkt mij heel verstandig.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA): Wat vindt u ervan als wij voor dit soort landen de criteria loslaten? Het enige argument van het IMF is dat die landen leningen hebben afgesloten in harde valuta. Wat denkt u dat de consequentie voor de euro is als wij dit soort landen toelaten? Denkt u niet dat de euro dan ondergraven wordt?

De heer Tang (PvdA): Strikt genomen hoeft dat niet. Als een munt meer gevraagd wordt, dan wordt een munt daar in de regel niet slechter van. De dollar werd ook al eens geïntroduceerd in Argentinië of er waren plannen om dat te doen. Dat wil niet meteen zeggen dat de dollar verzwakt. U stelt de vraag en dat betekent dat er reden tot zorg is. Er kunnen sentimenten in de markt ontstaan die daartoe leiden. Ook al is het in economische zin niet zo dat toetreding van die Oost-Europese landen de munt zou verzwakken, dan kan dit toch waarheid worden. Daarom moeten wij oppassen met de sentimenten over de euro. Ik zeg niet op voorhand dat wij het moeten doen. De voorwaarden voor toetreding zijn belangrijk, want die moeten duidelijk maken dat de euro niet verzwakt.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA): Ik vraag het omdat er ook in het huidige bestel al aarzelingen ontstaan over de vraag of de euro gehandhaafd kan worden, gezien de tekorten in sommige landen. Als je de zaak verder belast, dan is de kans aanwezig dat je het hele systeem onderuithaalt. Ik zou daar toch een beetje afstand van willen nemen.

De heer Tang (PvdA): U kunt daar afstand van nemen, maar dan zult u de problemen van die landen op een andere manier moeten aanpakken. Dan is mijn vraag hoe u dat denkt te doen. Nogmaals, ik zie het als een serieuze suggestie. Het IMF zal dat niet voor niets zeggen. Ik denk dat wij daarover moeten nadenken. Ik besef dat er geen klip en klaar antwoord is. De criteria zijn overigens niet doorslaggevend. Ik herinner u eraan dat er in 1998 vier landen waren die niet voldeden aan het criterium voor schuld: België, Spanje, Italië en verdomd als het niet waar is Nederland. Wij zaten boven de 60%. Dat werd toen niet gezien als een probleem voor de munt. Ik ben er niet zeker van dat daar een goede reden voor was. Het was vooral een politieke beslissing. Dat maakt het tegelijkertijd ook lastig, want dan zijn er verschillende voors en tegens.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA): De staatssecretaris gaat morgen naar de voorjaarsvergadering van het IMF en de Wereldbank. Op de agenda staat onder andere het besluit van de G20 om het kapitaal voor het IMF uit te breiden. Er worden enorme bedragen verschaft. Die bedragen kunnen ingezet worden om die landen, waar nodig, te hulp te schieten. Die weg zou ik veel liever bewandelen dan dat wij de euro op wat voor manier ook in gevaar brengen. Het feit dat de euro het zo goed doet, zorgt in zekere mate voor stabiliteit.

De heer Tang (PvdA): Ik ben het niet met u eens dat de euro in gevaar is. Als u dat denkt, moet u dat vooral niet uitspreken, zou ik zeggen. U suggereert dat de positie van de euro wankel is en dat betwijfel ik ten zeerste. Het is een sterke munt waar ik het volste vertrouwen in heb. De paar kleine landen die toetreden, zullen niet onmiddellijk de euro onderuithalen. Maar goed, ik heb misschien wat meer vertrouwen in de euro dan u.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA): Ik heb het volste vertrouwen in de euro, maar niet als u allerlei landen laat toetreden die niet voldoen aan de criteria. Daardoor wordt de euro onderuitgehaald.

De heer Tang (PvdA): Dit is een interessante discussie. Ik hoor graag de reactie van de staatssecretaris.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA): Wij hebben in deze Kamer altijd interessante discussies. Wij hebben gisteren ook een hele dag interessante discussies gehad met helikopterviews en dergelijke.

De heer Tang (PvdA): Bah, er werd toch niet gefilosofeerd, hoop ik.

Voorzitter. Ik begrijp dat er een vergrijzingsrapport komt, waarin wordt gekeken naar de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Er wordt rekening mee gehouden dat de economische groei lange tijd niet terugkeert naar normaal. Dat is geen zekerheid, maar wel een denkbaar scenario. Ik zou graag zien dat er voor de overheidsfinanciën gekeken wordt naar verschillende scenario’s, ook voor Nederland. Misschien kan de staatssecretaris erop aandringen dat ook wordt gekeken naar de mogelijkheid dat de groei de eerste jaren op een laag tempo blijft steken en dat de groei van de arbeidsproductiviteit laag blijft. Wat betekent dat? Het is niet het meest favoriete scenario – je wordt er niet vrolijk van – maar het is wel een scenario dat wij onder ogen moeten zien. Wat betekent dat slechte scenario voor de overheidsfinanciën?

Verder staan de Credit Rating Agencies op de agenda. Ik krijg daar straks graag een uitleg over van de staatssecretaris.

Dan kom ik bij de Capital Requirements Directive. Ik begrijp dat er gesproken wordt over bijkantoren. Dat lijkt mij gezien de ervaringen die wij gehad hebben, een meer dan terechte discussie. Er wordt gesproken over een betere informatie-uitwisseling tussen toezichthouders. Nu herinner ik mij van de gang van zaken bij Fortis en ABN AMRO dat de informatie-uitwisseling tussen de Belgische en de Nederlandse toezichthouder niet optimaal was. Hoe wordt er in deze directive voor gezorgd dat de informatie-uitwisseling optimaal is? Stel dat de nood aan de man of de vrouw is. Hoe wordt er dan voor gezorgd dat die informatie voor elke toezichthouder ter beschikking is?

De heer Bashir (SP): Voorzitter. De SP-fractie maakt zich enorme zorgen over de economische situatie. De macro-economische cijfers worden steeds zorgelijker. Zo blijkt uit de gisteren gepubliceerde halfjaarlijkse prognose van het Internationaal Monetair Fonds dat de Nederlandse economie dit jaar met 4,8% zal krimpen. Deze prognose is veel somberder dan die van het Centraal Planbureau. Ik krijg graag een reactie van de staatssecretaris op de prognose van het IMF. Heeft hij inmiddels ook andere, nieuwe cijfers, wellicht van het CPB?

Volgens de toegezonden geannoteerde agenda is de verwachting dat er een compromis tot stand komt inzake de verordening op de kredietbeoordelaars. Kredietbeoordelaars verstrekken tegen betaling kredietbeoordelingen van financiële producten of instellingen. Zij zijn nu vaak financieel afhankelijk van de financiële instellingen die ze beoordelen, omdat zij ook nog allerlei andere werkzaamheden voor deze instellingen verrichten. Komt er met deze verordening een einde aan deze situatie? Wat wordt precies bedoeld met de afspraak dat de rating van agentschappen uit derde landen gedekt moet worden door agentschappen die in de EU geregistreerd zijn? Wordt er nu wel of niet vastgehouden aan het principe dat er alleen ratings mogen worden gedaan indien de kredietbeoordelaars in Europa geregistreerd zijn?

Naar aanleiding van de kredietcrisis staat het voorstel op de agenda om de kapitaaleisenrichtlijn te veranderen. Hoe wordt de eis om 5% van de securisaties op de balans te houden gecontroleerd? Is 5% wel voldoende om de banken zodanig zelf mee te laten delen in de risico’s dat zij wat voorzichtiger worden met securisaties? Wat vindt de staatssecretaris ervan wanneer constructies als de special purpose vehicles buiten de balans blijven? Welke extra voorwaarden worden gesteld aan de kwaliteit van informatie-uitwisseling tussen de originator en de investerende instelling? Bestond er gebrek aan informatie bij de toezichthouders van bijkantoren? Hoe kan dat worden opgeheven? Kan de staatssecretaris daar een voorbeeld van geven? Als wij deze redenering doortrekken naar de situatie rondom Icesave, dan moeten wij concluderen dat de IJslandse toezichthouder niet genoeg informatie van de banken kreeg om de bijkantoren in Nederland te controleren. Dat is opmerkelijk. Volgens mij was het probleem juist dat wij in Nederland niet wisten of de IJslandse toezichthouder voldoende toezicht hield op de bijkantoren van Icesave in Nederland. De oplossing is dat wij zelf het toezicht moeten gaan organiseren.

In de geannoteerde agenda wordt gesteld dat Nederland flink heeft bijgedragen aan de veranderingen in de Solvency II-richtlijn. Wat is er concreet bereikt? Heeft Nederland druk uitgeoefend op andere Europese landen om het zogenaamde home country control toe te staan als zij in eigen land geen toezicht kunnen houden op de verzekeringssector omdat het hoofdkantoor zich in een ander land bevindt? Waarom worden pensioenfondsen uitgezonderd?

Dan kom ik bij de verordening over grensoverschrijdende betalingen. Wat zijn de belangrijke voorwaarden voor Nederland om de ontwikkeling van de Europese betaalmarkt tot een succes te maken? Vindt de plaatsvervanger van de minister ook dat het doel van meer concurrentie het verlagen van de prijs is? Hoe wordt dat bereikt?

Europees Commissaris Kroes stopt een onderzoek tegen Mastercard, omdat het Amerikaanse bedrijf heeft toegezegd de hoge heffingen voor grensoverschrijdende betalingen te zullen verlagen. Wat vindt de plaatsvervangend minister hiervan? Is dit geen ondermijning van het aanvankelijke voornemen van Kroes om grensoverschrijdende interchange fees te verbieden? Wat vindt de staatssecretaris ervan dat Mastercard benadrukt dat de nieuwe internationale tarieven van tijdelijke aard zijn? Nu wordt deze overeenkomst tussen Kroes en Mastercard ten onrechte gepresenteerd als een regeling die gunstig uitpakt voor de detailhandel en dus de consumenten. In feite is het een verslechtering. Het blijft op deze manier namelijk mogelijk om hoge kosten in rekening te brengen voor het betalingsverkeer, ook nog op een verborgen manier. Wat vindt de plaatsvervangend minister ervan dat American Express een lobby is gestart om het rekenen van toeslag bij creditcardbetalingen te verbieden? Betekent dit niet dat er nog meer kosten op een verborgen manier via interchange fees aan de consument in rekening worden gebracht?

Ik heb nog een vraag over de herziening van de richtlijn over accijns op tabaksproducten. Wat betekent deze herziening voor de Nederlandse export? Hoe zit het met andere Europese lidstaten? Zij hanteren lagere tarieven, omdat landen buiten de EU lagere tarieven hebben.

Wat gaat de staatssecretaris inbrengen over good governance op het gebied van belastingzaken en bestrijding van belastingontduiking?

Voorzitter: De Nerée tot Babberich

De heer Weekers (VVD): Voorzitter. Ik sluit mij aan bij de vragen over de economische verwachtingen. Volgens de jongste cijfers van het IMF zou de eurozone met 4,2% krimpen, wat voor Nederland een krimp van 5% zou betekenen. Dat komt door een forsere doorwerking in 2010 dan waar het CPB tot dusverre van is uitgegaan. Liggen de voorspellingen van het IMF in dezelfde lijn als die van de Europese Commissie? Of zijn die voorspellingen geheim tot 4 mei?

Ik heb recentelijk ook al het punt aan de orde gesteld waar de heer Tang en de heer De Nerée het tijdens het interruptiedebatje over hadden, namelijk de oproep van het IMF om een aantal landen die nu nog niet in de eurozone zitten, versneld en onder minder stringente criteria toe te laten. Ik denk dat het in deze situatie niet verstandig is om de criteria af te zwakken. Ik sluit me dus aan bij het signaal van de heer De Nerée. Ik wijs erop dat een land als Polen het nog relatief goed doet omdat de wisselkoers naar beneden is aangepast. Als wij deze landen vastklinken aan de euro, terwijl hun economie dat niet kan dragen, dan kunnen ze verder in het slop komen, want dan is er geen enkel aanpassingsmechanisme meer.

De heer Tang (PvdA): Ik heb uit goedingelichte kringen gehoord dat 98% van de hypotheken in Polen in harde valuta is afgesloten. De zloty is al veertig procent gedaald. U kunt zich voorstellen wat dit betekent voor de maandlasten. Wij hebben vanmiddag een debat over problemen op de woonmarkt en de oplossingen daarvoor. Het gaat over de tophypotheek. De problemen in Nederland vallen in het niet bij de problemen in Polen. U gaat daaraan voorbij. Wij kunnen iets doen vanuit een Europees gevoel of vanuit eigenbelang. Vroeg of laat zullen wij merken dat Polen een grote klap krijgt. Hoe wilt u dat Poolse probleem oplossen? Hebt u zo weinig vertrouwen in de euro dat u verwacht dat de toetreding van een paar kleine landen zal leiden tot het ineenstorten van de euro? Ben ik de enige die nog vertrouwen in de euro heeft?

De voorzitter: Als CDA-woordvoerder merk ik op dat ik niet gezegd heb dat ik geen vertrouwen heb in de euro.

De heer Weekers (VVD): Het is niet waar dat mijn fractie geen vertrouwen heeft in de euro. Dat zou een verkeerd signaal zijn. Wij hebben veel vertrouwen in de euro. Het punt dat ik wil maken, is dat wij dat in de toekomst ook graag zo willen houden. Wij zien dat een aantal landen in de eurozone, bijvoorbeeld Ierland, Griekenland en een aantal andere Zuid-Europese landen, er uitermate beroerd voor staan. Dan vind ik het onverantwoord om landen te laten toetreden die zich nog niet voor de euro kwalificeren. Dan ben je de euro aan het ondermijnen. Juist omdat wij vertrouwen willen houden in de euro, maak ik deze opmerking.

Het is mij bekend dat er hypotheken in harde valuta zijn afgesloten. Ik vind het ook volstrekt onverantwoord wat er is gebeurd. Vooral een aantal Oostenrijkse banken heeft daar op grote schaal hypotheken in harde valuta verstrekt. In Nederland heb je in het verleden ook wel eens de gekkigheid gehad dat mensen een hypotheek in yens afsloten omdat de rente daar op 0% stond. Dat werd geswapt met Zwitserse francs en weet ik wat voor flauwekul. De reactie moet niet zijn dat je landen dan maar toelaat tot de euro. Nee, je zult de banken stevig moeten aanpakken. Banken die op een onverantwoorde manier krediet hebben verstrekt, zullen uiteindelijk zelf op de blaren moeten gaan zitten en de toezichthouders op de banken in die landen ook.

Voorzitter. Wij lezen in de stukken dat er een vlucht is naar relatief veilige valuta. China en Rusland hebben ervoor gepleit de dollar te vervangen door andere reservevaluta. Ik zou daar niet voor willen pleiten. Ik hoor graag een reactie van de staatssecretaris op de uitlating van een van de Nederlandse «voormannen» van het IMF, Jacques Polak. Hij heeft gezegd dat het nu of nooit is voor het IMF-mandje als reservevaluta. Hij wijst op de Special Drawing Rights. Wat verwacht de staatssecretaris daarvan?

In het verslag van de Eurogroep en Ecofinraad van 9 en 10 maart staat dat lidstaten het belang benadrukken om op middellange termijn terug te keren naar een houdbaar pad voor overheidsfinanciën. De heer De Nerée heeft al gewezen op de rare situatie dat dit in een raadsconclusie moet worden vervat. Wij moeten ons aan onze eigen afspraken houden, lijken ze te zeggen. Als zij elke keer moeten herbevestigen dat er teruggekeerd moet worden naar een houdbaar pad voor overheidsfinanciën, dan gaan bij mij alle alarmbellen rinkelen. Ik krijg graag van de staatssecretaris een wat concreter inzicht in wat deze woorden daadwerkelijk betekenen.

De Europese Investeringsbank heeft de leningenportefeuille uitgebreid. Met name het aantal leningen aan het midden- en kleinbedrijf is gestegen. Wat betekent dit concreet voor het Nederlandse midden- en kleinbedrijf? Tijdens de laatste Eurogroepbijeenkomst is gezegd dat er geloofwaardige exitstrategieën worden ontwikkeld. Ik ga ervan uit dat dit slaat op de participaties van overheden in financiële instellingen. Bestaat er al zicht op welke exitstrategieën daadwerkelijk worden ontwikkeld? Ook voor Nederland is dat van groot belang. De instellingen die in het afgelopen halfjaar geholpen zijn, uiten de wens dat de overheid wat meer op afstand gaat staan. Recentelijk heeft SNS Reaal aangegeven wel weer af te willen van participatie van de overheid.

Indertijd is gesproken over de voorbereiding van de G20. De regulering van financiële markten moet wereldwijd gebaseerd worden op meer transparantie en betrouwbaarheid. Hoe apprecieert de staatssecretaris de houding van de Britten? De noodzaak om meer internationaal samen te werken en bevoegdheden over te dragen wordt weliswaar in woorden beleden, maar mijn indruk is dat de Britten terugkeren in hun oorspronkelijke positie op het moment dat de laatste wereldleider met het vliegtuig van Heathrow is vertrokken. Zij willen de concurrentiepositie van de City bevorderen door niet mee te doen met strengere wereldafspraken en straks weer in splendid isolation te concurreren met slap toezicht.

Wat is concreet de inzet van Nederland bij het rapport van De Larosière? De analyse daarin is goed. Ik vind het een stap in de goede richting, maar te weinig ambitieus. Ik wil geloven dat we stappen voorwaarts zetten met macrofinancieel-economisch toezicht, maar bij het prudentiële toezicht gaat De Larosière echt niet ver genoeg. Elk land blijft met eigen toezichthouders zitten en er is geen Europees instituut met doorzettingsmacht. Dat is in voorkomende gevallen wel noodzakelijk.

In de Ecofinraad is ook gesproken over verlaagde btw-tarieven. Renovatie en herstel van particuliere woningen zijn nu ook onder het lage tarief gebracht of blijven onder het lage tarief vallen. Het aantal categorieën dat je kunt hanteren voor arbeidsintensieve diensten is uitgebreid. België heeft renovatie en herstel van particuliere woningen vrij recentelijk onder het lage tarief gebracht. Ik woon in een grensstreek en ik spreek nog wel eens mensen net over de grens, ook aannemers. Het is daar booming business. Het schijnt heel goed te werken. Wil de staatssecretaris eens bij zijn Belgische ambtsgenoot informeren wat deze maatregel voor België betekent? Als je dit tijdelijk onder het lage tarief brengt, zou het per saldo voor de schatkist meer kunnen opleveren dan het kost. In elk geval houd je meer mensen aan het werk.

Ik maak uit de stukken op dat kringloopwinkels volgens Europa niet onder het verlaagde tarief kunnen worden gebracht. Kan de staatssecretaris geen list verzinnen om iets aan dit probleem te doen?

Wat houdt de ondertekening van de Conventie perceptiekostenverdeling precies in? Wat betekent dit in financiële zin voor Nederland? Het gaat om de verdeling van inningskosten van invoerheffingen bij onze mainports. Nederland mag een bepaald deel zelf houden en een ander deel afdragen aan de EU. Wat schiet Nederland hiermee op of wat schieten wij hierbij in?

Wat staat er precies te gebeuren met de Credit Rating Agencies? Het irriteert mij dat er onderwerpen op de rol staan waarover knopen doorgehakt moeten worden, terwijl wij de documenten niet kennen. Ik maak op dit punt dus een voorbehoud, wegens een gebrek aan kennis. Ik wijs op de kritiek die AFM-voorzitter Hoogervorst had op de manier waarop de Europese Commissie kredietbeoordelaars wil controleren, namelijk via de nationale toezichthouders van 27 lidstaten. Klopt het dat dit het voorstel is? Is het geen interessant idee om namens Nederland in te brengen dat dit centraal in Europa – in Brussel of Amsterdam – geregeld moet worden?

Er wordt in mei een nieuw vergrijzingsrapport verwacht over de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. De heer Tang heeft gevraagd om een paar scenario’s te maken van hoe de economische groei zich kan ontwikkelen. Het is best mogelijk dat wij op een lager economisch groeipad komen en dat de groei afvlakt. Wat betekent dat voor de gezondheid van de overheidsfinanciën in de Europese Unie, in Nederland in het bijzonder? Ik zou het op prijs stellen als de staatssecretaris ons een Nederlands position paper aanbiedt wanneer dat rapport uitkomt, zodat wij er eens goed over kunnen discussiëren.

Voorzitter: Weekers

Antwoord van de staatssecretaris

De staatssecretaris: Voorzitter. Ik zal de vragen zo goed mogelijk beantwoorden, voor zover wij de informatie hebben. De cijfers van de Europese Unie kennen wij ook nog niet. Wij weten niet hoe volgens die cijfers de groei zich zal voltrekken.

Ik begin met de vergelijking tussen de maatregelen in het vergrijzingsrapport en die van onszelf. Natuurlijk zullen wij te zijner tijd graag inzicht geven in de vergelijking en de verschillen. Het vergrijzingsrapport gaat vooral over de houdbaarheidssommen. Het gaat om de vraag welke kosten gepaard gaan met de vergrijzende samenleving. Brussel kent een structuur van drie pijlers. Maatregel één is de overheidsschuld op termijn terugdringen. Maatregel twee is de participatie verhogen. Op die punten doet Nederland het goed. Maatregel drie is het veranderen van factoren, zoals de pensioenleeftijd en hervormingen in de sociale zekerheid. Op dat punt laat Nederland een wat gemengder beeld zien.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA): Als dat rapport uitkomt, willen wij graag een vergelijking en een position paper om te weten welke maatregelen werken.

De staatssecretaris: Ja.

De heer Tang (PvdA): Wat vindt u van het idee van de scenario’s? Het maakt voor de houdbaarheid van de financiën wel degelijk uit in welk scenario wij verkeren.

De voorzitter: Ik sluit mij aan bij deze woorden. Het is een breed gedragen verzoek.

De staatssecretaris: Er kunnen wel wat aansluitingsverschillen zijn, maar het lijkt mij goed als het kabinet de Kamer een rapportage stuurt over de verschillen. Ik denk dat wij aan dat gevoelen zeker tegemoet komen.

Dan kom ik bij de verhoudingen tussen de ramingen van het Centraal Planbureau en het IMF. Ik zei het net al: de ramingen van de Commissie zijn nog niet bekend; ze komen 4 mei uit. De IMF-ramingen zijn inderdaad veel somberder dan die van het Centraal Planbureau. IMF noemt een economische groei van – 4,8% dit jaar. Dat is somberder dan de 3,5% waar het Centraal Planbureau nog van uitgaat. Het komt vooral doordat het IMF somberder is over de terugval van de wereldhandel. In de laatste IMF-ramingen is die terugval 11%. Het CPB ging nog uit van een terugval van 9,5%. Ik heb al eerder gezegd dat Nederland relatief zwaar wordt getroffen door het terugvallen van de wereldhandel, omdat wij een open economie hebben en erg afhankelijk zijn van die wereldhandel. Ik kan niet zeggen wie van de twee gelijk heeft. Wij hebben geen aanwijzingen dat het CPB te optimistisch is. Op z’n minst stel ik vast dat de IMF-raming aangeeft dat de neerwaartse risico’s nog steeds aanwezig zijn. Dat geeft reden voor blijvende zorg over de economische situatie in Nederland.

De heer De Nerée heeft gevraagd naar de tabaksaccijns en de gevolgen voor Nederland. Hij stelde een vraag over het gemengde tarief en ad valorem. Nederland zal zijn tarieven niet hoeven te verhogen vanwege deze Europese verordening. De Nederlandse tarieven liggen boven de huidige minima en straks ook boven de nieuwe minima. Het belang van de verhoging in de Europese Unie is voor Nederland de harmonisering. Daardoor moeten andere landen hun tarieven verhogen. Dat is goed, want dan zijn de verschillen op het gebied van de tabaksaccijns kleiner. Het tarief voor de tabaksaccijns blijft een gemengde structuur houden, met zowel een specifiek als een ad valorem-deel.

De heer Tang heeft gevraagd hoe wij omgaan met landen met grote problemen, met name Oost-Europese landen die dicht bij ons land liggen. Het is waar dat de Oost-Europese landen hard zijn getroffen. Zij merken de crisis nog meer dan wij. Veel Oost-Europese landen hebben dan ook al steun gevraagd uit de betalingsbalansfaciliteit van de Europese Unie. Overigens gebeurt dat over het algemeen in samenwerking met het IMF. Ook het IMF steunt die landen. Die landen krijgen dus twee keer geld, maar dat is nog niet eens het belangrijkste. Belangrijker nog is dat het IMF over heel specifieke kennis beschikt om die landen verder te helpen. Nederland steunt de algemene lijn dat de Europese Unie zo veel mogelijk samenwerkt met het IMF. Hongarije heeft 6,5 mld. uit de betalingsbalanssteun gekregen, Letland 3,1 mld. en Roemenië 5 mld. Juist om die reden hebben wij de betalingsbalansfaciliteit tijdens de Europese Raad verhoogd van 25 mld tot 50 mld. De steun van 25 mld. was weliswaar nog niet uitgeput, maar het is van belang om aan te geven dat er voldoende reserve is, mocht dat nodig zijn.

De heer Tang (PvdA): U prijst terecht de kennis en de deskundigheid van het IMF. Wat vindt u van de suggestie van het IMF om Oost-Europese landen versneld te laten toetreden tot de euro?

Staatssecretaris De Jager: De complimenten die ik net aan het IMF heb gegeven, geven mij ook de ruimte om hier en daar een licht kritische noot te plaatsen.

De voorzitter: Ik had als woordvoerder van de VVD-fractie een vraag over het vorige punt. U hebt een koppeling gemaakt tussen de verhoging van de tabaksaccijns en de grote financieringstekorten van een aantal lidstaten. U hebt zojuist nog gezegd dat zij geholpen moeten worden. Vindt u dat geen verkeerde koppeling? Nederland zou dan met een belerend vingertje voorschrijven welke accijnzen ze moeten verhogen om hun begroting op orde te krijgen. Is het niet veel beter om te zeggen dat deze lidstaten hun begroting op orde moeten krijgen langs de lijnen die hen zelf het beste lijken? Nu zet u er een nationale agenda van uzelf tegenover, namelijk het optrekken van de minimumgrenzen van tabaksaccijnzen.

Staatssecretaris De Jager: Ik ken de tekst niet precies. Als een belerend vingertje was het niet bedoeld. In algemene zin vindt het Nederlandse kabinet dat belastingen in principe het domein van de nationale lidstaten zijn. Zij moeten zelf kunnen aangeven hoe zij hun financiën op orde krijgen. Het gaat overigens om indirecte belastingen. Dat verschil moet ik wel duidelijk maken. Er vindt in de Europese Unie veel grensoverschrijdend verkeer plaats. Wij hebben er last van dat de accijns op tabak in andere landen lager is. Alle lidstaten met hoge accijnzen hebben daar last van, omdat er over de grenzen heen gehandeld wordt. Ik vind dat wij dit wel degelijk mogen signaleren. Deze lidstaten geven wel erg veel tegengas als zij tegen het verhogen van de minimumaccijns zijn. Het verhogen van indirecte belastingen, waaronder de tabaksaccijns, is juist een goede manier om in Europa op een iets meer geharmoniseerd niveau te komen. Het gaat verstoring van de interne markt tegen. Het is wrang dat de landen met een lage tabaksaccijns ook de landen zijn met een hoog tekort op de begroting. Het is niet als een belerend vingertje bedoeld, maar wel als een signalering.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA): Een van de argumenten van die landen is dat er zoveel namaak en illegale handel is. Als zij de accijnzen verhogen, krijgen ze helemaal geen geld meer binnen. Hebben zij daar een punt? Doet de EU te weinig om namaak en illegale handel tegen te gaan? Waar ligt het aan?

De heer Tang (PvdA): U zegt dat de interne markt een reden is om te pleiten voor hogere indirecte belastingen.

Staatssecretaris De Jager: Om deze gelijker te trekken.

De heer Tang (PvdA): U gebruikt het argument van de interne markt. De verschillen zijn blijkbaar groot.

Staatssecretaris De Jager: Die zijn heel groot bij tabak.

De heer Tang (PvdA): Wij kunnen ook pleiten voor hogere tarieven op de inkomstenbelasting. Daar stort de interne markt ook niet van in.

De voorzitter: Ik denk dat uw punt duidelijk is.

De heer Bashir (SP): De staatssecretaris maakt een onderscheid tussen directe en indirecte belastingen. Hij heeft gezegd dat wij geen last hebben van lage directe belastingen. Op het moment dat een land in Oost-Europa een lage vennootschapsbelasting heeft, dan hebben andere landen daar ook last van. Amerikaanse bedrijven vestigen zich in Europa op de plek waar de laagste tarieven zijn, dus in landen met een lage vennootschapsbelasting.

Staatssecretaris De Jager: Ik begin met het laatste punt. Dat is bij de SP-fractie altijd een groot misverstand en dat dreigt bijna een misverstand te worden bij de PvdA-fractie. Laat ik dat tijdig indammen. Je stapt in je stationcar en je laadt voorbij de grens de auto vol met sloffen sigaretten en je gaat terug naar Nederland. Als je gaat shoppen, dan heb je te maken met de belastingdruk van het land waar je sigaretten koopt. Dat is met directe belastingen niet te doen. Je kunt geen deel van je inkomen naar keuze onderbrengen in Frankrijk, Luxemburg of een ander EU-land. Dat geldt zelfs niet voor de vennootschapsbelasting. Wij zien wel dat mondiaal opererende ondernemingen meer mogelijkheden hebben om hun belastingdruk te verdelen. Wij zijn dan ook aan het bekijken hoe we de ongewenste kant daarvan voorkomen. Als een Amerikaans bedrijf zich in Tsjechië vestigt, wordt daar de vennootschapsbelasting geheven. Waar wij last van hebben, is dat winst die hier belast moet worden, via trucjes wordt geëxporteerd en elders ondergebracht in een lager tarief. Daar moeten wij ons tegen beschermen, want dat is grondslaguitholling. Daar kunnen wij ons tegen beschermen wanneer andere landen voldoende informatie uitwisselen met Nederland. Als er volledige transparantie is, kan Nederland regels opwerpen om ongewenste export van winst te voorkomen. Ongewenste import van sigaretten is niet te bestrijden. Het is volstrekt legaal om voor eigen gebruik sigaretten in het buitenland te kopen. Nederland heeft daar gelukkig minder last van, omdat België en Duitsland ook wat hogere accijnzen hebben. Het verhogen van accijnzen was in het verleden ook een wens van de Kamer, maar de rek is er nu wel uit. Directe belastingen moet je daar betalen waar je inkomen verdient of waar je winst maakt. Als landen informatie goed uitwisselen, dan kunnen die belastingen goed worden geheven. Het is logisch dat een bedrijf dat zich in Oost-Europa vestigt en daar werkgelegenheid creëert, ook daar in de belasting wordt betrokken.

De heer Bashir (SP): Ik maak er bezwaar tegen dat de staatssecretaris zegt dat er sprake is van een misverstand. Het gaat meer om een politiek meningsverschil dan een misverstand. Als een Nederlandse pindakaasfabriek zich vestigt in een ander Europees land, dan kunt u niet blijven stellen dat wij geen last hebben van de lage vennootschapsbelasting in bijvoorbeeld Oost-Europese landen.

Staatssecretaris De Jager: Het laatste heeft meer met de lage arbeidskosten in andere landen te maken dan met de vennootschapsbelasting. Op dat soort producten wordt vaak niet zo’n bizarre winst gemaakt dat de vennootschapsbelasting een enorme drive is om te vertrekken. Dat geldt voor sommige activiteiten overigens wel, maar dit zijn vaak arbeidsintensieve activiteiten. Het wordt vaak veel meer ingegeven door de arbeidskosten en de belastingen die op arbeid worden geheven, dus de totale bruto arbeidskosten. De werkgeverslasten zijn vaak bepalend en niet de vennootschapsbelasting. Het is misschien interessant om hier een keer een uitgebreider debat over te voeren. De vennootschapsbelasting slaat uiteindelijk niet bij vennootschappen neer, maar bij een natuurlijke persoon, net als alle belastingen uiteindelijk neerslaan bij natuurlijke personen. De btw en de loonbelasting zijn de grootste belastingen in Nederland. Ze worden afgedragen door bedrijven. Ook de energiebelasting wordt afgedragen door bedrijven. Op motorrijtuigenbelasting, successierechten en een klein beetje inkomstenbelasting na de netto-opbrengst van de IB is erg gering worden alle belastingen afgedragen door bedrijven. Uiteindelijk slaan alle belastingen neer bij natuurlijke personen.

De voorzitter: Ik kijk even naar de collega’s. Ik wijs erop dat dit wel erg bezijden de agenda van de Ecofinraad is. Het begon heel specifiek met de tabaksaccijns en ik vind dat wij nu niet moeten gaan uitwijken naar andere belastingen.

De heer Tang (PvdA): De heer Weekers heeft het punt aangeroerd en ik vind dat wij er dan wel op moeten kunnen ingaan.

De voorzitter: Ik kan mij herinneren dat de heer Weekers dat deed omdat hij het politiek moeilijk te accepteren vond. Dat is toch een belerend vingertje. De staatssecretaris heeft aangegeven dat hij graag een keer wil terugkomen op deze discussie, dus ik neem aan dat hij met een korte notitie zal komen.

Staatssecretaris De Jager: Ik kom met een voorstel voor de vennootschapsbelasting. Ik hoop dat binnenkort te doen, maar ik kan er nu nog geen planning voor geven. Het lijkt me goed dat ik aan de hand van dat concrete voorstel de Kamer duidelijk maak dat wij tegemoetkomen aan de wens van de heer Tang en de heer Bashir om te komen tot een evenwichtige belastingheffing en aan de wens van een goed vestigingsklimaat. Belastingen zijn ook ingrediënten voor een goed vestigingsklimaat. Daarmee creëren wij werkgelegenheid en dat is voor iedereen belangrijk.

De heer Tang (PvdA): De PvdA is voor minimumtarieven bij accijnzen, maar ook voor een evenwichtige vennootschapsbelasting. Er vindt wel degelijk belastingconcurrentie plaats, zowel bij accijnzen als bij vennootschapsbelasting. Dat heeft niet zozeer te maken met de verplaatsing van die pindakaasfabriek, maar meer met het op papier schuiven met winsten. De reden voor mijn opmerking over de inkomstenbelasting is dat het twee kanten op kan werken. Wij verplichten lidstaten om de tarieven te laten stijgen, maar wij kunnen de verschillen ook verkleinen door het tarief te laten dalen. Dat betekent een verschuiving van indirect naar direct. Het brengt een eenzijdige verplichting mee. Je kunt ook nadenken over een tweezijdige verplichting. Waarom moeten de minimumtarieven omhoog? Misschien moeten we wel iets anders afspreken. Wij willen in ieder geval enige vorm van coördinatie hebben. Dat betekent dat een tarief ook kan dalen.

Staatssecretaris De Jager: Het laatste punt begrijp ik, maar ik zeg er meteen bij dat dit kabinet het goed vindt dat de tabaksaccijnzen hoog zijn. Ik meen dat die wens ook breed in de Kamer leeft. Daardoor kun je bijvoorbeeld lagere belastingen op arbeid heffen. Wij vinden dat harmonisatie in dit geval betekent dat de tarieven in Oost-Europa moeten stijgen.

Dat brengt mij bij de «euroïsatie» in de Europese Unie. Wij hebben duidelijke criteria. Er is een pad voor uitgestippeld: ERM II. De lidstaten die voor toetreding tot de eurozone in aanmerking komen, moeten voldoen aan de convergentiecriteria. Wij hebben niet de intentie dat te doorbreken. Ik begrijp dat het IMF op die oplossing wijst, maar wij zijn niet van plan de criteria te versoepelen. De euro stelt zich open voor toetreding. Het is zelfs de uitdrukkelijke bedoeling dat EU-lidstaten toetreden tot de euro. Recentelijk nog zijn Slovenië, Malta, Cyprus en Slowakije toegetreden tot de euro. Dat proces moet doorgaan, maar wel via de daartoe vastgelegde convergentiecriteria. De EU neemt andere maatregelen voor de non-eurolanden, zoals de betalingsbalansfaciliteit. Ook het IMF treft maatregelen. Wij vinden natuurlijk ook dat die landen waar mogelijk steun verdienen.

De no-bail-out-clause blijft van kracht. Wij willen niet de verkeerde prikkels geven. Wij vinden dat lidstaten zelf moeten zorgen voor verbetering. Dat kan bijvoorbeeld door in goede tijden veel meer te doen, door zoals Nederland te bezuinigen op het moment dat de economie weer wat aantrekt. Dat kan ook door een goede exitstrategie. De Ierse regering wacht bijvoorbeeld niet op betere tijden, want zij vindt de situatie zo slecht dat zij nu al zeer zware maatregelen neemt om de overheidsfinanciën te verbeteren, zowel in het beperken van uitgaven als in de sfeer van de belastingen.

De heer Tang (PvdA): Wat vindt u van die criteria? Ik heb een citaat van Paul de Grauwe: «(...) the entrance criteria have very little to do with economics and very much with politics.» Het heeft dus alles te maken met politiek en niets met economie. De harde criteria waren in het verleden ook helemaal niet hard en objectief. Deelt u de mening dat het eigenlijk politieke criteria zijn en dat het weinig zegt over de economische situatie van een land, laat staan over de toetreding van een land tot de euro?

Staatssecretaris De Jager: Ik deel niet de mening dat het politieke criteria zijn. Natuurlijk is het uiteindelijk een politiek besluit wat ermee wordt gedaan. Ik zou het toejuichen als de Ecofin zich niet laat leiden door de politieke waan van de dag. De criteria zijn, evenals het ERM II-pad, objectief. De criteria gaan wel degelijk over economie en inflatie en die mogen niet versoepeld worden. Er mag niet van geval tot geval worden bekeken of het ergens minder kan. Dat zou een politiek besluit zijn. Wellicht zijn er in het verleden meer politieke besluiten genomen.

De heer Tang (PvdA): Zo zijn wij toegetreden.

Staatssecretaris De Jager: Ik vind de criteria als zodanig duidelijk en hard. Dat geldt ook voor het ERM II-pad. Het Nederlandse standpunt is ook geweest dat wij daaraan moeten blijven voldoen.

Voorzitter. De heer De Nerée heeft gevraagd naar de verordening inzake de grensoverschrijdende betalingen. De kernbepaling in de zogenoemde Bolkesteinverordening wordt in de nieuwe verordening volledig gehandhaafd. De belangrijkste wijziging is de uitbreiding van de reikwijdte van de verordening. Ook de Europese situatie valt er in de toekomst onder. De verordening kent een maximaal tarief voor de interbancaire vergoeding voor grensoverschrijdende incasso’s in Europa. Ook de Europese incasso valt straks onder de reikwijdte van de verordening.

Dan kom ik bij de vraag wat er over informatie-uitwisseling en belastingconcurrentie in het associatieakkoord moet komen te staan. Informatie-uitwisseling kan in een associatieakkoord worden opgenomen, maar alleen gericht op informatie-uitwisseling in het geval van fraude. Nu lopen er bijvoorbeeld onderhandelingen met Liechtenstein op dat punt. Informatie-uitwisseling die verder gaat, dus spontane en automatische informatie-uitwisseling, hoort in bilaterale belastingverdragen of TIA’s thuis.

Informatie over spaartegoeden zou wel kunnen worden opgenomen in akkoorden met derde landen, waarmee de Europese Unie onderhandelt. Het is niet mogelijk om eerlijke belastingconcurrentie als wetmatigheid in associatieakkoorden op te nemen. Je zou kunnen overwegen eerlijke belastingconcurrentie als een algemeen streven op te nemen, maar daar zou ik over moeten nadenken. Ik ben niet voor een verwijzing naar de door de heer De Nerée gehate Code of Conduct-groep. Dat zou suggereren dat je van een nu nog politiek proces opeens een juridisch proces gaat maken en dat is niet de bedoeling.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA): Uit de woorden van de staatssecretaris leid ik af dat de Nederlandse regering hier niet mee zal instemmen. Per slot van rekening geldt hier unanimiteit. Bovendien moeten de associatieovereenkomsten ook nog nationaal goedgekeurd worden.

Staatssecretaris De Jager: De lijn die ik net heb uitgestippeld, zullen wij als regering volgen. Wij zullen ons verzetten tegen een andere lijn, mocht daar sprake van zijn.

Voorzitter. Tijdens het algemeen overleg over het IMF hebben wij ook gesproken over de Special Drawing Rights. De vraag van de heer Weekers was of je de dollar zou moeten vervangen door Special Drawing Rights. Wij zien zeker de nadelen van de huidige situatie dat de dollar als de reservevaluta wordt gezien. Overigens zeg ik erbij dat dit veel minder aan het worden is. Steeds meer worden het mandjes van verschillende valuta. Niet alleen de dollar is nog heilig, het belang van andere valuta zoals de euro en de yen neemt toe. Dat gaat ten koste van de positie van de dollar. Wij zien de SDR’s niet als het alternatief. De positie van de SDR is te klein. Wij zien dan ook niet in dat dit de nieuwe wereldvaluta zal worden. Ik heb zondag overigens een lunch met Jacques Polak ter viering van zijn 95ste verjaardag in Washington. Ik zal er dan zeker een interessante discussie met hem over voeren.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA): Ik ben altijd een beetje achterdochtig. Zou het IMF voorgesteld hebben om de landen die de heer Tang noemt te laten toetreden tot de euro om de Special Drawing Rights meer aanzien te geven? Als de euro ook onderuitgaat, dan heeft de heer Polak zijn doel bereikt. Dan stapt iedereen over naar de SDR’s.

De voorzitter: Ik vraag de staatssecretaris om zijn betoog te vervolgen. Misschien kan hij in het eerstvolgende overleg verslag doen van de verjaardagslunch waarbij dit onderwerp vast aan de orde komt.

Staatssecretaris De Jager: De achterdocht van de heer De Nerée wil nog wel eens ver gaan.

Voorzitter. De heer Bashir heeft gevraagd wat concreet is bereikt in de Solvency II-richtlijn. Nederland is verheugd dat er nu een compromis ligt op Solvency II. De richtlijn is heel belangrijk, ook voor Nederland. Het oude regime was sterk verouderd, dus het is goed dat er iets nieuws komt. Het is ook belangrijk dat er een compromis ligt voordat het Europees Parlement aftreedt. De nieuwe richtlijn voor Solvency II maakt meer samenwerking tussen toezichthouders mogelijk en is meer risicogeöriënteerd. We waren eerst bang dat het laatste niet het geval zou zijn. Risicowaardering vindt plaats op marktwaardering. Nederland heeft bereikt dat de richtlijn niet van toepassing is op pensioenfondsen. Dat is belangrijk, omdat Nederlandse pensioenfondsen een heel andere karakteristiek hebben dan pensioenfondsen in andere landen, die een omslagstelsel of een verzekeringskarakter via een omslagstelsel hebben. Ik weet ook dat de Kamer deze zorg deelt. Andere landen hebben geen kapitaaldekkingsstelsel. Wij waren bang dat wij ons goede pensioenstelsel zouden belemmeren als het onder één noemer wordt geveegd met algemene verzekeraars. Daarom zijn onze pensioenfondsen uitgezonderd.

De heer Bashir heeft een vraag gesteld over de Credit Rating Agencies. Zijn vraag ging over de dubbele rol van de kredietbeoordelaars, zowel als adviseur als beoordelaar. De Credit Rating Agencies mogen geen adviesdiensten leveren aan de entiteit die een rekening ontvangt. Dat zou tot belangverstrengeling kunnen leiden. De Credit Rating Agency moet alle noodzakelijke stappen nemen om belangenconflicten te voorkomen. Dat is een open norm. Naast die open norm worden in de verordeningen specifieke eisen gesteld aan Credit Rating Agencies om belangenverstrengeling tegen te gaan. Op dat gebied is er dus sprake van een verbetering.

De heer Bashir (SP): De heer Weekers heeft al gezegd dat wij de onderliggende stukken niet hebben gekregen. Het is dus moeilijk om daarover een mening te vormen.

Staatssecretaris De Jager: Die stukken zijn er nog niet. Dinsdag wordt er namelijk nog onderhandeld over de verordening. Gisteren is het voorstel in het Europees Parlement besproken. Er is dus nog geen tekst beschikbaar. Het is de bedoeling dat het Europees Parlement vandaag over die verordening stemt. We zullen die tekst snel doen toekomen aan deze commissie.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA): Van een ander onderwerp was de tekst er ook niet. Dat stelt ons voor problemen. Hoe kunnen wij dan de informatie beoordelen die erin staat? Als de tekst niet vaststaat, kan er misschien toch een kort stukje in de geannoteerde agenda worden opgenomen met het standpunt van de regering.

De voorzitter: Ik had ook nog een vraag gesteld over de opmerking van de heer Hoogervorst dat straks als gevolg van deze verordening 27 afzonderlijke toezichthouders zich hierover buigen, terwijl wij dit op Europees vlak zouden moeten regelen.

Staatssecretaris De Jager: Het ontbreken van stukken heeft natuurlijk ook met het reces van de Kamer te maken. Normaal is dit overleg korter van tevoren. Daarom zijn nog niet alle stukken bekend. De Ecofinraad is niet aanstaande dinsdag maar de week erop.

De voorzitter: Wij houden de mogelijkheid open dat de Kamer terugkomt van reces voor deze verordening.

Staatssecretaris De Jager: Zodra de informatie beschikbaar is, zullen wij de Kamer een brief sturen.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA): Na een paar dagen reces zijn de Kamerleden nog scherper.

Staatssecretaris De Jager: Nederland is in principe een voorstander van centraal Europees toezicht op Credit Rating Agencies. De impact van het product «Credit Rating» wordt in de gehele Europese Unie gevoeld. Het zijn vaak wereldwijd opererende instanties. Ook dat zou ervoor pleiten om het op een wat hoger niveau te regelen. Ik meen dat de twee grootste agencies 80% van de markt hebben. Wij zijn er dus voorstander van dat het op een meer Europees niveau gebeurt.

In de verordening wordt de Commissie ook gevraagd om zo spoedig mogelijk, in ieder geval voor juli 2010, met een voorstel te komen voor de toezichtstructuur op de wat langere termijn. Dan zal ook rekening gehouden moeten worden met de uitkomsten van het De Larosière-rapport. De Larosière heeft die rol bij CESR willen neerleggen, maar CESR heeft op dit moment nog niet de juridische basis om een dergelijke toezichtrol te vervullen. In de nieuwe opzet is het dus niet alleen iets van lidstaten. Er zijn nu drie nieuwe autoriteiten. De huidige Level 1 Committees worden in het rapport van De Larosière omgevormd tot autoriteiten met veel meer macht dan nu. CESR zal meer een rol krijgen in het toezicht op het Europese niveau. In de tussentijd is er sprake van toezichtcolleges. Wij vinden dat het veel verder moet gaan en wij verwachten dat de Europese Unie ook in die richting zal bewegen. Die toezichtcolleges zijn meer een interimoplossing.

De heer Weekers heeft gevraagd naar de houding van de Britten en de internationale samenwerking van toezichthouders. Ik zeg het in alle eerlijkheid: het VK is altijd sceptisch geweest tegenover de Europese samenwerking. Nederland acht het echter positief dat het Verenigd Koninkrijk op een aantal punten constructief lijkt mee te werken. In ieder geval zijn de geluiden positiever dan in het verleden. Er is dus beweging. Wij zullen ons ervoor blijven inzetten dat het VK zich houdt aan de toezeggingen die zijn gedaan.

De heer Bashir heeft gevraagd naar de Capital Requirements Directive. Hij vroeg of de aanscherping van 5% wel voldoende is. Niemand weet natuurlijk wat precies het gevolg zal zijn van de eis dat 5% op de balans wordt gezet. De praktijk zal moeten leren wat een goed percentage is. Nederland is terughoudend en zal niet met een te hoog percentage instemmen, zolang de effecten ervan nog niet bekend zijn. De eis van 5% moet dan ook in een wat breder plaatje worden gezien. De nieuwe richtlijn stelt concrete eisen, bijvoorbeeld aan de informatieverstrekking en de productkennis. In de brief aan de Kamer van 12 februari jongstleden hebben wij een aantal van deze zaken al uiteengezet.

De heer Bashir heeft gevraagd naar de voorwaarden waaraan voldaan moet zijn voor de Europese betaalmarkt. In dat licht heeft hij ook gevraagd naar SEPA en het voornemen van Commissaris Kroes om de plannen voor het onderzoek stop te zetten naar aanleiding van toezeggingen van Mastercard. Wij stellen veel algemene voorwaarden: level playing field, transparantie, veiligheid voor en vertrouwen in Europese betaalproducten. Ik voeg eraan toe dat de Nederlandse regering zich niet kan uitlaten over onderzoeken van mevrouw Kroes of andere leden van de Commissie. De Commissie heeft een zelfstandige rol met veel bevoegdheden. Mevrouw Kroes heeft het imago dat ze dit voortvarend en streng doet. Ik kan mij dus niet voorstellen dat zij een softe, nietszeggende toezegging heeft gedaan. Ik ga ervan uit dat er goede toezeggingen liggen, maar ik kan mij hier verder niet over uitlaten.

De heer Bashir (SP): Daarvan uitgaan is niet voldoende. Ik wil in ieder geval de toezegging dat u zich in het kader van Ecofin blijft inzetten voor verlaging van die kosten en meer transparantie op het gebied van de verborgen kosten die in rekening worden gebracht.

Staatssecretaris De Jager: Dat zullen wij blijven doen.

Voorzitter. De heer Weekers had het over verlaagde btw-tarieven en zijn aan België schurkende plaats van huisvesting. België heeft vooruitlopend op het akkoord tijdens de vorige Ecofinraad maatregelen genomen voor renovatie en herstel van particuliere woningen. Dat is overigens beperkt tot de eerste € 50 000. Wij hebben enige twijfel of dat wel mag, maar dat is iets tussen België en de Europese Commissie. In het pakket van maatregelen in het kader van de crisis heeft het kabinet vooralsnog voor andere maatregelen gekozen, zoals uitbreiding van de energie-investeringsaftrek. De keuze voor maatregelen is altijd een afweging. Wat zijn goede maatregelen? Hoe kun je de lastenverlichting het beste inzetten? Ik heb overigens ook gehoord dat het in België goed lijkt te werken. Het verschil is in België echter groter, omdat België een hoger algemeen tarief heeft dan Nederland. Ik zal tijdens de Ecofin-bijeenkomst mijn collega aanspreken en vragen naar zijn waarnemingen. Er zitten voor- en nadelen aan. In het kader van het crisispakket dat over een paar weken in de Kamer zal liggen, kunnen we een iets uitgebreidere discussie hebben over de voorgestane maatregelen.

De voorzitter: Heeft die Belgische maatregel nog grenseffecten?

De heer De Nerée tot Babberich: Heeft het kabinet wel eens gekeken of het een goede maatregel is om de btw van 19% naar 6% te brengen, los nog van wat er in België gebeurt?

Staatssecretaris De Jager: De Nederlandse politiek moet de keuze hebben om een verlaagd btw-tarief toe te passen, mocht dat opportuun zijn. Als je dat wilt doen, moet je een lijst van eisen langslopen. Wij hebben ook een toetsingskader voor belastinguitgaven. Is het verstandig? Kan het op een andere manier? Kun je het ook via een subsidie doen? Kun je bijvoorbeeld via de energie-investeringsaftrek hetzelfde effect bereiken? Hoeveel effect bereik je met zo’n verlaagd tarief? Stel dat je het tijdelijk doet. Wat zijn de administratieve lasten van twee keer omprijzen? Het nadeel is dat ondernemers niet van btw-veranderingen houden. Zij willen alleen een structurele verandering. Voor de belastinguitgaven is dat structureel ongeveer 225 mln. per jaar. Dat is veel geld. In het kader van de crisis hebben wij vooral tijdelijke maatregelen genomen. Alleen de vliegbelasting is structureel afgeschaft. Voor de rest zijn het allemaal maatregelen met een tijdelijk karakter. Dat zijn zo’n beetje de afwegingen, maar het lijkt mij goed om daar te zijner tijd nog wat uitgebreider op in te gaan.

Het verlaagde btw-tarief voor kringloopwinkels is niet opgenomen in het recente Ecofin-akkoord. Dat is niet mogelijk. In de Kamer is een uitgebreide discussie geweest over de Belgische situatie bij bepaalde sociale werkplaatsen. Samen met de minister van Sociale Zaken heb ik daarover een uitgebreide brief aan de Kamer gestuurd. Die brief ging niet over kringloopwinkels. Algemene kringloopwinkels mogen niet onder het lage tarief worden gebracht.

Er is gevraagd wat de gevolgen voor Nederland zijn als importeurs geen aangifte meer hoeven te doen in het land van invoer. Zij kunnen dat in één lidstaat doen. Dat is een enorme vereenvoudiging voor importeurs. Ik spreek regelmatig voor zalen met importeurs en ik weet dat zij daar ontzettend blij mee zijn. De regeldruk bij grensoverschrijdende handel is in de huidige situatie enorm. Voor Nederland betekent het een budgettaire derving, omdat relatief veel goederen via Nederland Europa worden binnengebracht. De haven van Rotterdam heeft daar een zware positie in. Het akkoord van de Ecofinraad van 10 maart is getekend. Een deel van de betaalde invoerrechten zal worden overgemaakt naar de lidstaat waarvoor de goederen bestemd zijn. Wij zijn natuurlijk niet blij met de inkomstenderving die dat meebrengt. Aan de andere kant zijn wij wel blij dat de administratieve lasten voor de ondernemingen die het betreft worden teruggedrongen. Het gaat om een structurele inkomstenderving van ongeveer 70 mln.

De heer Bashir (SP): Ik had een vraag gesteld over de special purpose vehicles. Vindt u dat het mogelijk moet blijven dat banken deze constructies buiten de balans houden?

Staatssecretaris De Jager: Ik was al ingegaan op de eis van 5%. De situatie bij de special purpose vehicles is vrij complex. Het gaat dan om de vraag wat er buiten de balans wordt gehouden. Ik heb eerder al aangegeven dat wij voor transparantie zijn. Als risico’s daadwerkelijk op een bank drukken, horen ze ook op enigerlei wijze tot uitdrukking te worden gebracht. Ik zal de volgende keer iets uitgebreider op deze vraag ingaan. In het voorstel is een verbetering met betrekking tot die eis van 5% voorzien. Dat is een vooruitgang ten opzichte van de huidige situatie.

De voorzitter: Ik dank de staatssecretaris voor de antwoorden. Uit de lichaamstaal van de collega’s maak ik op dat wij afzien van een tweede termijn. Als gevolg van het reces van de Tweede Kamer en de planning van de Ecofinraad waren niet alle stukken aanwezig, maar die krijgen wij nog. Het zal duidelijk zijn dat er een voorbehoud ligt op de punten waarbij de Kamer geen kennis heeft kunnen nemen van de stukken. Dat zullen wij de volgende keer bespreken. Zo nodig wordt er aan de noodrem getrokken.

De voorzitter van de vaste commissie van Financiën,

Blok

De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,

Waalkens

De griffier van de vaste commissie van Financiën,

Berck


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), Blok (VVD), voorzitter, Ten Hoopen (CDA), ondervoorzitter, Weekers (VVD), Van Haersma Buma (CDA), De Nerée tot Babberich (CDA), Haverkamp (CDA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Omtzigt (CDA), Koşer Kaya (D66), Irrgang (SP), Luijben (SP), Kalma (PvdA), Blanksma-van den Heuvel (CDA), Cramer (ChristenUnie), Van der Burg (VVD), Tony van Dijck (PVV), Spekman (PvdA), Linhard (PvdA), Gesthuizen (SP), Ouwehand (PvdD), Tang (PvdA), Vos (PvdA), Bashir (SP) en Sap (GroenLinks).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Remkes (VVD), Pieper (CDA), Aptroot (VVD), Jan de Vries (CDA), Van Hijum (CDA), Mastwijk (CDA), Elias (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Pechtold (D66), Kant (SP), Ulenbelt (SP), Van der Veen (PvdA), Smilde (CDA), Anker (ChristenUnie), Nicolaï (VVD), De Roon (PVV), Kuiken (PvdA), Smeets (PvdA), Karabulut (SP), Thieme (PvdD), Heijnen (PvdA), Roefs (PvdA), Van Gerven (SP) en Vendrik (GroenLinks).

XNoot
2

Samenstelling:

Leden: Van de Camp (CDA), Atsma (CDA), Van Bommel (SP), ondervoorzitter, Van der Staaij (SGP), Waalkens (PvdA), voorzitter, Van Baalen (VVD), Ormel (CDA), Van Velzen (SP), De Nerée tot Babberich (CDA), Jan Jacob van Dijk (CDA), Blom (PvdA), Eijsink (PvdA), Van Dam (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Jonker (CDA), Irrgang (SP), De Roon (PVV), Boekestijn (VVD), Pechtold (D66), Ten Broeke (VVD), Gill’ard (PvdA), Jasper van Dijk (SP), Thieme (PvdD), Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie) en Peters (GroenLinks).

Plv. leden: Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Jager (CDA), De Wit (SP), Van der Vlies (SGP), Vos (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Haverkamp (CDA), Lempens (SP), Schermers (CDA), Knops (CDA), Jacobi (PvdA), Samsom (PvdA), Kuiken (PvdA), Teeven (VVD), Spies (CDA), Roemer (SP), Wilders (PVV), Nicolaï (VVD), Van der Ham (D66), Van der Burg (VVD), Besselink (PvdA), Van Leeuwen (SP), Ouwehand (PvdD), Voordewind (ChristenUnie) en Vendrik (GroenLinks).