Kamerstuk 21501-407

Verslag van een algemeen overleg

Landbouw- en Visserijraad; Verslag van een algemeen overleg; Verslag van een algemeen overleg, gehouden op 24 juni 2010, inzake Landbouw- en Visserijraad

Gepubliceerd: 15 juli 2010
Indiener(s): Gerda Verburg (minister landbouw, natuur en voedselkwaliteit) (CDA)
Onderwerpen: europese zaken internationaal landbouw organisatie en beleid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-32-407.html
ID: 21501-407

Nr. 407 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 15 juli 2010

De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit1 en de vaste commissie voor Europese Zaken2 hebben op 24 juni 2010 overleg gevoerd met minister Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over:

  • de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 22 juni 2010 over de geannoteerde agenda van de Landbouw- en Visserijraad van 29 juni 2010 (21 501-32, nr. 403);

  • de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 26 mei 2010 over het verslag van de informele Visserijraad van 4-5 mei 2010 (21 501-32, nr. 399);

  • de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 4 juni 2010 over het verslag van de Landbouwraad van 17 mei 2010 (21 501-32, nr. 400);

  • de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 18 juni 2010 over het verslag van de informele Landbouwraad van 31 mei-1 juni 2010 te Mérida in Spanje (21 501-32, nr. 401);

  • de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 19 mei 2010 over de reactie op de brief over de regeling sneeuwdrukschade 2005 (32123-XIV, nr. 206);

  • de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 18 mei 2010 over de Europese inzet dierenwelzijn (21501-32, nr. 397);

  • de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 14 juni 2010 over het standpunt van de EU inzake de toekomst van de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC) (32 123-XIV, nr. 210);

  • de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 23 juni 2010 over de reactie op de beoordeling juridische procedure walvisvaart Australië vs Japan (IWC) (32 123-XIV, nr. 213);

  • de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 22 juni 2010 over Fiche: Raadpleging vangstmogelijkheden voor 2011 (22 112, nr. 1034).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Atsma

De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,

Van Bommel

De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Dortmans

Voorzitter: Atsma

Griffier: Hartemink

Aanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Atsma, Jacobi, Ouwehand, Snijder-Hazelhoff, Van Gerven en Van Veldhoven-van der Meer,

en minister Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, die vergezeld is van enkele ambtenaren van haar ministerie.

De voorzitter: Welkom bij dit algemeen overleg met de minister van LNV over de Europese Landbouw- en Visserijraad die binnenkort zal worden gehouden. Ik heet in het bijzonder mevrouw Van Veldhoven van de D66-fractie welkom, want voor zover ik het kan beoordelen is dit het eerste algemeen overleg waaraan zij deelneemt. Wij verheugen ons zeer op haar bijdrage en op de discussie die daarvan het gevolg zal zijn. Ik stel voor om maximaal vijf minuten per fractie voor de inbreng te reserveren. Voordat ik mevrouw Jacobi het woord geef, heeft de minister nog een opmerking.

Minister Verburg: Er zijn twee punten aan de agenda toegevoegd. Ten eerste zal Polen aandacht vragen voor de gevolgen van de overstromingen die daar hebben plaatsgevonden. Ten tweede heeft Ierland een mededeling over de makreelonderhandelingen tussen de EU en Noorwegen, IJsland en de Faroër.

De voorzitter: Dat gooit de inbrengen volledig over de kop, schat ik zo in. Ik hoop dat mevrouw Jacobi desondanks kan beginnen met haar bijdrage.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Voorzitter. Ik ben nu totaal ontregeld, maar ik zal mijn best doen. Ook ik wil conculega Van Veldhoven alle sterkte wensen met dit AO en haar verdere inzet in de Kamer.

Ik begin met de vereenvoudiging van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Ik ben te spreken over hoe de minister zich hiervoor inzet. Ik vind het jammer dat er geen vorderingen lijken te zijn op het gebied van de cross-complianceregelingen, die in mijn beleving erg regelgevend en bureaucratisch zijn. Kunnen wij daar niet krachtiger op inzetten nu wij nog de kans hebben? Er zijn 39 aanbevelingen waarvan er 25 uitgewerkt worden. Waarom wordt er nog niet aan die andere veertien gewerkt? Wat voor regelingen zijn dat?

Ik wil mijn waardering uitspreken voor ons initiatief om samen met anderen een conferentie op te zetten. Ik zou het leuk vinden als de Kamer een beetje mee mag denken over de details en de inhoud van die conferentie. Misschien kunnen wij dat een keer op de agenda krijgen.

Dan kom ik op de stemmingen over de markttoelatingen van de ggo's. Het betreft hier uitdrukkelijk de markttoelating en niet de teelt. Het is saai aan het worden, maar wij hebben het principe dat er wat ons betreft geen tegenstand is als de EFSA de zaak goed heeft bevonden voor mens, dier en milieu. Dat geldt ook hier en daarom kunnen wij ermee verder.

Ik wil specifiek ingaan op de walvisjacht, al staat dat niet op de agenda. Wij zijn blij met de inzet van de minister wat betreft het voorstel om toch door te gaan met het tegemoetkomen van Japan. Dat beschermt eerder de jagers dan de walvissen. De inzet van de minister is prima. Misschien kan zij straks ingaan op de vraag hoe dat voorstel echt vernietigd kan worden. Zij zei: beter geen voorstel dan een slecht voorstel. Dat vinden wij ook. De walvisjacht moet de wereld uit.

Wat betreft de taks en de quota vinden wij de resultaten niet echt om over naar huis te schrijven. Het beperken van de vangstquota en het bepalen van de taks is natuurlijk niet het enige. Er staat gelukkig bij een aantal geen 15%, maar misschien toch nog 25%. Wij willen heel graag dat er fors meer wordt ingezet op alternatieven, ander vistuig en betere controle. Vooral op het gebied van de handhaving lijkt Nederland nog het beste te presteren. Wij willen dat er aan handhaving en controle op Europees gebied meer aandacht wordt gegeven. Het heeft helemaal geen zin om over taks te spreken als mensen zich er toch niet aan houden. Wij willen ook zwaar inzetten op het aanpakken van de bijvangst door de bijvangst niet meer overboord te gooien.

Dan heb ik nog een opmerkelijk punt. Op de agenda schijnt het onderwerp SWIFT gekomen te zijn. In de Landbouwraad zijn wij wel wat koehandel gewend, maar SWIFT? Dat gaat over de uitwisseling van bankgegevens met de Verenigde Staten en staat als hamerstuk op de Landbouwraad. Wij vinden dat te gek voor woorden. Zo'n buitengewoon belangrijk onderwerp kan er niet doorgedrukt worden. Het heeft onlosmakelijk te maken met het voorzitterschap van Spanje, maar wij vinden het raar. In het Europees Parlement wordt er nog over onderhandeld. Minister Hirsch Ballin komt vrijdag met een brief. Hij zet dus ook de Kamer buitenspel. Wij vinden dat de minister er niet mee akkoord mag gaan dat dit op de agenda komt als hamerstuk. Als zij niet anders kan dan het op de agenda houden, vraag ik haar om haar goedkeuring niet te geven. Einde koehandel op dit punt.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Voorzitter. Het is mooi dat mevrouw Jacobi namens de PvdA-fractie afsluit met SWIFT. De VVD-fractie kan zich daar volledig bij aansluiten. Ook voor ons is het onacceptabel dat dit als hamerstuk op de agenda van de Landbouwraad staat. Misschien is Spanje daartoe bevoegd, maar ik denk dat de boodschap vanuit deze fracties helder is.

Dan kom ik op de agenda voor de Landbouw- en Visserijraad van 28 en 29 juni. Wij praten al jaren over vereenvoudiging van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. De minister geeft aan dat er nu een presentatie is over de voortgang van 39 vereenvoudigingsvoorstellen. Dat is prachtig. Zij geeft aan dat er nog meer druk op moet komen en dat er een krachtig politiek signaal moet komen om die 39 vereenvoudigingsvoorstellen te halen. Dat steunen wij van harte. Ik ben heel benieuwd wat die voorstellen inhouden. Komt het werkelijk tot een vereenvoudiging?

Dan kom ik op de internationale concurrentiekracht van het Europese agri-food model. Natuurlijk zijn wij voor een grote concurrentiekracht van onze Europese agrosector, maar ik maak me zorgen over de aanvliegroutes, ook als wij kijken naar de discussies in de Mercosur. Ik wil benadrukken dat het prachtig is dat wij hier hoge standaarden hebben – en daar moeten wij ook voor willen gaan – maar dat heeft ook een relatie met onze concurrentiepositie op de wereldmarkt. Ik wil er nogmaals voor waarschuwen dat die echt onder druk staat als wij heel gemakkelijk en soepeltjes die Mercosur-onderhandelingen ingaan. Ik ben ook een beetje verbaasd dat een aantal lidstaten in een vorig overleg, dat door ons schriftelijk, maar door de minister mondeling in Brussel is gevoerd, zijn kritische vragen en zorgen heeft uitgesproken en dat Nederland zich daarbij niet heeft aangesloten. Ik zou willen dat de minister namens Nederland kritisch kijkt naar de onderhandelingen van de Mercosur en zorgt dat onze concurrentiepositie goed in beeld blijft. Ik heb het natuurlijk over dierenwelzijn, milieuaspecten en allerlei voorwaarden waaraan het agrocluster in Europa moet voldoen.

De minister meldt ons naar aanleiding van het schriftelijk overleg van vorige keer dat de High Level Group eind juni met een rapport zal komen. Ik ben daar heel erg benieuwd naar. Bovendien ben ik benieuwd of eind juni wordt gehaald of dat het rapport er misschien al is. Zou de minister ons dat snel kunnen toesturen en ons kunnen laten weten wat eruit is gekomen en welke besluiten er zijn genomen? Dat brengt me ook op de quotering. Wij spreken nog steeds over de zachte landing en wij zitten nog steeds op 1%. Kan de minister een tipje van de sluier oplichten of er wordt gesproken over eventueel minder superheffing? Dat zou al met al een verlichting zijn. Komen er dit soort uitspraken uit? Het zou voor Nederland goed zijn om daar nog eens de nadruk op te leggen.

Ik heb een vraag over het verslag van de Informele Landbouwraad van 31 mei. Wij gaan voor een kernachtig, helder en sterk landbouwbeleid. De VVD is daar ook een voorstander van. Als ik dan in dit verslag lees dat er heel nadrukkelijk wordt gesproken over een sterke tweede pijler, het plattelandsbeleid, maak ik me zorgen. Er wordt nog niet over renationalisatie gesproken, maar ministers pleiten voor flexibiliteit met die tweede pijler. Wat gaat er allemaal gebeuren? Waar wordt het van betaald? Zou de minister op dit onderwerp ook een tipje van de sluier kunnen oplichten? Ik proef namelijk bij een aantal lidstaten dat zij heel erg gaan inzetten op het plattelandsbeleid, terwijl Nederland gaat voor een sterk landbouwbeleid.

Dan heb ik nog een paar puntjes die raakvlakken hebben met Europese discussies. Allereerst de perceelsregistratie. Vanuit Europa is erop gewezen dat wij andere perceelsregistraties zouden moeten hebben. Daar is forse discussie over geweest. Boeren hebben grote inhaalslagen moeten maken en grote correcties moeten doorgeven. Ik ben niet verbaasd dat er nu opeens 232.000 wijzigingen en opmerkingen liggen. Dat is een explosieve groei volgens de minister, maar dat was te verwachten. Daarvoor was gewaarschuwd. Hoe wordt dit juridisch ingekaderd? Welke zekerheden hebben ondernemers? Als ik de brief goed lees, is de minister bereid steeds koppelsgewijs boeren te berichten wanneer hun zaak is gecontroleerd. Dan kunnen zij een tegencontrole doen. Daar staat nu twee weken voor. Wij gaan de vakantieperiode is. Vindt de minister het terecht dat dit ook in de vakantieperiode binnen twee weken kan en moet? Wij hebben daar onze twijfels over. Ik wil nogmaals benadrukken dat er niet door een omissie straks in juridische en financiële zin gevolgen voor de ondernemers uit mogen voortkomen.

Er komt geen apart overleg met de minister over de boomkwekers in verband met de agenda. Wij hebben er eerder uitgebreid over gesproken. Toen is door het ministerie bij de Kamer de indruk gewekt dat er een minnelijke oplossing zou komen. Ik kan me niet voorstellen dat wij in 2008 een regeling hadden die wij later hebben ingetrokken waarbij nu zulke grote wijzigingen in de schade-uitkeringen komen. Het is ongeloofwaardig. Je past een regeling aan en je komt opeens met heel andere conclusies. Wat ons betreft kan dat niet. Ik verzoek de minister nogmaals hier opnieuw naar te kijken en het met het deel van de sector dat in gevaar is gekomen, op minnelijke wijze op te lossen. De sector is ervan uitgegaan dat de schade is opgegeven op basis van de regeling van 2008 en niet op basis van de nieuwe regeling van 2009. Het is inderdaad meer een nieuwe dan een gewijzigde regeling. Er zijn grote verschillen in de bedragen ter compensatie. Dat kan niet waar zijn.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Voorzitter. Dank voor de welkomstwoorden. Ik wil eerst even op SWIFT ingaan. Ik heb begrepen dat het EP bereid is om in te stemmen met het akkoord als de Raad binnen drie jaar een systeem invoert om de bankdata op Europees grondgebied te filteren. De signalen die ik uit het EP krijg, duiden erop dat het inderdaad als hamerstuk zou kunnen worden besloten als de Raad hiermee akkoord gaat. Daarna besluit het EP er twee weken later alsnog over. Mijn fractie vindt het belangrijk om goed te verifiëren of dat akkoord op die drie jaar slaat en niet op bijvoorbeeld vijf jaar zoals in de Raad besproken werd.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Vindt mevrouw Van Veldhoven het gerechtvaardigd dat de brief van minister Hirsch Ballin die nog naar de Kamer komt de Kamerleden buitenspel zet? Vindt zij het gerechtvaardigd dat het als hamerstuk wordt weggezet terwijl onze Europarlementariërs nog in overleg zijn? Als D66 niet meer daar aan tafel zit en vindt dat het al akkoord is, wil ik mevrouw Van Veldhoven adviseren die mensen weer terug naar de onderhandelingstafel te sturen. Ik dacht dat D66 altijd zo voor het democratisch gehalte was en voor goede aansturing. Wat vindt mevrouw Van Veldhoven nu zo gerechtvaardigd aan het fenomeen dat dit als hamerstuk op een Landbouwraad wordt gezet? Is zij voor koehandel?

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Er zijn natuurlijk heel veel stappen in dit proces. Als de Raad een bepaald gezamenlijk standpunt moet vaststellen zodat het EP zijn eindoordeel kan geven, moeten bepaalde stappen in het proces worden genomen. Daarmee is er nog geen sprake van koehandel. Voor mij is belangrijk dat het standpunt van het parlement, zoals dat gecommuniceerd is, door de Raad geaccepteerd kan worden. Dan neemt het proces verder zijn loop.

Dan kom ik op de vereenvoudiging van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. De minister schrijft dat zij een non-paper gaat presenteren met een krachtig signaal voor vooruitgang van de vereenvoudiging. Daar zijn wij natuurlijk blij mee. Wij zouden echter graag iets meer informatie hebben over de inhoud van dat non-paper. Het gaat dan eigenlijk om een selectie uit de voorstellen. Er werd net al even gesproken over 25 versus 14. Het betreft hier echter vooral een aanmaning tot vaart.

Dan kom ik op de internationale concurrentiekracht. Het Spaanse Voorzitterschap heeft Raadsconclusies opgesteld. De minister stelt dat deze goed aansluiten bij de houtskoolschets. Kan de minister bevestigen dat de combinatie van versterking van concurrentiekracht en duurzaamheid ook het verbeteren van dierenwelzijn omvat? Kan de minister onderschrijven dat Europa op dit vlak echt een voortrekkersrol zou moeten spelen? Is zij bereid haar steun voor de Raadsconclusies op dit punt te laten afhangen van het erkennen van het belang van die voortrekkersrol?

Ik ga verder met de markttoelating. De EFSA heeft alle voorliggende ggo's veilig bevonden. Wij kunnen dan ook de lijn van de minister ondersteunen. Het gaat hier alleen over de import en de verwerking van ggo's, maar wat ons betreft zou het ook over de teelt mogen gaan. Wordt er voortgang gemaakt met de discussie over de mogelijkheid om ook teelt op deze ggo's te doen?

Dan kom ik op de visserij en de rol van maatschappelijke organisaties. De minister geeft aan dat zij de voorstellen om vangstmogelijkheden tot 25% te reduceren, wil steunen om zo de visstand te verbeteren, maar stelt ook dat naast de wetenschappelijke onderbouwing maatschappelijke organisaties en de industrie moeten worden betrokken. Kan de minister bevestigen dat die betrokkenheid geen invloed meer heeft op de hoogte van de vangstmogelijkheden? Dat heeft alles te maken met quota en de wenselijkheid van een bovengrens. De Commissie stelt voor om te streven naar een Maximum Sustainable Yield. Wij hebben onze twijfels of dit een goede leidraad is. Het risico op onherstelbare schade bij overbevissing is namelijk heel erg groot en de wetenschappelijke kennis hierover is onvolledig. Wij zouden graag zien dat de minister een veiligheidsmarge zou verdedigen. Graag krijgen wij hierop een reactie.

Berichten hebben ons bereikt dat minstens een derde van de voorgestelde quota boven de voorgestelde wetenschappelijke adviezen ligt. Klopt dit? Waarom is er niet voor gekozen de quota te volgen? Een deel van de vissoorten wordt zelfs gevangen zonder dat er voldoende informatie beschikbaar is. Wij hopen dat de minister kan toezeggen dat zij wil pleiten voor een spoedige onderbouwing. In de tussentijd zou er een terughoudend regime moeten gelden. Ik vraag in het bijzonder aandacht voor de diepzeevisserij. Wat ons betreft mist er in de mededeling van de Commissie een heldere formulering van een ambitie. Wij maken ons zorgen over de duurzaamheid van deze visvangst. Kan de minister dit onderwerp aansnijden tijdens de ministerraad?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. In de plenaire zaal zou je iemand nu uitgebreid feliciteren met zijn eerste bijdrage, maar ook een AO lijkt me minstens zo gewichtig en belangrijk. Ik feliciteer mevrouw Van Veldhoven en heet D66 heel hartelijk welkom in de AO's over de Landbouw- en Visserijraden. Er staan veel punten op de agenda. Ik hoop dat ik alles kan zeggen wat ik aan de minister kwijt wil. Ik zou haar ook teleurstellen als dat niet zou lukken.

Ik begin met de walvisjacht. Dank voor de inzet van Nederland hierin. Ik kan me nog momenten herinneren dat het voorstel dat nu door Nederland wordt bestreden, wel min of meer van onze regering kon rekenen. Ik ben blij dat wij daar nu anders in staan. Ik ben blij dat het van tafel is. Ik maak me, met de minister denk ik, zorgen over de impasse, maar ik deel haar analyse: beter geen compromis dan een slecht compromis. Hoe schat de minister in dat het verder moet? Wij hebben in de brief kunnen lezen dat de minister, zoals zij had beloofd, heeft aangekaart of wij Europees iets kunnen doen met de doorvoer van walvisvlees. Ze zegt dat de Commissie heeft aangegeven dat op basis van Europese en internationale regelgeving doorvoer niet kan worden geweigerd. Hoe nu verder? Aan Europese regelgeving kunnen wij gezamenlijk iets doen. Wat is dan de internationale regelgeving die ons dwars zit? Is de minister bereid hierop door te pakken en het hier niet bij te laten zitten? Dat zou ik erg toejuichen.

Australië spant een procedure aan tegen Japan. Hoe staat Nederland daartegenover? Wij hebben laten doorschemeren dat wij graag hadden gezien dat Nederland zich daarbij aan zou sluiten. Uit de brief van de minister maak ik op dat dit niet kan omdat Nederland geen direct belang heeft. Dat kan ik me voorstellen. Ik zou het echter wel goed vinden als wij een duidelijk signaal afgeven dat wij Australië hierin van harte steunen. Ik stel voor dat de minister een briefje stuurt om haar Australische collega een hart onder de riem te steken, waarin zij hulp aanbiedt. Het proces is hier in Den Haag. Ik kan me zomaar voorstellen dat wij ergens de helpende hand kunnen uitsteken. Graag krijg ik die toezegging van de minister.

Dan stap ik over naar het Europees actieplan voor dierenwelzijn en de opvolging daarvan. Wij hebben het daar vorige keer over gehad en toen heeft de vervanger van de minister tijdens het VAO gezegd een brief te sturen. De heer Donner kon tijdens het VAO niet concreet antwoord geven. Daar zijn wij mee akkoord gegaan. Die brief hebben wij inmiddels ontvangen. Ik heb begrepen dat het niet deze zomer nog op de agenda komt. De minister schrijft dat het een dynamisch proces is en dat er nog allerlei momenten komen waarop wij de Nederlandse inzet kunnen concretiseren. Ik wil de minister graag meegeven dat volgens ons de brief onvoldoende is. Ik vraag de minister deze zomer meer huiswerk te doen en meer ambitie aan de dag te leggen. Wij missen een aantal diersoorten in de ambities voor het actieplan. Wij missen bijvoorbeeld gedachten over een positieflijst, wel of niet te houden dieren, aanscherping van de varkensrichtlijn, opstellen van regelgeving voor het doden van vissen en het terugdringen van het aantal dierproeven. Ik noem het maar even als inspiratie. Ik zou er graag na de zomer bij de minister op terugkomen. Ik hoor ook graag wanneer dit nu concreet aan de orde is in Europa. Ik begrijp dat het een dynamisch proces is en dat wij verschillende overlegmomenten hebben, maar wij willen als Kamer een duidelijke boodschap meegeven. Een van de dingen die de minister schrijft, kan in elk geval niet. Zij wil gaan pleiten voor regelgeving voor het welzijn van nertsen. De Kamer heeft een motie aangenomen dat zij een Europees verbod op het fokken van nertsen wil. Dan zou dat natuurlijk de inzet moeten zijn.

Dan kom ik op de gentechnologie en de markttoelating. Ik snap het niet meer. De minister zegt dat wij de EFSA volgen en dat wij dat nu ook doen en dus instemmen. Er zou echter ook een verbeterproces van de EFSA komen. Daarvan hebben wij tot nu toe nog niets gezien. Het kan niet allebei. Ik zou graag zien dat wij een pas op de plaats maken en dat de minister ons informeert over de stand van die verbeterprocessen. Wij waren het erover eens dat er kritiek is op de toetsing. Ook het voorstel om lidstaten de bevoegdheid te geven over beslissingen over teelt op hun grondgebied hebben wij nog niet uitgewerkt gezien. Kunnen wij hierin meer inzicht krijgen? Graag krijg ik de toezegging dat de minister geen tussentijdse stappen zal zetten.

Wat betreft de visserij vindt er nu een gedachtewisseling plaats over de quota en dus nog geen besluitvorming. Ik maak me echter wel zorgen over het roll-overeffect waarvan de minister wil uitgaan. Wij spreken af dat de quota niet verder worden verlaagd, maar dat lijkt me strijdig met het voorzorgsbeginsel. Wij gaan daarmee niet akkoord.

De minister voert nog steeds de motie over de discards niet uit. Ik lees in het fiche dat het beperken van de zeedagen een belangrijk instrument van de reductie is. Ik lees dat de minister het verplicht aanlanden van de vangsten als voorbeeld heeft genoemd met het voorbehoud dat het om bepaalde soorten zou gaan. De motie was duidelijk: verplicht aanlanden van alle vangsten. De minister zal zeggen dat dit onderhandelingen zijn en dat je niet weet wat eruit komt. Dat maakt me niet uit. De Nederlandse inzet is het verplicht aanlanden van alle vangsten, en nu een keer écht.

De heer Van Gerven (SP): Voorzitter. Ik kom eigenlijk uit de zorg en die wordt gedomineerd door allerlei onbegrijpelijke afkortingen. Ik moet zeggen dat men er op landbouw- en visserijgebied ook wat van kan. Ik ga me dat allemaal proberen eigen te maken.

Ik begin met de genetisch gemodificeerde organismen. Ik wil de Partij voor de Dieren bijvallen. Ook de SP-fractie vindt dat het toelaten van zes nieuwe een belachelijk hoog aantal is. Het duidt op een verkeerde richting. In december 2008 is afgesproken om het beoordelingstraject te verbeteren. Het ging onder andere om analyse op lange termijn, het functioneren van de EFSA en de effecten van Bt-gewassen. Dat is allemaal nog niet uitgewerkt en toch wordt weer overhaast overgegaan tot allerlei nieuwe toelatingen, terwijl de EFSA niet in staat is om de langetermijneffecten in te schatten. Ook wij verzoeken de minister achter dat verbetertraject aan te gaan. Wij hebben al eerder vragen gesteld naar aanleiding van een artikel waaruit bleek dat de Amflora onvolledig was beoordeeld, juist op het cruciale terrein van de gevolgen van antibioticaresistentie. Zou er geen vervolgadviesaanvraag bij de EFSA moeten plaatsvinden? Er moet in ieder geval nagevraagd worden of die beoordeling volledig was. Wij krijgen daar graag een reactie van de minister op.

Naar aanleiding van de brief van Greenpeace over het gelekte voorstel over meer invloed van de lidstaten maakt de SP-fractie zich ernstig zorgen. Volgens Ludwig Krämer missen de voorstellen juridische grond en zouden klagers gemakkelijk procedures kunnen winnen van landen die zich op deze criteria beroepen. Wij willen graag meer bevoegdheden voor de lidstaten, maar dan moet er wel een goed onderbouwd en juridisch houdbaar voorstel komen. Graag krijg ik de toezegging van de minister dat zij dit uitzoekt en niet akkoord gaat zolang dit voorstel niet juridisch sluitend is.

Minister Verburg: Ik heb een vraag in verband met de kwaliteit van de beantwoording. Ik pak niet helemaal waar het over gaat. U noemt Greenpeace en hebt het over lidstaten en besluitvorming. Kunt u iets duidelijker zijn?

De heer Van Gerven (SP): Ik ga door. Het gaat om het benoemen van meetbare sociaaleconomische criteria, zoals draagvlak onder de bevolking en boeren, biodiversiteit, belanghebbendenconsultatie en participatie. Wil de minister aandringen op voorstellen voor grensoverschrijdende contaminatie?

Dan kom ik op dierenwelzijnsnormen. De inspanningen van de minister op het gebied van de walvissen zijn goed. Het is ons echter ook opgevallen dat de minister tegen dwangvoeding voor ganzen is, maar dat zij de pelsdierfokkerij niet noemt. Er is in Nederland een meerderheid voor om daarmee te stoppen en waarschijnlijk is er binnenkort wetgeving op dat terrein. Graag zien wij de inzet van de minister ook op dat vlak.

Het rapport van het Landbouw Economisch Instituut gaat over de bijmengverplichting van 10% biobrandstof. Er zitten grote nadelen aan de toepassing van voedselgewassen voor biobrandstof op het terrein van concurrentie, voedselproductie en ontbossing. Er zijn ook vraagtekens te plaatsen bij de klimaatwinst. Ook hebben wij vaak gewezen op het belang van stabiele en redelijke voedselprijzen. De hongersnoden door extreme prijsstijgingen ten tijde van de voedselcrisis zijn daarvan een wrang voorbeeld. Wij pleiten voor mechanismen om de extreme prijsschommelingen of volatiliteit uit de voedselmarkt te halen. Is de minister bereid om bij de herziening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid aandacht aan die prijsvorming en volatiliteit te besteden? Het bestrijden van die extreme prijsschommelingen kan niet zonder productiebeheersing en quotering. Verder moet de prijsopbouw in de keten bekeken worden en is het cruciaal dat de speculatie in de voedselmarkt wordt aangepakt. Prijsinterventies en strategische voorraden zijn ook een middel, mits het geen structurele overproductie in stand houdt of dumping bevordert. Ik begreep dat er links en rechts wat initiatieven zijn, maar zou het niet goed zijn dat er toch een integrale visie komt, mede in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid? Kan de minister voor de volgende Landbouw- en Visserijraad een overzicht geven van de initiatieven rond de problemen van de prijsvolatiliteit en prijsvorming? Wij snappen de roep om een creatief prijsbeheersingsmechanisme, maar wij betwijfelen of de flexibele bijmenging wel de juiste manier is. Wat is de echte klimaatwinst als zaken als kunstmest, tractorgebruik en transport worden meegerekend? Heeft dit voorstel niet tot gevolg dat de prijsvolatiliteit uit de graanmarkt wordt overgebracht naar de markt voor andere biobrandstoffen, zoals palmolie? Minder graan betekent namelijk meer palmolie bijmengen. Dat leidt tot prijsstijgingen. Ik vraag de minister om een nader onderzoek op dat vlak. Wij hebben namelijk het idee dat daarin een belangrijke lacune zit. De SP-fractie wil graag een compleet inzicht in de gevolgen voor ontwikkelingslanden, inclusief de gevolgen van eventuele productiestijging en toenemende volatiliteit in andere markten.

Voorzitter: Snijder-Hazelhoff

De heer Atsma (CDA): Voorzitter. Ik sluit me aan bij enkele opmerkingen die onder andere door de collega's Jacobi en Snijder zijn gemaakt, maar ik ga er zelf ook nog even kort op in.

Ik begin met het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. De minister schrijft dat zij waakt voor renationalisatie. Dat zouden wij met kracht willen steunen. Het pleidooi voor meer flexibiliteit kan ook het risico inhouden dat die renationalisatie er wel komt. De Commissaris van landbouw heeft trekjes in die richting en wij zouden de minister erop willen wijzen dat dit voor velen in Europa niet goed is, zeker niet voor de sector in Nederland. Renationalisatie is een groot risico.

Dat brengt me bij de uitkomsten van de High Level Group met betrekking tot het zuivelbeleid. Hoe gaan wij die zachte landing invullen? Bepleiten wij afbouw van de superheffing? Bepleiten wij een internationale verevening van de te produceren of niet geproduceerde kilogrammen melk? Wij zouden daar overigens wel voor zijn, maar het is niet duidelijk wat precies de vervolgroute is.

De perceelsregistratie heeft alles te maken met de vraag hoe de toeslagen worden uitgekeerd. Wat zijn de concrete consequenties van het uitstel? Wij hebben ervoor gewaarschuwd dat de Dienst Regelingen dit niet aan zou kunnen. De boeren krijgen nu een paar weken de tijd om de zaak te beoordelen. Dat lijkt ons echt aan de krappe kant. Op het ministerie hebben anderen maanden de tijd gehad. Wij willen weten wat de consequenties zijn voor de toeslagen en de mestruimte. Het mag niet zo zijn dat de individuele ondernemer de dupe wordt omdat de zaak niet op tijd in orde is. Het Europees Hof heeft een interessante uitspraak gedaan over de publicatieplicht van de gegevens. Misschien kan de minister nog even uitleggen wat dat precies betekent.

Wat betreft de sneeuwdrukschade sluit ik me aan bij de opmerkingen van collega Snijder. Datzelfde geldt voor de zorgen over de Mercosur. Als wij moeten waken voor renationalisatie, moeten wij er ook op letten dat wij onszelf niet te veel buitenspel zetten bij de afspraken die gemaakt worden.

Met het toelaten van de ggo's heeft de CDA-fractie geen moeite. Als de EFSA akkoord is, is het wat ons betreft geen probleem.

Dan kom ik op de biobrandstoffen. Deze minister zet in op een verdere ontwikkeling van de tweede- en derdegeneratiebiobrandstoffen. Klopt onze inschatting dat de Eurocommissaris van energie op dit moment een beweging maakt die contraproductief zou kunnen zijn? Hij heeft, voor zover wij dat kunnen beoordelen, aangegeven dat wat hem betreft plantaardige grondstoffen afkomstig uit natuurgebieden, waterrijke gebieden en veengebieden wellicht niet meer voor die tweede en derde generatie in aanmerking zouden moeten komen. Als dat zo is, doen wij de deur weer voor een deel dicht. Dat zou de CDA-fractie zeer onterecht vinden.

Welke voorstellen voor de vereenvoudiging van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid worden niet overgenomen en waarom niet? Wat betekent dit straks voor de individuele ondernemer? Ik denk dat het belangrijk is om dat te weten. Wat ons betreft gaat de minister op volle kracht vooruit, voor zover haar de tijd daarvoor gegeven is.

Voorzitter: Atsma

Minister Verburg: Voorzitter. Dank voor de inbreng in eerste termijn. Ook mijnerzijds een hartelijk welkom voor mevrouw Van Veldhoven en complimenten met haar maidenspeech. Het zal je maar gebeuren dat je je maidenspeech houdt in een algemeen overleg en binnen een halve minuut geconfronteerd wordt met een vlijmscherpe interruptie. Zij heeft zich daar goed doorheen geslagen. Ik voel ook een beetje mee met de heer Van Gerven, want in de humane gezondheidszorg heb je heel veel afkortingen, maar ook in het landbouw- en visserijbeleid. Uiteindelijk wen je eraan, maar dat zou eigenlijk niet zo moeten zijn, omdat je anders in jargon gaat praten terwijl je moet zorgen dat iedereen kan begrijpen waarover je het hebt. Ik zou zeggen: spreek af met uw medewerkers dat ze een afkorting tenminste één keer voluit schrijven.

De voorzitter: Zullen wij die afspraak wederzijds laten zijn, zodat dit ook op het ministerie wordt opgepakt? Dat lijkt me een uitstekende afspraak.

Minister Verburg: Ik zal u uitdagen. Dat gebeurt namelijk altijd al. In alle brieven die u van mij krijgt, staat het tenminste één keer voluit en daarachter volgt de afkorting die wij gebruiken. Die wens is dus reeds vervuld.

Er zijn verschillende vragen gesteld, die wel of niet verband houden met de Landbouw- en Visserijraad. Ik zal op al die vragen proberen in te gaan. Ik vraag wel begrip voor het feit dat ik daar even de tijd voor nodig heb, want het zijn geen kinderachtige vragen. Zo ken ik u ook en u kent mij in mijn poging die vragen zo goed mogelijk te beantwoorden.

Mevrouw Jacobi, mevrouw Snijder en de heer Atsma hebben gevraagd wat de vereenvoudigingsvoorstellen zijn. Er zijn vorig jaar 39 voorstellen ingediend. Die hebben alles te maken met de techniek. Ze hebben te maken met de regelgeving, de directe betaling, de cross-compliance en het Europees plattelandsbeleid. Die voorstellen worden naar voren gebracht door de betaalorganen die te maken hebben met de beoordeling van de aanvragen voor de directe betalingen. Wij hebben Europees afgesproken dat wij vanwege de permanente noodzaak, en vanwege de drive die ik daarvoor heb namens Nederland, zaken niet ingewikkelder maken dan noodzakelijk is en dat wij vereenvoudigen waar dat maar enigszins mogelijk is. Daar staat niet iedereen om te juichen, maar wij hebben afgesproken dat de betaalorganen een permanente uitnodiging hebben om te komen met voorstellen en dat de Europese Commissie c.q. de Commissaris binnen een half jaar met een follow-up moet komen. Als de leden zich op de hoogte willen stellen van de inhoud van die 39 voorstellen, heb ik geen enkel bezwaar die aan de Kamer toe te zenden. Ik zeg dan ook toe dat ik die 39 voorstellen zal toevoegen aan het verslag van de Europese Landbouw- en Visserijraad.

Mevrouw Jacobi spreekt steun uit voor de conferentie over landbouw, voedselzekerheid en klimaat en wil daar graag bij betrokken zijn. Ik juich dat zeer toe.

Het is mijn vaste voornemen om de voorbereidingen, die overigens al heel vergevorderd zijn, goed af te ronden. Deze conferentie loopt vooruit op de klimaatconferentie in Cancún en ik wil die zo concreet mogelijk invullen. Het gaat daarbij om landbouw- en plattelandsbeleid als onderdeel van de oplossing. Nederland beoogt dit te doen in samenwerking met de Wereldbank, de FAO en een aantal mede-initiatiefnemende landen: Vietnam, Nieuw-Zeeland, Noorwegen en Ethiopië. Die zijn er allemaal erg enthousiast over. Het aantal inschrijvingen loopt snel op. Wij moeten al naar een grotere locatie om het allemaal georganiseerd te krijgen. De voorbereidingen zijn dus in een vergevorderd stadium. De uitkomsten moeten heel concreet leiden tot onderdelen van een actieagenda in Cancún als opvolger van Kopenhagen. Ik houd de Kamer op de hoogte van de verdere voorbereidingen. Ik zie erop toe dat de Kamer een uitnodiging krijgt om met een delegatie deel te nemen aan een of meer programmaonderdelen op de vijf verschillende dagen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dank. Ik wilde hierover iets zeggen in mijn bijdrage. Ik stel die vragen nu dan maar. Ik wil weten op welke termijn de Kamer betrokken kan worden bij de verdere invulling. Dat is ook de vraag van mevrouw Jacobi. Ik mis bijvoorbeeld twee thema's in wat de minister heeft geschreven, namelijk landgebruik en biodiversiteit. Die zijn expliciet benoemd als landbouwthema's die terug moeten komen in relatie tot het klimaat. Komen wij daarover nog met elkaar te spreken? Hoe ziet de minister dat?

Minister Verburg: Ik heb al aangegeven dat de voorbereidingen bijna rond zijn. De titel van de conferentie is Biodiversiteit. Klimaatverandering heeft daarmee alles te maken en zit er ook volop in. Ik zeg mevrouw Ouwehand toe om in september een brief aan de Kamer te schrijven over de voortgang van de voorbereidingen. Het is immers van belang voor de Kamer om op de hoogte te zijn en te blijven. Als daarin een aanleiding zit om daarover van gedachten te wisselen, kan dat natuurlijk altijd.

Mevrouw Snijder en mevrouw Van Veldhoven vragen naar de internationale concurrentiekracht van het Europese agrifoodmodel en naar de Raadsconclusies. Dat zijn conclusies van het Spaanse voorzitterschap, waarin staat dat het Europese productiemodel van groot belang is. Het gaat daarbij om de hoge standaarden die wij binnen de Europese Unie hanteren op het gebied van bijvoorbeeld voedselveiligheid en dierenwelzijn. Mevrouw Van Veldhoven vraagt daar specifiek naar en ja, die maken hiervan onderdeel uit. Ik noem ook de milieustandaarden en de vindbaarheid, de zogenaamde traceability. Het gaat dan om vragen als: hoe kun je iets opzoeken of uitzoeken en hoe kun je het spoor terugvolgen of juist voorwaarts volgen?

In de conceptconclusies geeft het Spaans voorzitterschap aan dat het model uitdagingen en zeker ook kansen biedt in het kader van het concurrentievermogen op de wereldmarkt. Wie dit allemaal op zich laat inwerken, ziet dat het volstrekt aansluit op de Nederlandse visie op de toekomst van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, vastgelegd in de houtskoolschets. Ik wijs er nog maar eens op dat daarin innovatie en verduurzaming centraal staan. Dat zijn de leidende principes van de houtskoolschets. Mevrouw Snijder vraagt daarnaar. Mijn antwoord is dat het zo veel mogelijk langs de eerste pijler moet en zo veel mogelijk met directe betalingen en dus zo min mogelijk langs de tweede pijler, laat staan dat het gaat om renationalisatie. Ik vind het plezierig om te horen dat mevrouw Snijder ook op die lijn zit.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Komt de minister nog te spreken over mijn zorgen over de discussies in de Mercosur? Daarbij leg ik ook een link met de internationale concurrentie.

De voorzitter: Daar komt de minister nog over te spreken.

Minister Verburg: De High Level Group Zuivel is ingesteld naar aanleiding van de heel slechte zuivelprijzen van vorig jaar. Die werkgroep is tijdelijk en zou voor 1 juli van dit jaar moeten rapporteren. Dat gebeurt ook. Er is een semifinaal eindrapport met zeven aanbevelingen. Ik kan mij in die aanbevelingen goed vinden. De opvattingen van Nederland zijn ingebracht en zijn herkenbaar meegenomen. Ik noem een paar van de conclusies die in het eindrapport komen te staan en waarover wij zeer waarschijnlijk in juli voor het eerst zullen spreken, op basis van een eerste reactie van de Europese landbouwcommissaris Cioloş.

Ten eerste wordt niet getornd aan de quotumverhoging. Die wordt niet minder, maar ook niet meer op dit moment. Dat is ook niet aan de High Level Group Zuivel. Ten tweede wordt de positie van de melkproducenten versterkt. Daardoor worden ketenafspraken binnen de randvoorwaarden van de mededingingswetgeving mogelijk. De prijsvorming moet transparanter. Dat is van groot belang, wetend waar en hoe de marges zijn verdeeld. Ook wordt de snel inzetbare interventie omarmd. Dat is een vangnet dat ook als trampoline moet kunnen fungeren, zo snel als mogelijk en zo kort als nodig. Dat is op zich heel goed in de hele aanloop. Nederland is actief geweest in de High Level Group. Wij hebben steeds met de maatschappelijke spelers op dit terrein gesproken.

Het rapport wordt formeel toegezonden aan de Raad. Op 12 juli spreken wij hier voor het eerst over onder Belgisch voorzitterschap. Het rapport gaat uiteraard ook naar het Europees Parlement.

Mevrouw Snijder vraagt wat er gaat gebeuren in de tweede pijler. Dat is even de vraag. Er is afgesproken om tot 2013 in ieder geval niet aan de budgetten te morrelen. De Kamer weet dat wij via de houtskoolschets inzetten op een sterke eerste pijler, op basis van innovatie en verduurzaming, en op een aantal andere zaken waar boeren en ondernemers op het platteland een belangrijke bijdrage aan kunnen leveren. Het is echter onmogelijk om nu de vraag te beantwoorden wat er in de tweede pijler gaat gebeuren. Het is zaak om in Europees verband zo veel mogelijk steun te vinden voor de schets, de beleidslijn die Nederland heeft uitgezet. Dat zal wis en waarachtig nog niet meevallen. Er zijn inderdaad Europese lidstaten die veel meer aan de tweede pijler willen doen. Die suggereren wellicht om delen te renationaliseren. Ik weet niet wat mevrouw Snijder zich daarbij voorstelt. Ik vind het echter een risico voor het gelijke speelveld. Ik vind in de tweede pijler heel veel bureaucratie zitten. Mevrouw Snijder heeft daar zelf van tijd tot tijd opmerkingen over gemaakt. Ik zal er niet direct de kwalificatie «mopperen» aan geven, maar het komt daar wel op neer. Het is te ingewikkeld en te projectmatig. Wij gaan echter alles op alles zetten om zo veel mogelijk een krachtig, toekomstgericht, innovatief en duurzaam landbouwbeleid met directe betalingen op Europees niveau te garanderen bij een ten minste gelijkblijvend budget. Dat moet allemaal nog wel gebeuren.

Verschillende sprekers hebben een opmerking gemaakt over de toelating van ggo’s. Er worden niet voor het eerst vragen gesteld bij de EFSA. Ik heb al eerder gezegd dat de procedures rond de EFSA, de kwaliteit, de deskundigheid en de onafhankelijkheid daarvan, niet ter discussie staan. Dat er door de ontwikkeling van gmo's de behoefte bestaat dat de EFSA meeontwikkelt is evident. Dat is ook niet nieuw. Dit moet gebeuren. De Europese Commissie moet hierop aansturen. Die moet dat mede vorm en inhoud geven. Verder is het belangrijk om de procedures te vereenvoudigen en te verhelderen. Daaraan wordt voluit gewerkt. Ik denk dat tijdens de verbouwing de kwaliteit van het werk van de EFSA voldoende gegarandeerd is. Dat moet ook zo blijven. Tijdens de verbouwing blijft de winkel open. Vandaar dat de ggo-maïsvariëteiten nu volledig beoordeeld zijn en van een positief oordeel zijn voorzien. Overigens is het zo dat in Nederland nog steeds een second opinion en soms een third opinion wordt gemaakt. Al deze maïsvariëteiten zijn veilig en goed bevonden door het RIKILT.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit vind ik iets te gemakkelijk. De winkel blijft open gedurende de verbouwing. Als de verbouwing steeds wordt vertraagd, en wij niet een half jaar maar zes jaar bezig zijn – ik noem maar wat – biedt dat alle gelegenheid om allerlei genetisch gemodificeerde gewassen erdoor te jassen. Ik zeg het maar even plat. De minister zegt dat het allemaal niet ter discussie staat. Er is echter wel discussie over de langetermijneffecten. Er is consensus over dat die onvoldoende beoordeeld zijn. Het gaat ook over de manier waarop EFSA naar Bt herbicidenresistente gewassen kijkt. Ik wil van de minister weten of zij blind op de oordelen afgaat zolang de verbeteringen er nog niet zijn. Hoelang gaat zij dat volhouden?

Mevrouw Jacobi (PvdA): In aansluiting daarop het volgende. In mijn beleving had de verbouwing van EFSA al klaar moeten zijn. Wat is de planning? Wanneer gaan wij door met alle kwaliteiten van de wereld?

Minister Verburg: Er is niet zozeer sprake van een verbouwing van EFSA, maar van een verheldering. Er moet een verheldering en een verkorting van de procedures plaatsvinden. Daarop zet ook Nederland in. Hier is eerder gesproken over een onderscheid in het beleid ten aanzien van de toelating van teelten. De lidstaten moeten daarover zelf besluiten nadat de Europese Commissie op basis van EFSA-advies heeft gezegd wat veilig is. Dat betekent dat de EFSA volstrekte kwaliteit levert. Daarover kan geen misverstand bestaan.

EFSA is een agentschap dat zich net als elk ander onderzoeksinstituut, het RIVM of het RIKILT, steeds op de hoogte moet stellen van de laatste en de nieuwste gegevens. Ten aanzien van het toelaten van ggo-producten is het van belang dat er een oordeel wordt gevormd over de perspectieven en mogelijkheden voor de lange termijn. Dat is in ontwikkeling. Er is echter heel veel in ontwikkeling. Een pas op de plaats maken, zou nu onzuiver en onterecht zijn. Ik ken de opvattingen van sommige partijen over ggo's. Ik respecteer die. Dit betekent niet dat het werk van het agentschap moet worden stopgezet. De Europese Commissie houdt hierbij scherp de vinger aan de pols. Er komt zeer binnenkort een voorstel van de Europese Commissie om de toelatingsprocedures voor de ggo-teelt sterk te vereenvoudigen. Het doet waar Nederland op heeft aangedrongen.

De heer Van Gerven vraagt naar de ggo-brief van Greenpeace. Hij heeft het al gezegd. Het gaat om een uitgelekt concept-Commissievoorstel. Ik vind het zorgvuldiger om te wachten op het uiteindelijke Commissievoorstel. Anders lopen wij de kans dat wij reageren op een voorstel terwijl het uiteindelijke voorstel nog weer een slag anders is. Ik zal het uiteindelijke voorstel namens het kabinet graag van een reactie voorzien. De Kamer stel ik daarvan heel snel op de hoogte.

De heer Van Gerven (SP): Ik begrijp dat de minister zegt dat het maar een conceptvoorstel is. Het gaat natuurlijk om de zorgen van de SP-fractie of het instrument dat een land kan hanteren deugdelijk en juridisch houdbaar is. Deelt de minister die inzet en die zorg? Wij moeten hierop terugkomen als er een definitief voorstel ligt. Wij moeten dan bespreken of het instrument wel deugdelijk is.

Minister Verburg: Ja, dit lijkt mij zeer terecht. Ik zeg het ook graag toe. Naar verwachtring zal de Europese Commissie in de loop van juli of augustus met een definitief voorstel komen. Waar de heer Van Gerven op duidde bij zijn inbreng zijn met name de sociaaleconomische aspecten. Daarover is eind vorig jaar een conferentie gehouden. Nederland heeft daarbij een tiental sociaaleconomische aspecten bij ggo-producten aangemeld bij de Europese Commissie, overigens in lijn met de collega van VROM. De Commissie heeft gezegd voor 1 juli te komen met een eerste reactie op alles wat is ingediend. Het lijkt mij dat wij daar de komende tijd nog wel over komen te spreken, hetzij met mij, hetzij met mijn collega van VROM of wellicht met beiden.

Mevrouw Ouwehand vraagt naar het actieplan dierenwelzijn. De Commissie heeft de verwachting om medio 2011 een nieuw actieplan te presenteren. Nederland is actief betrokken bij de evaluatie van het huidige beleid en bij de totstandkoming van het nieuwe actieplan voor dierenwelzijn. Ik heb eerder aangegeven dat Nederland inzet op een spoedige herziening van de transportverordening. Daarover is de Commissie op dit moment nog niet geweldig enthousiast. Wij zetten daar wel druk op. De Commissie zal binnenkort een rapport uitbrengen aan de Raad en aan het Europees Parlement over de implementatie van de huidige transportverordening. Vervolgens zal de Commissie besluiten of herziening nodig is. Nederland zal daar een bijdrage aan leveren. Wij vinden herziening nodig.

De Nota Dierenwelzijn is leidend voor mijn inzet in Europees verband. Ik heb daarbij een aantal prioriteiten. De eerste is de uitfasering van legbatterijen, uiterlijk per 1 januari 2012. De tweede is het stoppen met castratie van biggen. De derde is herziening van de varkensrichtlijn. De vierde is het verbod op het gebruik van de huidige waterbadmethode voor het bedwelmen van pluimvee. Er zijn nog veel meer onderwerpen te vinden. Als je alles tot prioriteit maakt, heb je geen prioriteiten meer. Dit zijn de prioriteiten die ik heb gekozen. Dat neemt niet weg dat ook andere onderwerpen de aandacht kunnen krijgen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De vraag is: wanneer komt wat aan de orde. Voor een actieprogramma hoeft nog niet gekeken te worden naar prioriteiten, maar moet gewerkt worden met stevige wenslijstjes. Dan komen in de onderhandelingen wel de punten naar voren waaraan Europa prioriteit gaat geven. Ik wil van de minister weten wanneer wij een grote, dikke brief naar Europa sturen over wat Nederland wil.

Minister Verburg: De wensen van Nederland zijn zeer wel bekend in Brussel. Zij kennen onze Nota Dierenwelzijn. Wij opereren daarvanuit. Nederland is een van de landen die tamboereren op dierenwelzijn. Wij hebben die hoog op de agenda staan. Ik heb zojuist de prioriteiten wat betreft de wensenlijst gegeven. Wie de Nota Dierenwelzijn bekijkt en het actieprogramma dat erbij hoort, ziet de prioriteiten. Die liggen ook in Brussel.

De heer Van Gerven (SP): De minister zegt terecht dat zij niet alles kan aankaarten. Er zijn een heleboel zaken. De Kamer heeft echter ook prioriteiten opgesteld, bijvoorbeeld het nertsenfokverbod. Mijn vraag is of de minister zich sterk wil maken om dit in Europees verband aan te kaarten.

Minister Verburg: Vorige week is in de Kamer nogmaals gesproken over de novelle in het kader van de wet over het verbod op de nertsenhouderij. Toen is gebleken dat de Tweede Kamer steun geeft aan ook het vernieuwde voorstel. Die steun is nog niet het geval in de Eerste Kamer. Het is goed gebruik dat de regering pas uitvoering geeft aan een en ander, ook aan wetgevingstrajecten en alles wat daaruit volgt, als een wet is behandeld en aangenomen in de Eerste Kamer. Met andere woorden, ik pas deze volgorde toe bij het traject richting Brussel.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): De minister geeft aan dat de Nederlandse wensen in Brussel zeer bekend zijn. Kan zij aangeven of zij verwacht dat andere landen steun verlenen aan die Europese wensen?

Minister Verburg: Dat kan ik nog niet op alle dossiers. Het zijn er immers nogal wat. Ik noem bijvoorbeeld het voederen van ganzen voor foie gras. Dat is een element. Ik zie dat mevrouw Van Veldhoven dit herkent in haar Europese ervaring. Zo ligt het natuurlijk wel. Voor sommige zaken krijgen wij steun en voor andere zaken niet. Het is wel zo dat de belangstelling voor dierenwelzijn in Nederland maakt dat Nederland daarbij een koploper is. Dat is een bewuste keuze van het kabinet-Balkenende IV.

De heer Atsma en de heer Van Gerven hebben vragen gesteld over biobrandstoffen. De minister van VROM heeft de Kamer hierover eind mei geïnformeerd. Het kabinet wil de komende jaren de nationale doelstelling voor biobrandstoffen voor het wegverkeer in kleine stappen laten stijgen. Daarbij moet de duurzaamheid gegarandeerd zijn. Dat is ook wat Europees commissaris Oettinger heeft verklaard. Het is ook de kern van de Europese richtlijn over hernieuwbare energie. De biobrandstoffen moeten duurzaam zijn. Dat betekent onder andere geen kap van oerbossen of secundaire bossen, geen teelt in natuurgebieden, op veengronden en op gronden die belangrijk zijn voor de biodiversiteit. De inzet van de rijksoverheid op het vlak van innovatie van tweede- en derdegeneratiebiobrandstoffen sluit aan bij de duurzaamheidscriteria zoals geformuleerd in de richtlijn over hernieuwbare energie.

Vooruitlopend op de implementatie van de richtlijn is op verzoek van de Kamer sinds 2009 de regeling over dubbeltelling bij de bijmengingsverplichting van toepassing. Die maatregel bevordert meer tweedegeneratiebiobrandstoffen gemaakt uit afvalresiduen en lignocellulose. De productie daarvan wordt dus gestimuleerd.

Er is gevraagd naar de openbaarmaking van de landbouwsubsidies. Zover zijn wij nog niet. Advocaat-generaal Sharpston heeft een advies gegeven aan het Europees Hof over de openbaarmaking van de GLB-subsidies. De advocaat-generaal heeft in de zogenaamde conclusie geoordeeld dat openbaarmaking niet proportioneel is in relatie tot bescherming van de privacy. Daarom zou de Europese regelgeving op grond waarvan tot publicatie wordt overgegaan niet geldig zijn. De conclusie heeft op zich nog geen gevolgen. Ik wacht de uitspraak van het Europese Hof ter zake af. Op het moment dat er een uitspraak is, zal ik de beweegreden, de overwegingen en het oordeel tot mij laten komen en aan de Kamer een reactie daarop sturen.

De heer Atsma vraagt naar de toekomst van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Hij houdt een extra pleidooi voor een sterke eerste pijler met innovatie en duurzaamheid, inclusief aandacht voor de hoogte van het budget. Dit is mijn volle inzet. Ik beschouw deze opmerking dan ook als ondersteuning van mijn beleid.

De heer Van Gerven heeft aandacht gevraagd voor de volatiliteit van prijzen, ook in het toekomstige Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Als hij er de houtskoolschets op naleest, ziet hij dat dit er volstrekt in zit. Het zit ook volstrekt in onze inzet richting de Doha-ronde en de WTO-onderhandelingen. De heer Van Gerven weet dat deze Doha-ronde ook als onderdeel heeft dat een en ander profijtelijk moet zijn voor de positie en de kansen van ontwikkelingslanden. Die ontwikkelingsdimensie zit er dus volstrekt in. Ik herken dit als een continu punt van aandacht van de SP. Dat punt is ook terecht. Wij moeten er goed naar kijken. Wij verschillen wel van mening over de vraag of wij op elk moment interventie moeten plegen in de prijsvorming. Ik denk dat de aanbevelingen van de High Level Group, en de voorstellen waar de Europees Commissaris nog dit jaar mee komt, de positie van de primaire producenten moeten versterken. Dat geldt niet alleen voor Europa, maar ook voor landen in ontwikkeling.

Ik kom bij de visserijonderwerpen. Mevrouw Jacobi vindt inzet op controle en handhaving van groot belang. Ik ben het daarmee eens. Wel constateer ik dat wij in Europa in de afgelopen jaren controleverordening op controleverordening hebben gestapeld. Op een gegeven moment draait het dan gewoon dol. Dat betekent dat wij in dat opzicht en op dit moment heel praktische voorstellen doen om controles effectief te houden of effectiever te maken. Wij willen oppassen voor een overkill aan controles, waarbij de ene lidstaat bovendien beter handhaaft dan de ander. Wij zetten in op een sterke vereenvoudiging van regelgeving na 2012. Daar is met de Kamer een- en andermaal over gesproken. Wij willen de doelen goed in het oog houden, maar de zaken ook zodanig vormgeven dat de verantwoordelijkheid dichterbij de primaire sector ligt. Het gaat ook om de verantwoordelijkheid in de keten. Controle en handhaving moeten effectief en niet te complex zijn. Dat kunnen ook steviger boetes betekenen op moment van overtreding. Dan moet de «licence to operate» verdiend worden en moeten mensen ervoor zorgen die niet kwijt te raken.

Mevrouw Jacobi heeft gevraagd hoe wij moeten en kunnen inzetten op de tac's en quota. Wat zij vraagt, past precies in de lijn van onze visie op het gemeenschappelijk visserijbeleid. Daarin zitten ook de voorstellen voor het uitbannen van discards. Er wordt nu al hard gewerkt aan het realiseren, ook op regionaal niveau, van alternatieven voor bestandsbeheer. Ik noem bijvoorbeeld een verbod op bepaald vistuig, het opheffen van minimumaanlandingsmaten, enzovoorts. Als het gaat om zorgvuldig beheer, zo zeg ik ook tegen mevrouw Van Veldhoven, is het het meest verstandig om te proberen om tot meerjarige bestandsbeheertrajecten te komen waarbij niet alleen biologen, maar ook de visserijsector en de niet-gouvernementele organisaties zijn betrokken. Dat betekent een tripartiete samenstelling van dit adviescollege of deze adviescommissie. Als dat meerjarig gebeurt, blijkt in de praktijk dat er vaak een eenduidig advies uitkomt voor de Europese Commissie die dat advies kan voorleggen aan de Visserijraad. De ervaring die wij opdoen met de Noordzee RAC laat zien dat sprake is van bestandsherstel. Dat moeten wij nastreven. Dat willen wij ook graag bereiken in de volgende gemeenschappelijke visserijperiode. Dan moet dan wel breed gebeuren.

Dan de vraag naar het vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en Mercosur. De Commissie heeft een Raadsmandaat voor de onderhandeling met de Mercosurlanden. Dat mandaat houdt onder andere in dat eerst de Doha-ronde, de WTO-ronde dus, afgerond moet zijn voordat de Mercosuronderhandelingen afgerond worden. Daarbij is de concurrentiepositie van EU-lidstaten, zoals mevrouw Snijder terecht zegt, en ook die van Nederland cruciaal. Het moet allemaal wel in het belang zijn van de offensieve en defensieve belangen van de Europese lidstaten en van Nederland. De verkenning is akkoord. Wij moeten goed rekening houden met de eigen positie. Eerst de Doha-ronde afmaken dus en dan pas hiermee verdergaan in de zin van een besluit of overeenkomst.

Mevrouw Van Veldhoven vraagt naar de diepzeebestanden. Ik realiseer mij overigens dat dit een punt is dat niet zozeer bij de visserijzaken hoort. Het papiertje met dit antwoord is echter tussen mijn stukken verdwaald geraakt. In de Raad van november komen wij te spreken over de vangstmogelijkheden voor de diepzeebestanden. Ik ben het met mevrouw Van Veldhoven eens dat het gaat om zeer kwetsbare visbestanden waarmee wij zeer zorgvuldig om moeten gaan. Nederlandse vissers vissen hier niet op. De maatregelen tot op heden zijn onvoldoende geweest. Dat ben ik met mevrouw Van Veldhoven eens. De vangstmogelijkheden en het aantal zeedagen moeten verder naar beneden worden gebracht. Dat hebben wij twee jaar geleden met elkaar afgesproken. Andere punten van aandacht zijn precies de punten die zij noemt: wetenschappelijk onderzoek, controle en het aantal vergunningen. In de voorbereiding op de Novemberraad kom ik daar graag opnieuw met de Kamer over te spreken.

Dan de betrokkenheid van stakeholders bij de Maximum Sustainable Yield. Ik heb al gezegd een groot voorstander te zijn van de tripartiete aanpak bij een meerjarig bestandsbeheer. Mevrouw Van Veldhoven vraagt om een goede onderbouwing van die bestanden waar geen info over is. Zij heeft daarin gelijk. Het is noodzakelijk dat wij over alle te vangen bestanden zo veel mogelijk informatie verzamelen. Europese coördinatie is daarbij van groot belang. Er is een speciale verordening over de datacollectie in de visserij. Het heeft mijn aandacht. Het is ook zeer terecht dat het de aandacht van de Kamer heeft. Het is van groot belang dat wij gezamenlijk de onderzoeksinspanningen doen en financieren. De onderzoeken zijn voorwaar niet eenvoudig en ook hartstikke duur. Waar wij zaken kunnen combineren, moeten wij dat dus zeker niet laten.

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd hoe het staat met de discards. Ik heb in het afgelopen half jaar in de Visserijraad diverse malen gepleit voor het uitbannen van discards. Onlangs heb ik dat nog gedaan bij de informele Visserijraad in Vigo over het nieuwe gemeenschappelijk visserijbeleid. Dat betekent dat de Kamermotie daarmee gewoon werk in uitvoering is. De discards moeten echter wel uitgebannen worden op een manier die ook effectief is. Daarvoor moeten de nodige verordeningen gewijzigd worden. Ook moeten systeemverbeteringen worden gerealiseerd. De wens van de Kamer is dus ook mijn wens. Maar tussen wensen, mogelijkheden en kansen ligt nog wat moeite, inzet, trial and error, enzovoorts.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit kan de minister niet menen! Dit is de zoveelste keer dat de minister zegt de motie gewoon uit te voeren. De minister wil van de discards af en de Kamer wil van de discards af. Prachtig. De minister heeft daarvoor een aantal suggesties gedaan. De Kamer heeft gezegd: weet u wat, wij gaan alle vangsten aanlanden. Dat moet de Nederlandse inzet zijn. Ik vind het vervelend dat de minister blijft volhouden de motie uit te voeren terwijl zij dat niet doet. Ik lees in de fiche dat de Nederlandse positie over de mededinging is dat voor het terugdringen van de hoeveelheid «teruggooi» de visserij-inspanning gebruikt kan worden. Natuurlijk kan dat. Dat is een mooi instrument. Mijn vraag is waarom de minister weigert de motie uit te voeren en daarbovenop beweert het wel te doen. Dit kan echt niet.

Minister Verburg: Ik zeg het nog één keer. Wij voeren de motie uit. Dat is onze gewoonte met moties van de Kamer. Tussen droom en werkelijkheid staan echter soms wetten in de weg en praktische bezwaren. Het lijkt mij verstandig om die wetten en praktische bezwaren weg te halen. Ik ben best bereid om maand in, maand uit, dezelfde riedel te houden aan het adres van mevrouw Ouwehand. Het is nu eenmaal zo dat wensen niet altijd onmiddellijk in de praktijk gerealiseerd te krijgen zijn. Het is wel het nadrukkelijke doel en onze nadrukkelijke oriëntatie. Ik zou zeggen: hoe eerder, hoe beter.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik erger mij groen en geel. Ik heb dit al in mijn eerste termijn gezegd. Daar hoeft de minister niet mee aan te komen. Wij weten allemaal hoe het in de onderhandelingen loopt. De Nederlandse inzet is aanlanden van alle vangsten. Dat moet de minister uitvoeren. Ik heb daar nog wel een paar vragen over. Zij zegt dat aanlanding van bijvoorbeeld bepaalde soorten verplicht gesteld kan worden. Welke soorten vis bedoelt zij dan?

Minister Verburg: Ik stel in alle openheid vast dat wij het hierover niet eens worden. Laat ik dit zeggen. Ik doe er alles aan om in Europees verband 27 lidstaten hierover op dezelfde lijn te krijgen en ervoor te zorgen dat de discards zo snel mogelijk uitgebannen worden. Dat gaat niet van de ene week op de andere week. Ik wil het iedere maand herhalen. U gaat uw gang maar. Ik doe mijn best en u mag mij daarop afrekenen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Mag ik antwoord op de vraag over welke soorten vis het gaat?

Minister Verburg: Daarover valt nader te spreken. Dat heeft ermee te maken waarmee wij goede ervaringen opdoen en hoe de verordeningen zijn, bijvoorbeeld over de maaswijdte en de minimumaanlandingsverordeningen. Daarmee hebben wij te maken. Mevrouw Ouwehand wil daarmee niet te maken hebben. Ik heb daar in de praktijk echter wel mee te maken. Ik zeg: zoek mogelijkheden, zoek mazen en zoek kansen om de zaken in te vullen en uit te voeren. Stampvoeten helpt niet. Waar mogelijk ingrijpen waarschijnlijk wel.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Ik heb niet zozeer een vraag. Ik maak echter graag een opmerking die ik vanwege de tijd niet kon maken in mijn eerste termijn. Ik vind dat de Partij voor de Dieren hier wel heel fors van leer trekt. De VVD heeft de motie van harte ondersteund. Wij willen af van de discards. Ik heb de brief van de minister gelezen. Ik besef heel goed dat zoiets in Europees verband moet gebeuren. Ik heb erbij gezet: «mooi zo», met een uitroepteken. Mevrouw Ouwehand mag het zien. Ik vind dat de minister echt op de goede weg is en in ieder geval probeert uitvoering aan de motie te geven.

De voorzitter: Adhesiebetuigingen graag na de vergadering.

Minister Verburg: Adhesiebetuiging? Partijen schromen niet om te melden dat zij het niet met mij eens zijn. Het is ook best plezierig om te horen dat de grootste fractie ...

De voorzitter: Het is uitlokking om alle zes de fracties te vragen wat zij ervan vinden.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Ik heb dit mede gezegd omdat de VVD de motie heeft gesteund. Ik wil aangeven tevreden te zijn met de uitvoering van de motie. Er wordt immers hard over geketterd.

Minister Verburg: Het is helder. Ik zal mij met alles wat ik in mij heb hiervoor blijven inzetten. Constructief optreden en zoeken in Europees verband helpt beter dan politiek stampvoeten. Dat is bij heel veel punten het geval.

Verschillende sprekers hebben gesproken over de walvissen: mevrouw Jacobi, mevrouw Ouwehand en de heer Van Gerven. Dank voor de steun. Het was niet mogelijk om het eufemistisch «consensusvoorstel» genoemde idee te steunen, dat de wetenschappelijke walvisvangst de komende jaren zou omzetten naar een commerciële walvisvangst en enkele andere ingewikkelde zaken. Wij waren er geen voorstander van. De Kamer heeft dat van harte gesteund. Die inzet is ook gepleegd bij Europa en is ook de Europese inzet geworden. De standpunten over het consensusvoorstel lagen zo verschrikkelijk ver uit elkaar dat het geen kans heeft gemaakt in de Internationale Walvisvaartcommissie, die op dit moment nog bezig is in Agadir. Het goede nieuws is dat er geen nieuw compromis is. Dat is beter dan een slecht compromis. Daarmee is echter helemaal niets opgelost. De Commissie is nog bij elkaar. Eerder was het zo dat de Internationale Walvisvaart Commissie bijna ontplofte en dat mensen elkaar tijdens de conferentie naar het leven stonden. Nu is gezegd dat men moet blijven zoeken naar mogelijkheden om de wetenschappelijke walvisvaart aan banden te leggen en terug te dringen. Wij moeten blijven werken aan nieuwe voorstellen. Ik weet niet wanneer die er zijn. Het goede nieuws is wel dat over andere zaken wordt gesproken, bijvoorbeeld over transport en doorvoer van walvisvlees. Dat heeft Nederland in Europa op de agenda gezet. Europa heeft dat dus overgenomen. Hiervoor bestaat overigens nog geen oplossing. Ik heb al eens in de Kamer gezegd dat hieraan WTO-zaken annex zijn. Het moet dus passen binnen de WTO-regels.

Mevrouw Ouwehand merkt terecht op dat wij niet instappen bij de rechtszaak van Australië. Vanaf het eerste moment, anderhalf jaar geleden, heb ik in Nairobi, Kenia, met de speciale Australische «envoy» hierover gesproken. Ik heb toen gezegd dat wij Australië zeer zouden supporten in dit traject. Dat doen wij ook. Er zijn nadrukkelijke banden. Australië weet net zo goed als andere landen dat wij graag hulp geven. Wij wachten de uitspraak af in zijn consequenties. Misschien dat die een nieuwe doorbraak, een nieuw perspectief biedt.

Verschillende sprekers hebben gesproken over SWIFT. Ik begrijp de opmerking, maar de lijst van A-punten voor de Landbouwraad is nog niet vastgesteld. Ik zal hierover nauw contact hebben met minister Hirsch Ballin. Hij moet vanuit zijn verantwoordelijkheid beoordelen of de gemaakte afspraken conform de met de Kamer gemaakte afspraken zijn. Ik begrijp dat er op dit moment plenair een debat daarover plaatsvindt. Ik zeg toe dit in kabinetsverband heel zorgvuldig te zullen coördineren, zodat er geen ongelukken gebeuren. Het lijkt mij goed om de lead plenair te laten. Ik zal er zorgvuldig mee omgaan.

Er zijn vragen gesteld door mevrouw Snijder en de heer Atsma over de perceelsregistratie. Er is inderdaad een grote groei in de gezette stippen. Dat vraagt om extra aandacht van de Dienst Regelingen. Ik heb hierover vaker met de Kamer gesproken. Toen is ertoe opgeroepen dat mensen vóór 1 april een stip zetten, zodat alles binnen de daarvoor geplande termijnen blijft. Er is ook gewerkt met garanties. Tot 1 april hadden wij de beschikking over 82.000 stippen. Dat zijn er meer dan in het vorige jaar. Daarna is het aantal stippen «met stip» toegenomen met 125.000. Dat betekent een heel forse extra belasting, die niet was voorzien. Ik zeg dat in alle openheid. Het is ook in lijn met wat in de Kamer is besproken, namelijk de oproep aan iedereen om de deadline van januari-februari en daarna die van april aan te houden. Ik heb in de Kamer de rechthebbenden opgeroepen om zo veel mogelijk de termijn van 1 april te halen. Dat is niet gebeurd. De wettelijke termijn liep tot 15 mei. Ik moet nu vaststellen dat er extra stippen zijn gezet. Wij gaan met die stippen aan de slag. Overigens blijkt tot nu toe uit de controles dat er in 50% van de gevallen helemaal niets aan de hand is. Voor 50% blijft de opgave precies hetzelfde. Voor de rest is sprake van een verschuiving van ongeveer 1% in de plus of in de min. Dat zegt iets over de afwijkingen.

Wat betekent dat nu? Ik heb al eerder aangegeven dat degenen die voor 1 april de zaak hebben ingeleverd de mogelijkheid hebben om tussen 1 en 15 juli te reageren op de beoordeling van de Dienst Regelingen en eventueel de opgave neerwaarts bij te stellen. Gelet op het feit dat de 150.000 extra ook zorgvuldig beoordeeld moeten worden, halen wij dat niet in de periode 1 tot en met 15 juli. Afgesproken is dan ook – dit staat ook in de brief – dat alle aanvragers cohortsgewijs een brief thuisgestuurd zullen krijgen waarin zij er nadrukkelijk op worden gewezen dat er de komende veertien dagen de mogelijkheid bestaat om de opgave neerwaarts bij te stellen. Dat betekent dat dit langer doorloopt dan 15 juli. Mevrouw Snijder vraagt of dit eigenlijk wel kan in de vakantietijd. Welnu, wij zeggen het nu hier. Het staat in verschillende kranten. Wij zullen er op blijven hameren, ook in de media, de gremia en de websites die ons daartoe ter beschikking staan, maar laat rechthebbenden hier in vredesnaam alert op zijn, want alles wat wij in de tijd uitlopen heeft consequenties voor het uitbetalingsregime. Het is inmiddels goed gebruik dat ik in september een taxatie maak van de wijze van uitbetaling en de termijnen van uitbetaling. Ik wil dat zo snel en zo effectief mogelijk doen, maar het moet natuurlijk wel mogelijk zijn. Dan is het echt nodig dat de Dienst Regelingen alles op alles zet. Ik zal er ook op toezien dat zij dat doet. Daar zijn de verloven ingetrokken en iedereen die een bijdrage kan leveren, is binnen fatsoenlijke grenzen dag en nacht aan het werk. Het vraagt ook echt iets van de aanvragers om de termijn van veertien dagen te benutten. Als dat uitloopt heeft dat namelijk onmiddellijk gevolgen voor de termijn van uitbetaling. Ik benadruk en onderstreep dat. Wij gaan hier uitkomen. Het zal moeten. Er is geen uitstel mogelijk. Ik heb ten aanzien van 2009 al aangegeven dat ik niet wil dat de ondernemers de effecten ervan merken, maar in 2010 moet het in én op orde zijn. Anders lopen wij het risico van een sanctie met als ultieme mogelijkheid dat ik zaken moet gaan terugvorderen. Als ik en, naar ik aanneem, ook de Kamer iets willen voorkomen, dan is dat het laatste wel. Het gaat niet om klein bier, maar om grote bedragen. Daar is ook echt de eigen inzet van boeren voor nodig, nadat ze daarover zijn aangeschreven door de Dienst Regelingen.

Verder is gevraagd naar de sneeuwdrukschade. Daarover is overleg gaande met de boomkwekers. Eerder is afgesproken dat wanneer bezwaartrajecten zouden worden stopgezet, overleg weer mogelijk zou worden. Dat is inmiddels gebeurd. Over de uitkomsten van dat overleg zal ik de Kamer tegen die tijd informeren.

De voorzitter: Dan gaan wij thans over tot een heel korte tweede termijn met een spreektijd van een à anderhalve minuut per fractie.

De heer Van Gerven (SP): Voorzitter. Als ik de stukken goed heb gelezen, weigert de minister eigenlijk een onderscheid te maken tussen de grootschalige en de kleinschalige visserij. De kleinschalige visserij heeft weinig invloed op het milieu maar is wel van groot belang voor de werkgelegenheid. Ik verneem hierop dan ook graag de reactie van de minister.

Veder ben ik blij dat zij conform de motie-Polderman de visserijakkoorden met derde landen heeft aangekaart, hoewel ik wel heb begrepen dat daar weinig oor voor is. Ik hoor dan ook graag van haar dat zij zich hiervoor wil blijven inzetten, ook waar het gaat om de motie met betrekking tot de 0%-subsidiëring

Een ander punt dat ik nog aan de orde wil stellen betreft de bijmengverplichting en de prijsschommelingen ofwel de volatiliteit. Naar ik heb begrepen, zullen er bij regulering van het graangedeelte schommelingen ten aanzien van het andere gedeelte, bijvoorbeeld het palmoliegedeelte, plaatsvinden. Zouden de effecten hiervan niet nader moeten worden onderzocht? Nog even los van de milieueffecten lijkt het mij goed nader inzicht te hebben in wat dat betekent voor de prijs, mede in relatie tot ontwikkelingslanden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Allereerst over de discards. De Partij voor de Dieren houdt ervan om gewoon te zeggen wat ze vindt. Als in een motie staat wat de inzet van het kabinet moet zijn, dan zie ik ook graag dat de minister die ook zo uitvoert. Als men vanwege het overleg met 27 figuren wat water bij de wijn moet doen, dan begrijpen wij dat maar wij houden wel van zuiver redeneren. De minister draait het om en blijkbaar vindt de VVD dat allemaal prima. Wij houden ervan om gewoon ronduit te zeggen wat je wilt. Dan zie je wel wat er uitkomt. Zuiver redeneren dus. Ik vind het niet prettig als de minister zegt: het kan wellicht wel zoals mijn parlement het heeft voorgesteld maar iets anders is ook goed.

Verder zegt de minister dat stampvoeten niet helpt. Ik wil haar er graag aan herinneren dat het voorstel van de Walvisconferentie waarvan zij zelf nu ook zegt dat het gelukkig van tafel is, een paar jaar geleden nog haar eigen voorstel was. Ik herinner mij nog heel goed dat ik destijds in de plenaire zaal stond te stampvoeten. En kijk nu eens: Nederland gaat er niet mee akkoord dat de wetenschappelijke walvisjacht wordt omgezet in een verkapte commerciële walvisjacht. Dus misschien kan de minister haar opvatting over het effect van stampvoeten herzien. In ieder geval ben ik blij dat Nederland er nu goed in staat maar zonder onze inzet zou dat misschien niet vanzelf gebeurd zijn.

Met betrekking tot het actieplan Dierenwelzijn zou ik graag van de minister concreet vernemen wanneer dat op de agenda komt. Mij lijkt dat wanneer een actieplan wordt vormgegeven, er sprake is van een wensenlijstje. Wanneer komt dat lijstje er en wanneer kunnen wij het daarover gaan hebben? Ik heb al aangegeven dat wij een wat scherpere inzet zouden willen zien. Daarover kunnen wij debatteren in de Kamer. Ik neem aan dat dit na de zomer het geval zal zijn. Nogmaals, kan de minister aangeven wanneer wat op de agenda komt en wanneer zij met haar prioriteiten de boer opgaat? Kortom, welk overlegmoment kunnen wij inplannen?

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Voorzitter. Ik wil nog kort terugkomen op twee punten die ik eerder noemde en waarop ik graag nog een andere toelichting krijg van de minister.

Het eerste betreft het feit dat eenderde van de voorgestelde quota boven de wetenschappelijke adviezen ligt. Waarom is er niet voor gekozen is om die quota te volgen?

Mijn tweede punt betreft de vissoorten die gevangen worden zonder voldoende informatie. Ik ben dankbaar dat de minister het belang hiervan onderstreept en dat zij vindt dat er gezamenlijk onderzoek naar moet worden gedaan. Kan zij toezeggen dat er in de tussentijd een zeer terughoudend regime gehanteerd zal worden ten aanzien van die vissoorten?

Een punt dat nog niet in dit algemeen overleg aan de orde is gekomen, is de regionalisering. In haar brief geeft de minister aan dat zij een beperkte regionalisering niet zit zitten. Wij steunen wat zij zegt over het belang van een brede herziening. Ter informatie zou ik nog graag van haar willen horen welke nadelen zij aan deze eerste stap verbonden ziet.

Ten slotte krijg ik nog graag haar reactie op de noodzaak om te komen tot een dekkend stelsel van beschermde maritieme reservaten die onderling met elkaar verbonden zijn om een begin van het herstel van de visstand te bewerkstelligen.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Voorzitter. Ten aanzien van de High Level Group hoop ik dat wij snel de aanbevelingen en het rapport ter zake ontvangen. Ziet de minister overigens nog mogelijkheden om in relatie tot de zachte landing te benadrukken dat wij als Nederland graag zouden zien dat de superheffingbijdragen neerwaarts worden bijgesteld? Dat zou voor ons namelijk wat ruimte geven, zoals ik in mijn eerste termijn al heb aangegeven.

Dan de tweede pijler. Ik denk dat wij het eens zijn over de sterke inzet op de pijler van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Ik blijf mij wel zorgen maken dat wij absoluut niet in beeld hebben wat de andere lidstaten allemaal straks bij de tweede pijler willen onderbrengen. Als het ontzettend breed wordt, maak ik mij daar echt ontzettend veel zorgen over. Dat is namelijk iets wat de VVD-fractie absoluut wil. Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid als zijnde de eerste pijler gericht op de agrarische sector, moet ook neerdalen op het boerenerf.

Vervolgens wil ik nog iets zeggen over de perceelsregistratie. De minister zegt dat de boeren weten dat ze het voor 1 april allemaal moeten aangeven. Wij weten echter allemaal dat de boeren een en ander toen nog niet in beeld hadden, omdat de gegevens niet beschikbaar waren. Vervolgens is er door de Dienst Regelingen gezegd dat er gestopt moest worden met bijstellen omdat er gewacht moest worden op de gecombineerde opgave. Dus ik vind dat wij een beetje voorzichtig moeten zijn om met de vinger naar de sector te wijzen, in de zin van: er zijn zoveel stippen gezet, dus wij kunnen het niet aan. Wanneer zal de termijn volgens de minister wel gehaald worden? Heeft zij een planning voor ogen en welke juridische complicaties kunnen hieruit nog naar voren komen met de nodige financiële gevolgen? Het is voor mij nog geen gelopen race. Rekening houdend met een vakantieperiode die geldt voor zowel de Dienst Regelingen die de boel moet herzien als voor de boeren, waarbij ook nog in ogenschouw moet worden genomen de oogsttijd voor bepaalde boeren, vind ik een termijn van twee weken met wellicht vastlopende computers een wat mager gebaar richting de sector. Afhankelijk van het antwoord van de minister overweeg ik een motie op dit punt in te dienen.

Wij wachten de verdere gang van zaken rond de boomkwekers af en hopen dat het spoedig tot een oplossing komt.

Heden heb ik via de e-mail een bericht binnengekregen dat er in de Oosterschelde sprake is van een enorme kokkelsterfte. Ik ga ervan uit dat de minister daarvan ook op de hoogte is. Zijn er vangst- en vervoersverboden ten aanzien van de Waddenzee afgekondigd? Kan de minister ons op heel korte termijn hierover informeren, wellicht nog voor het weekend?

Minister Verburg: Misschien is het goed als u daar een bronvermelding bij noemt.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Het schijnt gisteren aan het eind van de middag in de media gemeld te zijn. En dat komt nu tot ons.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter, om een motie over de walvisvaart te voorkomen zou ik nog het volgende naar voren willen brengen. De minister heeft gezegd dat zij Australië bilateraal al te kennen heeft gegeven dat zij het prima vindt dat die rechtszaak wordt aangespannen. Het zou nu zo mooi zijn als wij als Nederland een publiek signaal zouden afgeven, dus dat de minister een briefje stuurt waarin zij Australië een hart onder de riem steekt en haar steun uitspreekt. Wellicht kan een afschrift van die brief dan ook naar Japan worden gestuurd. Ik denk dat de tijd inmiddels wel rijp is voor een publieke steunbetuiging.

De voorzitter: Publieke steun met daarbij ook veel sterkte aan de nieuwe premier van Australië, de eerste vrouwelijke premier daar.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Ik vind dat wel een goede suggestie.

Voorzitter. Allereerst wil ik nog iets zeggen over SWIFT. De minister heeft gezegd dat de A-lijst nog niet is vastgesteld. Ik zou toch graag een wat krachtdadiger afspraak willen maken met haar op dit punt. Wij zijn van mening dat de Tweede Kamer de ruimte moet hebben om hierover te debatteren. Daarom vinden wij dat SWIFT zeker niet op de A-lijst hoort en zeker niet op die van de Landbouwraad, maar dan eerder nog op die van de JBZ-raad. Ik verneem hierop graag de reactie van de minister.

Dan nog iets over de mededingingskwestie. Ook in relatie tot de concurrentiekracht en verduurzaming zouden wij heel graag zien dat er een scherp beleid komt ten aanzien van het functioneren van de mededingingsregels die juist heel vaak het dienstbaar zijn aan natuur- en milieuregels belemmeren. Ik vind het van belang dat Nederland daar scherp op gaat sturen. Er zijn namelijk voorbeelden waarbij mededingingsregels er juist voor zorgen dat de duurzaamheidsdoelen niet worden gehaald. Hoe wil de minister daarop in Europa gaan inzetten?

Met betrekking tot de visserijtaks, controles, quota en visserijcontroles zou ik graag zien dat de samenhang der dingen goed in het oog wordt gehouden. Het fenomeen omgekeerde bewijslast is naar mijn mening daarbij een instrument. Ik ben niet iemand van het stampvoeten zoals mevrouw Ouwehand, maar wel van het resultaat. Als de bijvangst niet wordt aangeleverd aan de wal zou sprake moeten zijn van omgekeerde bewijslast, waarbij dan aangegeven zou moeten worden waarom er geen sprake is van bijvangst. Als men dat niet aannemelijk kan maken, zouden er sancties op moeten volgen. Dit alles om effectieve controle, vermindering van bijvangst en dergelijke te realiseren.

Voorzitter: Snijder-Hazelhoff

De heer Atsma (CDA): Voorzitter. Ik sluit mij aan bij de opmerkingen van mevrouw Snijder over de perceelsregistratie. De CDA-fractie maakt zich er grote zorgen over, in de zin dat dit een nieuw drama gaat worden. Wij weten dat er de afgelopen weken nog mensen van de Dienst Regelingen op bedrijfsbezoek geweest zijn omdat de desbetreffende boeren na tientallen uren gehannes achter hun computer er niet uitkwamen. Dat proces gaat zich herhalen als wij niet uitkijken. Het intrekken van alle verloven bij de Dienst Regelingen is prima, maar een boer heeft geen verlof. Die moet in deze weken vol aan de bak. Dus kijk uit, want voordat wij het weten hebben wij te maken met een nieuw drama.

Ten aanzien van de High Level Group heeft de minister gezegd dat er op 12 juli in België voor het eerst over wordt gesproken. Ik stel dan wel op prijs dat de Kamer vooraf wordt geïnformeerd over wat er op de agenda staat, zodat wij wellicht via een schriftelijk overleg nog wat suggesties kunnen meegeven.

De minister heeft bevestigd dat materiaal afkomstig uit veen- en watergebieden niet gebruikt zou moeten worden als grondstof voor biobrandstoffen. In mijn beleving kan dat voor grote gebieden belangrijke gevolgen hebben. Ik denk aan de initiatieven van boeren ten aanzien van hout et cetera. In het gebied waar ik zelf woon, de Friese Wouden, zijn nieuwe en goede initiatieven op dit punt gaande. Als dat allemaal op slot zou worden gezet, spannen wij in dit geval het paard achter de wagen.

Voorzitter: Atsma

Minister Verburg: Voorzitter. Ik dank de commissie voor haar inbreng in tweede termijn.

De heer Van Gerven heeft gevraagd waarom ik geen voorstander ben van differentiatie van het visserijbeleid. Omdat ik het niet onnodig ingewikkelder wil maken. Op dit moment is er al een geweldig complexe set aan regelgeving. Als wij twee soorten van visserij zouden gaan onderscheiden dan zou dat niet goed zijn. Ook in de Kamer is er steeds gepleit voor het mkb. Zo doe ik dat ook in Europa. Wat goed is voor de kleinschalige visserij is meestal ook goed voor de grootschalige visserij. Dan moet je ernaar streven dat je één set aan maatregelen hebt. Anders moet je twee beleidskolommen handhaven. Je krijgt bovendien grensgeschillen en grensconflicten. Daarnaast is het risico heel groot dat er een verschil in beleid komt tussen noordelijke en zuidelijke lidstaten. Met name Spanje en Portugal hebben heel veel kleine visserij. Ik wil toe naar één systeem waarbij nadrukkelijk ook rekening wordt gehouden met de kleine vissers en waarin voor alle vissers innovatie en verduurzaming vooropstaan.

Verder heeft de heer Van Gerven gevraagd naar de visserijpartnerschappen met derde landen. Daar moeten duurzaamheid en verduurzaming centraal staan. De EU-partnerschappen zijn wel een belangrijk instrument om bij te dragen aan de ontwikkeling in derde landen. Ook kunnen ze bijdragen aan voedselzekerheid en zelfredzaamheid van die derde landen. Dat zijn ook precies de elementen die heel helder moeten zijn in de partnerschappen. Er moet dus echt sprake zijn van gebalanceerde afspraken. Het kan niet zo zijn dat de zeeën worden bevist zonder dat er een gebalanceerd pakket van maatregelen tegenover staat. Daar wil ik mij graag sterk voor maken en dat is ook de lijn van de voorganger van de heer Van Gerven geweest.

Dan de bijmengverplichting en de volatiliteit. Met name de heer Atsma heeft daarover een vraag gesteld waarop ik het antwoord op dit moment echter niet paraat heb. Ik zal vragen of mijn collega van VROM hierover een brief wil schrijven aan de Kamer.

Met betrekking tot de vraag van de heer Van Gerven over de bijmenging in relatie tot onder meer palmolie ben ik graag bereid de rapporten die hierover zijn verschenen, onder andere van het LEI en de OESO, naar de Kamer te sturen.

Met betrekking tot de Europese inzet voor dierenwelzijn verwijs ik mevrouw Ouwehand graag naar mijn brief van 17 mei 2010. In de derde alinea van die brief geef ik het volgende aan: «De Commissie voert een evaluatie uit van het Europees beleid voor dierenwelzijn. De uitkomsten van die evaluatie worden eind dit jaar verwacht en zullen de opmaat zijn voor een nieuw actieplan voor dierenwelzijn». Medio 2011 komt de Commissie met een nieuw actieplan. Wij zullen een actieve rol spelen. In zowel de bilaterale als de multilaterale contacten op Europees niveau zijn wij steeds bezig onze wensen en onze nota Dierenwelzijn onder de aandacht te brengen. Ik heb reeds aangegeven wat daarin onze prioriteiten zijn. Wij zoeken daarbij dan natuurlijk naar gelijkgestemde lidstaten.

Ten aanzien van Australië heb ik hier nog eens gezegd dat wij heel goed samenwerken met dat land. Ik zou tegen mevrouw Ouwehand willen zeggen: brengt ú er een persbericht over uit. Ik ga nu niet nog een keer een brief schrijven, aangezien de contacten al heel goed zijn. Het zal niemand zijn ontgaan dat wij de lijn van Australië steunen, sterker, dat wij hierin samen optrekken. Ik hoop dat er een zodanige uitspraak van het Hof komt, dat er een doorbraak bereikt kan worden binnen de IWC.

Mevrouw Van Veldhoven heeft gevraagd waarom de quota en de taks in een aantal gevallen hoger zijn dan zoals aangegeven in de adviezen. Dat heeft te maken met verschillende zaken. De adviezen van ICES zijn erop gericht om de standen op een zo kort mogelijke termijn op niveau te brengen. Daarbij komt dat de adviezen niet altijd volledig zijn. Belangrijk is dat wij stappen zetten in het kader van meerjarige plannen en dat wij het herstel kunnen monitoren. Dat is het traject waar wij aan werken.

Dan het stelsel van gesloten gebieden, zijnde een soort Natura 2000 op zee. Dat is een punt waarop de Commissie in haar voorstellen zal ingaan. De Commissie heeft in een bilateraal overleg al aangegeven dat het nieuwe Gemeenschappelijk Visserijbeleid nadrukkelijk ook aandacht zal geven aan Natura 2000. Ik wijs er verder op dat wij van tijd tot tijd bij de Europese Commissie onder de aandacht brengen dat er soms ook sprake is van een dubbeling van wetgeving, waarbij wij wat betreft de zee nog wel eens zoeken welke wetgeving daarop van toepassing is. Bij het nieuwe Gemeenschappelijk Visserijbeleid moet dat allemaal klip-en-klaar zijn.

Verder is gevraagd waarom ik beperkte regionalisering onverstandig vind. Onze visie zet in op regionalisering maar wel met een blijvende verantwoordelijkheid van Europa. Als je het helemaal loskoppelt naar regio's ben je het zicht kwijt. Waar het gaat om zeeën en wateren waar gevist wordt, is er eigenlijk sprake van een gemeenschappelijke akker. Als je dat niet op Europees niveau kunt monitoren en je daarvoor bij de Raad niet enige zeggenschap en besluitvorming houdt, raak je het zicht kwijt en dat zou ik niet graag willen.

Mevrouw Snijder heeft gevraagd naar de zachte landing rond de quotering. Dat is een punt waar ik mij sterk voor blijf maken. Wel wijs ik erop dat 22 lidstaten nog geen jaar geleden riepen dat de verruiming van de quotering met een procent ongedaan gemaakt zou moeten worden. Welnu, daar hebben wij ons tegen verzet. Mevrouw Snijder heeft mij toen gekapitteld vanwege het feit dat ik niet bij die 22 zat. Ik blijf proberen ervoor te zorgen dat er meer verruiming komt. Eerlijkheidshalve moet ik overigens zeggen dat ik niet verwacht dat er de komende tijd enige extra ruimte ontstaat wat betreft de superheffing. Ik wil ook geen verwachtingen laten bestaan die zeer waarschijnlijk niet gerealiseerd kunnen worden. Men mag van mij wel aannemen dat ik op alle manieren probeer om de zachte landing zoals wij die in Nederland nodig hebben, namelijk een verruiming van 2 à 3% per jaar, alsnog op een zorgvuldige manier te bereiken. Grote kansen daarop zijn er echter niet. Daar moet ik gewoon heel eerlijk in zijn.

Dan de perceelsregistratie. Het betreft hier een situatie die ook mij grote zorgen baart, zoals ik ook in mijn brief aan de Kamer heb aangegeven. Het is een situatie waar wij uit zullen moeten komen en waar wij doorheen moeten, ook in het belang van de rechten die boeren hebben. Het gaat er nu om ervoor te zorgen dat wij zowel de wijziging van de wet- en regelgeving van Europa als de andere meetsystematiek zodanig op orde en in de vingers krijgen dat wij dit gehele traject in 2011 niet meer behoeven te gaan en dat wij het in één keer goed doen. Dat is in het belang van de boeren en in het belang van onze positie in Europa. Een ding is zeker: na twee eerdere visitaties zal Europa komen kijken naar hoe wij het nu hebben gedaan. Ik vraag de Kamer het vertrouwen dat wij de Dienst Regelingen sturen om optimaal en maximaal te doen wat mogelijk en nodig is. Dat doen wij binnen de ruimte die er Europees is. Wij houden heel nadrukkelijk de vinger aan de pols bij de Europese Commissie om te voorkomen dat wij een sanctie opgelegd krijgen en wij op enig moment moeten terugvorderen bij boeren. Dat vraagt ook iets van de boeren, namelijk alertheid voor het moment dat het signaal komt dat ze veertien dagen hebben. Ik dring op dit alles aan, niet om te zwartepieten, want ik heb hier niet om gevraagd en de boeren hebben hier ook niet om gevraagd. Het is echter wel een situatie waarmee wij te maken hebben en waar wij zo goed mogelijk uit moeten zien te komen. Ik vraag om die extra nadruk en aandacht omdat het ook alles te maken heeft met de afronding van de finale controles en het moment waarop wij zouden kunnen gaan uitbetalen. Ik realiseer mij dat de boeren nu te maken hebben met een drukke periode. Maar laten zij tegen die tijd dan toch een paar uur of een dagdeel inplannen om hier goed naar te kijken. Wij weten dat het om veel geld gaat. Het heeft ook alles te maken met het moment waarop wij kunnen beginnen met het uitbetalen van de dan ook nog substantieel zijnde toeslagen. Dus ik zwartepiet niet, ik zoek naar oplossingen richting een systeem dat houdbaar is, dat recht doet aan de boeren, dat volgend jaar voorkomt dat wij weer zo'n hele operatie moeten hebben en dat Europa ervan overtuigt dat wij het nu helemaal op orde hebben. Een ding is zeker: de kans dat wij een volgende keer wegkomen zonder sancties als wij het niet op orde hebben, acht ik gering. En ik wil niet terugvorderen bij de boeren. Laten wij dus elkaars bondgenoot zijn, aangezien dat gezamenlijke belang er ook nadrukkelijk is.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Kan de minister aangeven hoe het zit met de juridische gevolgen? Kan zij tevens een inschatting maken op welke termijn het traject zal zijn afgerond?

Minister Verburg: Dat laatste kan ik nu nog niet helemaal. In september zal ik u aangeven wat zeer waarschijnlijk het betalingsritme zal zijn. Verder vraagt mevrouw Snijder mij een taxatie te geven van het moment waarop alle stippen beoordeeld zijn. Welnu, dat kan ik op dit moment niet precies aangeven. Wel kan ik zeggen dat 15 juli niet de deadline is en dat dit geen juridische complicaties heeft aangezien dit kan binnen de Europese regelgeving. Wij hebben eerder de termijn van 1 juli tot 15 juli geprikt om de voortgang van het proces, namelijk de afronding van de volledige controles, te realiseren, ook weer met het oog op tijdige uitbetaling. Zoals gezegd, kan ik nu niet precies aangeven op welk moment alle stippen beoordeeld zijn. In september krijgt de Kamer een rapportage met daarin een taxatie van hoe het verdergaat en hoe het uitbetalingsregime er uit zal komen te zien.

Verder heeft mevrouw Snijder gevraagd naar de kokkelsterfte in de Oosterschelde. Ik had vanmorgen de knipselkrant nog niet bekeken maar onderzoekers denken aan een infectieziekte. Het gaat alleen om kokkels en niet om andere schelpdieren. Ik heb vanmiddag overleg met de visserijsector. Ik zal het daar ook aan de orde stellen. In ieder geval zullen wij het verder uitzoeken, waarna wij de Kamer zo snel mogelijk over de resultaten daarvan op de hoogte stellen.

Mevrouw Jacobi heeft gevraagd naar de mededinging in met name de visserij. Afgelopen maandagochtend heb ik het SER-advies over duurzame ontwikkeling in ontvangst mogen nemen uit handen van de voorzitter van de SER, de heer Rinnooy Kan. Daarin is ook de case mededinging visserij meegenomen. De heer Rinnooy Kan zei daarover overigens wel dat hij er geen klip-en-klaar antwoord op kon geven, maar dat het wel zeer de moeite waard is om daarover door te denken. Mijn stelling is dat de mededingingsregel ook Europees meer ruimte biedt dan die nu benut wordt. Dat is de reden waarom ik de Europees Commissaris heb uitgenodigd om voor het eind van dit jaar met concrete voorstellen te komen inzake mededinging. Die wacht ik dus eerst af. Je kunt als Nederland wel alleen aan de gang gaan, maar ik denk dat dit iets is wat in het belang is van de producenten in alle 27 lidstaten.

Verder heeft mevrouw Jacobi gevraagd naar de omgekeerde bewijslast bij bijvangsten. Wij zullen alle mogelijkheden die er zijn onderzoeken op effectiviteit, haalbaarheid en houdbaarheid.

Met betrekking tot SWIFT heb ik al gezegd dat ik dit punt heel zorgvuldig zal coördineren. Het feit dat het op de agenda van de Landbouwraad zal staan, zou ook wel eens te maken kunnen hebben met een gedeeld gevoel van urgentie. Zeker als het een A-punt is, is het gebruik dat het op de eerstvolgende Europese Raad op de agenda wordt gezet om daarover zorgvuldige besluitvorming te plegen. Ik zal de vinger in ieder geval aan de pols houden. Als het niet rijp is voor behandeling of dat het onverantwoord wordt geacht, dan zullen wij zodanig opereren dat wij er alles aan doen dat het niet op de agenda komt. Zorgvuldigheid staat daarbij centraal.

De heer Atsma heeft gevraagd of ik de Kamer vooraf wil informeren over het kabinetsstandpunt inzake de High Level Group Zuivel. Dat zal ik zeker doen. Op die manier heeft de Kamer de mogelijkheid er nog een schriftelijk overleg over te voeren.

De heer Van Gerven (SP): De minister heeft toegezegd twee rapporten naar de Kamer te sturen over de prijsvolatiliteit. Kan zij die dan tevens voorzien van haar reactie?

Minister Verburg: Ik zeg u dat toe.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil mijn verzoek om een VAO best intrekken maar dan zou ik wel graag van de minister de toezegging krijgen dat zij een briefje stuurt. Ik vind het namelijk een heel belangrijk signaal richting Japan. Ik reken op steun van de VVD, want die heb ik bij Pauw & Witteman namelijk horen zeggen dat zij zelfs handelssancties overweegt. Dus zo lastig lijkt mij zo'n briefje niet.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Het zit ook niet in zo'n briefje. De minister heeft zo-even aangegeven dat zij het met de Australische minister helemaal eens is op dit punt. De lijnen zijn dus helder.

Mevrouw Jacobi (PvdA): De PvdA stelt voor dat de minister een tweet verstuurt.

Minister Verburg: Dit lijkt mij een voorbeeld van vernieuwing van de democratie. Ik ga er een tweet over doen uitsturen. U volgt mij allemaal, ik reken op u.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nee, ik leg het maar even voor. Of ik dien er een motie over in. Ik vind zo'n brief belangrijk.

De voorzitter: De minister gaat over haar antwoorden. U maakt zelf de afweging wat u gaat doen. Wij gaan hier elkaar nu niet voor het blok zetten.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Over dat VAO zal ik nog nadenken.

De voorzitter: Het VAO is voorzien om kwart voor drie vanmiddag.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Ik zou nog kort willen reageren op het antwoord van de minister inzake de quota. Ik was eigenlijk wat verbaasd over wat zij gezegd heeft over de adviezen van ICES. Eigenlijk is dat een diskwalificatie van de basis voor de quota. Of de minister vindt de wetenschappelijke basis voldoende. Dan is de vraag waarom een deel van de quota er bovenuit gaat. Of zij vindt die basis onvoldoende. Dan verneem ik graag wat zij eraan gaat doen om ervoor te zorgen dat die adviezen wel voldoende wetenschappelijke basis vormen.

Minister Verburg: De adviezen van ICES liggen er, maar ik heb reeds gezegd dat het mijn voorkeur heeft dat er tripartiet wordt gekeken naar die onderzoeken, omdat het van belang is dat het bestand zich kan herstellen maar dat je soms over termijnen moet kunnen spreken. Het is net als met Natura 2000. Je hebt je doelen maar de vraag is of je je doel binnen 25 jaar wilt bereiken of in 5 jaar. Dat kan verschil maken. Zo kan je én verduurzamen én de visserij perspectief bieden. Dat is eigenlijk waarop ik wil sturen. Vandaar die meerjarige beheerplannen zodat je ook bestandsherstel kunt meten. Daarnaast is tripartiete betrokkenheid heel goed voor het draagvlak.

De voorzitter: Zoals gezegd is om kwart voor drie hedenmiddag een VAO voorzien.

  • De minister heeft toegezegd dat er een brief komt in de richting van de Kamer over de 39 verbetervoorstellen met betrekking tot het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en alles wat daarmee annex is.

  • De minister heeft toegezegd dat er een uitnodiging komt voor de conferentie van 31 oktober tot en met 5 november.

  • De minister zal de Kamer in september de brief sturen waarop met name collega Ouwehand heeft aangedrongen.

  • In juli dan wel augustus komt er een definitief standpunt van de Europese Commissie met betrekking tot hetgeen de heer Van Gerven heeft aangekaart over de ggo's. De minister heeft gezegd dat zij niet wil reageren op een uitgelekte brief maar dat zodra er een definitief standpunt is zij de Kamer zal aangeven wat zij daarvan vindt.

  • De minister komt verder met een reactie op de uitspraak van het Hof over de openbaarmaking van gegevens.

  • De minister komt ook met een brief over de bevindingen naar aanleiding van de sneeuwdrukschade.

  • De minister gaat haar collega van VROM vragen om te reageren op de consequenties van uitspraken van Europees Commissaris Oettinger.

  • De minister heeft toegezegd de rapporten van onder andere de OESO aan de Kamer te sturen.

  • De minister heeft verder een reactie toegezegd over de ingewikkelde kwestie rond bijmenging.

  • In september zal de minister de bevindingen ter zake van de perceelsregistratie naar de Kamer sturen, waarbij zij haar uiterste best zal doen om alles op tijd in orde te maken, waarbij zij tevens een appel doet op de boeren om op tijd te reageren.

  • De minister komt met een standvanzakenbrief over de kokkelsterfte die in de Oosterschelde is waargenomen.

  • De minister zal tevens een brief naar de Kamer sturen over het standpunt van de Nederlandse regering voor de besprekingen van de High Level Group in juli, opdat de Kamer desgewenst schriftelijk daarop kan reageren.

Dit waren de toezeggingen. Ik eindig met datgene wat de minister heeft aangegeven, namelijk dat in de brieven bij voorkeur geen afkortingen worden gebruikt. Ik nodig u allen uit om in het reces alle brieven daarop te controleren teneinde te bezien of de minister haar toezegging gestand doet. U mag bijhouden hoe vaak het misgaat en voor degene met de meeste kruisjes loof ik een prijs uit!