Kamerstuk 21501-1095

Verslag van een algemeen overleg

Landbouw- en Visserijraad van 19 februari 2018

Gepubliceerd: 13 maart 2018
Indiener(s): Carola Schouten (viceminister-president , minister landbouw, natuur en voedselkwaliteit) (CU)
Onderwerpen: europese zaken internationaal landbouw organisatie en beleid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-32-1095.html
ID: 21501-1095

Nr. 1095 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 13 maart 2018

De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de vaste commissie voor Europese Zaken hebben op 14 februari 2018 overleg gevoerd met mevrouw Schouten, Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Vice-Minister-President, over:

  • de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Vice-Minister-President d.d. 9 februari 2018 over de geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad van 19 februari 2018 (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1082);

  • de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Vice-Minister-President d.d. 8 februari 2018 over het verslag Landbouw- en Visserijraad van 29 januari 2018 (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1081);

  • de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 19 januari 2018 met de fiche: mededeling over de toekomst van voeding en landbouw (Kamerstuk 22 112, nr. 2468);

  • de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 31 januari 2018 met de reactie op verzoek van de commissie over de bevindingen van de Europese Rekenkamer (ERK) in het speciaal verslag van december 2017 met betrekking tot het effect van de vergroening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) (Kamerstuk 28 625, nr. 254);

  • de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit met de reactie op verzoek van de commissie op recente berichtgeving over de steunmaatregelen aan pluimveehouders in België naar aanleiding van de fipronilcrisis (Kamerstuk 26 991, nr. 518).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Kuiken

De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken, Azmani

De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Haveman-Schüssel

Voorzitter: Kuiken

Griffier: Konings

Aanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Bisschop, Futselaar, Geurts, Grashoff, De Groot, Kuiken, Lodders, Madlener, Moorlag en Ouwehand,

en mevrouw Schouten, Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Vice-Minister-President.

Aanvang 14.31 uur.

De voorzitter:

Welkom bij dit algemeen overleg over de Landbouw- en Visserijraad op 19 februari. De spreektijd is vijf minuten per fractie, met twee interrupties. Er zijn een aantal mensen die zo meteen misschien nog naar de plenaire zaal moeten voor de behandeling van de Warmtewet. In ieder geval één lid heeft mij dit gemeld. Indien nodig kan diegene zijn inbreng eerder leveren. Ik krijg graag een seintje als dit voor meer leden geldt. Ik heet de mensen op de publieke tribune welkom, net als de geachte Kamerleden en de Minister en haar ambtenaren. Ik geef als eerste het woord aan de heer Grashoff van GroenLinks.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil het graag hebben over de voortgaande discussie over het nieuwe GLB. Ook wil ik het kort hebben over de suikermarkt en vervolgens nog over waar we nu nog staan rondom de vergroening van het GLB en het rapport van de Europese Rekenkamer.

Allereerst de discussie over de nieuwe GLB-periode. Er ligt een vrij uitgebreid fiche voor waarin de regering een duidelijke positie inneemt. Op zichzelf zitten daar een heel aantal elementen in waar ook de fractie van GroenLinks met instemming van kennis heeft genomen. Er is een duidelijke inzet om af te bewegen van de directe inkomenssteun naar gerichte betalingen en om daarbij verduurzaming en vergroening tot een belangrijk doel te maken. Daar zijn we het van harte mee eens, maar op een aantal aspecten levert het nog wel wat vragen op. Hoe actief is Nederland nu eigenlijk in het proberen te realiseren van deze doelen?

Allereerst het vraagstuk rondom de cofinanciering. Daarin stelt de Nederlandse regering zich op het standpunt dat de cofinanciering van eerstepijlergeld misschien wel een interessante optie is. Kan de Minister daarop ingaan? Naar mijn mening is het een buitengewoon linke richting om in te slaan omdat dit voor je het weet leidt tot een ongelijk speelveld waarbij diverse lidstaten geheel naar eigen inzicht de cofinanciering gaan invullen. Cofinanciering is naar haar aard ook weer een nationaal doel. Als we even niet oppassen, is er eigenlijk toch sprake van een stuk renationalisatie. De Minister schrijft dat enkele lidstaten erop hameren dat er geen sprake zou mogen zijn van renationalisatie. Ik mag aannemen – misschien kan de Minister dat bevestigen – dat Nederland een van de lidstaten is die daarvoor pleit. Renationalisatie zou niet alleen niet in het belang zijn van de Nederlandse landbouw, maar ook helemaal niet in het belang van een goede Europese gedachte over die landbouw.

Dan de discussie over de convergentie. Dit is het vraagstuk waarbij een aantal landen, met name Oost-Europese, zeggen dat de hectarevergoeding gelijk moet worden getrokken. De Nederlandse regering neemt daar ver afstand van. Dat kan ik snappen en het argument daarvoor kan ik ook snappen, maar de opstelling lijkt nogal rigide. Ik kan mij voorstellen dat dit geen goede basis is om met andere lidstaten in de Europese Unie tot goede resultaten te komen. Ik kan mij voorstellen dat het verstandiger is om een inzet te kiezen waarin we niet per se vasthouden aan wat we hebben of aan de historisch gegroeide verhoudingen wat de hectarevergoedingen betreft, want die zijn uiteindelijk historisch zo gegroeid, maar waarin we toegaan naar objectieve criteria. Objectieve criteria kunnen rekening houden met de verschillende arbeidskosten, met verschil in grondwaarde en met verschil in inkoopkosten. Langs die weg zou je meer tot een deal kunnen komen met een aantal lidstaten in Europa dan per se te blijven verdedigen wat nu eenmaal vanuit de gedachte van de bv Nederland het makkelijkste is, namelijk houden zoals het is. Langs die weg zou de Nederlandse regering misschien ook een beetje uit de passieve houding kunnen komen dat we eerst het Meerjarig Financieel Kader moeten hebben. Eigenlijk weten we al een beetje welke kant dat op beweegt ten aanzien van het overall GLB-budget, tenzij we de portemonnee zouden willen trekken voor een extra bijdrage aan de Europese Unie. Mijn fractie zou daar misschien wel voor zijn, maar ik vraag mij af of dat hier politieke meerderheden gaat halen. Maar als je daarvan uitgaat, weet je eigenlijk al een beetje welke kant dat op beweegt.

Voorzitter. Ik zie dat er een beetje op twee gedachten wordt gehinkt. Aan de ene kant wordt gezegd dat we echt moeten inzetten op een andere vormgeving van het GLB en aan de andere kant wordt gezegd dat het wel eenvoudiger moet en dat we moeten opletten dat er niet te veel administratie- en controlelasten zijn. Maar toch wil ik daarvoor waarschuwen. Misschien wil de Minister daarop ingaan. Op het moment dat je meer subsidiariteit inbouwt in het stelsel, kan dat helpen om iets te vereenvoudigen, maar tegelijkertijd neemt het belang van een aantal controlemechanismen evident toe. We moeten op Europees niveau een aantal doelen afspreken die concreet, meetbaar en kwantificeerbaar zijn en we moeten duidelijk onszelf die doelen opleggen om die vervolgens controleerbaar te maken vanuit het perspectief van de Europese Unie, zowel vooraf als achteraf. We moeten daar mogelijk ook consequenties aan verbinden: als je je doelen niet haalt, zul je een stukje van je budget weer moeten inleveren. Wat de GroenLinksfractie betreft, is dat in ieder geval de prioriteit.

Ik ben geloof ik door mijn spreektijd heen. Dat is jammer. Mag ik nog één zin over de suikermarkt uitspreken?

Voorzitter. Ten tijde van het loslaten van de suikerquota heb ik hier gezegd: pas op, dit gaat niet goed. We hebben dat met de melkquota meegemaakt. Het loslaten daarvan leidt tot prijsdalingen vanwege overproductie. Dat was natuurlijk niet zo, zo zei de voorganger van deze Minister, want dat was een totaal andere situatie.

De voorzitter:

Nog één zin.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Maar intussen is het natuurlijk toch zo. Wil de Minister ervoor pleiten om opnieuw terug te keren naar een gecontroleerde suikermarkt?

Dank u wel.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Geurts van de CDA-fractie.

De heer Geurts (CDA):

Dank, voorzitter. Ik wil beginnen met het uitdelen van een compliment aan de Minister en via haar aan iedereen die betrokken is bij de uitvoering van de betalingsrechten. Tegenwoordig heet dat «basisbetalingsregeling» volgens mij. Eind januari was zo'n 96% van de besluiten verstuurd. De betalingen lopen hiermee voor op schema. Een aangenomen motie van het CDA drong aan op het eerder uitkeren van betalingsrechten. Hiermee is die dan ook uitgevoerd. Daar ben ik blij mee. Laten we dit dan ook zo houden. Is dat ook de inzet van de Minister? Misschien kan zij dit heugelijke feit in een bijzin aan de landbouwministers melden op de Landbouw- en Visserijraad. Er gaan namelijk ook dingen goed in Nederland.

Waar het minder goed mee gaat – ik verwacht dat hier op de Landbouw- en Visserijraad over gesproken gaat worden, al was het maar in de wandelgangen – zijn de blokkades van onze melkveebedrijven. Heel verontrustend is dat de blokkades ook bedrijven hebben getroffen die geen fraude hebben gepleegd. Zoals de Minister zegt, is dit heel vervelend. De situatie vraagt niet alleen financieel iets van hen, maar vraagt ook geestelijk alles van onze boeren en boerinnen. Voor nu is het belangrijk dat de overheid zich richt op het oplossen van deze situatie. Allereerst is het goed dat RVO afgelopen weekend doorwerkte. Evengoed zijn er enorme telefonische wachttijden, heb ik begrepen. Er is werk aan de winkel om degenen die niet terecht verdacht zijn, te helpen en te deblokkeren. Ik heb daar twee vragen over. Hoeveel is er nu bekend uit financiële controles? Op welke termijn is er meer duidelijkheid?

Voorzitter. In de geannoteerde agenda staat dat er een EU-eiwitplan in ontwikkeling is. Het CDA heeft eerder gepleit voor een meer zelfvoorzienende Europese Unie. Daar past dit plan uitstekend in. Steunt de Minister het plan? Ziet zij naast veredeling nog een andere rol voor Nederland?

Voorzitter. Bij een vorig algemeen overleg hebben we gesproken over de brede weersverzekering. Toen zei de Minister dat de verlaging van het eigen risico ertoe kan leiden dat de premies omhooggaan. Volgens mij kan het ook heel anders gaan, namelijk doordat er meer mensen meedoen aan de brede weersverzekering vanwege het lagere eigen risico zijn geen hogere premies nodig. Met een lager eigen risico en liever ook nog een lagere assurantiebelasting wordt de brede weersverzekering veel interessanter. Is de Minister bereid om hierover het gesprek aan te gaan met de verzekeringsbranche, die deze brede weersverzekeringen verkoopt?

Voorzitter. Dan over de boerderij- en consumentenprijzen. Ook in Nederland zien we bijvoorbeeld bij de zuivel dat de prijzen die de melkveehouder vangt schommelen, maar dat de winkelprijs bijna stabiel blijft stijgen. Heeft de Minister deze ontwikkelingen in beeld? Dat brengt mij ook bij de vraag hoe de Minister de voorstellen in Frankrijk beoordeelt. Daar wordt geprobeerd de relatie terug te krijgen tussen de prijs die de boer krijgt en de prijs in de winkel. Al weet ik niet of de maatregelen in Frankrijk de goede zijn, wel herken ik de analyse dat de fluctuatie in de consumentenprijs niet terug te zien is in de prijs die de boer krijgt.

Ten aanzien van het mededingingsrecht vraag ik de Minister om in overleg te gaan met de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over de uitvoering van het regeerakkoord ten aanzien van de aanpak van oneerlijke handelspraktijken en ruimte voor samenwerking tussen landbouwers.

Voorzitter, afrondend. Over de fipronilaffaire is best nog veel te zeggen. Echter, ik zag de schriftelijke vragen van de SGP-fractie, die zij vorige week heeft gesteld. Ik ben benieuwd naar de antwoorden daarop. Er is nog wel een prangend punt, en dat is of de overheid mee wil werken aan het mengen van pluimveemeest op één centrale plek. Is de Minister bereid hier haar medewerking aan te verlenen?

Voorzitter. Mijn laatste punt gaat over de klassieke varkenspest, de KVP. De CDA-fractie maakt zich daar zorgen over. De Minister heeft al een aantal keren de uitspraak gedaan dat zij die zorgen deelt. Maar in hoeverre wordt het bedrijfsleven betrokken bij het voorkomen dat de varkenspest deze kant op komt? Misschien kan de Minister daar ook nog wat meer duidelijkheid over geven.

Tot zover mijn inbreng in eerste termijn, voorzitter.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer De Groot van de D66-fractie.

De heer De Groot (D66):

Dank u, mevrouw de voorzitter. Ik heb vier punten. Het eerste is het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Op 29 november presenteerde de Europese Commissie haar mededeling over de toekomst van het GLB. De inzet is dat Nederland minder inkomensondersteuning wil en meer innovatie, duurzaamheid, voedselzekerheid en voedselveiligheid. Dat zijn containerbegrippen. Niemand zal daar iets tegen hebben, maar hoe ziet de Minister dat voor zich? Dat is de eerste vraag. De tweede vraag is hoe de Minister prestatiebetalingen voor zich ziet, mede in het licht van de kritiek van de Europese Rekenkamer op de vergroeningsmaatregelen van het GLB. Achtergrond van deze vraag is hoe realistisch het is om nu te gaan voor prestatiebetalingen, terwijl we eerder al hebben gezien dat de hele vergroening van het GLB niet heel veel voorstelde. Hoe krijgen we dat nu nog erop en erover?

Mijn tweede punt gaat over kringlooplandbouw. Tijdens de begrotingsbehandeling heeft de Minister gezegd dat het GLB kan bijdragen aan het sluiten van kringlopen. Nu lopen er een aantal trajecten om dat verder uit te werken, zowel nationaal als Europees. In Nederland wordt gewerkt aan langetermijnvisies die in het regeerakkoord zijn afgesproken. In de tweede plaats wordt in Nederland gewerkt aan de Transitieagenda Biomassa. Vanuit Europa wordt in de Commissiemededeling over de toekomst van voeding en landbouw ook de bioeconomie genoemd als een van de belangrijke motoren van de landbouw- en plattelandsgebieden. Maar het voorzitterschap heeft ook gesignaleerd dat de landbouwsector onvoldoende geïntegreerd is in de waardeketens van de bioeconomie. Tegelijkertijd zie je in Europa dat er in het derde kwartaal een herziene strategie komt over bioeconomie. Dat zijn verschillende ontwikkelingen. De vraag is hoe we die aan elkaar gaan koppelen. Ik zie in eerste instantie de bioeconomie eigenlijk niet terug in de inzet van de Minister. Ik zie ook in de timing de Europese voorstellen een beetje achter de nieuwe voorstellen voor het GLB aan komen. De vraag is hoe de Minister zowel nationaal die twee discussies aan elkaar koppelt, alsook vooral in haar positie richting Brussel in de Raad aan de orde stelt. Want het is nu ook nog de tijd om dat soort ideeën aan elkaar te koppelen.

De voorzitter:

De heer Grashoff had nog een vraag aan u op het vorige punt.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Die vraag haakt in op de vraag van de heer De Groot aan de Minister hoe zij aankijkt tegen de gerichte betalingen, ook in het licht van weinig effectiviteit en het rapport van de Europese Rekenkamer. Het is natuurlijk heel goed om die vraag aan de Minister te stellen, maar het klonk haast alsof de heer De Groot wat afstand wilde gaan nemen van het fenomeen van betalingen voor gerichte diensten. Dat kan ik mij haast niet voorstellen. Mijn vraag is dus hoe hij dat wel heeft bedoeld en waar hijzelf oplossingsrichtingen ziet. Daar ben ik wel erg benieuwd naar.

De heer De Groot (D66):

Ik denk dat het heel goed is om de Europese betalingen te koppelen aan concrete doelen. De ideeën van de Commissie lijken mij heel erg goed. Maar de eerdere ronde, de vergroening van het GLB, is behoorlijk bekritiseerd, eerst door Wageningen Universiteit en nu door de Europese Rekenkamer. Dat heeft in Nederland ook met een bepaalde invulling te maken. De vanggewassen passen misschien goed bij de bedrijfsvoering van de boer, maar hebben weinig vergroening opgeleverd. Als we dit gaan doen, is de achtergrond van mijn vraag, dan moet het ook wel echt hout snijden en moeten het ook betalingen zijn die aan heel concrete doelstellingen worden gekoppeld. Het ligt dus ook een beetje in de lijn van uw inbreng. Ik denk dat het idee heel goed is, maar ik ben heel benieuwd hoe de Minister de praktische uitvoerbaarheid daarvan ziet.

De voorzitter:

Zorgvuldige vragen en antwoorden zijn goed, maar het mag allemaal iets sneller.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik ben blij met het antwoord. Dat gaat in een richting waar ik wel wat mee kan, waar een overeenkomst in zit. Is de heer De Groot het met mij eens dat wij eigenlijk alsnog zouden moeten proberen om op een paar punten de effectiviteit binnen de huidige GLB-periode nog te vergroten door sommige maatregelen daarin te veranderen?

De heer De Groot (D66):

Ik weet niet of het zinvol is om nou nog de hele boel op z'n kop te gooien. Daar kan ik niet over oordelen. Ik denk dat het goed is om nu de aandacht te richten op de toekomst van het GLB. Dat is ook wat er nu op de agenda staat.

De voorzitter:

Gaat u door.

De heer De Groot (D66):

Voorzitter. Ik kom op het eiwitplan van de Europese Unie. De collega van het CDA sprak daar al over. Afgelopen zomer heeft Nederland na een oproep van D66 ingestemd met de eiwitstrategie. De Minister schrijft dat zij vooral inzet op veredeling, zodat rassen kunnen worden ontwikkeld die kunnen groeien onder Europese omstandigheden. Ik denk dat het heel verstandig is om aan die zelfvoorzienendheid te werken. Echter, ik denk dat er nog veel meer mogelijkheden zijn om eiwitten te benutten. Door de huidige wijze van produceren kunnen nog veel eiwitten worden vrijgemaakt voor diervoeder, bijvoorbeeld door de aanpak van voedselverspilling. Ik denk ook aan een betere benutting van biomassa en van het land, de kweek van insecten of het benutten van reststromen. Kortom, dat zijn allerlei andere aspecten die vanuit een kringloopgedachte kunnen bijdragen aan een Europese eiwitstrategie. Hoe kijkt de Minister hiernaar?

Tot slot kom ik op mijn laatste punt, over glyfosaat. Het Europees Parlement heeft een speciale commissie opgericht ...

De voorzitter:

Excuus, er is een interruptie van mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Nog even over de eiwittransitie. Veel mensen zijn het vergeten, maar in het kabinet waar het CDA samen met de PvdA in zat, had Minister Verburg ook iets gezegd over de noodzaak om over te schakelen naar duurzamere eiwitten. Hoewel het CDA het best moeilijk vond, werd toen wel toegegeven dat we ook de overstap moeten maken van dierlijk naar plantaardig, dat daar een verschuiving moet plaatsvinden. D66 mag nu meeregeren. Nu hoor ik de D66-woordvoerder de Minister vragen om zich ook in te zetten voor een verduurzaming van eiwitten, maar dit misschien gevoelige puntje hoor ik hem even niet noemen. U gaat toch zeker niet onderdoen voor het CDA, dat dit destijds wel durfde toe te geven?

De heer De Groot (D66):

Ik zit hier namens D66. Mevrouw Ouwehand haalt verschillende discussies door elkaar. Ik moet hier toch echt wat langer op antwoorden, omdat de vraag voor zo veel verwarring ...

De voorzitter:

Nee, het kan echt kort.

De heer De Groot (D66):

De vraag is verwarrend, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:

Dan kunt u om een verduidelijking vragen, maar gaat u nu maar gewoon antwoord geven. We doen hier niet aan ingewikkeldheden.

De heer De Groot (D66):

Goed. De eiwitstrategie gaat over de productie van eiwit. Dat is iets anders dan de consumptie van eiwit, waar mevrouw Ouwehand het over heeft. Als je spreekt over de consumptie van eiwit, kun je het er inderdaad over hebben dat je minder dierlijke eiwitten en meer plantaardige eiwitten kunt eten. Dat is een totaal andere discussie, die niets te maken heeft met wat hier aan de orde is. De vraag sloeg dus eigenlijk nergens op; dat is wat korter.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Volgens mij moet je eiwitten eerst produceren voordat je ze kunt consumeren, dus ik zie het verband wel degelijk, al ziet de heer De Groot dat misschien nog niet. Maar ik ben blij te horen dat ook D66 tegen de Minister zegt dat er, als we echt willen verduurzamen, ook een verschuiving in de consumptie moet plaatsvinden van dierlijke naar plantaardige eiwitten. Hartstikke mooi.

De voorzitter:

De heer De Groot zegt «natuurlijk» en dan kan hij verder.

De heer De Groot (D66):

Ik heb nog een leuk onderwerp, mevrouw de voorzitter: glyfosaat. Het Europees Parlement heeft een speciale commissie opgericht, die de Europese toelatingsprocedures voor pesticides gaat onderzoeken. Daar zijn wij zeer verheugd over. Onze Europarlementsleden draaien daar ook in mee. Tegelijkertijd zie je dat in het Duitse regeerakkoord is afgesproken dat er een afbouwstrategie komt voor het gebruik – voordat er weer vragen komen, herhaal ik: het gebruik – van glyfosaat. Dat is ook hoe D66 het ziet: niet zozeer de toelating, als wel het gebruik van dit middel is een probleem. Nu Duitsland dat gaat doen en Frankrijk daar eerder al kritisch over was, zou ik willen voor zijn dat Nederland dit zo'n beetje als laatste ook gaat doen. Er komt een moment – als Duitsland hiermee begint, kun je de klok daarop gelijkzetten – dat vanuit de Duitse retail gevraagd gaat worden om producten die niet bereid zijn met het gebruik van glyfosaat, die niet geteeld zijn met glyfosaat in de teeltmethode. Dus we kunnen wachten op de markt of zelf politiek meegaan met de landen waar we normaal gesproken altijd mee optrekken. Graag een reactie hierop van de Minister.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Daarmee is uw spreektijd voorbij. Dan ga ik nu over naar de heer Futselaar van de SP-fractie.

De heer Futselaar (SP):

Dank u wel, voorzitter. Hoewel het verband met de Landbouw- en Visserijraad beperkt is, kan ik mij ook wel voorstellen dat de Minister gebruik zou willen maken van de gelegenheid om iets over de melkveefraude te zeggen, omdat er toch wel heel veel kritiek is geweest. In met name de agrarische media stonden de afgelopen dagen individuele gevallen waarin gezegd werd: het was administratief, er is geen sprake van fraude. De vraag die bij de SP-fractie en waarschijnlijk bij wel meer fracties leeft, is: bij hoeveel van die 2.100 blokkades betreft het nou echt een administratieve fout en bij hoeveel betreft het doelgerichte fraude? Ik ben me ervan bewust dat er daartussenin ook nog ergens een grijs gebied kan zijn waarvoor het lastig is vast te stellen wat heeft plaatsgevonden, maar dit is toch een beetje de crux van de zaak. Daarbij telt voor mij ook het volgende mee. De Minister introduceerde het in een eerder debat als de nieuwe werkwijze en zei: we gaan veel meer uit van data, op grond waarvan we conclusies trekken. We hopen wel dat de conclusies dan goed blijken te zijn in de praktijk, want anders kunnen we misschien toch beter terug naar de ouderwetse controle op de boerderij.

Daarnaast maken wij ons zorgen over de handhaafbaarheid. Daar heb ik al eerder aandacht voor gevraagd. Je kunt wel vermoedens van fraude hebben, maar die fraude moet je wel daadwerkelijk hard ter plekke kunnen constateren, want papieren vermoedens zullen bijvoorbeeld geen stand houden voor de rechter. Ik ben dus benieuwd of daarover inmiddels meer bekend is.

Over mijn tweede onderwerp kan ik kort zijn, want daar hebben we in het verleden lang over gepraat, maar ik wil toch graag een kleine update. Hoe staat het met de operatie «redden wat er te redden valt» bij de pulskorvisserij? Ik twijfel er niet aan dat er hard aan wordt getrokken via diplomatieke wegen, maar het zou goed zijn om te horen hoe het hiermee staat en of er ergens licht aan de horizon is.

Mijn hoofdonderwerp is de toekomst van het GLB. Deze discussies blijven lastig, want zolang er geen financieel kader is, vinden wij met z'n allen wat, en niet alleen wij, maar alle andere Europese landen ook. Dat is in zekere zin een beetje ... Ik zal niet zeggen «voor de bühne», want iedereen vindt oprecht wat hij vindt, maar zolang je geen financieel kader hebt om keuzes te maken, is het heel makkelijk om van alles te vinden. Ik heb, net als mijn buurman van D66, naar het Duitse regeerakkoord gekeken. Het is mij opgevallen dat zij stellen dat de landbouwsteun ongeveer op gelijk niveau moet blijven. Dat heeft volgens mij nogal wat consequenties, bijvoorbeeld voor de hervormingsagenda die Nederland heeft. Als de Britten ons al ontvallen in de toekomst, begin ik mij af te vragen wie wij binnen het hervormingskamp nog over hebben in Europa als vrienden op dit gebied. Tegelijkertijd is er de convergentiediscussie met landen uit Oost-Europa. Als die hier zouden zitten, denk ik dat zij zouden zeggen dat je een gelijk speelveld krijgt als je ook de betalingen gelijktrekt. Daar valt natuurlijk best wat voor te zeggen, maar dat is ook gewoon een bedreiging voor de mensen die zeggen dat we de totale landbouwsteun als onderdeel van de Europese begroting misschien wat moeten verkleinen en dat we misschien ook wel af moeten van directe betalingen en meer toe moeten naar bijvoorbeeld steun voor vergroeningsmaatregelen.

Op dat laatste punt heb ik nog een kleine vraag. Het Nederlands standpunt op zich is wat de SP betreft juist. We zetten inderdaad in op meer vergroeningsmaatregelen. Moeten we maatregelen voor verbetering van de volksgezondheid daar ook toe rekenen? Vandaag is weer een rapport van de Gezondheidsraad verschenen. Ik zal er nu niet te veel over zeggen, want morgen is daar een betere tijd voor, maar de Gezondheidsraad adviseert onder andere om de hoeveelheid fijnstof en ammoniak in de landbouw terug te brengen. Ik kan mij voorstellen dat je ook daar het GLB voor inzet. Is dat daar een onderdeel van, of richten we ons echt op klimaat en vergroeningsmaatregelen?

Daar laat ik het bij, voorzitter.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Lodders van de VVD-fractie.

Mevrouw Lodders (VVD):

Voorzitter, dank u wel. Ik zou ook graag een paar korte woorden wijden aan de kalverfraude, de i&r-zaak. Er zijn inmiddels een aantal vragen gesteld door mijn voorgangers. Voor mijn fractie is het ontzettend belangrijk dat we een definitie krijgen: wat zijn nou de fraudeurs en wat zijn de zaken met een administratieve fout? Volgens mij ontstaat daar ontzettend veel discussie over en dat is niet goed, want de discussie moet gericht zijn op het oplossen van de zaak. De fraudeurs moeten overigens keihard worden aangepakt; dat staat bovenaan voor mijn fractie. We hebben daar nog een debat over, maar gezien de actualiteit denk ik dat het belangrijk is dat de Minister daar iets over zegt. Hopelijk kan zij dat doen.

Voorzitter. Vandaag spreken we over de aanstaande Landbouwraad. Op de agenda staat wederom de discussie over het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Dat is een belangrijk onderwerp, maar nog belangrijker is de volgorde der dingen. Ik lees dat de Raad van gedachten wil wisselen over de rol en betekenis van de directe betalingen en de bijdrage van het gemeenschappelijk landbouwbeleid aan milieu-, natuur- en klimaatdoelstellingen. U weet, voorzitter, dat de VVD voorstander is van een beleid dat minder gericht is op inkomensondersteuning en meer op innovatie en het behalen van bijvoorbeeld klimaatdoelstellingen. Ik wil de Minister nogmaals vragen voorzichtig te zijn met deze discussie, omdat het vooral belangrijk is dat we de uitkomst van de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader weten – ik hoorde de Minister dat overigens ook in het vorige algemeen overleg zeggen – alvorens we de volgende stap kunnen zetten: de invulling van de budgetten. Ik kan me zomaar voorstellen dat de wensen vele malen groter zijn dan het beschikbare budget. Innovatie, onder andere gericht op thema's als het behalen van klimaatdoelstellingen, voedselzekerheid en voedselveiligheid, staat wat mij betreft hoog op de agenda. Daarnaast hebben we in het regeerakkoord afgesproken dat we een vereenvoudiging van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en een verlaging van de regeldruk uit Europa nastreven.

De voorzitter:

Een moment alstublieft, want de heer De Groot heeft een vraag.

De heer De Groot (D66):

Ik heb een vraag over het gelijke speelveld. Nederland heeft hectareprijzen die sky-high zijn in Europees verband; € 80.000 of € 100.000 is geen uitzondering. Hoe denkt u dat dat komt?

Mevrouw Lodders (VVD):

Zullen we daar een apart algemeen overleg over plannen? Want daar valt natuurlijk ontzettend veel over te zeggen. Ik denk dat je dat niet zomaar op één hoop kan schuiven.

De heer De Groot (D66):

Ik denk dat het komt doordat Nederlandse boeren als geen ander in staat zijn om een voorloperspositie om te zetten in een goede, hoge productiviteit, waardoor zij ook veel voor de grond kunnen betalen. Dat betekent dat je als Nederland altijd een voorloperspositie hebt in Europa. Doorgaans zijn het namelijk de zwakkeren die een gelijk speelveld hebben. Ik denk dat Nederlandse boeren eerder gebaat zijn bij middelen die helpen om de voorloperspositie die ze al hebben, verder uit te bouwen. Een gelijk speelveld is wat mij betreft een fictie.

Mevrouw Lodders (VVD):

Dan heeft de heer De Groot niet goed naar mijn betoog geluisterd. Of ik ben niet helemaal duidelijk geweest. De VVD is de partij die al sinds jaar en dag pleit voor innovatie. Innovatie zit in de genen van onze Nederlandse boeren en tuinders. Met de innovatie die wij kennen halen wij die hoge productie. Wij vermarkten die ook wereldwijd. De afgelopen jaren heb ik er bij de exportcijfers iedere keer op geduid hoe belangrijk die innovatie is. Het is dus een ontzettend belangrijk onderdeel. Maar het gelijke speelveld is veel meer dan alleen kijken naar de grondprijzen, de hectarepremies. Niet voor niets noem ik het punt van de fipronil. Op het moment dat verschillende lidstaten met eigen middelen gaan subsidiëren, als die ruimte wordt gegeven, hebben onze boeren en tuinders daar last van. We moeten ook oog hebben voor het gelijke speelveld.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik wil op dit punt de heer De Groot toch enigszins bijvallen in de richting van mevrouw Lodders. Ja, de hectarevergoedingen in Nederland zijn heel hoog. Volgens mij is het heel simpel. Die zijn historisch gegroeid omdat we ooit een stelsel hadden waarin ze productiegerelateerd waren. De productie in Nederland lag nu eenmaal heel hoog en dus waren ook de vergoedingen hoog. Is mevrouw Lodders het met mij eens dat je dat principe moet loslaten, dat je zoals ik heb bepleit naar objectieve criteria moet gaan en dat dat wel degelijk ertoe kan leiden dat hectarevergoedingen voor Nederland als geheel naar beneden gaan, maar wel in een eerlijkere verhouding staan en een gelijker speelveld opleveren op Europees niveau?

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik heb erop gewezen dat de heer Grashoff een aantal interessante bespiegelingen deed. Ik denk dat we voorzichtig moeten zijn om ons daar nu helemaal op vast te pinnen, maar ik denk wel dat het belangrijk is dat we daarover van gedachten wisselen. Juist de innovatie, juist onze hoogproductieve landbouw vraagt wellicht meer. Als je dat op een andere manier kan bekostigen, moeten we dat zeker niet uit de weg gaan. Nogmaals, u deed een aantal interessante bespiegelingen.

Voorzitter. Dan kom ik tot een afronding. Ik heb nog een vraag over een ander onderwerp: de vanggewassen. Mijn motie over de minimale termijn van acht weken voor vanggewassen is aangenomen, maar nu blijkt dat deze termijn voor de onderzaai van vanggewassen in 2018 kan ingaan, maar vanggewassen in algemene zin pas in 2019 omdat dit bij de Europese Commissie moet worden gemeld. Dat is vreemd voor de boeren die het betreft, juist omdat dit een van de vereenvoudigingsmaatregelen vanuit de Europese Commissie was. Ik roep de Minister op om er toch nog eens even naar te kijken of daar niet iets meer ruimte in zit. We proberen het allemaal eenvoudig te maken, maar dit soort onderscheid helpt daar niet bij. Ik hoop echt op creativiteit van de Minister.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Madlener.

De heer Madlener (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag beginnen met de fraude met koeien en kalfjes en met het op slot zetten van zo veel bedrijven. De vorige keer hebben wij er een bespreking over gehad. Nu blijkt dat er 2.100 boerderijen op slot zijn gezet, waarvan een deel onterecht blijkt. Hoe kijkt de Minister daar nu tegen aan? Wat is de laatste stand van zaken? En wat is de rol van het beleid van de afgelopen jaren? Is er sprake van stelselmatig sjoemelen, is het fraude door enkelen? Het is mij nog steeds niet helder of dit echt zo grootschalig is of dat er misschien een hoop foutjes zijn gemaakt. Het moet ook geen heksenjacht worden op allerlei ondernemers. De regeldruk is gigantisch hoog in het agrarisch bedrijfsleven, heb ik nu wel gemerkt; zo hoog dat het op zich al snel leidt tot een fout, tot fraude of misschien een beetje sjoemelen, wat ook een cultuur kan zijn in een bedrijf. Dan kunnen we hier wel grote woorden spreken dat het allemaal fraude is. Maar ja, een leugentje is ook sommige politici niet vreemd. Het sluipt er ook in. Ik vraag mij af hoe dat in de afgelopen jaren is ontstaan. Of is dit helemaal nieuw en ineens uit de lucht komen vallen? Heeft de Minister daar al over na kunnen denken? Hoe gaan we om met de bedrijven die inderdaad onterecht op slot zijn gezet? Dat zijn er misschien veel meer dan we nu weten.

Mijn tweede vraag gaat over de fipronilkwestie. Ik heb daar ook schriftelijke vragen over gesteld. Mijn vraag was toen of de Minister de Nederlandse fipronilgebruikers die te goeder trouw waren, het bedrijf hebben ingehuurd en niet wisten dat de regels voor fipronil zijn overtreden, net als België tegemoet gaat komen, omdat die bedrijven op omvallen staan. Het antwoord was: nee, dat ga ik niet doen, want er zijn geen bedrijven die dit te goeder trouw hebben gebruikt. Daar ben ik verbaasd over, want in hoeverre moet je als bedrijf controleren welke middelen er worden gebruikt? Als ik een schilder inhuur, ga ik ook niet kijken: is zijn verf wel oplosmiddelvrij? Als het bedrijf gecertificeerd is – dat was Chickfriend – dan ga je ervan uit dat het klopt. Hoe kijkt de Minister daartegen aan? Zijn er geen pluimveehouders geweest die gewoon gedacht hebben: ik huur een bedrijf in en ik geloof het wel? Hoever gaat die eigen verantwoordelijkheid? Is de Minister bereid om alsnog bedrijven tegemoet te komen die nu misschien op omvallen staan?

Dan de convergentie van de directe betalingen. Ik haak aan bij andere woordvoerders op dit punt. Hoe zit het voor Nederland? Een gelijk speelveld is natuurlijk mooi, maar de omstandigheden zijn zo verschillend in landen. Hoe pakt dat uit?

Dan de magere melkpoeder. De Minister heeft voorgesteld om dat te verkopen aan de hoogste bieder, maar ook dat zal niet zonder gevolgen zijn. Heeft de Minister daar goed over nagedacht? Waar komen die bieders vandaan? Is dat de Europese markt of misschien daarbuiten? Welke gevolgen heeft dat voor de markt als geheel? Het lijkt op een soort dumping, wat ook weer enorme gevolgen kan hebben. Het vernietigen van melkpoeder lijkt ons ook weer een enorme verspilling, dus dat moeten we ook niet willen. Hoe staat het daarmee?

Dan het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Alles wat verandert heeft winnaars en verliezers en we hebben natuurlijk de Nederlandse betalingspositie. Hoe staat het daarmee? Wij hebben hier grote belangen. Wij zijn een grote nettobetaler, de grootste nettobetaler zelfs. Kijkt de Minister ook voldoende naar dat aspect, dat wij niet uiteindelijk de verliezer worden van het hele Europese rondpompen van geld? Welke bedrijven zullen de verliezers en de winnaars worden? Dat weten we nog niet, maar ik ben benieuwd hoe de Minister daartegen aankijkt.

Ik heb nog een vraag over de mestexport. Nederland heeft een overschot, als je kijkt naar mestproductie en mestgebruik. Wij vinden het gebruik van kunstmest toch een beetje strijdig met ons mestoverschot. Maar aan de andere kant heb ik ook gemerkt, na wat gesprekken met mestverwerkers, dat het heel erg moeilijk is om mest te exporteren. Nederland heeft misschien een mestoverschot en Roemenië heeft een mesttekort, maar het is heel moeilijk om dat daarheen te brengen per schip of per vrachtwagen. Als je op Europese schaal kijkt, hebben we natuurlijk helemaal geen mestoverschot. Ik wil graag weten wat de Minister daaraan gaat doen en of zij dat ook betrekt bij haar besprekingen.

Als laatste wil ik de pulskorvisserij nog noemen ...

De voorzitter:

Sorry, u bent echt al door uw tijd heen. Dus deze bewaart u voor de tweede termijn.

De heer Madlener (PVV):

Ja.

De voorzitter:

Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Bisschop van de SGP-fractie.

De heer Bisschop (SGP):

Voorzitter, dank u wel. Het gaat over de Landbouw- én Visserijraad, dus ik wil het eerst hebben over de aanlandplicht. Die vereist dat er over twee maanden een plan ligt voor ongewenste bijvangsten. Het afgelopen jaar zijn er proeftrekken gedaan om te kijken naar de gevolgen van de aanlandplicht. En wat blijkt? Het is niet werkbaar. De vakliteratuur geeft daar voorbeelden van waar je de haren van te berge rijzen. Niemand is klaar voor de aanlandplicht, lees ik daar. Dat is niet omdat ze daar niet in geïnvesteerd hebben of omdat ze dat allemaal op z'n beloop hebben gelaten, maar omdat het gewoon niet werkt. Hoe komt er dan wel een werkbaar discardsplan? Is niet gewoon aanpassing van de aanlandplicht noodzakelijk?

Het tweede punt: het Europees landbouwbeleid. Een startschot is gegeven voor de volgende hervorming van dat beleid. Ik wil de Minister naar aanleiding van haar reactie enkele punten voorleggen. Terecht verzet de Minister zich tegen een gelijktrekken van hectarebetalingen. Opbrengsten en productiekosten zijn hier veel hoger dan in een land als Slowakije. Lidstaten reageren verdeeld en dat biedt kansen. Wat gaat de Minister doen om gelijktrekking te voorkomen? Ik vraag haar niet om haar hele onderhandelingsstrategie uiteen te zetten. Dat zou niet verstandig zijn. Maar het zou niet verkeerd zijn om een paar piketpaaltjes te zetten.

De Minister staat sympathiek tegenover cofinanciering in de eerste pijler, maar waarom? Het ondergraaft het gewenste gelijke speelveld. Andere lidstaten zijn helaas vaak scheutiger met landbouwsteun dan Nederland. Ik vraag de Minister daarom zich in te zetten tegen cofinanciering.

De Minister is voor omvorming van directe betalingen naar betalingen voor maatschappelijke diensten. De SGP pleit voor een knip tussen de directe betalingen en de betalingen voor specifieke serieuze maatschappelijke diensten. Wat ons betreft, moet de laatste categorie dan niet voor iedereen verplicht gesteld worden.

De Commissie wil wettelijk bindende strategische plannen met goedkeuring door de Commissie. Als ik dat lees, dan vraag ik mij af: krijgen we nou dezelfde systematiek als bij de derogatie? Krijgt de Europese Commissie op deze manier misschien een enorm drukmiddel in handen om ons landbouwbeleid te sturen? Graag een reactie van de Minister.

Dan de bedrijfsblokkades in de veehouderij. Ik vraag mij af waar we mee bezig zijn. Ik begrijp de intentie en ik begrijp de reactie als het gaat over daadwerkelijk frauduleus handelen, maar ik heb toch sterk de indruk dat de overheid hier fors in doorslaat. Vorige week zijn ruim 2.000 melkveehouders weggezet als knoeiers en vermoedelijke fraudeurs. Dan heb ik het nog niet over de eerdere brief van de Minister, waarin sprake was van mogelijk zelfs 7.000 bedrijven. Een deel van die melkveehouders is zich van geen kwaad bewust, blijkt uit de reacties die we binnenkrijgen. Wij hebben via Twitter en Facebook daartoe uitgenodigd nadat wij klachten binnenkregen dat men volkomen overbluft was, want men kreeg opeens op zaterdag de brief aan de deur: de boel zit op slot. Een deel van die melkveehouders is zich van geen kwaad bewust. Er is ergens een kleine administratieve vergissing. Soms is er iets niet goed doorgegeven in de registratie. Deels gaat het om slordigheden die vaak voor de fosfaatreductieregeling al voorkwamen en deels gaat het om fouten bij CRV en Rendac. Op deze manier bedrijven wegzetten als fraudeurs; het is net zoiets als 3 km/u te hard rijden in je auto op de snelweg: je rijdt 123 km/u en je mag maar 120 km/u. Een PVV'er zet er onmiddellijk plankgas op en gaat 20 km/u te hard; dan kan ik me er iets bij voorstellen. Maar bij die 3 km/u noem je iemand toch ook geen wegpiraat? Daarmee zijn niet alle PVV'ers wegpiraten, hoor.

Moeten de meldingen dan niet op orde zijn? Zeker. Maar het beeld neerzetten dat veel melkveehouders boeven zijn, is naar mijn mening onterecht en buitengewoon schadelijk. Ik denk dan ook aan de derogatieonderhandelingen en de effecten die dit in Brussel gaat hebben. Wil de Minister ons voor het komende debat precies informeren over hoeveel rundveehouders om welke reden geblokkeerd zijn en welke criteria gehanteerd zijn? Als het niet terecht is geweest, is de Minister dan bereid om alle analysekosten van de bedrijven voor haar rekening te nemen? Zorgt zij ervoor, samen met de sectororganisaties en CRV, dat bedrijven die de boel recht kunnen zetten binnen een week gedeblokkeerd worden?

Dat was eventjes over dit punt. Ik had nog een klein ander puntje.

De voorzitter:

Nee, daar heeft u geen tijd meer voor.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De SGP dan maar even als sluitstuk van al die partijen die dezelfde vragen stellen over de manier waarop de Minister de fraude probeert aan te pakken. Het lijkt wel: het is niet goed of het deugt niet. Dit zijn partijen die de derogatie willen houden. Dit zijn ook partijen die de exportpositie van Nederland veilig willen stellen. Die staat wel een beetje op het spel als onze i&r niet blijkt te kloppen. Dus iedereen wil dat de Minister dat veiligstelt. Dat gaat zij dan doen, maar dan wordt er weer schande gesproken. Ik vind dat niet helemaal fair.

De heer Bisschop (SGP):

Dit werp ik verre van mij. Ik sluit mij graag aan bij die collega's die hebben aangegeven dat de registratie natuurlijk in orde moet zijn. Maar honderd procent registratie in orde maken is bijna een illusie. Dat is de realiteit. Dan vergoelijk je het niet, maar zie je wel de realiteit onder ogen. Als er sprake is van een kleine vergissing of iets wat in de keten van registratie niet helemaal goed is gegaan, dan is het op slot zetten van een bedrijf een buitengewoon zware maatregel. Ik vraag mij af of er niet gekeken moet worden of andere maatregelen misschien met meer chirurgische precisie toegepast kunnen worden, zodat je de daadwerkelijke fraudeurs, de gasten die het verzieken voor de hele sector, aanpakt in plaats van daar waar sprake is van een kleine vergissing.

De voorzitter:

Oké, anderen nog?

De heer Bisschop (SGP):

Voorzitter, ik ben boerenzoon en voel bijna lijfelijk wat dit betekent voor een boerenbedrijf. Zoals de Minister een boerendochter is, maar ...

De voorzitter:

Meneer Bisschop, ook dan geldt: kort en bondig. Er zijn meer mensen die nog wat willen zeggen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Natuurlijk, de Kamer moet de regering controleren. Dus de Minister heeft een aanpak en wij hebben daar kritische vragen over. Tuurlijk! Maar het neigt er wel al snel naar dat de Minister gewoon niet helemaal wordt vertrouwd. Er worden net even te grote woorden gebruikt. En ik zou het echt vervelend vinden als de aanpak van de fraudes, waar de Minister mee bezig is, op die manier door deze partijen in de Kamer wordt ondermijnd. Ik wil daar alvast voor waarschuwen, want we hebben met elkaar nog een lange weg te gaan.

De voorzitter:

Mijnheer Bisschop, kort nu!

De heer Bisschop (SGP):

Voorzitter. Het is aan de perceptie van mevrouw Ouwehand om de woorden die gebruikt worden, te wegen. Waar mijn pleidooi over ging, is over een effectieve controle, en ik geef de collega's graag de gelegenheid om zelf hun statement te maken. Je gaat niet met een schot hagel op een zwerm muggen schieten. Dat schiet niet op.

De voorzitter:

We hebben nog een heel debat hierover. Ik zie dat mevrouw Lodders iets wil zeggen.

Mevrouw Lodders (VVD):

Voorzitter, u mag dit noteren als een interruptie. Ik neem afstand van de woorden van mevrouw Ouwehand. Ik vind het ook buitengewoon handig maar niet erg collegiaal om een aantal collega's bij één interruptie te betrekken. Ik denk dat mevrouw Ouwehand heel goed heeft geluisterd naar de inbreng van de verschillende partijen. Ik werp me daar verre van. Ik had graag direct een interruptie van mevrouw Ouwehand gehad als zij ergens een vraag over zou hebben.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Daar heeft mevrouw Lodders gelijk in.

De voorzitter:

Waarvan akte. Dan gaan we nu meteen door naar de inbreng van mevrouw Ouwehand. Ik merk meteen op dat mevrouw Ouwehand mij om half vijf voor een uurtje gaat vervangen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter, dat zal ik doen. Dank u wel. Ik zeg in de richting van de Minister: dit zijn dus de pappenheimers, het is niet goed of het deugt niet. Maar succes ermee!

Voorzitter. Ik zie dat ik nu al een interruptie heb.

De voorzitter:

Ja, maar zullen we nu gewoon weer even aardig tegen elkaar doen, ook omdat er nog een heel debat over dit onderwerp komt? Ik weet dat de emoties hoog oplopen, en van links tot rechts of van hoog tot laag mag u vinden wat u vindt. Ik gun de heer Geurts nog een interruptie, omdat hij daar recht op heeft. Maar daarna wil ik u vragen om weer even wat vriendelijkheid te betrachten.

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter, dank u wel. Ik lach ook heel vriendelijk naar u, omdat u dit toestaat. Ik heb toch nog wel een vraag aan mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren: waar heb ik in mijn bijdrage namens de CDA-fractie de Minister beticht van «het klopt niet, het deugt niet et cetera»? Dat hoor ik dan graag wel even letterlijk.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

U mag het opvatten als een voorspelling en een waarschuwing. Kijk, als het echt zo scherp had gelegen, had ik u er wel toe uitgedaagd om een motie van wantrouwen in te dienen tegen de Minister. Als het zo scherp ligt, moet je dat ook doen. Dat is niet het geval. Maar ik bespeur wel het patroon dat een bewindspersoon op Landbouw soms tot actie wordt aangezet, bijvoorbeeld om de derogatie te redden, dat iedereen dat eindproduct wel wil, maar dat de aanpak van de Minister vervolgens zware kritiek krijgt. En daar is die balans tussen het controleren – wat de Kamer moet doen – en net even te zwaar die kritiek aanzetten, soms wel een beetje zoek in deze commissie. Dat wilde ik even gezegd hebben.

De heer Geurts (CDA):

Ik heb heel sterk het gevoel dat mevrouw Ouwehand niet luistert, in ieder geval niet naar wat ik hier namens mijn fractie heb gezegd, maar dat zij haar mening al klaar heeft en er daarom alvast een reactie op geeft. Ik heb gewoon gezegd, zoals de Minister ook zegt: dit is heel vervelend. Ik heb ook gezegd dat de situatie van boeren niet alleen financieel maar ook geestelijk moet worden bekeken. Wat klopt hier niet?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De heer Geurts heeft gelijk, net als mevrouw Lodders. Dan had ik de interruptie rechtstreeks bij hem moeten plaatsen. Ik wil gewoon het signaal afgegeven hebben dat de Minister de verantwoordelijkheid heeft om te doen wat de Kamer haar heeft gevraagd, en dat is die fraude aanpakken.

De heer Bisschop (SGP):

Dat herkent iedereen toch?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat herkent iedereen, maar ik hoor in deze commissie echt vaak, meer dan in andere commissies, forse kritiek op een aanpak waar de Kamer zelf om heeft gevraagd.

De voorzitter:

Nu gaan we stoppen, want dit is uitlokking, mevrouw Ouwehand. Ik wil u vragen om nu niet meer uit te lokken, maar alle vragen die u hebt puur op de Minister te richten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. En de opmerkingen hierover waren terecht. Dat heb ik gezegd. Dan heb ik het over de opmerkingen van de heer Geurts, mevrouw Lodders en ook uw opmerkingen.

Voorzitter. Dan het goede nieuws. Er is een definitief oordeel over een einde van de nertsenhouderij in Nederland. Ik wijs op het wetsvoorstel dat hier al in 2009 is aangenomen. Ook de laatste rechter heeft gezegd dat het een legitiem verbod is. Nu ligt er al sinds 2009 een aangenomen motie van deze Kamer, die de regering oproept om zich in te zetten voor een Europees verbod op de pelsdierhouderij. Er is in mijn beleving niet zo heel veel met die motie gebeurd, omdat het kabinet de gerechtelijke procedures wilde afwachten. Ik zou aan de Minister willen vragen: wat is de stand van zaken van de uitvoering van de motie? Kan zij een inzicht geven in wat ze ermee gaat doen? Ik ga ervan uit dat, nu dat verbod echt definitief is en dus van kracht wordt, er ook geen enkele belemmering is en dat het juist goed zou zijn als we dat in heel Europa zouden doorvoeren.

Dan het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Bij de vorige herziening zei de Partij voor de Dieren al: het is waarschijnlijk het allerverstandigst om af te stappen van die hele structuur en om het beleid, en dus ook de budgetten, te richten op een volledige transitie naar een werkelijk duurzame landbouw. Dan ben je daarna van al die betalingen af. Gezond voedsel, duurzaam voedsel, daar moet je ook gewoon op kunnen verdienen in de markt en daar moet een normale prijs voor worden betaald. Dus die subsidiëring daaronder, daar moet je op de lange termijn van af. Dat kan niet van de ene op de andere dag, maar we kunnen wel de transitie inzetten naar een gezonde landbouw die zonder subsidies kan voortbestaan, omdat we ook weer moeten leren dat voedsel gewoon geld kost. Dat is het neveneffect van die subsidies geweest. Allemaal prachtig dat het zo goedkoop was, en nu willen we er helemaal niks meer voor betalen. Misschien kunnen we dat omdraaien.

Die koers is niet gevaren. De Europese Rekenkamer zegt ook: de vergroeningsmaatregelen waar dan wel voor gekozen is, hebben gewoon niet zo veel effect gehad. GroenLinks heeft al een aantal suggesties gedaan en u heeft zojuist die van de Partij voor de Dieren gehoord. Wat we in het verleden al hebben geprobeerd, zal waarschijnlijk, als we dat nu weer proberen, niet ineens wel succesvol zijn. Het lijkt erop dat er echt fundamentelere veranderingen nodig zijn, willen we die landbouw brengen naar die prachtige doelen die in de brieven beschreven worden.

Er wordt nu gezegd dat het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid meer tegemoet moet komen aan onder andere klimaatdoelstellingen. Ik herinner de Minister er even aan dat dat ook al de afspraak was voor het huidige budget. Daarvan heeft de Rekenkamer gezegd: de belofte dat 20% van het budget wordt ingezet voor klimaatactie, wordt binnen het huidige budget met name op landbouw en visserij niet gehaald. En dat moet in 2020 wel gerealiseerd zijn. Wat is de vooruitgang in die transitie?

Voorzitter. Ik sluit af met het eiwitplan. Het is prachtig dat de Europese Commissie een eiwitplan presenteert. Als we willen overschakelen op productie en consumptie van duurzame eiwitten, dan is het het meest logisch om in elk geval te stoppen met de subsidiëring van dierlijke eiwitten. Voelt de Minister ervoor om dat in brengen en ook fors te pleiten voor een krimp van de Europese veestapel en een forse verschuiving van de consumptie van dierlijke eiwitten naar plantaardige eiwitten? Dat gaat pas echt een eiwittransitie opleveren waar toekomstige generaties ons, denk ik, behoorlijk dankbaar voor zullen zijn.

Dank u wel.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Dan geef ik nu als laatste in deze ronde graag het woord aan de heer Moorlag. Hij gaat daarna meteen door naar de plenaire zaal.

De heer Moorlag (PvdA):

Voorzitter. Ik zal de antwoorden van de Minister dus in het verslag moeten teruglezen.

Ik maak eerst enkele opmerkingen over de kalverfraude. Ik heb wel waardering voor de daadkrachtige aanpak van de Minister. Het is natuurlijk reuzevervelend en zelfs frustrerend voor ondernemers die slechts lichte administratieve omissies hebben, dat zij daardoor worden getroffen, maar ik vind het wel verstandig van de Minister om te kiezen voor het voorzorgsprincipe. I&r is gewoon hartstikke belangrijk, ook voor de traceerbaarheid. Dit is een klassiek geval waarin de goedwillenden te lijden hebben onder de kwaadwillenden. Ik vind wel dat de goedwillenden er zo snel mogelijk uitgefilterd moeten worden en dat het slot van hun bedrijf af moet, maar ik vind het ten principale goed dat het voorzorgsprincipe is toegepast.

Dan het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Dat wordt toch wel richtinggevend voor welke kant we opgaan met de sector in Europa. In het huidige systeem zitten drie onvolkomenheden in. Het is te ongedifferentieerd. De generieke inkomenssteun is toch wel een vorm van het uitstrooien van hagelslag over de hele sector, en dat moet niet langer zo. De heer De Groot wees daar ook al op. De hoge grondprijzen in Nederland hebben alles te maken met de kasstromen die je verwacht uit een investering. Dat moet gewoon veel gerichter.

Ik schrok eerlijk gezegd wel een beetje van de brief van de Minister van, naar ik meen, 31 januari. De Europese Rekenkamer stelt dat de huidige vergroeningsmaatregelen van het GLB naar verwachting niet bijdragen aan een substantiële verbetering van milieu- en klimaatprestaties. Dat is nogal wat wat daar staat! Er wordt gesteld dat de vergroeningssubsidies gemiddeld aanzienlijk hoger zijn dan de kosten, waaronder gederfde inkomsten, die landbouwers moeten maken om te voldoen aan de vergroeningseisen. De Europese Rekenkamer stelt om die reden dat de vergroeningsbetaling in wezen een inkomenssteunregeling blijft. Als je het hebt over het meer prestatiegericht maken, dan zul je dat echt wezenlijk anders moeten gaan inrichten. Ik denk dat die prestaties gewoon heel scherp gedefinieerd zullen moeten worden en dat de middelen die daarvoor uitgegeven worden, ook doelmatig moeten worden uitgegeven. In feite zegt de Europese Rekenkamer dat er sprake is van overcompensatie voor vergroeningsmaatregelen. Daar moet echt verandering in komen.

De landbouw krijgt in de toekomst een andere functie. Naast de productie van voedsel zullen er in toenemende mate ook groene grondstoffen geproduceerd moeten worden. Ik noem de kringlooplandbouw, waar de heer De Groot ook vaak over spreekt. Er zullen positieve prikkels gegeven moeten worden om dat te realiseren. Dus vergroening, meer biobased, meer gesloten ketens. Is de Minister bereid om dat bij haar Europese collega's te bepleiten?

Ten slotte, voorzitter, iets wat volgens mij ook op Europese schaal besproken moet worden, maar waar we ook in nationaal verband over na moeten denken. Dat is het risico van een toenemende concurrentie tussen de productie van voedsel en de productie van energie. We zien het op dit moment met de zonne-energie. Agrarisch areaal wordt gebruikt om energie op te wekken. Ik vind het schadelijk als voedsel- en energieproductie met elkaar gaan concurreren. Het aantal monden dat gevoed moet worden, zal sterk toenemen, maar ik vrees ook voor allerlei vormen van suboptimalisatie. Het is gewoon doodzonde om kostbaar landbouwareaal te gebruiken voor energieproductie, terwijl er nog zo veel ongebruikte ruimte is. Het is natuurlijk hartstikke mooi voor de boeren dat we publieke middelen spenderen die ook aan boeren ten goede komen, maar aan de andere kant hebben we als overheid ook nog zo veel ongebruikte gronden. Is het dan niet veel doelmatiger om eerst gronden die geen duidelijke andere functie hebben, allerlei vormen van restruimte, aan te wenden voor de productie van ruimtevretende energievormen zoals zonne-energie, in plaats van dat wij met veel overheidsgeld de productie van zonne-energie op agrarische arealen gaan stimuleren? Is de Minister bereid om de discussie daarover te voeren met haar collega die in sfeer van de ruimtelijke ordening opereert en de Kamer daarover te informeren? En is zij bereid om te bezien hoe er op Europese schaal bij haar collega's tegen dit vraagstuk wordt aangekeken?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Mooi binnen de tijd. Dan gaan wij schorsen voor ruim vijf minuten.

De vergadering wordt van 15.30 uur tot 15.38 uur geschorst.

De voorzitter:

Geachte Kamerleden, de Minister heeft aangegeven klaar te zijn voor de beantwoording van de door u gestelde vragen. Dus ik nodig de Minister graag uit.

Minister Schouten:

Dank u wel, voorzitter. Ik zal zoals gebruikelijk weer langs een aantal blokjes gaan antwoorden. Dat zijn deze keer vrij overzichtelijke blokjes. Eerst zal ik het over de i&r hebben, over de vragen die daarover gesteld zijn. Ten tweede de vragen over het gemeenschappelijk landbouwbeleid, GLB. Daarna zijn er nog de varia: daarin zitten ook nog zaken over de eiwitten en dergelijke, en andere vragen die daarover gesteld zijn.

Voorzitter. In antwoord op vragen van heel wat Kamerleden, die ik me ook heel goed kan voorstellen, wil ik eerst ingaan op alles wat er de afgelopen dagen is gebeurd rondom de i&r, wat daarover gepubliceerd is en wat dat teweeg heeft gebracht in de sector. Ik zie en ik lees dat er op hoofdlijnen eigenlijk twee reacties zijn. Ten eerste is dat ongeloof over de omvang van de problematiek. Ten tweede is dat de boosheid bij de sector en ook de individuele veehouders die zich in een kwaad daglicht gezet voelen. Ik kan u zeggen dat die emoties bij mij ook spelen. Ik heb de afgelopen maanden en ook toen ik hier aantrad, aangegeven dat ik mij zowel nationaal als in Brussel wil inzetten voor een sector waarin mensen ontzettend hard werken om op een eerlijke manier hun boterham te verdienen. Ik wil benadrukken dat ik dan ook de laatste ben die er belang bij zou hebben om hier iets heel groots neer te gaan zetten of een situatie uit te vergroten, zoals in sommige media is gesuggereerd. Maar wat er de afgelopen periode op mijn bord kwam, is een situatie waarin wij zagen dat er onregelmatigheden werden geconstateerd, in eerste instantie rondom het aantal meerlingen dat geboren was. Toen we meer gegevens met elkaar gingen matchen, zagen we ook dat er zaken niet matchten met andere zaken in het i&r-systeem. Dat laatste, het op orde zijn van de i&r, is van het aller-allergrootste belang. Als ik een fout in het i&r-systeem zie, heb ik niet eens een keus om daar al dan niet iets aan te doen. Ik ben dan verplicht om daarop te acteren, want dit systeem is zo belangrijk. Als er een dierziekte uitbreekt en ook eventueel als er maatregelen genomen moeten worden in het kader van de volksgezondheid, dan is het i&r-systeem bepalend voor de snelheid waarmee wij kunnen traceren waar die dierziekte plaatsvindt en waar de beesten zijn gebleven. Maar de i&r is ook cruciaal voor onze exportpositie. Er zijn dus grote belangen mee gemoeid om te zorgen dat die i&r klopt. Als we zien dat er onregelmatigheden plaatsvinden, dan moeten we daarop acteren. Dat is ook in ieders belang.

De voorzitter:

Ik wil even dit blokje afmaken en daarna kom ik tot de interrupties.

Minister Schouten:

Voorzitter. De aanpak toen we zagen dat bij 2.100 bedrijven die onregelmatigheden waren, de blokkade, vloeit dus voort uit het onderzoek en is dus een stap om te zorgen dat we de i&r weer op orde gaan krijgen. Ik wil zeggen dat dat ook iets is waarmee ik niet lichtzinnig ben omgegaan. Ik besef dat het als een zware maatregel kan worden ervaren en ik snap ook dat dat in individuele gevallen ook echt zo kan voelen. Geloof me, ik zou ook ontzettend graag bezig zijn met situaties waarin we veel meer de toekomst van de sector kunnen gaan vaststellen en constructieve gesprekken kunnen gaan voeren over derogatie of wat dan ook. Laat ik ook zeggen dat de meerderheid van de boeren het gewoon netjes op orde heeft. Dat is misschien niet het beeld geweest dat de afgelopen weken naar voren is gekomen, maar dat is gelukkig wel het geval. Maar we zullen ervoor moeten zorgen dat die i&r gewoon weer kloppend wordt. Dat is echt van het grootste belang. Die opdracht ga ik ook niet uit de weg. Dat is immers ook in het belang van de sector. Ik wil overigens ook benadrukken dat hier maar één persoon verantwoordelijk is en dat ben ik, al heb ik deze weken ook in de media gelezen dat het zou komen door systemen, mensen, ambtenaren of wat dan ook. Dus als daar al vragen over zouden zijn: u moet bij mij zijn.

We hebben afgelopen week aangegeven dat dit weekend 150 bedrijven zijn vrijgegeven. Van 100 bedrijven is de blokkade ingetrokken; zij hadden eigenlijk ook niet geblokkeerd moeten worden. Na die constatering heb ik snel actie ondernomen, waardoor de gevolgen voor de bedrijfsvoering ook beperkt konden blijven. Niettemin begrijp ik dat dit voor de betrokken ondernemers wel tot frustratie heeft geleid en dat vind ik heel spijtig. Daarnaast hebben 50 bedrijven zelf hun registraties in i&r op orde gebracht. Zij hebben hiervoor de schriftelijke onderbouwing geleverd en op basis daarvan konden de NVWA en de RVO deze bedrijven afgelopen weekend ook al deblokkeren. Het proces van deblokkeren is de afgelopen dagen uiteraard doorgegaan. Inmiddels is het aantal bedrijven dat de registraties in i&r op orde heeft gebracht en op basis daarvan gedeblokkeerd kon worden, opgelopen tot ongeveer 100. Dat is inclusief de 50 van afgelopen weekend. Er zijn dus nog zo'n 2.000 bedrijven geblokkeerd. Ik wil blijven benadrukken dat als boeren zelf informatie hebben op basis waarvan zij kunnen aantonen dat hun registratie weer kloppend is, het deblokkeren onmiddellijk zal plaatsvinden. Dus mocht u die informatie hebben, meldt u zich. Zoals we afgelopen weekend al hebben aangetoond, kunnen RVO en NVWA immers snel werken. Daar wordt ook overigens met man en macht gewerkt en ik heb ook groot respect voor wat daar gebeurt. Rond de bereikbaarheid van RVO hebben we afgelopen weekend besloten om RVO open te laten zijn, zodat de vragen ook gesteld konden worden. Helaas konden we niet helemaal voorkomen dat er nog wel wachtrijen waren bij de telefoon, maar we hebben zo veel mogelijk geprobeerd om aan terugbelverzoeken te voldoen. De meeste daarvan zijn ook reeds afgehandeld, heb ik begrepen.

De onregelmatigheden bij bedrijven kunnen een klein aantal dieren betreffen. Dat lezen we ook in de media: het gaat bij een bedrijf bijvoorbeeld maar om één kalf. Het zal ook van geval tot geval verschillen of dat al dan niet opzettelijk is gebeurd. Ik wil ook aangeven dat een kleine onregelmatigheid in de i&r een groot financieel voordeel kon opleveren voor een boer, dus de omvang van het aantal is niet altijd doorslaggevend voor de vraag of het al dan niet opzettelijk is geweest. De vraag naar de opzettelijkheid ervan is natuurlijk een heel ingewikkelde. Dat is ook de vraag waar veel leden van uw Kamer het over hebben en dat is ook een vraag die wij ons uiteraard stellen. Wat is een foutje, al dan niet administratief, of wat is echt opzettelijk gebeurd? Wij moeten daar de komende periode ook meer zicht op krijgen. Die vraag kan ik op dit moment ook nog niet volledig beantwoorden, want wij moeten meer gegevens hebben om te kijken wat nu precies de achtergrond is van de onregelmatigheid. Maar wat de achtergrond ook is, ik blijf benadrukken dat de i&r op orde moet zijn. We moeten deze actie dus ook plegen om te zorgen dat alle dieren goed in het systeem staan. De komende tijd zullen we nog verdere administratieve controles doen en er zullen ook nog fysieke inspecties uitgevoerd gaan worden. Zoals ik ook al eerder heb aangegeven, zal ik u periodiek op de hoogte blijven stellen van onze bevindingen. Ik wil wel benadrukken dat dit niet iets is wat wij zomaar volgende week helemaal inzichtelijk zullen hebben. Het kan nog best even duren voordat we dit allemaal goed in kaart hebben en voordat er zicht is op wat er nu precies allemaal achter zit, maar ik ben zeer gemotiveerd om voor degenen die kunnen aantonen dat ze onterecht in dat systeem zitten, te zorgen dat het snel hersteld wordt, maar ik heb er ook een belang bij om te zorgen dat i&r op orde is en ik heb er ook een belang bij om te zorgen dat de mensen die dit moedwillig hebben gedaan, hier niet mee weg komen. Dat is de volgorde waarin we de zaken aanpakken.

De voorzitter:

Iets voor dit blok? Dan ga ik nu eerst naar de heer Madlener en daarna nog naar mevrouw Lodders.

De heer Madlener (PVV):

Er zijn nu dus maar liefst 2.000 bedrijven die hiermee te maken hebben en dat komt ineens uit de lucht vallen. In het vorige AO heb ik ook gezegd dat er ook een cultuur kan zijn ontstaan waarin bedrijven een beetje sjoemelen en bij elkaar kijken. Het is namelijk wel heel vreemd dat dat uit de lucht komt vallen: ineens 2.000 bedrijven. Hoeveel zijn er vorig jaar gesloten met dit soort onregelmatigheden? Want u kunt nu wel als een soort olifant door de porseleinkast gaan en zeggen: ik ga nu in één keer keihard over fraude spreken. Ook op het buitenland straalt het nu af; Nederland wordt nu ineens als een soort fraudeland gepresenteerd ...

De voorzitter:

Wilt u kort...

De heer Madlener (PVV):

Hoeveel bedrijven zijn dat in de afgelopen jaren geweest? Heeft u de sector ook gewaarschuwd? Heeft u ook brieven uit doen gaan met de waarschuwing: let op, ik ga verscherpen, dit moet beter? Ik bedoel: je kunt ook op een wat zachtere manier zorgen dat er een cultuurverandering plaatsvindt, zonder jezelf gelijk tot de fraudeur van Europa te maken.

Minister Schouten:

Zoals ik de vorige keer al aan heb gegeven, ook in het debat met uw Kamer, is deze informatie pas eind 2017 naar boven gekomen. Dat had met name te maken met het aantal meerlingen, dat hoger was dan wat we in 2015 en 2016 hadden gezien en dat ook echt wel substantieel hoger was dan wat we die jaren ervoor hadden gezien. Daar zijn we op door gaan kijken. Dus de getallen van de bedrijven die nu bijvoorbeeld geblokkeerd zijn, zijn ontstaan doordat we lijsten naast elkaar zijn gaan leggen: de melklijsten, hoe ze melk leveren, en ook welke dieren geregistreerd zijn als melkgevend en welke niet. Dat hebben we hiervoor niet gedaan, maar de aanleiding is natuurlijk dat we hiervoor zagen dat er bij de meerlingen wat anders was.

Wat betreft het vraagstuk van de fraude: in 2017 is het fosfaatreductieplan van toepassing geweest, waarbij ook de i&r is gebruikt als een methodiek om te kijken hoeveel dieren er precies op een bedrijf staan. Daar is dus een koppeling gekomen die er daarvoor ook niet was. Dit is dus aan het eind van het jaar – begin dit jaar zag ik het – naar boven gekomen en dat is de reden geweest om hierop te acteren.

De heer Madlener (PVV):

Ik begrijp hoe het tot stand is gekomen, maar ik wijs op de regeldruk waar al die ondernemers mee te maken hebben, de ingewikkeldheid ervan en alle veranderingen in regels, die vaak ook heel slecht aanvoelen. Want ineens doe je het minder goed, alleen maar omdat er administratieve veranderingen zijn. Er kan daardoor natuurlijk een cultuur zijn ontstaan. Ik vraag me ook af: wat is nu de rol van het ministerie zelf? Als je jarenlang niks doet, als je ook niet waarschuwt, als je er niet bovenop zit, dan kan dat natuurlijk in de praktijk gaan uitgroeien. Om dan nu ineens te roepen dat wij fraudeur nummer één van Europa zijn, is nogal rigide. Dus kunt u toch ook een beetje zelfreflectie toepassen: hoe bent uzelf of hoe is uw ministerie in de afgelopen jaren omgegaan met dit soort fraudedruk?

Minister Schouten:

Ongeacht of een situatie langere tijd geleden is ontstaan of niet, de i&r moet op orde zijn. We kunnen hier allerlei zaken gaan roepen over de vraag of het een cultuur is die ontstaan is of niet. Ik weet nog niet eens of het een cultuur is die ontstaan is. Dat zijn allemaal zaken waar we inderdaad nog op gaan reflecteren; dat heb ik de vorige keer ook al aangegeven. Tegelijkertijd is het voor de sector van het hoogste belang dat die i&r op orde is; ik doe het niet zozeer voor mezelf. Het zal maar eens gebeuren dat er een dierziekte uitbreekt. Het zal maar eens gebeuren dat de volksgezondheid in het geding is. En het zal maar eens gebeuren dat we dan niet kunnen achterhalen wat er precies aan de hand is. Dat grote risico, dat kan ik gewoon niet lopen en dat is ook een risico dat de sector niet kan lopen, want dit is zo cruciaal dat de exportpositie in één klap weg zou zijn. Dus het móét op orde zijn en dat is waar we nu aan werken.

De voorzitter:

Ik wil zowel de Minister als de Kamerleden vragen om het allemaal iets compacter te doen. Het blijft voortdurend racen, maar dat komt ook omdat we uitvoerig zijn. Mevrouw Lodders.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik zal een poging wagen, voorzitter. Ik ben het zeer met de Minister eens dat i&r op orde moet zijn; volgens mij is iedereen het daarmee eens. Alleen, het beeld dat nu in de media ontstaat, is dat alle bedrijven die geblokkeerd staan, ook allemaal fraudeurs zijn; dat begon eigenlijk met de eerste bedrijven met een sterretje achter de naam, maar laten we nu even uitgaan van de 2.200 bedrijven. Daar gaat volgens mij de discussie om en daar ligt de emotie. De vraag die ik gesteld heb, is eigenlijk: kan de Minister een definitie geven van «fraudeurs» en van «administratieve onvolkomenheden»? Maar we zijn het erover eens dat de i&r op orde moet zijn.

Minister Schouten:

Het is uiteindelijk aan het OM om te beoordelen of sprake is geweest van fraude. Op basis van de gegevens die wij zien, kunnen wij niet beoordelen of het moedwillig is geweest of niet. Als je bijvoorbeeld bij de Belastingdienst iets niet goed doet, is dat dan moedwillig of niet? Om dat te kunnen constateren, moet je daar dieper in duiken. Het feit dat het niet goed is, noopt wel tot actie. Dat is wat we hebben gedaan en dat is ook in andere situaties het geval.

Mevrouw Lodders (VVD):

We zijn het erover eens dat er actie moet komen om dat i&r-systeem op orde te brengen, maar we kennen allemaal voorbeelden van met name administratieve onvolkomenheden. Het ontbreken van twee oormerken bij een fysieke controle is natuurlijk een administratieve onvolkomenheid. Daar zit geen fraude bij. Daarom is het van belang om te proberen die emotie iets te ontzenuwen en om ook in de berichtgeving het onderscheid tussen fraude en administratieve handelingen naar voren te brengen.

Minister Schouten:

Van die 100 bedrijven hebben we al gezegd dat het onterecht is geweest. Er is ook gezegd: als het niet goed is, moet u dat gewoon kunnen toegeven. Alleen, die analyse kan ik op dit moment nog niet maken, omdat ik nog niet precies weet wat er achter al die gevallen zit. Dat kunnen wij niet op basis van alleen de controles, tenzij iemand de informatie en het bewijs aanlevert dat het oké is. Dan deblokkeren we ook; dat hebben we dit weekend ook laten zien bij de bedrijven die de informatie hebben aangeleverd. Maar ik heb gewoon tijd nodig om dat beeld scherper te krijgen.

De heer Bisschop (SGP):

Even daarop doorgaand: de Minister beklemtoont dat het i&r-systeem op orde moet zijn. Ja natuurlijk, daar is iedereen het absoluut over eens. Alleen, de vraag is – daar zou de Minister het wat mij betreft op kunnen toespitsen – of de gekozen manier de beste is om die i&r-systemen op orde te krijgen. Dan kom ik bij mijn vraag; misschien komt de Minister er nog op terug, maar dat scheelt dan weer tijd. Er komt nog een debat over het een en ander, en ik zou voorafgaande aan dit debat nadrukkelijk geïnformeerd willen worden over het volgende. Hoeveel rundveehouders zijn om welke reden geblokkeerd? En welke criteria zijn precies gehanteerd? Ik vraag dat omdat dit tot nu toe vaag blijft. De sectororganisaties hebben daar geen zicht op. De Coöperatie Rundveeverbetering, CRV, lijkt in haar registratiesystemen op veel minder meerlingen uit te komen dan waar het ministerie op uitkomt. Al dat soort zaken moet feilloos uitgezocht worden. Is de Minister daartoe bereid? Dan kunnen we de discussie hierover wat mij betreft parkeren tot dat moment.

Minister Schouten:

Ik vind het prima om nog een keer in een brief uiteen te zetten op basis van welke gegevens wij dit hebben gedaan. De bottomline is dat wat er in de melklijsten is opgenomen versus wat er in het i&r-systeem is geregistreerd, niet met elkaar matchte. En dat feit ...

De voorzitter:

Oké.

Minister Schouten:

Ja, voorzitter, ik moet toch proberen er iets van woorden aan te geven als mij een vraag wordt gesteld! Op basis daarvan is er dus een mismatch tussen iets wat wij registreren en wat er door de CRV is geregistreerd. Als blijkt dat in een van die systemen een fout zit die gelijk rechtgezet kan worden, dan doen we dat. Of een niet-match een heel plausibele reden heeft, een foutje is, of dat er echt een bewuste daad achter zit: daar zijn net wat meer slagen voor nodig. Dat is natuurlijk waar de discussie over gaat, die ik heel goed begrijp, net als de emotie die daaromheen zit. Maar feit is: als de i&r niet klopt, moet er gehandeld worden. Dat is geeneens een vraag, dat is gewoon een eis; dat moet gebeuren. En een eis is dat het bedrijf geblokkeerd is totdat die registratie weer klopt. Ik wil wel benadrukken dat blokkade in dit geval inhoudt dat er geen dieren op of af mogen. Er mag gewoon melk geleverd worden, de bedrijfsvoering kan doorgaan. Dat beeld wil ik dus ook nog rechtzetten, mocht dat verstoord zijn.

De heer Bisschop (SGP):

Blijft toch overeind staan – en daarmee sluit ik aan bij de collega's die dat ook gezegd hebben – dat dat in de beeldvorming het etiket «fraudeur» oplevert. Dat is een buitengewoon nare zaak. Als melkproductie afgezet tegen registratie het enige criterium is, dan lijkt mij dat een heel smalle basis. Ik snap dat dat het vertrekpunt is, maar er zijn natuurlijk meer criteria die gehanteerd worden, lijkt mij. Daar wil ik in die toelichting graag een nadere specificatie van krijgen, en graag met de aantallen die dit opgeleverd heeft.

Minister Schouten:

Die informatie zal ik leveren. Wel wil ik aangeven dat ik over het algemeen mensen nu hoor zeggen: het klopt inderdaad niet dat de registratie niet klopt. Dus dat hebben we vaak wel goed geconstateerd. Alleen, de reden waarom het niet oké is, daar gaat natuurlijk de discussie over. Dat daar een fout zit, tenzij het de zaken betreft waarbij we direct gedeblokkeerd hebben, blijkt in ieder geval wél te kloppen.

De heer Geurts (CDA):

Ik onderschrijf wat de Minister zegt, namelijk dat de meerderheid van de boeren de boel netjes op orde heeft. De heer Madlener interrumpeerde de Minister net en daar heb ik een vraag bij. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland maakt elk kwartaal een rapportage op over de diverse ontwikkelingen met betrekking tot de dierregistraties. De RVO maakt daar ook jaarrapportages van, die openbaar worden gemaakt. Ik kan alleen 2014 en 2016 vinden. Wil de Minister de rapportage van 2017, die RVO maakt met betrekking tot dierregistraties, zo snel mogelijk naar de Kamer sturen?

Minister Schouten:

Dat wil ik toezeggen: zo snel mogelijk. Ik zal vragen wanneer dat kan.

De heer Geurts (CDA):

Dan kom ik even op de interruptie die de heer Bisschop pleegde namens de SGP-fractie. Hij vroeg om criteria. Om welke databestanden het gaat weten we wel, maar het gaat om de criteria waaronder de query's zijn gedraaid. Daar ging de Minister wat omheen. Ik wil graag de criteria hebben waaronder de databestanden over elkaar heen gelegd zijn.

Minister Schouten:

Dat zou ik na moeten vragen, maar ik denk dat dat wel kan.

De heer Futselaar (SP):

Dat het in orde moet zijn, daar ben ik het sowieso mee eens. We steunen zeker alle maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat het in orde komt. Maar de Minister zei net dat een kleine administratieve afwijking een groot financieel voordeel kan betekenen. Ik moet bekennen dat het mij niet duidelijk is in deze fraudezaak hoe je precies tot dat grote financiële voordeel komt. Je kunt er een niet-officiële melkkoe bij hebben, maar dan heb je het, voor zover ik het kan overzien, toch nog steeds over honderden euro's op jaarbasis die het oplevert. Dat is winst, maar dat is geen ... Laat ik het zo zeggen: bij mestfraude is helderder waar het verdienmodel zit. Ik zeg niet dat de Minister nu een handleiding voor fraude moet geven, maar voor de drijfveren is het toch wel van belang om te weten waar die winst dan zit.

Minister Schouten:

Dat heeft te maken met de heffingen op melk. Op hoeveel dieren je zit kan uitmaken voor de vraag in welke categorie je wordt gerekend. Dan kan een dier meer of minder juist het verschil maken in welke heffingshoogte je valt.

De heer Futselaar (SP):

De Minister zei dat het uiteindelijk aan het OM of de rechter is of het wel of niet fraude is. Maar ze heeft ons eerder een brief over deze kwestie gestuurd waarin ze zegt: ik overweeg strafrechtelijke maatregelen, maar ik kijk ook of ik GLB-subsidies kan gebruiken als consequentie. Dus kennelijk is zij wel van plan om ook zelf een oordeel te vellen in sommige zaken en om maatregelen te nemen. Dan kom je dus toch een beetje op de discussie: wat vindt de Minister grond om extra maatregelen te treffen, behalve dan dat de administratie niet in orde is? Daar zit toch echt een afweging.

Minister Schouten:

Dat zijn inderdaad de discussies die we voeren. Wat is voldoende grond? Dat moet juridisch onderbouwd zijn. We zijn aan het bekijken wat daar precies onder valt. Het strafrechtelijke gedeelte vereist ook een bezoek. Dat heb ik de vorige keer ook aangegeven. Daartoe moet er dus ook een fysieke controle plaatsvinden. Dus op het moment dat we daar aanleiding toe zien, zullen we dat ook doen. Alleen, voor het overige deel zal het uit de juridische casus moeten blijken, en het is moeilijk om daar één criterium op te zetten. Dat zal het samenstel van een aantal factoren zijn.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Het lijkt erop dat deze discussie een wat wonderlijke loop krijgt. Mijn vraag aan de Minister is of zij nog steeds achter de berichtgeving staat dat oorspronkelijk door de NVWA is vastgesteld dat 3% tot 5% van de drachten meerlingdracht was en dat vorig jaar bij 2.000 bedrijven is geconstateerd dat dat aantal boven de 10% lag. Is de Minister het met mij eens dat dat klopt, dat dat statistisch niet mogelijk is, en dat het ook niet kan liggen aan de optelsom van plotseling toegenomen foutjes, maar dat hier sprake is van fraude op een heel behoorlijke schaal?

Minister Schouten:

De vorige keer heb ik aangegeven dat er een afwijking was bij het aantal meerlingen: het gemiddelde voorheen was 3% tot 5% en nu kwam het uit boven de 5% of zelfs de 10%, waarbij het om 7.700 gevallen ging. Er speelden dus veel meer zaken. Dat was vervolgens reden om te gaan bekijken welke beesten melkgevend zijn en welke dieren als zodanig geregistreerd staan. Daar zijn twee andere lijsten overheen gelegd. Op basis van die informatie constateerden we bij 2.000 gevallen – dat hebben we dus afgeschaald van 2.100 naar 2.000 vanwege de 100 die onterecht waren – een mismatch tussen melkleverend en wat er in de i&r stond. Er zijn ook nog categorieën waar we geen melklijst van hebben. Ik wil dus maar aangeven dat we hier nog niet klaar mee zijn. Het kan zijn dat er in andere groepen ook nog onregelmatigheden geconstateerd worden. Van die aantallen meerlingen hebben wij aangegeven: die zijn zodanig hoog, ook statistisch, dat daar vermoedens van fraude waren. Dat heb ik de vorige keer aangegeven en dat is waar wij verder op zijn gaan rekenen.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik constateer dat de Minister het met mij eens is dat het gezien deze feiten en deze cijfers niet anders kan zijn dan dat er sprake is van een behoorlijk grootschalige fraude.

Minister Schouten:

Ik heb steeds gesproken van vermoedens van fraude – dat is het woord dat past bij die meerlingen – en over onregelmatigheden in het i&r-systeem. Dat is de terminologie die ik hierbij wil blijven hanteren.

De voorzitter:

Ik wil u vragen naar het volgende blok over te gaan.

Minister Schouten:

Voorzitter. Ik ga naar het blok over het GLB. Ik ga de vragen daarover in volgorde van de vragensteller af. De heer Grashoff maar ook de SGP hebben vragen gesteld over de cofinanciering bij het GLB: of dat geen linke route is; ik ben zo vrij geweest om dat zo te formuleren. Feit is dat op dit moment van elke euro die vanuit Nederland naar Brussel gaat er maar een klein deel terugkomt. Daarom zou nationale cofinanciering voor Nederland voordelig kunnen zijn. Dat heeft natuurlijk ook weer te maken met een discussie over het MFK, het Meerjarig Financieel Kader. Dat is een discussie, zo zeg ik ook alvast tegen mevrouw Lodders, die inderdaad niet in de Landbouwraad wordt gevoerd. Dat is een discussie die onze regeringsleiders zullen voeren en daar, in Brussel, hoort zij ook thuis. En wat betreft de cofinanciering moet de Commissie er natuurlijk op toezien dat er dan nog een gelijk speelveld blijft, maar dat is een discussie die nog steeds loopt.

De heer Grashoff vraagt of wij als Nederland gaan pleiten voor renationalisatie. Nee. Het is niet voor niets een gemeenschappelijk landbouwbeleid, ook wat betreft het gelijke speelveld en de interne markt. Sterker nog: voor Nederland is het van het grootste belang dat we ervoor zorgen dat dat gelijke speelveld er ook blijft. Ten aanzien van de renationalisatie doelde de heer Grashoff, denk ik, ook op de discussie over de subsidiariteit: de regels die Nederland zelf kan stellen om bepaalde doelen te halen. Er worden wat discussies aan elkaar gelinkt, dus sta mijn even toe: dat heeft deels ook weer te maken met bijvoorbeeld de opmerkingen van de Europese Rekenkamer. Die zegt dat een deel niet wordt gehaald, maar dat komt ook doordat er veel Europese manieren worden neergezet die niet altijd toepasselijk zijn op de nationale situatie. Dus als je effectief wilt zijn, zul je wat meer ruimte moeten hebben in je nationale strategie om ervoor te zorgen dat de doelen die je wilt halen ook gehaald kunnen gaan worden. Dan is het uiteraard wel aan de Commissie om te beoordelen of die nationale plannen niet tot een verstoring van het gelijke speelveld leiden. Dat is de trapsgewijsheid. Dus subsidiariteit, meer ruimte om op je eigen manier in te vullen hoe je de doelen wilt bereiken, is naar mijn overtuiging juist een manier om ervoor te zorgen dat die doelen echt gerealiseerd worden, waarbij de Commissie toe moet blijven zien op het gelijke speelveld.

De heer Grashoff vraagt ook hoe we die controle gaan organiseren. Dat is natuurlijk iets wat wij ook moeten doen. Die controle zal vanuit Europa vervolgens weer plaatsvinden op wat wij doen aan onze controlemechanismen. Ook wordt er op gecontroleerd of wij met onze strategische plannen geen oneerlijke speelvelden gaan organiseren. Het is niet zo dat er geen controle meer zal zijn. Alleen, we kunnen daar doordat we het veel beter richten op de nationale situatie ook beter invulling aan geven. Overigens vindt de Commissaris dat zelf ook, want die roept altijd dat het niet zo is dat «one size fits all» opgeld doet in Europa. Daar sluiten wij ons van harte bij aan.

De voorzitter:

Meneer Grashoff, uw laatste interruptie.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Deze materie leent zich echt heel slecht voor een interruptiedebatje hier op dit moment. Is de Minister bereid om een verdiepende notitie, aanvullend op het fiche die we hebben gekregen, aan de Kamer toe te sturen, waardoor we op een tijdig moment nog eens met elkaar wat steviger en dieper op de consequentie en de hoe-vraag in kunnen gaan: wat is precies de strategie om een aantal van die doelen te bereiken? Volgens mij zijn we best on speaking terms als ik zo hoor wat de Minister van plan is en gezien de kijk die ik hierop heb, en die volgens mij veel breder in de Kamer leeft. Volgens mij is het echt van belang dat we daar nog een keer stevig en wat dieper op ingaan. Is de Minister bereid ons een verdiepende notitie toe te sturen, zodat we daar op een ander moment nog eens wat uitgebreider op in kunnen gaan?

Minister Schouten:

Ik denk dat het fiche al heel uitgebreid is. We hebben echt alle informatie gegeven die we hebben. De discussie is altijd of je het allemaal gaat opschrijven op een fiche, want Europa leest mee. Dat is de afweging die wij altijd hebben te maken. Tegelijkertijd hebben we echt alles gegeven wat we op dit punt kunnen geven. Het staat de Kamer uiteraard vrij om zelf een debat te organiseren over verdieping van het GLB, maar het lijkt me echt niet zinvol om hier nu nog een nadere slag overheen te maken, want er komt gewoon niet meer informatie uit.

De voorzitter:

Ik zie dat u wilt interrumperen, meneer De Groot, maar uw antwoorden moeten nog komen. Is het niet handig om die even af te wachten?

Minister Schouten:

De heer Geurts heeft een compliment gemaakt over de betalingsregeling. Dat compliment incasseer ik graag: dank u wel. Het blijft zeker onze inzet om tot zo snel mogelijke betaling over te gaan. Hij vraagt of ik dit nog kan melden in de Raad. Ik zal het niet formeel melden, maar ik zal iedereen die interesse heeft in onze voortgang, duidelijk maken hoe we ervoor staan.

De heer De Groot vraagt of Nederland minder gaat inzetten op inkomensondersteuning en meer op innovatie, duurzaamheid, voedselzekerheid en veiligheid. Ik denk dat de heer De Groot als geen ander de tekst van het regeerakkoord kent, waarin we precies hebben aangegeven wat we gaan doen. Wat we aan het doen zijn, sluit volgens mij naadloos aan op wat we afgesproken hebben in het regeerakkoord, ook met de fractie van de heer De Groot. Hij vraagt of we daar nog veranderingen in zouden moeten aanbrengen, maar ik denk juist dat we precies aansluiten op wat de coalitiepartijen van ons hebben gevraagd. Ik proef daarvoor ook bredere steun in de Kamer, waarvoor ik dankzeg.

De heer De Groot vraagt ook of we niet meer moeten gaan inzetten op vergroeningsmaatregelen en hoe realistisch het Nederlandse standpunt is. Dat is nogal een algemene vraag. Het punt is dat de huidige vergroening te weinig effectief is, zoals de Rekenkamer heeft gezegd. Daarom wil ik er ook voor zorgen dat in de toekomst het GLB-geld gekoppeld gaat worden aan maatregelen die wel zoden aan de dijk zetten in de Nederlandse situatie. Dat kan zowel in de eerste als in de tweede pijler, dus bij directe betaling en bij het plattelandsbeleid. Dat zou op beide manieren kunnen. Wij zullen ongetwijfeld nog de discussie voeren over de vraag wat die doelen materieel in moeten houden. Het is een beweging die we met elkaar hebben ingezet en waarvoor ik zelf ook vol de aandacht vraag in Europa.

D66 vraagt ook hoe ik zorg dat de bioeconomie aansluit bij de nationale trajecten, dus de circulaire economie, maar ook de vergroening in het GLB. Zowel in de Transitieagenda Biomassa en voedsel als in de nieuwe Europese strategie voor bioeconomie zal een duurzame landbouw die gebruikmaakt van kringlopen, centraal staan. In de nieuwe opzet voor het GLB wil de Commissie maatschappelijke doelen centraler stellen. Naar verwachting zal de EU de doelen stellen op het gebied van onder andere duurzaamheid, waaraan de lidstaten invulling moeten geven in het strategisch plan dat alle steunmaatregelen omvat. Ik heb dat zojuist uitgelegd.

Bioeconomie en circulaire economie worden door de Commissie in haar presentaties als een voorbeeld genoemd van zulke doelen, waaraan de lidstaten dan zelf weer invulling moeten geven. De lidstaten hebben de mogelijkheid om verschillende instrumenten in te zetten om deze doelen te gaan halen, zoals ondersteuning van innovatie, maar ook steun bij investeringen. Ik verwacht dat de voorstellen van de Commissie voor het nieuwe GLB indicatoren en streefwaarden bevatten, waarmee wij zelf weer aan de slag gaan. Wat mij betreft spreken we hier verder over als die voorstellen er zijn. Dat zal rond juni zijn. Zoals ik net al aangaf is het aan de Kamer om hier verder zelf invulling aan te geven.

De heer De Groot (D66):

Dank voor de beantwoording van de vragen. Ik begin even bij de laatste. Als ik het dus goed begrepen heb, zit er straks een haakje in de voorstellen of in de discussie om bioeconomie in de nationale plannen mee te nemen. Dat zou ik heel gunstig vinden. Ik was even ongerust omdat de strategie voor de bioeconomie pas in het derde kwartaal komt, maar die werpt dus haar schaduw vooruit. Dat is heel gunstig.

Verder heb ik geenszins willen afwijken van het regeerakkoord; geen misverstand. Ik heb u alleen willen vragen hoe u het concreet voor u ziet. Het zijn nogal containerbegrippen, dus daarom had ik de Minister willen vragen hoe zij dat concreet voor zich ziet. Welke doelen ziet zij bijvoorbeeld voor zich op het gebied van water rondom het boerenbedrijf? Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan de vraag hoe het zit met de verblauwing van het Europees landbouwbeleid. Ik vroeg haar één slag dieper in te gaan op wat er wordt verstaan onder de mooie begrippen die in het regeerakkoord staan.

Tot slot. Ik wilde net even reageren op de uitspraak van de Minister dat er geen verdiepende brief zou komen, maar als ik het me goed herinner heeft de Minister de vorige keer toegezegd om over een paar maanden zo'n brief aan de Kamer te sturen. Ik kan het mis hebben, maar het lijkt me dus wel degelijk handig om de discussie zoals we die nu voeren, en zoals die in Brussel wordt gestuurd, zo rond april in een update te vertalen, zodat we daar als Kamer een goed debat over zouden kunnen voeren.

Minister Schouten:

Ik kom nog met een brief met nadere invulling, maar niet in de mate waar de heer De Groot om vraagt; dat wil ik toch even zeggen. Ik ga niet in detailniveau in op water en dat soort zaken, want het wordt een enorme klus om dat helemaal vorm te gaan geven. Er komt dus een brief met wat nadere informatie, maar om nou op allerlei onderdelen tot op punten en komma's te gaan uitweiden waar we staan ... Die verwachting wil ik een beetje temperen.

De voorzitter:

U vervolgt met de vragen van de SP.

Minister Schouten:

De heer Futselaar is benieuwd naar onze vrienden in Europa. Wij hebben altijd best veel vrienden in Europa, maar we verliezen er ook nog weleens een paar, zoals het VK. Dat heeft het speelveld ook wel behoorlijk omgegooid. Wij zijn voortdurend met allerlei landen in gesprek – ikzelf ook – om op verschillende onderwerpen het krachtenveld in beeld te brengen. Ik kan u alvast melden dat we daarbij met name met de Scandinavische landen en Duitsland om tafel zitten. Dat zal u waarschijnlijk niet verbazen, want die landen liggen bij ons in de buurt. Ook landen als Ierland, België, Frankrijk, Italië en Tsjechië kunnen bondgenoten van ons zijn op dit punt.

De heer Futselaar vroeg ook of we maatregelen moeten nemen ter verbetering van de volksgezondheid. Is dat onderdeel van het GLB? Het GLB is niet primair gericht op volksgezondheid. Als er volksgezondheidsaspecten zitten aan de maatregelen die genomen worden, loopt dat erin mee. Het is echter niet primair een onderdeel van het GLB.

De heer Futselaar (SP):

Daarom maak ik dit punt natuurlijk als we praten over de hervorming van het GLB. Hetzelfde geldt voor heel veel vergroeningsmaatregelen. Dan kun je zeggen: het GLB ging traditioneel puur om productieverbetering. Er wordt terecht opgemerkt dat er allerlei maatschappelijke effecten zijn en dat we die willen koppelen aan GLB-gelden omdat we dan iets kunnen bereiken. Ik kan me voorstellen dat je dat naast allerlei groene maatregelen ook met andere maatschappelijk wenselijke maatregelen doet. Dat is de achtergrond van mijn vraag. Mijn vraag is: wil Nederland zich daarvoor inzetten? Mijn vraag is niet: strookt het met het huidige GLB? Want ik kan ook wel zien dat dit niet zo is.

Minister Schouten:

U heeft in het fiche kunnen lezen waar Nederland op inzet. Dat sluit ook aan bij wat in het regeerakkoord is genoemd. Voedselkwaliteit is wel een van de onderwerpen. Dat heeft ook te maken met volksgezondheid. Ik denk dat de heer Futselaar alle problemen wil oplossen met het GLB, maar die illusie wil ik hem een beetje ontnemen. Het is een mooi systeem, maar het is niet de hemel op aarde en dat zal het ook niet worden. We zullen daarnaast altijd eigen maatregelen moeten nemen en bediscussiëren. Dat gaan we op dit punt denk ik ook doen morgen.

De voorzitter:

U vervolgt met de vragen van de VVD.

Minister Schouten:

Mevrouw Lodders vroeg of ik kan ingaan op de interventiemaatregel en of die past in deze tijd. Wij zijn daar zeer kritisch op. Wij willen dat alleen als laatste redmiddel, zoals mevrouw Lodders weet, ook omdat wij liever particuliere opslag ondersteunen dan andere maatregelen. Wat betreft de melk hebben we aangegeven dat we die partijen gedoseerd op de markt willen brengen. Een interventiemaatregel onder het GLB voor dit soort zaken is echt marktverstorend, dus dat is niet onze inzet.

De VVD vroeg om duidelijkheid over het budget. Ik kan niet anders dan dat onderstrepen. We hebben natuurlijk discussie over de vraag waaraan het GLB moet voldoen. Wij zijn niet degenen die daarover gaan. Daar ligt ook de relatie met de discussie over externe convergentie. Dat zijn herverdelingsvraagstukken en die horen thuis in de Raad, niet in de Landbouwraad. Dat is steeds de inzet van Nederland. Anderen vroegen of we niet eens wat stappen moesten gaan zetten om de boel naar elkaar te trekken. Let op wat je gaat financieren als je dat wilt. Dat zeg ik juist tegen partijen die dat misschien vanuit een solidariteitsgedachte willen doen. Als wij met elkaar in Europa naar een hervormde landbouw willen, naar een landbouw die rekening houdt met klimaat, milieu en dat soort aspecten, en naar externe convergentie gaan, dan is het risico levensgroot dat je juist stappen achteruit zet. Dan ga je namelijk zaken financieren die in essentie geen bijdrage leveren aan deze doelen. Ik zou bijna willen zeggen dat de partijen die een gelijke situatie voor Europa bepleiten en tegelijkertijd veel waarde hechten aan klimaat en milieu, goed moeten opletten wat er gebeurt, want dit is echt een effect dat heel nadelig zou kunnen uitpakken. Ik ben het dus eens met mevrouw Lodders dat het geld ook hierin bepalend is.

Ze vroeg ook naar mogelijkheden om innovaties onder het GLB te brengen. Innovatie is een sterk instrument om zowel duurzaamheid als concurrentiekracht te bevorderen. Er bestaan al veel instrumenten om innovatie te stimuleren, onder andere in de topsectoren en in het huidige POP. Ik ben blij dat de Europese Commissie in haar mededeling heeft aangegeven dat innovatie in het nieuwe GLB een prominente plaats gaat krijgen. Mijn inzet is juist om ervoor te zorgen dat Europese innovatie-instrumenten beter toegankelijk worden gemaakt met minder administratieve lasten. Dat strookt daar dus mee.

Mevrouw Lodders vraagt hoe ik de positie van de boer in de keten wil verbeteren en welke maatregelen daarvoor nodig zijn. De heer Geurts heeft die vraag ook gesteld in relatie tot Frankrijk, maar het antwoord daarop zit geloof ik in mijn andere mapje. De positie van de boeren en tuinders in de keten is een centraal thema bij de herziening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Ik wil dat boeren op de markt een eerlijke prijs ontvangen voor het duurzaam produceren van voedsel. Een van de manieren waarop dat zou kunnen, is door samenwerking met andere producenten te verbeteren. Ik zoek ook naar mogelijkheden om die samenwerking meer gestalte te geven. De heer Veerman heeft daar ook een behartigenswaardig rapport over opgesteld.

De Raadsconclusies over het verbeteren van de positie van de boeren in de keten vragen de Europese Commissie op ons aandringen om de mededingingsregels met betrekking tot landbouw te verduidelijken. Dit hebben we ook ingebracht in de consultatie over het verbeteren van de voedselvoorzieningsketen. Ik heb het zelf ook nog bij de Commissaris onder de aandacht gebracht toen hij in Nederland was.

Met de Omnibusverordening zijn de eerste stappen gezet door producentenorganisaties om onderhandelingsbevoegdheden in alle landbouwsectoren toe te staan. In de GLB-herziening wil ik bezien of verdere aanpassingen nodig zijn om producenten in staat te stellen optimaal gebruik te maken van die samenwerkingsmogelijkheden. Zoals mevrouw Lodders weet hebben we in het regeerakkoord een aantal passages opgenomen over de positie van de boer in de keten. Ik zal de Kamer samen met de Staatssecretaris van EZK voor de zomer informeren over de manier waarop wij aan die passages invulling zullen geven. Er is al het een en ander gaande op dat punt.

Ik neem gelijk even de vraag van de heer Geurts over Frankrijk mee. Hij vroeg hoe we ervoor kunnen zorgen dat de boer meeprofiteert van de fluctuaties in de melkprijs. De prijs die de boer ontvangt voor zijn melk is sterk afhankelijk van de ontwikkeling in prijzen in het totale pakket van verschillende producten. Het gaat dus niet alleen om melk, maar ook om kaas, melkpoeder, boter et cetera. Maar circa 7% van de in Nederland geproduceerde melk wordt verwerkt tot consumptiemelk. Daarnaast is de sector internationaal georiënteerd waardoor de zuivelprijs sterk afhankelijk is van de mondiale markt van vraag en aanbod. Er speelt dus meer dan alleen het nationale. Frankrijk heeft een voorstel om het verbod op de verkoop van producten onder de inkoopprijs plus 10% te leggen. Dat moet ook in dat licht gewaardeerd worden. Zoals ik al aangegeven heb, zullen wij voor de zomer met u delen hoe wij de betreffende passage uit het regeerakkoord precies willen uitvoeren. Het is net wat complexer omdat het echt een internationale markt is. Dat gaat net wat verder dan wat wij nationaal allemaal kunnen doen. Daarmee heb ik die vraag ook gelijk beantwoord.

Mevrouw Lodders vroeg naar de uitvoering van de motie over de vanggewassen. Zij zegt: wij hebben dit gelijkgetrokken met wat er in Europa gebeurt, maar nu zit er weer en hickup in. Hoe kan dat nou? Dat komt doordat wij de aanpassing eerst voor 1 augustus van het jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding moeten melden in Brussel. Dat zijn nu eenmaal de regels die daaraan gesteld zijn. Dit gaan wij nu ook doen, naar aanleiding van het aannemen van de motie. Ik wil er nog wel naar kijken of wij dat ook op een andere manier kunnen doen, maar ik wil u niet blij maken met een dode mus, want dit is wel de procedure die wij tot nu toe moeten volgen. Ik denk dat het niet eerder kan, maar ik wil nog wel een poging wagen om het eerder te laten doen.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik heb gevraagd naar de verlaging van de regeldruk. Dat is nog iets anders dan de administratieve lasten. Daarover heb ik de Minister wel iets horen zeggen. Hoe gaat de Minister daarmee om? Er zijn heel veel ideeën en heel veel wensen. Dat zal uiteindelijk ook leiden tot meer regeldruk in plaats van minder. Ik heb de Minister goed gehoord over de innovaties en het stimuleren daarvan. Veel dank daarvoor, want ik denk dat dit belangrijk is. Maar nog belangrijker is hoe wij ervoor gaan zorgen dat een innovatie die slaagt ook kan worden verankerd in het beleid. Ik noemde al even de pulskor. Dat is een prachtige innovatie, maar als wij die vervolgens niet verankeren in het beleid... Daar wil ik op voorhand graag aandacht voor vragen. Maar ik denk dat wij daarover niet van mening verschillen.

Minister Schouten:

Helaas is dat ook een cri de coeur van mijn kant. Wij hebben ook in de visserij een innovatiefonds. Er vindt innovatie plaats, maar dan kijken wij raar op dat er onderuitputting plaatsvindt in de innovatiefondsen. Dat vind ik ook een ingewikkeld verhaal. Wat de regeldruk betreft denk ik dat er juist in de subsidiariteit veel kansen zitten. Ik denk dat wij wat aan de regeldruk kunnen gaan doen als wij de regels meer toegepast op onze eigen situatie mogen vormgeven. Het gaat erom dat wij gewoon een beperkt aantal effectieve maatregelen formuleren, waarmee de doelen gehaald kunnen worden. Er is echter nog weleens een verschil tussen de praktijk en de wil.

Mevrouw Lodders (VVD):

Het is een belangrijke ambitie, die wij ook hebben opgenomen in het regeerakkoord. Dus ik vraag de Minister om in aanloop naar de verdere gesprekken zelf al eens een inventarisatie uit te voeren: hoe kunnen wij ervoor zorgen dat wij straks ook kunnen meten als het gaat om de doelstellingen die wij nationaal formuleren? Ik denk dat wij daarnaartoe moeten, want daar liggen voor ons de kansen. Het gaat er ook om dat wij het meetbaar kunnen maken en kunnen uitdragen.

Minister Schouten:

Daar zal ik even naar moeten kijken, maar wij hebben geen verschil van mening over het feit dat de regeldruk naar beneden moet. Daarom is de subsidiariteit wat mij betreft zo belangrijk.

De voorzitter:

Ik moet helaas gaan. Mevrouw Ouwehand neemt het voorzitterschap over. Hartelijk dank.

Voorzitter: Ouwehand

Minister Schouten:

U ook hartelijk dank, voorzitter. Dan ga ik meteen door naar de vraag van de heer Madlener over de convergentie. Hoe pakt die uit? Ik heb net al aangegeven welke risico's daaraan zitten. Ik kan echter nu nog niet zeggen welke bedrijven gaan winnen en verliezen, want ik weet überhaupt nog niet hoe deze discussie zal eindigen, ook in het kader van het meerjarig financieel kader. Maar u kent de inzet van Nederland op dit punt.

De heer Madlener vraagt ook naar de melkpoeder. Heeft de Minister goed nagedacht over het opkopen van grote partijen, vraagt hij. Ik heb de vorige keer in de Raad aangegeven dat wij willen dat die partijen gedoseerd op de markt komen, om te voorkomen dat er een enorme verstoring gaat plaatsvinden van de markt voor melkpoeder. Wij moeten die interventie dus heel kritisch bezien. Ik geloof echter niet dat Nederland nu heel grote partijen door bepaalde personen laat opkopen of iets dergelijks.

De SGP heeft gevraagd wat ik ga doen om ervoor te zorgen dat de hectarebetalingen gelijk worden getrokken: de externe convergentie. Wij zullen in discussies over het MFK in de Raad erop toezien dat de Nederlandse boeren niet disproportioneel hiervoor moeten inleveren. Dat is de volledige inzet van Nederland. Er zijn meer landen – ik heb zojuist een groepje landen genoemd – die min of meer gelijkgestemd zijn. Daarmee proberen wij een blok te vormen, al zit er tussen die landen ook nog weleens wat verschil.

De heer Bisschop vroeg ook naar de bindende strategische plannen. Krijgen wij eenzelfde systematiek als bij de derogatie? De strategische plannen volgen het systeem van de huidige plattelandsontwikkelingsplannen, maar de Commissie heeft beloofd dat zij minder omvangrijk hoeven te zijn. Daar zullen wij haar dan ook aan gaan houden. De plannen moeten onderbouwen welke maatregelen een lidstaat neemt om de doelen te bereiken. De strategische plannen zijn niet wettelijk bindend. De heer Bisschop vroeg of de Europese Commissie een enorm drukmiddel krijgt om ons landbouwbeleid te sturen. Ik denk dat er al heel veel beleid uit Brussel komt, maar dat de strategische plannen juist net de andere kant kunnen opwerken om ervoor te zorgen dat wij zelf wat meer de regie kunnen voeren.

De voorzitter, mevrouw Ouwehand, vraagt om echt te kijken naar de ervaringen uit het verleden en om fundamentele veranderingen door te voeren. Ik weet dat de partij van de voorzitter heel fundamenteel naar deze wereld kijkt. Ik snap ook wel wat zij zegt, maar ik wil ook dat wij realistisch zijn in wat wij aan het doen zijn en dat de stappen die wij zetten al wat betekenis kunnen gaan hebben. Wij moeten er ook voor zorgen dat wij in Europa an sich die beweging kunnen maken. Ik wil benadrukken dat Nederland wel heel hoge ambities kan hebben op het gebied van maatschappelijke doelen, maar dat wij een gemeenschappelijk landbouwbeleid hebben, waarin wij een en ander met elkaar moeten gaan vaststellen.

Volgens mij heb ik daarmee alle vragen over het GLB beantwoord.

De voorzitter:

Dus u gaat door naar het volgende blokje.

Minister Schouten:

Ja, dat klopt. Ik heb dat blokje maar «varia» genoemd. GroenLinks vraagt naar de suikermarkt. Willen wij terug naar een gecontroleerde suikermarkt? Het vrijgeven is nog maar net gebeurd, dus het lijkt mij wat vroeg om nu weer opeens de andere kant op te gaan. Het is ook wat vroeg om nu aan te geven dat de sector zich niet zou kunnen aanpassen aan de nieuwe marktomstandigheden. Dus ik ben dit niet van plan.

Zowel het CDA als D66 vragen hoe wij het EU-eiwitplan zien en hoe wij daarin een rol voor Nederland zien. In de appreciatie van de agenda heb ik al aangegeven dat het voor Nederland van belang is dat de EU minder afhankelijk wordt van de import van eiwitrijke gewassen van buiten Europa. Daarnaast vind ik het ook belangrijk dat de teelt van eiwitgewassen verder wordt verduurzaamd. Daarom vind ik het een heel goed initiatief van de Europese Commissie om dit EU-eiwitplan op te zetten. Ik ben voorstander van het gezamenlijke Europese onderzoeksprogramma rond veredeling, zodat eiwitrassen kunnen worden ontwikkeld die goed kunnen groeien onder Europese omstandigheden. Ik zal hiervoor dan ook pleiten in de Raad.

De heer Geurts vraagt in verband met fipronil of de overheid wil meewerken aan het mengen van pluimveemest op één centrale plek. Zoals de heer Geurts heeft opgemerkt, hebben wij al wat stappen gezet op het gebied van het mengen van mest. Maar het op één plek mengen van die mest is ingewikkeld, omdat dan mest moet worden getransporteerd die eigenlijk geblokkeerd is. Ik zal wel bezien wat er op dit vlak juridisch mogelijk is. Ik wil echter ook op dit punt niet meteen verwachtingen wekken, want het moet wel binnen de regels kunnen. Ik zal de Kamer in ieder geval nader informeren over wat de mogelijkheden hiervoor zijn.

De heer Geurts heeft ook een vraag gesteld over de brede weersverzekering. Hij zegt: er kunnen juist wel kansen zijn, omdat er meer aanbod gaat komen. Daarmee gaat de premie omlaag en wordt het aantrekkelijker. Hij vraagt of ik bereid ben om hierover te spreken met de verzekeringsbranche. Wij gaan hierover in gesprek met de verzekeraars, maar in de praktijk moet nog worden bewezen dat een lager eigen risico ondernemers over de streep gaat trekken. Ik kan ondernemers niet dwingen om die brede weersverzekering af te sluiten. In eerste instantie gaat de premie wat omhoog doordat het eigen risico lager is. Wij schatten in dat dit een wat afschrikwekkend effect kan hebben. Daar hebben wij in Europa ook voor gewaarschuwd: let op dat het niet alleen maar een goed bericht kan zijn. Het kan in eerste instantie juist ook wel slecht uitpakken. Maar wij zullen het gesprek met de verzekeraars voeren. Uiteindelijk is het natuurlijk aan de individuele boeren om te bepalen of zij die verzekering willen nemen of niet.

Het CDA vraagt ook in hoeverre het bedrijfsleven wordt betrokken bij de maatregelen voor het voorkomen van de varkenspest. Ik heb al aangegeven dat wij de situatie nauwlettend volgen. Het is niet iets waarbij wij gewoon achterover kunnen leunen. Wij informeren geregeld de betrokken partijen, in EU-verband maar ook daarbuiten. Wij geven ook aan dat de varkenshouders echt hygiënemaatregelen moeten nemen en dat zij daar heel alert op moeten zijn. Dat is wel de meest effectieve manier om insleep te voorkomen. Tot nu toe is de ziekte vooral door menselijk handelen verspreid. Zoals eerder aangegeven, is het verplicht om een extra reiniging en desinfectie te laten uitvoeren van wagens die terugkeren uit landen met varkenspest. De NVWA controleert hierop. Wij houden de situatie in de gaten.

D66 vraagt naar glyfosaat. Er komt een speciale commissie in het Europees Parlement die de toelatingsprocedures gaat onderzoeken. In het regeerakkoord in wording heeft men in Duitsland aangegeven dat men naar een afbouwstrategie wil. De heer De Groot vraagt of ik dat ook ga doen. Ik wil toch iets naar hem terugleggen, want ten aanzien van glyfosaat heb ik precies gedaan wat de Kamer, en ook de heer De Groot, mij heeft gevraagd, namelijk een toelating voor vijf jaar. Er waren wat moties over een afbouwstrategie, maar die zijn verworpen. Ik heb zelf ook aangegeven dat wat er nu voorligt, hetgeen is waar wij een besluit over nemen, namelijk toelating voor een bepaalde periode. Ik heb ook aangegeven dat mijn inzet erop is gericht om meer te gaan naar alternatieven en dat dit het sluitstuk zou zijn. Ik geloof dat het de heer Grashoff was die de motie over de afbouwstrategie heeft ingediend. Die is niet aangenomen, dus die afbouwstrategie zal ik ook niet gaan opstellen.

De heer Futselaar vraagt welke acties ik heb ondernomen op het gebied van de pulsvisserij. Dat is een dossier waarmee wij heel hard aan het werk zijn. Ik ga niet zeggen wat wij allemaal aan het doen zijn, maar geloof me dat wij op allerlei niveaus, ook op politieke niveaus, met elkaar bezig zijn om ervoor te zorgen dat wij de zaken onder de aandacht brengen. Ik heb zelf enkele malen gesproken met Minister Travert, de Franse Minister die over visserij gaat. Uit het overleg met Minister Travert is voortgekomen dat de Franse en Nederlandse visserijsectoren via bemiddelaars met elkaar in contact komen. Wij zijn ermee bezig om dat vorm te geven en de bemiddelaars te benoemen. Ik heb zelf van onze kant de heer Veerman verzocht om dat te gaan doen. Dat is ook een naam die hier in de Kamer is gevallen. Ik moet nog met mijn Franse collega contact hebben om te horen waar zij zelf mee bezig zijn. Maar dit is al een actie die hierop is gericht. Daarnaast zijn wij bezig met de wetenschap. De Franse wetenschappers willen wij graag betrekken bij wat wij kunnen laten zien aan bewijs. Ik ben blij dat de voorzitter van de raad van bestuur van de Wageningen Universiteit, mevrouw Louise Fresco, zich hiervoor inzet. Wij hebben informele contacten met de Commissie, het Voorzitterschap, de verschillende lidstaten en leden van het Europees Parlement om te bezien hoe hierin stappen kunnen worden gezet. Wij hebben ook gekeken of het lopende onderzoek kan worden geïntensiveerd en of wij dat verder naar voren kunnen halen. Ik heb ICES verzocht om de jongste stand van zaken van het meerjarig onderzoek te evalueren. Ik heb ICES ook verzocht om deze evaluatie zo mogelijk in mei aanstaande af te ronden. Binnenkort zal een beschrijving van de laatste stand van zaken van het onderzoek worden gepubliceerd. Wij zijn dus elke dag op vele niveaus bezig op dit dossier.

De heer Madlener vraagt naar de mestverwerking. Wat ga ik doen aan het mesttransport naar landen die een tekort hebben? Hij zei dat het lastig is om de mest bijvoorbeeld naar Roemenië te exporteren. Het is vooral heel duur om mest ver over de grens te transporteren. Dat is vooral een hickup. Daarom vindt export vooral plaats naar België, Duitsland en Frankrijk, maar niet veel verder daarbuiten. EU-regelgeving zie ik op dit punt niet direct als een belemmering. Ik denk juist dat het goed is dat wij de regels naleven, zodat er ook niet gesjoemeld wordt met de mest. Dat is belangrijk voor onze exportpositie. Maar de kwestie is vooral dat het duur is om de mest te exporteren.

De heer Madlener (PVV):

Ik heb een mestexporteur of -verwerker gesproken. Duitsland schijnt steeds minder mest te accepteren. Dat het duur is, komt ook door de regels voor het transporteren van de mest, zo heb ik begrepen, met allerlei systemen om een soort fraude tegen te gaan. Het schijnt heel moeilijk te zijn om mest te exporteren. Zo creëren wij ons eigen mestprobleem. Ik vraag de Minister waarom het zo duur is om mest te exporteren. Kan zij iets doen om dat te bevorderen? Want dan zijn wij van ons mestprobleem af.

Minister Schouten:

Ik kan er ook niet zo heel veel aan doen dat een ander land minder mest van ons wil. Uiteindelijk is het ook gewoon een kwestie van vraag en aanbod. Duitsland heeft met bepaalde regio's ook zelf een mestoverschot. Zij zitten dan niet per se te wachten op mest uit ons land. Dat speelt mee. Dat het transport duur is heeft onder andere ook te maken met maatregelen die wij nemen om te voorkomen dat er fraude mee wordt gepleegd. Aan de ene kant word ik door de Kamer opgeroepen om ervoor te zorgen dat ik de mestfraude voorkom. Dan gaan wij daar allerlei maatregelen voor nemen en dan zegt de heer Madlener: maar dat maakt het zo duur. Het is inderdaad niet altijd gemakkelijk om deze commissie tevreden te stellen.

De voorzitter:

Misschien is de heer Madlener toch tevreden met uw antwoord. We gaan het horen.

De heer Madlener (PVV):

Tja, mestfraude? Het gaat erom dat, als wij mest kwijt moeten, die naar de beste plek toegaat. Dan is er ook geen reden meer om te frauderen. Wij creëren onze eigen mestfraude door heel veel regels op te leggen en heel veel kosten aan boeren in rekening te brengen voor het afvoeren van hun mest. Dan creëer je fraude. Hoe beter wij van onze mest afkomen, hoe minder fraudedruk er zal zijn. Dan gaan de prijzen omlaag. Dat is goed voor de boeren, goed voor de consumenten en goed voor de landen die de mest goed kunnen gebruiken. Wij willen een circulaire economie, roep ik even naar al die andere partijen, die dit altijd zo vaak noemen. Mest is een mooie grondstof. Kunt u ervoor zorgen dat de export van mest naar andere landen wordt bevorderd en dat de kosten van mestverwerking dus omlaag gaan, zo vraag ik de Minister.

Minister Schouten:

In het kader van de circulaire economie en de agenda daaromheen zijn wij ook aan het kijken naar de verwerking van mest. Daar gaan wij dus mee aan de slag, maar even als voorbeeld: ik had pas een gesprek met de Minister van Noordrijn Westfalen. Die sprak mij hierop aan en zei: letten jullie een beetje op welke mest er allemaal onze kant op komt? Het is dus ook niet zo dat die andere landen allemaal denken: wat fijn dat het onze kant op komt. Zij kijken wel degelijk kritisch waar de lading uit bestaat en willen daar ook garanties op hebben, wat ik ook wel kan begrijpen. Het is dus niet zo dat heel Europa denkt: ach, als wij die regels maar wegdoen, komt alles goed. Landen zijn er ook kritisch op en dat snap ik. Wij moeten er zelf ook voor zorgen dat de regels die wij hebben gemaakt op dit punt ook worden nageleefd.

De voorzitter:

Meneer Madlener, u heeft het geprobeerd. De Minister vervolgt haar blokje varia.

Minister Schouten:

De heer Madlener vroeg ook naar de compensatie voor de fipronil en hij vroeg hoe ik tegen mijn verantwoordelijkheid aankijk. Op de vragen die hij heeft gesteld heb ik als antwoord gegeven dat ik heel goed begrijp dat er bedrijven zijn die het ontzettend zwaar hebben door de fipronilaffaire. Feit is wel dat die is veroorzaakt door het handelen van een private partij en niet door bijvoorbeeld slecht weer of een ramp. Er is sprake geweest van doelbewust handelen van in dit geval Chickfriend om een middel te gebruiken dat niet was toegelaten in Nederland, met verstrekkende gevolgen. Ik begrijp de pijnlijke gevolgen en wil daar ook niet gelijk mijn ogen voor sluiten. Daarom zijn wij bezig, bijvoorbeeld met banken, hoe wij bedrijven die dit nodig hebben, financieel wat ondersteuning kunnen geven waar dat verantwoord is. Wij hebben ook de regeling borgstellingskrediet voor de landbouw ter beschikking gesteld. Tijdens de Grüne Woche hebben wij in het kader van de exportpositie ervoor gezorgd dat de eiersector weer op een betere manier naar voren kon komen. Maar dit is echt een zaak tussen private partijen. Dit is niet verzaakt door de overheid of door een externe omstandigheid waar men niets aan kon doen. Daarom kiezen wij er in dit geval voor om niet over te gaan tot compensatie.

De voorzitter:

Meneer Madlener, ik stel voor dat uw vraag meeneemt in de tweede termijn. U bent door uw interrupties heen.

Minister Schouten:

De SGP heeft gevraagd naar de aanlandplicht. Het is heel ingewikkeld: hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat er een werkbaar plan komt? Het klopt dat de tijd ontzettend kort is om met werkbare plannen te komen voor de invoering van de aanlandplicht. Daarom is het nodig dat er een goed discardplan komt. Wij werken goed samen met de visserij om de knelgevallen op te lossen. Een aantal daarvan zijn ook opgelost. De bijvangst van schol in de visserij is desondanks een grote zorg. Puls was een stap in de goede richting. Wij hebben vergunningen kunnen afgeven voor puls in het kader van de innovatie naar aanleiding van de aanlandplicht. Daarom heb ik aan de Commissie aangegeven dat juist in dit soort zaken zo van belang is dat wij de innovatie die plaatsvindt niet gaan bestraffen, maar ervoor zorgen dat die nog mogelijk blijft. Zoals ook in het regeerakkoord is aangegeven, zoeken wij naar een alternatief voor de aanlandplicht waarmee hetzelfde doel wordt nagestreefd, namelijk zorgen voor minder bijvangst en ervoor zorgen dat wat overboord gaat, overleeft. Hoe beter we dit onderbouwen, hoe meer kans er is dat het lukt om die ruimte en soepelheid af te dwingen. Maar de tijd is heel kort en ik snap de bezorgdheid. Wij werken er met man en macht aan, in goed samenspel met de visserij.

De heer Bisschop (SGP):

Aan de goede intenties van de Minister hoeven we niet te twijfelen; er is meer dan 100% inzet. Alleen hebben wij met de realiteit te maken dat er regels zijn ten aanzien van die aanlandplicht. Wij hebben ook met de realiteit te maken dat datgene wat er tot nu toe is geprobeerd, niet het gewenste effect oplevert. Verder hebben wij met de realiteit te maken dat er binnen twee maanden zo'n discardplan moet liggen. Alles bij elkaar: hoe creëert de Minister dan toch ruimte voor de sector – ook gelet op de gang van zaken rondom de pulskor – om op een evenwichtige, verstandige, goede manier tot een oplossing te komen, zonder dat er allerlei geforceerde bureaucratische maatregelen worden afgedwongen, die uiteindelijk ineffectief blijken te zijn?

Minister Schouten:

Dat doen wij door samen met de sector heel goed te kijken naar mogelijke alternatieven. Dat loopt; daar zijn wij mee bezig. Er is ook een discussie over in Europa, in de trant van: is het werkbaar of niet? Daarmee kan ik niet in één keer de situatie van de aanmeldplicht veranderen. Wat dat maar zo, zou ik bijna zeggen. Maar dat is wel een situatie waar wij in zitten. Binnen de randvoorwaarden die er zijn zoeken wij naar de beste oplossingen, in nauw overleg met de sector.

De heer Bisschop (SGP):

Dank. Betekent dat dan dat er in de tweemaandentermijn voldoende tijdsruimte zit om op een verstandige manier vervolgstappen voor te bereiden? Zit daarin voldoende lucht?

Minister Schouten:

Op het moment dat wij kunnen onderbouwen wat onze plannen zijn, zouden wij mogelijk wat ruimte en soepelheid kunnen afdwingen, maar de realiteit gebiedt te zeggen dat dit heel moeilijk is. De tijd is dus echt kort. Wij zien ook dat het echt wel een ingewikkelde situatie is. Maar wij zijn bezig om ervoor te zorgen dat wij wat wij kunnen doen zo maximaal mogelijk doen en dat wij met goed onderbouwde alternatieven komen.

De voorzitter:

De Minister vervolgt haar betoog.

Minister Schouten:

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd naar het Europees verbod op de pelsdierhouderij. Nederland heeft in 2009 bij de Europese Commissie gepleit voor een EU-verbod op de houderij van dieren voor bont. Dat is dus onder de aandacht gebracht van de Commissie en die is ermee bekend. Mijn indruk is dat de Commissie dergelijke verboden wil overlaten aan de individuele lidstaten vanwege de subsidiariteit en de proportionaliteit. Het is dus niet zo dat het niet onder de aandacht is gebracht.

Mevrouw Ouwehand vraagt ook of ik ervoor voel om te stoppen met de subsidie van dierlijke eiwitten en of ik voel voor een krimp van de veestapel. Die vraag krijg ik elk debat van mevrouw Ouwehand, en wij hebben er nogal wat tegenwoordig. Wij zijn bezig met het eiwitplan om meer zelf te voorzien in onze productie daarvan. Dat lijkt mij een heel goede stap. Over alle andere plannen die wij nog gaan maken, wordt mevrouw Ouwehand, maar ook de Kamer, geïnformeerd. Het is niet zo dat wij nu een hele krimp van de veestapel gaan doorvoeren. Die illusie zou ik willen wegnemen, als die er al zou bestaan bij mevrouw Ouwehand.

De voorzitter:

Dat is dan toch jammer. Ik zie dat de Minister aan het einde is van haar beantwoording, of liggen er nog vragen?

Minister Schouten:

Ik heb er nog twee. Mevrouw Ouwehand heeft ook nog gevraagd naar de vooruitgang in de klimaatstransitie. De belangrijkste vooruitgang is dat de broeikasgasemissie van de landbouw deze eeuw substantieel is afgenomen: tussen 1990 en 2016 al met zo'n 25%. Dat mogen wij ook wel benoemen. Wat goed gaat, moeten wij ook onderkennen. Wij moeten op dat pad wel verder. Dat wordt steeds moeilijker, omdat je het laaghangend fruit allemaal al geplukt hebt. Ik wil in het toekomstige GLB steviger inzetten op verdere klimaatwinst. In het regeerakkoord zijn daarover een aantal zaken benoemd, zoals mevrouw Ouwehand weet.

Tot slot de vraag van de heer Moorlag over de ongebruikte gronden. Moeten wij die niet meteen aanwenden voor energieproductie, zodat wij geen concurrentie krijgen tussen voedsel en energie? Hij vroeg of ik daarover wil praten met mijn collega van BZK, waar ruimtelijke ordening onder valt. In Nederland hebben wij niet of nauwelijks ongebruikte gronden. Was het maar zo, maar wij zijn behoorlijk compact op dit terrein. Het is dus niet zo dat wij heel veel alternatieven hebben, maar natuurlijk moeten wij de discussie aangaan over de vraag wat we doet met de grond en aan welke zaken we prioriteit geven. Die discussies worden niet alleen op ons niveau gevoerd, maar ook op lokaal en provinciaal niveau. Het zijn discussies die ook rondom de Omgevingswet en de omgevingsvisie zullen spelen. Die zullen wij zeker gaan voeren.

Ik denk dat ik nu alle vragen heb beantwoord.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Er is ruimte voor een tweede termijn. Ik stel een spreektijd voor van een minuut of anderhalve minuut – u mag kiezen – en ik begin bij de heer Grashoff van GroenLinks.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Voorzitter. Dank voor de beantwoording van de zijde van de Minister. Een paar dingen daarin vind ik wat bijzonder. De opening die ik graag zou willen om dieper met elkaar van gedachten te wisselen over het GLB stuit op een wonderlijke mix van argumenten. Een daarvan is dat Europa meekijkt. Alsof wij heel erg veel te verbergen zouden hebben. Als dat echt zo is, kunnen wij altijd nog een vertrouwelijke notitie krijgen van de Minister. Op het moment dat ik dit vraag, krijg ik van de Minister te horen «dat doe ik niet», maar als de heer De Groot het vraagt, komt er een briefje waarin het management van verwachtingen wat anders is. Dat vind ik wel bijzonder. Ik zal proberen om dat in een VAO wat scherper te krijgen, tenzij de Minister daarover in tweede termijn alsnog wat helderheid kan verschaffen. Ik heb er in ieder geval behoefte aan om daarover eens dieper van gedachten te wisselen met de commissie, dus dat zal ik op andere wijze via de procedurevergadering naar voren brengen.

Over glyfosaat heeft de Minister zeer terecht geantwoord dat er een motie van mijn hand is geweest die door de Kamer is verworpen, ook met een tegenstem van D66. Maar ik ben natuurlijk graag bereid om opnieuw na te denken over een goede en zorgvuldige formulering, samen met de heer De Groot en alle anderen in de Kamer die dat wensen. Ik denk dat wij op dat vlak stappen zouden kunnen zetten.

Tot zover: ik vraag in elk geval een VAO aan, om dit een stap verder te kunnen brengen.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Dan is nu het woord aan de heer Geurts voor het CDA.

De heer Geurts (CDA):

Dank, voorzitter. De heer Grashoff had het over de commissie. Is het de Europese Commissie waarmee hij op een andere manier wil gaan communiceren?

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik bedoelde gewoon onze Kamercommissie.

De heer Geurts (CDA):

Gelukkig! Ik denk: daar heeft hij toch al ervaring mee, maar dat terzijde.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Daar heb ik zeker ervaring mee.

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. Ik heb het daarstraks ook al gezegd, de Minister heeft het gezegd en ik onderschrijf het nog maar een keer, namelijk dat de meerderheid van de boeren de boel netjes op orde heeft. Er zijn vermoedens van fraude en geconstateerde onregelmatigheden. Daar wordt aan gewerkt. Ik denk dat van groot belang is om het in de uitingen in de media daarbij te houden.

Dank ook voor de toezegging om een rapportage van de RVO over dierregistratie naar de Kamer te sturen. Ik ben het echt helemaal met de Minister eens om niet de discussie te gaan voeren over de externe convergentie, zeg maar de ongelijkheid tussen de lidstaten wat betreft de toeslagen. Dan is Nederland echt meer dan de pineut. Dat moeten wij zeker niet doen.

Daar houd ik het even bij.

De voorzitter:

Hartelijk dank. De heer De Groot voor D66.

De heer De Groot (D66):

Dank u wel. Ik sluit mij aan bij de laatste opmerking van mijn buurman over de convergentie van de inkomenssteun. Laat daar geen misverstand over bestaan.

Over de i&r wil ik de Minister vooral oproepen om zo snel mogelijk – en ik ben ervan overtuigd dat zij en haar mensen daar ook hard aan werken – duidelijkheid te verschaffen, zowel aan de Kamer als aan de mensen die het aangaat, zodat we echt het kaf van het koren kunnen gaan scheiden en we ook echt aan de slag kunnen gaan met de zaken die we in het regeerakkoord hebben afgesproken. Maar ik zie ook in het veld dat het tot echt heftige emoties leidt als je zo'n brief krijgt of je bedrijf wordt geblokkeerd. Dat is natuurlijk ook iets om rekening mee te houden in het management van deze i&r-zaak.

Dan dank ik de Minister voor de uitleg over hoe de gedachten in Europa over de bioeconomie een rol gaan spelen in het debat over de toekomst van het Europese landbouwbeleid. Ik wil de Minister vragen dat actief uit te dragen, om te zorgen dat het haakje er komt, zodat we daar in de nationale strategie mee verder kunnen.

Dan tot slot de beantwoording over het eiwitplan. De Minister stimuleert de teelt, maar ik zit toch te zoeken naar een manier om het wat breder aan te vliegen, zodat ook in Europa gedachten over betere benutting van biomassa en reststromen in dat eiwitplan een plek kunnen krijgen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Futselaar voor de SP.

De heer Futselaar (SP):

Voorzitter. Wat de i&r-fraude betreft: een aantal weken geleden was ik een van de Kamerleden die de Minister prees vanwege haar daadkracht op dat dossier. Ik wil dat nog steeds doen, want ik denk dat je fraude moet bestrijden. Het is echter wel zo dat de legitimiteit van zulk handelen ook afhangt van in hoeverre je de schuldigen raakt. Er is een groep geweest die ten onrechte bij die 2.100 geblokkeerde bedrijven zat. Dat kan gebeuren, maar het is wel zaak om te zorgen dat het niet te veel gebeurt, want op een gegeven moment ben je gewoon jezelf aan het ondergraven. Dus dat is ook een beetje de middenweg die ik probeer te lopen in dit dossier. Laat ik zeggen dat ik volgende keer waarschijnlijk weer verontwaardigd zal zijn, maar dit was de «bezorgd-commissie».

De voorzitter:

We gaan de afwisseling meemaken. Mevrouw Lodders voor de VVD.

Mevrouw Lodders (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Ik zou bijna zeggen: ik kan het niet mooier zeggen dan de heer Futselaar!

Diverse fracties, van links tot rechts, hebben hun zorgen geuit. De Minister is ingegaan op hoe zij aankijkt tegen de zaak. Ik wil nogmaals de oproep doen om in de communicatie daar echt wel onderscheid in te maken. De Minister heeft aangekondigd dat een aantal informatiezaken nog naar de Kamer komt. Het is wellicht een beetje ongebruikelijk, maar richting de Griffie zou ik het volgende willen zeggen. Op het moment dat we die informatie hebben, zou ik ook graag het aangevraagde debat ingepland zien, maar ik denk dat het wel goed is om die informatie te hebben. Ik weet niet of ik het op deze manier mag doen. Ik zie de voorzitter ...

De voorzitter:

We nemen het in elk geval mee. Het gaat over het plenaire debat dat door de VVD is aangevraagd over de i&r-fraude. Het verzoek is of we, zodra de informatie binnen is, aan de Griffie willen vragen om het debat in te plannen. We kijken even of dat onderling kan of dat het op een andere manier moet.

Mevrouw Lodders (VVD):

Als het anders moet, hoor ik het. Maar ik denk dat het wijs is om wel al die informatie beschikbaar te hebben.

Tot slot twee opmerkingen. Dank aan de Minister voor de antwoorden en toch ook de visie die zij heeft gegeven op het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Belangrijk om eerst de discussie over het financieel kader, het MFK, vorm te geven en dan pas de invulling te geven, waarbij mijn fractie echt nadrukkelijk zal toetsen op innovatie, op vermindering van regelgeving, omdat dat ontzettend belangrijk is en we de afgelopen jaren hebben gezien dat die goede praktijk niet altijd tot beleid heeft geleid.

Dank aan de Minister om nog een keer serieus te kijken naar het vanggewas. Ik zie daar een reactie op tegemoet.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. We hebben eventjes overlegd. Er is al een signaal naar de Griffie gegaan dat de aanvankelijk aangekondigde informatie binnen moet zijn voordat we het i&r-debat gaan voeren. Ten aanzien van de informatie die nu nog is toegezegd zullen we datzelfde signaal geven. Het moet eerst binnen zijn. Dan krijgt de Griffie het signaal dat we graag het debat willen voeren.

De heer Madlener.

De heer Madlener (PVV):

Voorzitter. Ik ben toch erg teleurgesteld in deze nieuwe Minister. Ik had gedacht dat de Minister van Landbouw er ook voor de landbouwers zou zijn. Maar ik kan niet anders zeggen dan dat zowel in de fraude met de koeien en de kalfjes als in de fipronilkwestie de Minister ineens als een heel strenge juf voor de klas is komen te staan. Het voelt eigenlijk als onrecht. Natuurlijk wil je een cultuur veranderen, maar je moet ook mensen meenemen. De overheid moet ook voorspelbaar zijn. Als een overheid eerst niet optreedt, niet handhaaft, ook bij fipronil, en dan ineens zegt «nu gaan we alle fraudeurs keihard aanpakken», vind ik dat niet getuigen van een vriendelijke overheid, die er ook is om een verandering tot stand te brengen. Ik steun natuurlijk de Minister dat de boekhouding op orde moet zijn, maar jarenlang niet handhaven en dan ineens met de botte bijl gaan hakken, vind ik niet verstandig en niet eerlijk naar al die ondernemers die hier ook het slachtoffer van worden.

Ook in de fipronilkwestie. België doet dat wel. Deze Minister zegt: het is een privaat bedrijf. Ja, het is een privaat bedrijf, dat gecertificeerd was door de overheid, dat niet gecontroleerd is en waarvan de opdrachtgevers, de eierboeren, hadden mogen verwachten dat het op orde was. Er loopt nu een rechtszaak, maar ik vind het toch wel een heel vreemde houding van de Minister om te zeggen dat ze haar handen ervan afhoudt. De overheid heeft zelf gefaald in de handhaving! Er is niet voor niets een rechtszaak aangespannen. Hoe kan de Minister nou zo keihard naar die kippenhouders zijn die failliet dreigen te gaan? Ik vind dat echt een heel bizarre houding. België doet het anders. Ik zou daar een voorbeeld aan willen nemen.

De voorzitter:

Dank voor uw inbreng. Tot slot .... Nee, dat zeg ik verkeerd, want ik wil ook nog een eigen inbreng. De heer Bisschop van de SGP.

De heer Bisschop (SGP):

Voorzitter, ik zou een poging kunnen doen om ook uw inbreng mee te nemen. Dan levert mij dan drie minuten spreektijd op.

De voorzitter:

Doorgaans is dat niet een doorslaand succes.

De heer Bisschop (SGP):

Nee, ik ben bang dat u zich onvoldoende vertegenwoordigd voelt door de SGP.

Voorzitter. De aanlandplicht en het discardplan. Ik leg er toch maar even de vinger bij. Ik blijf me daar grote zorgen over maken. Wij zullen het ook scherp volgen. Als het fout gaat, willen we daar ook onmiddellijk het gesprek over.

Overigens dank aan de Minister voor de beantwoording van de vragen. Ik zoom nog eventjes in op één onbeantwoorde vraag, of ik heb het antwoord gemist. Ik heb gevraagd of de Minister alle analysekosten voor haar rekening neemt bij bedrijven die kunnen aantonen dat moederdieren en kalveren inderdaad bij elkaar behoren. Die vraag heeft als achtergrond dat in bepaalde gevallen die koppeling op voorhand is losgehaald en dat via DNA-onderzoek aangetoond moet worden dat een meerling inderdaad bij een bepaalde koe hoort, terwijl het dus volstrekt legaal geregistreerd was allemaal.

Tot slot. Ik zou de Minister willen vragen om niet meer het woord «fraude» te gebruiken. Het is veel te vroeg om daar nu over te spreken. Als de Minister zegt dat ze het vanuit een voorzorgsmaatregel doet, kan ik dat snappen. Dan communiceer je ook zorgvuldig in de richting van Brussel en van de sector. Dat je op die manier de fraudeurs eruit wil halen, van harte eens! Maar laten we dan dat communicatietraject volgen en niet vanuit vermoedens van fraude werken. Ja, misschien wel. Misschien ook wel niet, en dan hebben we wel een probleem.

Voorzitter, dank.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik wil de heer Grashoff vragen om heel even het voorzitterschap over te nemen, zodat ik namens de Partij voor de Dieren nog een enkele vraag kan stellen.

Voorzitter: Grashoff

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Dank aan de Minister voor de beantwoording van de vragen. Ik begin met de eiwittransitie, waar Europa wel mee aan de slag gaat. Ik kan me voorstellen dat de Minister niet meteen zegt: ja hoor, dat ga ik doen, een krimp van de veestapel. Ik wacht het moment gespannen af, maar blijkbaar is dat nog niet vandaag. Maar zou ze er dan voor voelen om in de discussie daarover in elk geval de promotie, de subsidie van dierlijke eiwitten te stoppen? Zou dat een plan kunnen zijn?

Dank ook, al was het niet onder haar bewind, voor de inzet in Europa om te pleiten voor een Europees nertsfokverbod. Ik snap op zich de reactie van de Europese Commissie wel. De subsidiariteit is belangrijk, maar ik denk toch ook dat we niet moeten opgeven. Dus ik zou de Minister willen verzoeken om gelijkgezinde landen te formeren rondom een pelsdierfokverbod. Buiten onze grenzen gaan die ontwikkelingen ook door, gelukkig! Mogen we nog inzet van haar verwachten op dat gebied?

De voorzitter:

Dank u wel. Geen verdere interrupties? Dan geef ik het voorzitterschap weer terug aan mevrouw Ouwehand.

Voorzitter: Ouwehand

De voorzitter:

Hartelijk dank. Ik kijk naar de Minister. Die ziet eruit alsof ze meteen kan antwoorden. Het woord is aan de Minister.

Minister Schouten:

Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de verschillende leden voor hun vragen en opmerkingen. Eerst de heer Grashoff. Het is niet zo dat ik zeg: Europa kijkt mee en daarom geven we geen informatie over het GLB. Helemaal niet. Ik zeg altijd juist: wij zijn altijd een van de eersten die alles op tafel gooien in Europa met onze fiches. Waar iedereen altijd weer dankbaar gebruik van maakt, want dan is duidelijk wat voor inzet Nederland heeft. Ik denk dus dat we maximaal transparant zijn en dat sommige landen daar ook nog wel eens wat van kunnen leren. Dus ik heb alle informatie gegeven die ik heb over de inzet van Nederland rondom het GLB.

Zijn vraag was: wat komt er dan nog in april? Ik heb aangegeven, ook richting de heer De Groot, dat dat een brief is waarin we een soort update geven van de stand van zaken en ook nog een doorkijkje geven in wat daar voor verdere stappen in zijn genomen. Alleen, ik begreep van de heer Grashoff dat hij wel op een heel gedetailleerd niveau, op een soort microniveau, wil weten wat dan precies de plannen worden rondom water en dergelijke. Dat kan ik hem gewoon niet geven. Dat is echt een te verdere precisering van zaken waarover we eerst nog moeten onderhandelen en dan nog nader eens moeten gaan kijken wat het dan betekent voor de doelen. Nogmaals, het staat de heer Grashoff vrij om daar een debat over aan te vragen, maar ik denk dat we überhaupt eerst moeten zorgen dat we de beweging maken naar de maatschappelijke betalingen. Dat is ook nog geen gelopen race in Europa. Dus alles op z'n tijd, zou ik bijna willen zeggen tegen de heer Grashoff, maar het staat hem vrij om daarop te acteren.

Dank voor de opmerkingen van de heer Geurts over een aantal zaken. Ik heb daar voor de rest geen vragen meer in gehoord.

Dat geldt ook voor de opmerking van de heer De Groot. Dank daarvoor.

Ook voor de opmerkingen van de heer Futselaar. Ik ben het met hem eens dat je de middenweg moet zoeken. Waar dat niet altijd makkelijk is, zeg ik er ook maar bij. Daarom is het soms ook wel eens lastig om daarop te balanceren. Ik kan ook aan een kant gaan hangen, zoals de heer Futselaar doet, maar dan is het ook weer niet goed. Ik ben blij dat de heer Futselaar nu ook ziet wat de waarde van het midden is.

Mevrouw Lodders vraagt over de informatie die wij nog zullen gaan krijgen. Die zal ik inderdaad toesturen. Het punt van innovatie, vermindering regelgeving, daar scheiden onze wegen niet, kan ik u vertellen.

We zullen inderdaad bij het vanggewas gaan kijken of we daar nog een versnelling aan kunnen brengen.

Mijnheer Madlener vraagt om een vriendelijke overheid. Ik wil hem toch nog even een klein stukje teruggeven. Hij is nu de woordvoerder hier op het terrein van landbouw, maar ik debatteer ook nog wel eens met de heer Graus. Als het dan over dierenwelzijn gaat, wil hij dat we al optreden voordat er ook maar enige verdenking überhaupt is. Dus laat ik zeggen dat de heer Madlener z'n partij een verschillende weging geeft aan wat de rol van de overheid zou moeten zijn bij zaken rondom handhaving. Ik heb aangegeven wat het belang is van het op orde zijn van de i&r, dat het van belang is om te zien welke mensen dit bewust niet goed hebben gedaan, dat het ook een zoektocht is, dat we daarmee bezig zijn, maar dat we het grotere belang van de i&r ook niet uit het oog moeten verliezen.

De heer Madlener (PVV):

Of er licht tussen mij en de heer Graus zit, wil ik nu even in het midden laten. Dat zal op punten misschien best zo zijn. Ik heb concrete vragen gesteld over twee concrete gevallen: de fipronilkwestie en de kwestie met de koeien en de kalfjes en de fraude daaromtrent. Ik heb ook aangegeven wat mijn kritiek is op het optreden van deze nieuwe Minister. Ik vind dat de eierhouders in de steek worden gelaten. België doet het niet. Ik heb ook aangegeven waarom ik dat vind. Ik vond het antwoord van de Minister, van «ja het is een particulier bedrijf» echt zeer teleurstellend, want de overheid heeft zelf steken laten vallen bij het controleren van het bedrijf. Om dan zo'n harde houding te hebben van «ik begin er niet aan», vind ik zeer teleurstellend. Dat heeft niets met mij en de heer Graus te maken.

De fraude met de koeien hebben we net ook al besproken.

De voorzitter:

Mijnheer Madlener, u heeft de vraag gesteld. De Minister heeft daarop geantwoord.

De heer Madlener (PVV):

Nee, voorzitter. Ik heb alleen een verhaal over mij en de heer Graus gehoord. Ik heb geen antwoorden gehoord op de twee casussen waarvan ik deze Minister verwijt dat ze een heleboel ondernemers tekort doet. Dat had ik niet van deze Minister verwacht. Dus ik verwacht een antwoord op deze twee casussen en waarom zij wel of niet wil volhouden dat deze ondernemers geen steun verdienen.

De voorzitter:

Dat heeft u in tweede termijn nogmaals gedaan, maar de eerdere vragen die u daarover heeft gesteld, heeft de Minister wel beantwoord. Ik geef de Minister nog de gelegenheid om één keer in te gaan op uw opmerkingen. De Minister.

Minister Schouten:

Ik ben er inderdaad op ingegaan en volgens mij ben ik er ook wel uitgebreid op ingegaan. Dat de heer Madlener het niet met mij eens is, dat hoor ik ook. Ik heb alleen niet zoveel meer toe te voegen aan de antwoorden die ik hierop gegeven heb.

De voorzitter:

De Minister vervolgt de beantwoording.

Minister Schouten:

Voorzitter. Dan de vragen van de heer Bisschop. Ten eerste nog de aanlandplicht. Wij zullen in de zogenaamde regionale groep, de Scheveningengroep – die kent de heer Bisschop wel, denk ik – een aantal aanbevelingen aannemen. Daarna zal de Commissie zich gaan beraden op de aanbevelingen die in de Scheveningengroep zijn geformuleerd voor het al dan niet ruimte laten in het invoeren van de aanlandplicht. In de regionale groepen wordt nu hard gewerkt om te onderbouwen dat inderdaad een versoepeling mogelijk is. Het gaat ook om een aanpak per soort. Met veel soorten gaat het ook wel de goede kant op, zoals de roggen, de tarbot, maar de bijvangst voor schol loopt achter. Dus er ligt nog te weinig onderbouwing om de versoepeling in een aanbeveling om te kunnen zetten. Daar wordt nu heel hard aan gewerkt. Dus dat is de route richting de aanlandplicht.

De heer Bisschop heeft gevraagd over de kosten van de analyse bij de i&r. Ik wil nu eerst zorgen dat we de i&r meer op orde gaan krijgen en dat we kunnen achterhalen wie daarmee al dan niet doelbewust fouten hebben gemaakt. Ik wil benadrukken dat het altijd de verantwoordelijkheid van de veehouder is om ervoor te zorgen dat de i&r op orde is. Dus we zullen daarnaar kijken, maar ik ga niet op voorhand zeggen dat het allemaal wordt vergoed, want het is uiteindelijk echt altijd, in wat voor situatie ook, of dat nu om deze casus gaat of gewoon om een individueel geval, de veehouder zelf die moet zorgen dat de i&r op orde is.

De heer Bisschop (SGP):

Voorzitter, als ik even mag?

De voorzitter:

Nou, u neemt al het woord, dus toe maar!

De heer Bisschop (SGP):

Ik vraag eerbiedig om uw toestemming, dus ik ben u dankbaar. Dit is niet het punt van discussie. Daar zijn we het over eens. Maar het gaat hier om het loskoppelen door RVO, binnen de i&r, van de moederkoe en de meerling. Dat is uit een soort voorzorg gedaan. Vervolgens moet de eigenaar dan aantonen: zie je wel, DNA-test, dat is een bewijs. Het gaat mij om die gevallen waar het wel op orde was, maar door het ingrijpen en door de keus van de maatregel extra kosten worden gegenereerd. Dan vind ik dat je als overheid moet zeggen: dat hadden we dan misschien anders moeten doen.

Minister Schouten:

Ik snap niet helemaal goed wat de heer Bisschop bedoelt met het loskoppelen in de systematiek van de RVO. Het is niet een bewuste actie dat de RVO nu zaken uit elkaar gaat trekken.

De heer Bisschop (SGP):

Dat is echt het geval. Ik zal u een casus doen toekomen, zodat u zich daar op het ministerie ook een concreet beeld van kunt vormen. Misschien kunt u dan deze vraag nog schriftelijk positief beantwoorden.

De voorzitter:

De heer Bisschop zal de onderbouwing van zijn stelling richting het ministerie sturen. Ik zie de Minister non-verbaal bewegen dat ze daarnaar kijkt.

Minister Schouten:

Ja, daar zal ik naar kijken. Ik moet even goed kijken wat dan precies het punt is.

Dan is er nog de vraag van mevrouw Ouwehand of ik de promotie van dierlijke eiwitten wil stoppen. Ik weet niet op welke promotie ze allemaal doelt. Ik denk dat wij in den brede een landbouwbeleid hebben waar in het GLB via de eerste en de tweede pijler zaken worden ondersteund. Daar hebben we ook een goede reden voor. Ik denk dat voedselvoorziening voor iedereen van belang is. Ik weet dat mevrouw Ouwehand ook liever wil dat we allemaal naar de plantaardige eiwitten gaan, maar het is niet zo dat dat nou inzet van het beleid is van dit kabinet.

Ten aanzien van het Europees nertsenfokverbod. Het is aangegeven. De Commissie heeft daar nu voor de rest niets mee gedaan. Ik zie geen reden om daar nu weer actie op te gaan ondernemen. Het staat mevrouw Ouwehand uiteraard altijd vrij om bij andere landen de eigen parlementen daar te benaderen, maar ik zie daar geen rol voor mezelf in.

De voorzitter:

Daarmee zijn we gekomen aan het einde van de tweede termijn van de zijde van het kabinet. Er is een aantal toezeggingen gedaan, dat ik eerst zal voorlezen.

De Minister van LNV zal de Kamer voorafgaand aan het plenair debat over fraude met de registratie van rundvee informeren over hoeveel bedrijven om welke redenen zijn geblokkeerd en welke criteria zijn gehanteerd.

Wij regelen met de Griffie dat het debat niet wordt ingepland voordat we deze informatie hebben. We doen dat verzoek netjes in de richting van de Griffie.

De Minister van LNV zal de rapportage van RVO over de dierregistratie over het jaar 2017 zo spoedig mogelijk naar de Kamer sturen.

De Minister van LNV zal de Kamer voor de zomer informeren over de uitwerking van het regeerakkoord wat betreft het versterken van de positie van de boer in de keten. Dat wordt afgestemd met de Staatssecretaris van Economische Zaken.

De Minister van LNV zal de Kamer informeren over de mogelijkheden om met fipronil besmette mest op een centrale plek te mengen.

We hebben daar geen termijn bij gehoord. Kan de Minister daar iets over zeggen?

Minister Schouten:

Binnen twee, drie weken.

De voorzitter:

Twee, drie weken.

Minister Schouten:

We moeten even de juridische analyse proberen te maken. Ik weet niet hoe snel dat kan. Dan moeten we ook nog een plek zoeken waar we het centraal kunnen opslaan en vermengen. Ik zal het zo snel als mogelijk doen, maar ik denk dat de heer Geurts er meer aan heeft dat hij een antwoord krijgt dat enige substantie heeft in plaats van dat het zo snel mogelijk is. Dus ik probeer te doen wat ik kan, maar ik kan nog moeilijk inschatten wanneer het is.

De voorzitter:

De heer Geurts is tevreden, zie ik, met de belofte dat het zo snel kan als het op het ministerie lukt.

Dan is er een VAO aangevraagd, maar ik zie nog een vraag van de heer Grashoff.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Voorzitter. Volgens mij heeft de Minister ook gezegd – het kan zijn dat ze dat al voornemens was, maar ik beschouw het even als een toezegging – dat er een voortgangsrapportage GLB medio april zou komen.

De voorzitter:

Die toezegging wordt bevestigd door de Minister. Dan heeft de heer Geurts ook nog iets gemist?

De heer Geurts (CDA):

Het gaat meer over het VAO. Moet dat van de week? Is er nog iets wat de Minister maandag in de Raad moet inbrengen, vraag ik via u aan GroenLinks.

De voorzitter:

Meneer Grashoff, moet het VAO deze week nog? Er is geen vooraankondiging gedaan.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Dat klopt, maar ik zou toch via de Griffie willen vragen om dat VAO morgen in te plannen. Ik heb wel degelijk naar aanleiding van dit debat bemerkingen die betrekking hebben op de LNV-Raad van de 19de.

De voorzitter:

Ik zie dat mevrouw Lodders daar een opmerking over heeft.

Mevrouw Lodders (VVD):

Die ligt wel in het verlengde van de vraag van de heer Geurts. Ik doe het maar even in algemene zin. We hebben ook te vaak een VAO gehad dat met spoed ingepland wordt over een onderwerp dat niet op de agenda van de raad staat. Ik heb volgens mij de heer Grashoff de suggestie horen doen om een motie over glyfosaat in te dienen. Volgens mij staat dat onderwerp niet op de agenda en hoeft dat niet per se voor de LNV-Raad.

De voorzitter:

Ik zal het even nader toelichten. Op zichzelf kan het, ook op deze termijn. Het is wel chiquer om een vooraankondiging te doen, zodat de plenaire agenda alvast rekening houdt met mogelijke stemmingen. Als op dit moment een lid nog zegt een VAO te willen omdat dit van belang is voor de agenda van volgende week, dan moet dit bij de regeling worden aangevraagd morgen. Dat kan. Dat zijn heel korte termijnen, maar het zou kunnen.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik stel de vraag niet voor niets. Ik heb niets tegen het VAO, maar dan zouden ook onze collega's binnen moeten blijven omdat er dan ook stemmingen moeten plaatsvinden. Het moet op korte termijn in de agenda's. Ik vind het allemaal prima als het op de LNV-Raad ook daadwerkelijk geagendeerd staat, maar nogmaals, als het niet op de agenda staat, dan doe ik ook een beroep op aanvragers om het eventueel volgende week in te plannen.

De voorzitter:

Meneer Grashoff, het moet morgen aangevraagd worden bij de regeling, inclusief de stemmingen. Het is aan u om even helderheid te verschaffen of u dat wenst of niet.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik heb natuurlijk iets over glyfosaat gezegd. Daarvoor zou het niet nodig zijn. Dus ik vind het een heel terechte vraag van mevrouw Lodders. Maar ik heb wel degelijk het voornemen om rond convergentie en cofinanciering, belangrijke thema's rond het GLB, een uitspraak van de Kamer te vragen.

De voorzitter:

Dan gaan we dat op die manier doen. Daarmee was de vraag die ik genoteerd had, of het nog plaats moet vinden deze week, beantwoord. Ik dank de Minister voor haar komst naar de Kamer en de beantwoording van de vragen. Ik dank de woordvoerders voor hun inbreng en ik sluit het algemeen overleg over de Landbouw- en Visserijraad.

Sluiting 17.18 uur.